Nieuws

Leestafel leest de shortlist van de Thea Beckmanprijs
en discussieert daarover op haar forum.


De Thea Beckmanprijs is een prijs voor het beste historische jeugdboek en wordt ieder jaar uitgereikt in het derde weekend van september in Archeon. In de even jaren wordt de Thea Beckmanprijs uitgereikt aan boeken van de leeftijdscategorie tot 12 jaar en in de oneven jaren aan boeken voor 12 jaar en ouder.


De shortlist bestaat uit de volgende titels

- Wilma Geldof - Het meisje met de vlechtjes - Luitingh-Sijthoff
- Luc Hanegreefs - Volle Maen - Clavis
- Martine Letterie - Nooit meer thuis - Leopold
- Bianca Mastenbroek - Hendrick, de Hollandsche indiaan - De Vier Windstreken
- Joyce Pool - Het Kompas - Lemniscaat

Criteria

Het bekroonde boek moet voldoen aan de volgende eisen:

  • Het moet aantrekkelijk zijn voor de doelgroep.
  • Het moet informatief en historisch betrouwbaar zijn - moet iets toevoegen aan het historisch besef.
  • Het moet van literaire kwaliteit zijn en een meeslepend en mooi verhaal zijn.

De uitreiking

De prijs wordt uitgereikt tijdens het jaarlijkse schrijversweekend in het Archeon (het derde weekend in september). Aan deze prijs is een geldprijs van €1.000 en een oorkonde verbonden.


Zie ook https://www.archeon.nl/nl/archeon-thea-beckmanprijs.html 


Klik op de forumlinken om de discussie te volgen of, beter nog, doe mee!

 

Het meisje met de vlechtjes
Wilma Geldof


Dit is het begin - augustus 1941.
Aan het woord is Freddie, bijna 16 jaar. Zij vertelt ons dat op die augustusdag een man op bezoek kwam. 


'Ik heb gehoord dat de dochters van rooie Truus van der Molen geen bangeriken zijn,'
Rooie Truus, zo noemen ze mijn moeder.
Ik kijk naar mijn zus. Ik weet niet wat ik moet zeggen.
Jij moet nu het woord voeren, zeg ik met mijn blik, jij bent de oudste en de verstandigste, dat zeg je toch altijd zelf?
'Wat wilt u van ons?' vraagt Truus. Ze klinkt serieus en volwassen.
De man slaat zijn handen in elkaar. 'Ik heb plannen,' zegt hij met gewichtige stem, 'om een strijdgroep tegen het fascisme te organiseren. Om de moffen steviger aan te pakken. En daarvoor heb ik mensen nodig die durven, mensen die niet gauw bang zijn.' hij stopt en kijkt ons om beurten aan. 'Meer dan koerierswerk, posters plakken of stakingspamfletten rondbrengen...'


Dit laatste is precies wat Freddie en haar zus Truus (18 jaar) al deden. Moeder is een rooie, ofwel een communist, die haar dochters het een en ander bijgebracht heeft over het klaarstaan voor anderen en heeft derhalve ook joodse onderduikers in huis. Vandaar ook het 'lichte' verzetwerk wat de meisjes al deden. Maar nu wordt het anders, serieuzer. Truus wil weten waarom uitgerekend zij en haar zusje uitgekozen zijn voor dat werk. 'Jullie zijn nog méisjes! Geen mof zal jullie ergens van verdenken! is het antwoord.


Wat volgt is het aangrijpende verhaal van de twee meiden die steeds zwaardere opdrachten krijgen. 'Maak jullie handen niet vuil.' 'Wordt niet als de moffen' waarschuwde moeder. Maar wat is de grens? Wanneer zijn verzetsdaden rechtvaardig en wanneer gaan ze te ver in hun handelen?
Deze vraag loopt als een rode draad door het verhaal heen.


Aanvankelijk heeft de verzetsgroep succes met haar acties, de man had gelijk, niemand verwacht dat twee van die jonge meiden tot zulke grote verzetsdaden in staat zijn. Freddie is degene die haar gevoel het meest toont, Truus lijkt hard en onverzettelijk. Wat moet dat moet, lijkt haar motto. Maar de acties worden grimmiger, de meisjes krijgen elk een pistool en daarbij behorende opdrachten... De twee zussen maken ook kennis met Hannie Schaft, die later bekend werd als het meisje met het rode haar. Ze voeren gedrieën opdrachten uit.


Naarmate de oorlog langer duurt, wordt het het verzet steeds moeilijker gemaakt, verzetsleden worden opgepakt, afgevoerd of erger, geliquideerd. De represaillemaatregelen van de Duitsers op acties van het verzet zijn keihard en meedogenloos.
De zussen wonen op steeds verschillende onderduikadressen, waar hun moeder ondergedoken zit weten ze niet. Freddie mist haar moeder enorm. Ze stikt af en toe in haar gevoelens, loopt soms bijna over van alles wat ze ziet, doet en hoort, maar gelukkig is er lieve oma Baruch, een joodse onderduikster, met haar eindeloze geduld.


En dan breekt winter 1944-1945 aan, het seizoen dat onder de naam hongerwinter de geschiedenis in is gegaan en daarmee komen we bij het meest aangrijpende deel van het boek. Iedereen is moe, iedereen heeft honger, leden uit de groep worden verraden, er groeit onderling wantrouwen want wie van hen is de verrader?
De eens zo hechte groep die elkaar blindelings vertrouwde is er niet meer, er is teveel gebeurd, de groep heeft teveel gezien en meegemaakt. De spanning wordt steeds groter, steeds is er de angst van gepakt worden, van mislukking en wat gebeurt er dan? Slaat diegene door? of niet? Relaties buiten het verzetsleven worden steeds moeizamer. Niemand mag iets vertellen maar de buitenwacht vermoed van alles en willen niet dat hun geliefden gevaar lopen.


'Angst leer je af,' zeg ik. 'En als ik doodga heb ik wel het góede gedaan.'
'Als je doodgaat? Peters stem is scherp. 'Wat doe je allemaal? Waar zeg je ja tegen?'


Ondertussen slaat bij Freddie de twijfel toe, is het écht wel goed wat ze doen? Zijn haar acties écht gerechtvaardigd? Heeft ze haar handen toch vuil gemaakt? Ze weet zichzelf wel steeds weer moed in te praten maar de twijfel wordt steeds groter, vooral als blijkt dat zaken niet altijd zo waren als zij gedacht hadden. Hoe moet je daarmee omgaan?


Het verhaal is erg indrukwekkend. Wilma Geldof heeft door de stem van Freddie te gebruiken de oorlog voelbaar gemaakt. In prachtige bewoordingen beschrijft ze de thuiskomst van de twee zussen en hun moeder. Het huis waar alles nog precies zo staat als ze het achterlieten, niets is veranderd, alleen beseft Freddie zich, zij zelf zullen nooit meer diegenen zijn die ze waren voordat ze het huis verlieten. Daar zit ondanks dat het 'maar' een kleine vier jaar beslaat, een heel leven tussen.


De Haarlemse Freddie Oversteegen en haar zus hebben daadwerkelijk in het verzet gezeten. Het was schrijnend dat zij pas op 14 april 2014 - zeventig jaar later - het Mobilisatie- Oorlogskruis ontvingen voor hun strijd tegen de nazi's. Hoewel het boek grotendeels fictie is heeft Wilma Geldof wel het verhaal van Freddie als basis gebruikt. Dit boek betekende veel voor Freddie, helaas heeft ze de publicatie niet meer mee kunnen maken, ze overleed op 5 september 2018, een dag voor haar 93e verjaardag.


ISBN 9789024581597 | Hardcover | 333 pagina's | Uitgeverij Luitingh-Sijthoff | november 2018
Leeftijd vanaf 15 jaar

© Dettie, 19 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Volle Maen
Luc Hanegreefs

Luc Hanegreefs vond het terecht handig om te beginnen met een korte uitleg over de tijd waarin het verhaal speelt. Het is 1782 en op de Atlantische Oceaan is het druk. Portugal, Spanje, Groot-Brittannië en de Republiek der Verenigde Nederlanden drijven handel: ze halen slaven in West-Afrika, die ze de oceaan overbrengen, om ze te verkopen aan slavenhandelaren. Met een lading suiker, cacao, riet of tabak varen ze dan weer naar de thuishaven.


Het is in die jaren extra gevaarlijk voor de Nederlandse schepen, omdat de Republiek in oorlog is met Groot-Brittannië. De Engelsen vinden het namelijk niet prettig dat de Nederlanden wapens blijven leveren aan de Engelse koloniën, en vallen hun schepen aan.


In dat jaar vaart het slavenschip de Volle Maen uit, voor de eerste keer. Aan boord is ook de scheepsjongen Cornelis. Vanuit zijn gezichtspunt lezen we het verhaal van de Volle Maen. Tussendoor schrijft hij brieven aan zijn vriend Klaas.
De jongen heeft aangemonsterd omdat zijn oom zulke spannende verhalen vertelde. Maar hij ontdekt al snel dat het flink kan stormen, en ziek worden schijnt er bij te horen. En dan komt Afrika in zicht en worden er slaven ingeladen. Cornelis verbaast zich: alsof het vee is worden er mensen de boot op gedreven, ze zijn geketend. Toch had zijn oom het wel verteld.


‘De slaven zijn handelswaar,’ zei hij altijd. ‘Hoe meer van hen de overtocht overleven, hoe groter de opbrengst. Daarom behandelen we hen zo goed mogelijk. Ze krijgen fatsoenlijk te eten. Ze worden vaker gevoed dan de bemanning zelf, en ze worden behoorlijk verzorgd. Ze hebben niets om over te klagen.‘


Maar de Afrikanen die aan boord van de Volle Maen worden gebracht worden helemaal niet zo goed behandeld. Vastgeketend en opgesloten in het ruim, en maar een half uurtje per dag het dek op om frisse lucht te krijgen en te bewegen. En Cornelis kan het daar wel niet mee eens zijn, hij kan er weinig aan veranderen.
Alleen die ene slaaf, Yao, die helpt hij als hij de kans krijgt. Yao is de persoonlijke slaaf van de kapitein en heeft iets meer vrijheid. De jongens komen elkaar vaker tegen, en langzaam dringt tot Cornelis door dat slavenhandel helemaal fout is. Maar wat kan hij doen?


Intussen worden er steeds meer slaven ziek en ook bemanning ontkomt er niet aan. Cornelis helpt de chirurgijn, maar als het schip uit koers raakt, en de tekorten aan vers voedsel en schoon water hoog oplopen, lijkt er geen redden meer aan. En dan komen ze in een storm terecht…


In een tweede verhaallijn volgen we Emily op Jamaica, die met haar vader op een suikerrietplantage woont. Ook zij vindt dat de slaven slecht behandeld worden en doet haar best hen te helpen. Tegen de zin van de opzichter natuurlijk, en tegen de zin van haar vader en de neef die uit Engeland gekomen is om de plantage over te nemen. Als Emily’s vader ontdekt hoe ver haar hulp gaat, wil hij haar naar Engeland sturen. Maar er steekt een storm op…


Het verhaal van de Volle Maen is fictief, maar berust wel op historische feiten. Hanegreefs dook in de archieven te Middelburg en vond er scheepsjournalen en chirurgijnsverslagen. De Volle Maen bestond dan niet echt, er was wel een schip met de naam de Zorg, dat buitgemaakt werd door de Engelsen en waar de stuurman een navigatiefout maakte.


Luc Hanegreefs (1959, Olmen (Balen) studeerde Nederlands en Engels, Algemene Literatuurwetenschap en Vertaalwetenschap.
Hij werd redacteur en eindredacteur van De Financieel-Economische Tijd (thans De Tijd) om daarna televisiepresentator te worden. Maar hij wilde boeken schrijven, hetgeen hij kon combineren met de bezigheid van freelance journalist. ​Later werd hij deeltijds docent in de opleiding Journalistiek


ISBN 9789044833201 | Hardcover | 365 pagina's | Clavis | oktober 2018 | Vanaf 13 jaar

© Marjo, 6 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Nooit meer thuis
Martine Letterie


Opnieuw vertelt Martine Letterie over een bepaalde periode uit de geschiedenis die door velen die er mee te maken kregen als schokkend ervaren werd. Als je leest over zo’n periode zijn het vaak grove feiten en zelfs al staat er bij dat er kinderen bij betrokken waren, dan is dat meestal ook als getallen.
Lezen vanuit een kind over hoe het was als je zoiets aan den lijve ondervond maakt natuurlijk veel meer indruk. Zeker als je het zo boeiend beschrijft als Letterie doet.

Ook in Nooit meer thuis laat ze een kind vertellen: de 12-jarige Lily vertrekt met haar oudere zus Joyce en hun ouders uit Indië, het land waar ze altijd gewoond heeft, en dat ze beschouwt als haar vaderland. Ze heeft de Nederlandse identiteit, en weet niet beter als ze hoort thuis in Indië, toen nog een kolonie van Nederland.


Toch was haar leven al niet meer zoals ze het kende. Ze woonden in een groot huis op Java, met bedienden. Het leven was er goed. Tot de tweede wereldoorlog uitbrak en in 1942 de Japanners kwamen. De bezetters sloten Nederlanders op in de zogenaamde Jappenkampen. Zij waren krijgsgevangenen. Toen de Jappen verslagen waren, bleek teruggaan naar hun oude leven niet mogelijk. Vrijheidsstrijders profiteerden van de chaos in het land. Niet alleen de Jappen moesten weg, de Nederlanders ook. Zij stelden hen voor de keus: Indonesiërs worden of maken dat je weg komt.  Degenen die voor de Nederlanders vochten konden ook maar beter maken dat ze wegkwamen.


Lily’s haar vader was zo’n KNIL-officier. Ze zijn vluchtelingen als ze in 1949 aan boord gaan van het schip MS Oranje, op weg naar een land dat ze niet kent. En dat land is zo anders dan wat ze kent: het is er koud en nat – en het wordt nog erger, het is nu nog zomer! Lily’s vader wordt met TBC opgenomen in een sanatorium, moeder en haar dochters krijgen een kamer toegewezen in een pension in Den Haag.
De meisjes passen zich zo goed en kwaad als het gaat aan, maar hun moeder lijkt het op te geven.
Maar dan hebben zij nog geluk: ze staan hoog op reen lijst voor een eigen woning, omdat hun vader officier is!


Op het schip naar Nederland heeft Lily een jongen leren kennen, die dat geluk niet heeft. Hij is met zijn moeder terechtgekomen in kamp Westerbork, dat nu Schattenberg heet, maar een kamp blijft een kamp. Bennie, zo heet de jongen, had haar al verteld dat het absoluut niet leuk zou zijn in Nederland, dat ze gepest zou worden. Lily wilde het niet geloven, maar komt tot de ontdekking dat hij gelijk had. Wat nu? Toegeven aan haar heimwee, of toch maar het beste er van maken? Gelukkig kan ze haar vader bezoeken en kan ze ook naar haar tante Bé in Den Haag, een gezellig optimistisch mens.


Natuurlijk kan je in een jeugdboek niet alle facetten van een ingewikkelde periode als dit beschrijven. Martine Letterie beperkt zich dan ook vooral tot een gezin dat vanwege het beroep van de vader hun luxe leventje vaarwel moet zeggen. Leefden ze eerst als een welgestelde familie, nu moeten ze ieder dubbeltje omdraaien en wordt bovendien voor hen beslist waar ze wonen, wat ze eten en wat voor kleren ze dragen!
Daartegenover wordt Bennie ten tonele gebracht, uit een ander milieu, die een broer heeft die revolutionair was. Iemand dus die door een KNIL-er bestreden werd.
Ook is er een dienstweigeraar in het verhaal, die dus niet wilde vechten en daarvoor gestraft wordt.


Letterie besloot het magische tintje dat verbonden is aan Nederlands-Indië te gebruiken: Lily ziet verschijningen, eerst op het schip: een oudere man bij wie bloed over zijn gezicht druipt, later ziet ze haar jongere broertje, dat al jong overleden is. Dit lijkt er een beetje als een extraatje bij gehaald te zijn, en had voor een nuchtere Hollander best meer uitgelegd mogen worden.


Maar zoals gezegd: je kan nu eenmaal niet alles vertellen. Wil de lezer meer weten dan moet je op zoek gaan. Of misschien kan Martine Letterie zelf nog meer hierover schrijven! Haar stijl is heel toegankelijk, zonder uitweidingen, die afleiden van het verhaal. Deze rechttoe rechtaan stijl is prima voor de doelgroep, die immers niet zitten te wachten op een geschiedenisles!


Martine Letterie (Amsterdam, 12 december 1958) is een Nederlandse schrijfster van kinderboeken. In 1996 verscheen haar eerste kinderboek. Ze schrijft voornamelijk historische kinderboeken, die gebaseerd zijn op waargebeurde verhalen.


ISBN 9789025873028 | hardcover | 176 pagina's | Uitgeverij Leopold | september 2017
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 27 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Hendrick
De Hollandse indiaan
Bianca Mastenbroek


1659
De zestienjarige Hendrick is samen met zijn vader en broer Evert (13) per schip op weg naar Nieuw Amsterdam - het huidige New York -om  bevervellen af te leveren. Maar hij zal de plaats nooit bereiken. Ze gaan tot Hendricks verrassing  namelijk eerst langs het nieuwe huis dat vader heeft laten bouwen bij Fort Esopus.
Gezien de spanningen tussen de wilden (Indianen) en de in het dorp wonende christelijke Nederlanders is het dorp omheind en kunnen de bewoners het alleen met soldatenbegeleiding verlaten om op het land te werken.


De blanke christenen hebben een hekel aan deze wilde heidenen, ze stelen het vee, steken huizen in brand of schieten zonder enige reden een goed christen dood, ze zijn goddeloos. Het grootste punt is dat de christenen het land gekocht hebben en dat willen die wilden maar niet snappen...
Maar volgens de wilden schijnt er iets te zijn met niet nagekomen afspraken, met cadeau's die ze nog zouden krijgen. De enige man met wie de wilden willen spreken is directeur- generaal Peter Stuyvesant, hem geloven ze nog wel.
Heimelijk is Hendrick bang voor de wilden. Hij hoopt dat ze snel doorreizen naar Nieuw-Amsterdam. Maar het lot zal anders beslissen...


Door een samenloop van omstandigheden wordt Hendrick gevangen genomen door de wilden en tot zijn schrik nemen ze hem op in hun nederzetting. Ze verkeren in de veronderstelling dat hij een weeskind is. Natuurlijk wil hij ontsnappen maar dat lukt niet. Al snel leert hij de taal van de indianen waardoor hij met ze kan communiceren.
Door zijn verblijf tussen de wilden ontdekt Hendrick dat de indianen er heel andere visies op na houden dan zijn blanke landgenoten. Hij leert hun normen en waarden kennen die vooral bestaan uit respect hebben voor het land en al het leven. Ook beseft hij dat de verschillen tussen christelijke leer en die van de indianen niet eens zoveel verschillen. Alleen die van de indianen is eerlijker en respectvoller. Hij leert de geheimen kennen van de grond waarop hij leeft, hij leert de aarde te bedanken voor alles wat zij schenkt. Hij krijgt erg wijze lessen en beseft dat niet de indianen de wilden zijn maar de blanken. Het zijn de blanken die met gespleten tong spreken en hun afspraken niet nakomen met alle gevolgen van dien.


Het geheel vormt een prachtig en boeiend verhaal waarin we de gebruiken, rites en leefwijze van de indianen leren kennen. Maar het is vooral het verhaal van Hendrick zelf dat zo'n indruk maakt. Hij groeit op van onzeker jongen tot een daadkrachtige man die beslissingen durft te nemen.
Het is soms wel een beetje vreemd dat deze erg jonge jongen zoveel zeggenschap krijgt bij erg belangrijke gebeurtenissen waarbij om weloverwogen handelen wordt gevraagd. Ook de taal leert hij wel verbazingwekkend snel. Maar verder is het een indrukwekkend verhaal dat je nog lang bijblijft.
Veel meer moet er niet over het boek verteld worden, het is iets wat je zelf moet lezen.


Het boek is voorzien van landkaarten uit die tijd en achterin het boek vinden we een toelichting van de schrijfster over de gebeurtenissen rond de indianen die leefden in het gebied waar Hendrick terecht kwam. Bianca Mastenbroek is erg zorgvuldig te werk gegaan en die zorgvuldigheid is terug te vinden in deze mooie historische jeugdroman.


Kortom, een bijzonder boek dat terecht genomineerd is voor de Thea Beckmanprijs 2019.


ISBN 9789051166279 | Hardcover | 378 pagina's | Uitgeverij de Vier Windstreken | september 2017
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Dettie, 11 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het kompas
Joyce Pool


In 1950, op 12 augustus, heeft de seascoutgroep van Mortlake (voorstadje van Londen) een oversteek gepland naar Calais.
Na een grondige voorbereiding zou de whaler (een walvissloep), de Wangle III met zeven man aan boord vanuit Londen vertrekken naar Margate waar drie anderen opgepikt zouden worden. Olly Amos, kapitein van zes scouts, zou in Margate de leiding overgeven aan scoutmaster John Weeden. In totaal waren er tien man aan boord.


Een van de leden van die bemanning is de zestienjarige David Hannell. Deze Davey is de verteller van het verhaal dat enigszins gefictionaliseerd het eerste deel van dit boek vormt. Davey baalt vreselijk, want hij heeft buikpijn. En hoewel hij probeert het te verbergen weet hij ook dat hij een gevaar zou vormen voor de anderen. Hij blijft thuis.
Als de boot terug verwacht wordt, blijft het stil in de haven. De Wangle komt niet terug. Aanvankelijk is er onduidelijkheid: zijn ze misschien vanwege slecht weer in Calais gebleven? Maar  helaas: ze zijn wel degelijk uitgevaren. Wat is er gebeurd?
Davey worstelt met een schuldgevoel. En natuurlijk is hij verdrietig. Zijn beste vriend Brian – ze waren allebei leerling-scheepsbouwers - is wel meegegaan. Hij had Davey zijn kompas gegeven, om op te passen. En nu kan hij het niet meer teruggeven!


De weken na het wegblijven van de Wangle III zijn spannend. Er spoelen lichamen aan, niet aan de zuidkust waar de reddingstroepen gezocht hebben, maar op de Nederlandse en Duitse Waddeneilanden! De achterblijvers zouden graag hun geliefden thuis begraven, maar er is geen geld voor repatriëring, het zijn de jaren van wederopbouw. Tenslotte wordt besloten de mannen die gevonden zijn, zes in totaal, te begraven op Texel. Waar hun graf dus nog steeds verzorgd wordt door scouts.
In dit eerste deel heeft Joyce Pool Davey het verhaal laten vertellen. Hij is een aansprekend personage voor dit spannende en aangrijpende verhaal.


Maar dan volgt nog een tweede deel. Dat is het verslag van de speurtocht naar de achtergrond van deze scheepsramp, die de schrijvers naar Mortlake, Margate, Calais en de andere Waddeneilanden bracht. Zij doken in archieven, speurend naar documenten over de gebeurtenissen, spraken met familieleden en wisten te achterhalen wat er voor  en na de ramp gebeurde. Maar niemand zal ooit weten wat er precies met de whaler gebeurd is. De weersomstandigheden waren niet bijzonder slecht. Het wrak is nooit gevonden.


In dit tweede deel zijn vele foto’s opgenomen, oude fotootjes van de betrokkenen, maar ook foto’s die de schrijvers maakten van de plekken waar zij voor hun onderzoek kwamen. Oude krantenartikelen, en prachtige overzichtsfoto’s van de eilanden. Het is vrijwel onmogelijk dat er nog vragen zijn die niet beantwoord worden in dit boek, het is ontzettend volledig, maar daarom is waarschijnlijk het tweede deel minder aansprekend voor de doelgroep.


Het is niet zo vreemd dat juist Joyce Pool dit boek schreef. Zij woont op Texel met haar echtgenoot, de journalist Pip Barnard. Het graf met zes leden van de bemanning, die zo jammerlijk aan hun einde kwam, ligt ook op dat eiland en werd al die jaren onderhouden door Scouting Texel. Maar het werd steeds lastiger om de jongens uit te leggen waarom ze dat nu eigenlijk deden. En toen werden Joyce en haar man aangesproken: zouden zij niet het verhaal kunnen opschrijven voor de scouts? En zo kwam ook dit boek tot stand, na uitgebreid onderzoek, die de twee schrijvers naar alle plekken leidde die iets te maken hadden met de bemanning en de reis van de Wangle III.


ISBN 9789047708643 | hardcover | 215 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | juni 2018
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 9 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het meisje met de vlechtjes
Wilma Geldof


De vijftienjarige Freddie Oversteegen heeft mede door haar communistische moeder een groot besef van ongelijkheid meegekregen. Al vanaf het begin van de Jodenvervolging in Duitsland waren er Joodse onderduikers bij hen in huis. Haar ouders zijn gescheiden, iets waar de buurt schande over spreekt, maar Freddie en haar oudere zus, Truus zijn doordrongen van een moreel besef. Als zij dan ook gevraagd worden om bij een verzetsgroep aan te sluiten, is dat wat hen drijft. De Duitser is de vijand, en die mogen zij dwars zitten.


Maar al snel lopen ze tegen de vraag aan hoever ze daarin kunnen en willen gaan. Want de groep waarin zij meedraaien ‘omdat zij jong zijn en er onschuldig uitzien’ gaat steeds verder in het verzet dat zij plegen. Ze waren meisjes, dus onschuldig: aan vrouwelijke daders werd niet gedacht. Freddie zag er bovendien nog jonger uit met die vlechtjes in haar haar. Freddie kon verzetsdaden plegen zonder op te vallen.
Freddie en Truus krijgen ook een pistool, met schietlessen. Ze moeten onderduiken, apart en steeds op andere adressen. Hun moeder is ook ondergedoken, die zien ze lange tijd niet.


Freddie is natuurlijk ook een puber. Ze is verliefd, denkt ze. Ze heeft een oogje op Peter, de kruidenierszoon. Maar hij heeft een vrijstelling om zijn vader te helpen, en die vader koopt van de Duitsers. Aan wiens kant staan zij eigenlijk? Later gebeurt er nog iets vreselijks waardoor haar vriendschap met Peter nog meer op de spits gedreven wordt. Maar voorlopig is het erger dat ze hem niets mag vertellen, en dat accepteert hij niet. Als ze een relatie wil moet ze hem vertrouwen, vindt hij.
Freddie ontdekt dat verzet bieden in het geheim meer problemen met zich meebrengt: geen veilig thuis hebben, je mond houden, tegen absoluut iedereen, doen alsof je iemand anders bent en ja, hoever ga je in je verzet?


Wilma Geldof heeft haar verhaal gebaseerd op het leven van Freddie Oversteegen, die zij geïnterviewd heeft. Helaas is mevrouw Oversteegen op 5 september, een dag voor haar 93ste verjaardag overleden en heeft zij de verschijning van het boek niet meer meegemaakt. Maar ze wist natuurlijk wel dat het er zou komen, en dat was voor haar een belangrijke erkenning. Haar vriendin was namelijk Hannie Schaft, het meisje met het rode haar. Over Hannie is veel geschreven, ze kreeg zelfs een film. Truus zocht zelf erkenning, maar voor Freddie die dat niet deed, was er tot nu toe niets.


Wilma Geldof beschrijft hoe de jonge Freddie heen en weer geslingerd werd tussen angst en moed. Was het wel goed dat zij meewerkte aan een moord? Ja, een Duitser. En het zou wel waar zijn wat de leider van de groep zei, dat de dood van die ene man vele andere slachtoffers voorkwam, maar toch…


Het boek is een mix van waarheid en fictie. De waarheid vertelt over de oorlog, angst, dood, honger, de overheersing van de Duitsers. En omdat de schrijfster absoluut weet hoe ze de innerlijke roerselen van een pubermeisje weer moet geven, is ook de fictieve kant van het verhaal dik in orde.


Wilma Geldof (1962, Alphen aan den Rijn) werkte gedurende vijftien jaar als Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige in de Geestelijke Gezondheidszorg. Dit is haar elfde jeugdboek.


ISBN 9789024581597  | hardcover | 224 pagina's | Uitgeverij Luitingh-Sijthoff | november 2018
Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 18 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Volle Maen
Luc Hanegreefs


1782
Gesterkt door de aantrekkelijke verhalen van zijn oom Ernst, kapitein, en de moeilijke omgang met zijn vader, monstert Cornelis -de verteller- aan op een slavenschip. Het wordt de eerst reis van De Halve Maen, zoals het schip gedoopt is. 
Al vanaf dag één waarschuwt 'De Deen' dat het schip geen slaven wil vervoeren.  Maar niemand luistert naar hem, de man vertelt zo vaak overdreven verhalen. Toch zal de bemanning later nog vaak aan zijn woorden terugdenken.


Aanvankelijk gaat alles goed. Cornelis geniet van zijn reis. Hij is steeds vaker het hulpje van de chirurgijn. 'Hij zegt dat ik een verstandige knaap ben,' schrijft hij naar zijn vriend Klaas. Maar als ze de eerste slaven aan boord willen halen, gebeuren en vreemde dingen. Het schip heeft er duidelijk geen zin, waarschuwt 'De Deen' weer.
Later wordt de Volle Maen geconfisqueerd door het Britse schip de Henry, Nederland is namelijk in oorlog met Groot-Brittanië. De chirurgijn en Cornelis blijven aan boord van De Halve Maen en reizen door naar de goudkunst van Afrika, naar Cape Coast Castle. De chirurgijn van de Henry is nu kapitein van De Halve Maen. Hij weet helaas nauwelijks iets van navigatie, ook dit gegeven zal later betreurd worden.


In elkaar afwisselende hoofdstukken lezen we ook over Yao en zijn zus Máanu, die als geboeide slaven onderweg zijn naar het slavenschip. Yao weet te ontsnappen maar krijgt spijt, nu is zijn zus alleen en dat wil hij niet. Aan het strand pikt hij voedsel van Cornelis, in de hoop dat hij opgepakt wordt, en dat gebeurt uiteindelijk ook. Vanaf die tijd is er een speciale band tussen de twee jongens, een band die voorzichtig uitgroeit tot een fragiele vriendschap.


Yao krijgt op het schip een uitzonderingspositie, omdat hij Engels spreekt wordt hij de persoonlijke slaaf van de 'kapitein'. De rest van de slaven zit in het ruim en worden dagelijks gelucht, want de koopwaar moet wel fris blijven...
Cornelis is geschokt hoe er met de slaven omgegaan wordt maar het is moeilijk om onder de opdrachten van de kapitein uit te komen. Uiteindelijk gebeuren er de meest afschuwelijke dingen met de slaven. Cornelis kan het niet langer aanzien.


En dan is er nog Emily, die met haar wrede vader op een rietsuikerplantage in Jamaica woont. Zij vindt het vreselijk hoe haar vader met de slaven omgaat, maar hoe meer ze protesteert en de slaven probeert te helpen, hoe kwader haar vader wordt. Uiteindelijk stuurt hij haar terug naar Engeland, maar een dreigende storm verandert alles.


Het leven van Yao, Cornelis en Emily heeft raakvlakken, allen hebben moeite met de manier waarop met de slaven omgegaan wordt. Van Yao is dat begrijpelijk maar Cornelis beseft en begrijpt langzamerhand wat zijn vader hem altijd leerde. Cornelis wordt geconfronteerd met datgene waardoor hij met een kwaad hoofd van huis wegliep. Uiteindelijk verandert van alle drie (en Máanu) het leven drastisch.


Dit boek is genomineerd voor de Thea Beckmanprijs 2019 en dat is goed voor te stellen. Het is spannend, het is gebaseerd op een historisch gegevens - de slavenhandel en de oorlog met Groot-Brittanië - En ondanks dat het fictie is, kun je dankzij dit verhaal goed begrijpen hoe het voor de slaven was en hoe onmenselijk zij behandeld werden door de blanken. Ze werden niet gezien als mensen. Zelfs Cornelis moest wennen aan het feit dat een slaaf huilde, net als hij!
Indrukwekkend verhaal.

ISBN 9789044833201 | Hardcover | 365 pagina's | Clavis | oktober 2018 | Vanaf 13 jaar

© Dettie, 22 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Nooit meer thuis
Martine Letterie


De titel kun je letterlijk nemen. Vanaf het moment dat Lily aan boord van het schip stapte en staande op het dek Indië ziet verdwijnen is haar thuis verdwenen. Er was voor haar al heel veel veranderd sinds de Japanners in 1942 Indië binnenvielen en Lily met haar moeder en zus Joyce naar het (Jappen)kamp werden gebracht waar ze als krijgsgevangenen verbleven. Daar kregen ze erg weinig eten en de omstandigheden waren erbarmelijk. De drie gezinsleden woonden in een hutje met 'tante' Betty, want elke hut moest bewoond worden door vier personen.


Indië was destijds nog een kolonie van Nederland. Lily's vader was officier bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) en vocht aan Nederlandse zijde tegen de Japanners. Al de jaren dat de drie vrouwen in het kamp zaten, wisten ze niet of hun man en vader nog leefde. Gelukkig wel!
Maar nadat de Japanners verdreven zijn, blijkt dat de oorspronkelijke bewoners van Indië ook de Nederlandse overheersing liever kwijt dan rijk zijn, de strijd is dus nog niet klaar en uiteindelijk worden de Nederlanders uit Indië verdreven en moet het hele gezin vertrekken uit het mooie land dat ze zo lief hebben.


Voor de oorlog was het leven goed, het gezin leidde een luxe leventje, ze leefden in een groot huis en er waren veel bediendes voor het huishoudelijke werk, er was eveneens een kindermeisje en natuurlijk kokkie, die de heerlijkste maaltijden bereidde. Maar hoe anders is het leven in Nederland waar het gezin op één kamer in Den Haag moet inwonen bij een hospita die ook - voor veel geld - de onsmakelijke, zeer karige maaltijden verzorgd. Tot overmaat van ramp wordt vader vanwege zijn ziekte, tbc, opgenomen in een sanatorium in Katwijk aan zee. Moeder ondergaat het allemaal apathisch maar Lily en Joyce komen af en toe in opstand, zeker als ze kleren 'kopen' die uit het jaar nul zijn.


Bovendien was er weinig begrip voor de mensen uit Nederlandse Indië (het huidige Indonesië). De mensen in Nederland hadden geen weet van de heftige strijd die gevoerd was tegen de Japanners en het akelige, zware leven in de latere Jappenkampen. 


De reis naar Nederland en de latere gebeurtenissen worden bekeken door de ogen van de twaalfjarige Lily. Martine Letterie heeft wel vaker een kind historische  gebeurtenissen laten ondergaan of vertellen, dat waren vaak levendige en beetje spannende verhalen. Martine Letterie blijft in haar verhalen ook altijd dicht bij de gebeurtenissen die werkelijk hebben plaatsgevonden wat vaak iets extra's geeft. Maar toch sleepte het verhaal me dit keer niet mee. De gebeurtenissen werden naar mijn gevoel teveel op afstand verteld. Het is meer een geschiedenis'les' in verhaalvorm dan een verhaal over een meisje dat de gevolgen van de gewelddadigheden in Indië meemaakt.


De geschiedkundige gebeurtenissen hebben de overhand waardoor het verhaal een beetje statisch wordt. Het wordt eerder een opsomming buiten het leven van het meisje om. De impact wat de gewelddadigheden en verdere verloop van het verzet gehad heeft op het meisje en de rest van het gezin komt niet goed over. Dat is jammer.
Ook het jongetje Bennie, die opgegroeid is in een minder rijk gezin bungelt er een beetje bij. Je voelt dat hij de functie heeft om de geschiedenis van de minder bedeelden te vertellen maar het wordt net als Lily geen kind waar je mee meeleeft. 


Het mysterieuze leven ofwel de geestenwereld die volgens velen zo vaak naar voren treedt in Indonesië, komt eveneens voor in dit boek maar komt niet goed uit de verf. Het voelt allemaal als los zand. Alles wordt wel verteld, genoemd en aangeraakt maar een echt vloeiend verhaal wil het maar niet worden.

Kortom, het boek stelde me lichtelijk teleur.


ISBN 9789025873028 | hardcover | 176 pagina's | Uitgeverij Leopold | september 2017
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Dettie, 5 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Hendrick, de Hollandsche indiaan
Bianca Mastenbroek


Een Hollandse Indiaan! Dat moet een bijzonder verhaal zijn. En dat is het dan ook.


Eind zeventiende eeuw waren er al een aantal Nederlanders naar het pas ontdekte Amerika getrokken, waar het er heel anders uitzag dan nu! Geen sprake van dichtbevolkte steden en industrie! Het was een uitgestrekt platteland waar echter al mensen woonden: de Indianen.


Bianca Mastenbroek vertelt in dit boek over de hoogmoed van de blanke mens, die zichzelf beter waant dan degene die er anders uitziet. Niet alleen voor de zwarte mens gold dat, maar ook de roodhuiden hebben zwaar geleden onder de blanke overheersing.
Eigenlijk is het onvoorstelbaar: deze eerste pioniers waren goedgelovige christenen, die toch echt leerden dat ze hun naaste lief moesten hebben. Maar iemand met een andere kleur, dat was in hun ogen geen naaste.


De zestienjarige Hendrick Pels, onze hoofdpersoon heeft dezelfde mening. Hij weet niet beter dan indianen zijn minderwaardig, het zijn wilden. En zij, de nieuwe bewoners van Amerika, hadden het volste recht hen te bestrijden, te bedriegen, te doden en het vruchtbare land dat de indianen bewerkten van hen af te nemen. Dan wordt Hendrick gevangen genomen door een stam Esopus-indianen. Hoewel hij vrij is om te gaan en staan waar hij wil, weet hij dat ze hem in de gaten houden en dat hij absoluut niet opgewassen is tegen zo’n snelle, lichtvoetige indiaan. Hij zou binnen de kortste keren weer teruggehaald zijn, zeker nu de lange winter er aan komt. Dus maakt hij er maar het beste van, probeert in ieder geval snel de taal te leren, want dan kan hij als hij weer thuis is tolken, en zal zijn vader trots op hem zijn!
Maar wat de lezer vanaf het begin weet: hij voelt zich steeds beter bij de indianen, hun levenswijze en filosofie bevalt hem uitermate. Deze mensen zijn helemaal niet wild, zij denken alleen anders.
En langzaam wordt hij die Hollandse indiaan…


Voor een jonge lezer is het best een kluif: het verhaal is geschreven is een goed lopende verteltrant, volle zinnen, het tegendeel van de popiejopiestijl waar kinderen helaas steeds meer aan gewend raken. Als Hendrick eenmaal bij de indianen is leert hij de taal en staan er veel indianenwoorden in de tekst. Ook de overpeinzingen van de jongen als hij hetgeen hij geleerd heeft vergelijkt met hetgeen hij ziet, kunnen lastig zijn, omdat het religieuze verkondigingen tegenover sociaal-maatschappelijke feiten zet, vereenvoudigd natuurlijk, omdat Hendrick een kind is. En natuurlijk ziet hij ook dat er goede mensen bij de blanken zijn, en slechte bij de indianen. Een mens is maar een mens in feite. Maar de figuur Hendrick spreekt vast en zeker aan, nog meer als je leest dat hij echt bestaan heeft! De Hollandsche Indiaan is namelijk gebaseerd op ware gebeurtenissen. En Bianca Mastenbroek heeft er een spannend verhaal van gemaakt, met veel actie.
Dit moest allemaal in dit ene boek, vandaar dat het best een dikke pil is, maar absoluut de moeite waard!


De omslag is van JeRoen Murré. Voor- en achterin landkaarten van Nieuw-Nederland. Bij de ‘Verantwoording’ achter in het boek staan nog meer landkaarten en afbeeldingen.


ISBN 9789051166279 | hardcover | 378 pagina's | Uitgeverij de Vier Windstreken | september 2017
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 15 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het kompas
Joyce Pool


1950
In het eerste deel van dit waargebeurde bijzondere verhaal maken we kennis met Davey, een jonge scout van zestien jaar, woonachtig in Mortlake een buitenwijk van Londen, gelegen aan de zuidelijke oever van de Theems. De Tweede Wereldoorlog is net voorbij. Het land is volop bezig de opgelopen oorlogsschade te herstellen.


De jongens van de seascoutgroep missen het avontuur van de oorlog diep in hun hart wel een beetje. Maar gelukkig worden er avontuurlijke reisjes georganiseerd en Davey kan niet wachten tot hij kan vertrekken met de andere negen jongens. Ze gaan het kanaal oversteken, naar Calais, met de whaler (een walvisvaarderssloep) de Wangle III. Davey is blij dat zijn altijd vrolijke, grote vriend Brian, ook mee gaat. Maar Davey heeft de laatste tijd van die rare steken in zijn buik. Natuurlijk vertelt hij dat niet aan zijn moeder, zodirekt mag hij niet mee! Maar de pijn kan hij niet langer maskeren en na een bezoek aan de dokter is het een feit. Davey kan niet mee.
Met een bezwaard hart zwaait hij de jongens uit. Niet wetende dat het de laatste keer is dat hij ze ziet...


Een week later wacht hij zijn vriend en scoutingmaatjes op. Maar al wat er komt, geen Wangle III. En een week later nog steeds niet. De onzekerheid over het lot van de jongens is vreselijk. Iedereen verzamelt zich in het clubhuis. Davey wil eigenlijk alleen maar aan de oever van het 'strandje' zitten, turend en kijkend naar het water, want misschien... Helaas is het vergeefse hoop.


Er komen berichten uit Duitsland en Nederland dat er lichamen zijn gevonden. Zes in totaal. Er volgt een hoop geregel om de lichamen bij elkaar te brengen. Ze zullen begraven worden op Texel. Geld om de lichamen thuis te brengen is er niet. Zo vlak na de oorlog heeft niemand geld. Dat is een hard gelach voor de familie en vrienden, maar er is niets aan te doen. Het verdriet is groot bij iedereen en voor Davey in het bijzonder... Als hij geen buikpijn had gehad dan was hij nu ook...
Dat besef is zwaar en moeilijk. Het enige wat Davey nog heeft is het kompas van Brian, die nog van Brians opa was geweest. Davey moest er op passen...


Het verhaal over de onfortuinlijke reis van de Wangle III is op verzoek van Annemarie Witte van Scouting Texel geschreven. Zij vertelde over de tragische gebeurtenis van de Engelse seascouts en de uiteindelijke begrafenis op Texel. Annemarie zegt vervolgens: 'Onze groep verzorgt het graf, maar het vergaan van de Wangle III is nu zo lang geleden. Het wordt steeds lastiger om aan de kinderen uit te leggen waarom wij dat doen. Zou jij in twee korte verhalen iets van de geschiedenis kunnen beschrijven?'
Aangezien Joyce Pool zelf op Texel woont, kende ze het graf wel, maar niet het verhaal erbij. Ze is echter onmiddellijk geïnteresseerd.
En zo is het idee voor het boek 'Het kompas' ontstaan.


In het eerste verhaal heeft Joyce Pool zich op ontroerende en aangrijpende wijze ingeleefd in de bewoners van Mortlake, zij geeft weer hoe dit akelige ongeluk voor die mensen geweest moet zijn. Het gefingeerde personage Davey is de vertolker van al deze gevoelens. Dat heeft Joyce Pool erg integer en stijlvol gedaan.


In het tweede deel wordt door Joyce Pool en haar man, journalist Pip Bernard, verslag gedaan van de research zelf. Natuurlijk bezoeken ze Mortlake, ook spreken ze familie en vrienden van de omgekomen jongens en de enige volwassen man die er bij was. Maar dat is niet het enige, ze bezoeken vele archieven, zelfs Scotland Yard, om zoveel mogelijk de waarheid achter de gebeurtenis te achterhalen. Het is een gedegen onderzoek en vermoedelijk is er niet veel méér te vinden dan dit echtpaar heeft achterhaald.


De zoektocht wordt in duidelijke taal verteld en is voorzien van vele foto's, ook van de jongens die op de boot zaten. De hoofdstukken wordt o.a. vanuit vindplaatsen van de lichamen besproken. Voorafgaand aan de te lezen tekst zien we prachtige luchtfoto's van o.a. de eilanden Texel, Terschelling en het Duitse Amrum. Ook zijn er foto's van de indrukwekkende begrafenis en delen van de kleding van de jongens. Apart is het in het Frans geschreven briefje dat niet door het water aangetast is. Het geheel, verhaal 1 en 2 maken het verhaal helemaal compleet.


Al met al is het een indrukwekkend boek dat duidelijk zijn impact zal hebben op jonge lezers.


ISBN 9789047708643 | Hardcover | 215 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | juni 2018
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Dettie, 13 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER