Boekenarchief C-D

Anny Duperey

Mensenkatten


Dit boek lijkt over katten te gaan en natuurlijk komen zij er nadrukkelijk in voor maar op een andere manier dan de 'gewone' kattenverhalen. In de andere verhalen wordt vertelt hoe leuk een kat kan zijn, hoe grappig hij dingen doet, kortom verhalen over de kat in huis. In dit boek vertelt Anny Duperey hoe katten haar geholpen hebben.


Anny groeide op bij haar grootmoeder waar zij samen met haar ouders bij inwoonde. Grootmoeder was gek op dieren, haalde alles in huis van kippen tot konijnen en dan ook letterlijk in huis. Anny is het enige kind in dat huis en de katten zijn haar vrienden.  Als Anny 8 jaar is verhuist zij met haar ouders en haar 2 maanden oude nieuwe zusje naar een andere woning, zonder oma en de dieren. 3 maanden later overlijden haar ouders. Zusje wordt bij de 'dieren' oma grootgebracht, Anny bij de oma van vaderskant. Een nuchtere, hardwerkende vrouw die dieren eigenlijk maar opvreters vindt. Een kat is nuttig om muizen te verjagen, een hond is goed als waakhond, maar je moet geen last van ze hebben.
Op haar 17e vertrekt Anny naar Parijs waar ze een succesvol actrice wordt. Anny is in de 30 als zij besluit een boek te schrijven. Ze mag in een huisje van een vriend, buiten Parijs om daar aan haar boek te werken. Daar komt Titi haar leven binnen wandelen. Door Titi komen heel langzaam de herinneringen terug aan het leven bij haar oma, wat haar daarvoor absoluut niet lukte. Alles uit haar jeugd was gewist. Ze leert dat ze weer van iets kan gaan houden wat ze onbewust niet meer durfde. Er volgen nog twee katten en de drie katten bij elkaar helpen haar te leren rouwen, het enorme verdriet te verweken.


Het is ongelooflijk ontroerend en schrijnend om met haar mee te lezen hoe zij zich gehard had tegen verdriet, uiterlijk altijd de stoere vrolijke vrouw was maar inwendig dat kleine meisje van 8 was gebleven die teveel verdriet had.
Die nooit durfde toe te geven aan haar verdriet omdat het te groot was.
Hoe heel voorzichtig het verdriet wordt toegelaten.
Het wordt niet sentimenteel of sensatie-achtig vertelt maar heel puur.
Wat me niet vaak meer gebeurt gebeurde bij dit boek wel, tranen in m'n ogen en veel slikken!


Aantal Pagina's: 191 Uitvoering: Paperback ISBN: 9061120918 Karakter Uitgevers B.V.  (www.karakteruitgevers.nl)

© Dettie, juli 2004

Voor meer informatie over Anny Duperey (in het Frans), klik op de afbeelding.

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik hier! 

 
Zullen we eens verderop gaan kijken?


Christine, Luc, Paul en Solange, alle vier zijn het buitenbeentjes. Ze voelen zich niet prettig in de situatie waarin ze zitten, maar eigenlijk zien ze geen uitweg. Daarvoor moet er eerst iets gebeuren.


Christine is een vrouw van rond de vijftig. Ze is gescheiden en heeft een volwassen zoon. Ze werkt in een reisbureau in Parijs en heeft een huis ergens in het Zuiden van Frankrijk. Daar brengt ze al haar vrije tijd door, tot voor kort met veel plezier, maar er is ineens een lethargie in haar geslopen. Ze heeft er geen lol meer in, ze is moe, en dat breidt zich uit tot in haar werk. Als ze op een dag een lokettiste bij het station afsnauwt en uitscheldt, staat ze versteld van zichzelf. Wat is er aan de hand?


Die lokettiste is Solange. Ze heeft een baan die ze niet leuk vindt, heeft een man waar ze niet van houdt, en haar familie bestaat uit verwaande kwasten die haar niet meer zien staan. Ze heeft zich laten overhalen om mee te gaan met een personeelsuitje, vier dagen naar de Auvergne. Ze ergert zich aan haar 'losgeslagen' collega's, waarom doen ze niet normaal?
Op de eerste avond in het hotel loopt ze weg, die mensen beu, en dwaalt door het stadje. Ze ziet een zwerfster, helemaal in het zwart, die katten voert. Zij komt haar bekend voor. Als ze zich 's nachts in haar droom de vrouw herinnert die zo'n indruk op haar gemaakt heeft toen ze dertien was, maar die haar ook gekwetst heeft, meent ze te weten dat die Eliane de zwerfster is. Ze laat haar gezelschap in de steek en trekt twee dagen met de vermeende Eliane op.


De buurman van Christine, in het zuiden van Frankrijk, is Paul. Hij is een buitenstaander binnen het gezin waarin hij geboren en getogen is. Zijn ouders en zijn broer zijn harde, gevoelloze mensen, ze gaan met niemand om, eigenlijk niet eens met elkaar. Ze werken de hele dag hard, en verwachtten dat Paul dat ook doet. Dat hij interesse heeft in de natuur, stil staat om een vlinder te bewonderen, dat vinden ze maar onzin. Paul moet conformeren aan zijn familie, wat moet hij anders. Maar hij is doodongelukkig. En dan op een dag komt hij zijn buurvrouw uit Parijs tegen en ze voeren een heel gesprek.


Luc is technisch tekenaar, maar door de relatie met een vrouw die hem volledig claimt is hij zijn baan kwijtgeraakt. De vrouw, die geen naam krijgt, is psychisch gestoord en ze dreigt Luc mee te nemen in de afgrond. Als hij op een dag de kans krijgt om als vertaler mee te gaan naar Hongarije (zijn moeder is Hongaars, hij spreekt de taal), is hij eindelijk in staat te breken met zijn huidige leven. De reisleidster van het gezelschap is Christine.


Vier levens worden eerste in aparte hoofdstukken verteld. Alle vier mislukkelingen, die muurvast zitten in hun leven. Of toch niet? In het laatste hoofdstuk worden de onderlinge verbanden gelegd. 
Een psychologische roman.


Hardcover | 349 Pagina's | Uitgeverij De Geus | 2004 ISBN: 9044503537

© Marjo, augustus 2006

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik hier!