Boekenarchief B

Wil Boesten

altTot de regen komt
Wil Boesten


‘Schrijvers hoeven maar een koekje in de thee te dopen of ze kunnen hun herinneringen oplepelen als een boer de brokken brood uit zijn melkkoffie.’


Emidio is onderweg naar  het huis van Michele Casale, in de bergen. Hij zit in de auto met Mondo en Lentini; ze smelten zowat weg terwijl de temperatuur maar oploopt. In het huis van Casale, bij een vervallen dorpje, waar geen mens meer woont, hopen ze verkoeling te vinden, nu het in de stad al wekenlang boven de drieëndertig graden is en er geen druppel is gevallen. Emidio, toch ook al de dertig gepasseerd, is de jongste van het stel. Lentini’s vrouw Neva zou ook meegegaan zijn, op hun vlucht uit de hitte in de stad. Maar ze is er niet.
Het is een naargeestige situatie, in dat huis waar de mannen op elkaar aangewezen zijn. Er is geen elektriciteit, en de bron waar het water uitkomt, lijkt dicht te slibben.


‘Esthetiek, schoonheidsideaal, het is me te oppervlakkig,’ zegt Casale, ‘de essentie, die telt. Ik vecht niet tegen het verval, ik breng het hooguit in kaart. En daarbij komt dat ik leef zoals het huis dat bedoelt.’ Zoals hij wil blootleggen en net opkalefateren, wil hij ook niet alleen wéten, maar ervaren. Dus geen elektriciteit, geen stromend water.’


Zoals het huis in verval is, zo zijn ook de levens van de mannen niet geworden wat ze verwacht hadden. In flashbacks wordt het verhaal van de teloorgang van hun dromen verteld. Emidio was een wonderkind. Hij leek een schitterende carrière als musicus tegemoet te gaan, maar hij is geëindigd als kok. Waarom is dat misgegaan? Hebben de loftuitingen van de mensen om hem heen  zijn verwachtingen te hoog gespannen, was hij te overmoedig? Mondo is toneelmeester en verknocht aan zijn theater, dat helaas voor hem gesloten is. Lentini is een gewezen monnik, die uitgetreden is na zijn ontmoeting met de mooie Neva.Waar is die Neva, op wie Emidio half en half verliefd was, misschien nog is?
Verval, haat en liefde zijn thema’s. Net als de dood, letterlijk en figuurlijk. En de vader-zoonsituatie: een aangenomen zoon, een zoon zonder vader, een jongen die zijn leven laat bepalen door oudere mannen. Er hangt een dreiging, door de hitte en het verlaten dorp. Er zit een boosheid, een haatdragendheid in Emidio die het verhaal vertelt.  Maar hij kan geen kant op. Wat is er over van zijn leven?


Een dreigende sfeer overheerst in deze roman. Het broeit, er hangt een spanning die wel tot een uitbarsting moet komen. Het hangt in de woorden, in de beschrijvingen, en in de gebeurtenissen. Prachtig is het als het verval doordringt in alles: het mobieltje dat het niet meer doet, de oude piano die in elkaar zakt, het omgaan met elkaar dat niet meer soepel gaat.
Ik heb slechts één opmerking. De personages zijn Italiaans, en zullen dus Italiaans spreken. Kun je dan een woordspeling in het Nederlands gebruiken, die in het Italiaans niet overeind zal blijven?
Wil van Boesten heeft een prachtig tweede boek geschreven. ‘Tot de regen komt’ is een boek om vaker te lezen.


ISBN 9789045704579| paperback | 191 pagina's | Uitgeverij Augustus | mei 2011

© Marjo, 20 juni 2011

Lees de reacties op het Leestafelforum en/of reageer, klik HIER

 

Spiltijd


Dit boek valt uiteen in twee delen, heel verschillend maar toch een geheel.
In deel een wordt vooral het algemene verhaal benadrukt: het loopt tegen het millennium, en Duitsland, waar Bruno woont, is opgeschrikt door vandalen, die overal hakenkruizen en racistische leuzen neerkladden. Bij Bruno op de deurmat wordt brand gesticht, en meteen staan zijn vrienden op hun achterste benen.
Hij is immers een jood, hij heeft al twee aanslagen op zijn ras overleefd, en wordt nu nog een derde keer bedreigd denken ze. Ze ondernemen actie. Bruno laat zich meeslepen, maar een brief uit Amsterdam houdt hem meer bezig dan een dreiging die hij niet voelt.
In dit deel zijn behalve Bruno zelf, ook zijn vrienden aan het woord. En er zijn fragmenten uit Bruno's verleden, dat vooral verder uitgewerkt wordt in deel twee. Daar doen de vrienden niet meer mee.
Het verhaal in deel twee is het persoonlijke, individuele verhaal uit het boek.
Twee mannen vinden elkaar in de nadagen van de tweede wereldoorlog terug in Polen. Ze kennen elkaar van school, maar pas nu worden ze - haast onafscheidelijke- vrienden. Ze delen een vreselijk verleden: als joodse Polen zijn ze verschillende keren aan de dood ontsnapt.
Roman Jablonski is een idealist, hij gelooft in het communisme, en is een gedreven man. Bruno Glan is realistischer en pragmatischer, en hij remt zijn vriend waar nodig af, terwijl hij zich door hem laat leiden.
Als een districtcommissaris hen op het matje roept omdat hij heeft horen vertellen dat Roman het volgende zei "de Poolse adelaar moet vooral geen armzalige kanariepiet worden in de Russische volière worden" voelt Roman zich bedreigd en de suggestie om zijn naam te veranderen om zijn goede wil te tonen, neemt hij meteen aan. Hij heet vanaf dan Sonnenberg.
Toch wordt hij, samen met vrouw en twee dochters in de roerige dagen van 1968 het land uitgezet, en na diverse omzwervingen komen ze in Nederland terecht.
Door een misverstand nemen de twee vrienden geen contact meer met elkaar op. Bruno is in de ogen van de Poolse machthebbers minder een bedreiging voor het regime, hij mag blijven. Maar hij vlucht zelf. In z'n eentje, hij laat vrouw en zoon achter.
Nu hij oud en bejaard is, en net opgeschrikt door de brand op zijn deurmat, ontvangt hij een brief van de dochter van Roman.


In deel een staat een algemeen schuldgevoel centraal, de schuld die Duitsers zouden voelen vanwege hun verleden: "een schaamte, die geboren wordt uit het feit dat de naoorlogse generatie boete wil doen voor een schuld die zij draagt en zich er tegelijk van bewust is dat ze nooit boete kan doen, omdat ze geen deel heeft aan enige schuld generende daad."
De vrienden zitten Bruno op zijn huid, ze beknellen hem in hun zorgzaamheid, hun schuldgevoel, tot hij uitbarst:

"Ben ik een symbool geworden, de vleesgeworden kwetsbaarheid, de eeuwig bedreigde, zijn bestaan geadeld door immense aantallen, waarop jullie je angsten projecteren?
Maakt het nog uit wie ik ben, of ben ik gereduceerd tot doelwit? Doelwit van hun vlammen en van jullie goede bedoelingen? Niks nieuws onder de zon, toch?

Alleen- en hierbij doe ik (=Bruno) mijn best mijn stem zo sarcastisch mogelijk te laten klinken -, ik wens nergens meer bij te horen. Ik wens mijn mond niet te houden en hem al helemaal niet verplicht open te doen. Niets wil ik meer moeten zijn. Voor niemand"

Deze uitbarsting is ook het eind van het maatschappijkritische deel van het boek. Waar in het eerste deel nog grote thema's als antisemitisme of het Duitse al of niet terechte schuldgevoel aan de orde komen is vanaf dit punt alleen nog de Vrouw in het spel, draait het verhaal alleen nog om de twee vrienden en het verloop van hun leven. Dit verschil doet vreemd aan. Wat wil de schrijver nu eigenlijk? Hij lijkt te hinken op twee gedachten, kan niet beslissen. Gelukkig blijft de sfeer uit deel een gedeeltelijk over deel twee hangen, maar toch, het eerste deel is duidelijk interessanter.


ISBN 978-90-457-0084-7 Uitgever Augustus, 285 pag

© Marjo, juli 2007

Lees de reacties op het Leestafelforum en/of reageer, klik HIER