Pascal Mercier

Nachttrein naar Lissabon


Raimund Gregorius (57) is een man op wie je de klok gelijk kunt zetten. Een man waar je van op aan kunt, zelfs wat betreft zijn kennis. Want hij beheerst de talen Grieks, Latijn en Hebreeuws tot in de perfectie. Maar hij heeft nooit iets meer dan dat gewild: alleen maar 'goed' zijn, hij heeft geen ambities en heeft een hekel aan gewichtigdoenerij. Hij geeft les aan een gymnasium, en hoewel hij dat niet beseft: zijn leerlingen zijn dol op hun "Mundus".
Als dit verhaal begint ziet Gregorius op de Kirchenfeldtbrucke in Bern een vrouw een brief lezen, die verfrommelen en in het water gooien. Ze is duidelijk van slag, en Gregorius loopt op haar af. Ze zal toch niet springen? Maar ze pakt een viltstift en schrijft iets op zijn voorhoofd... Bedenkt dan hoe raar dat is, en schrijft hetzelfde, een telefoonnummer, op haar hand. Ze poetst Gregorius schoon. Intussen zijn ze drijfnat geregend, en Gregorius neemt haar mee naar zijn school, waar hij haar na het afdrogen in zijn klas laat plaatsnemen.
"wat is uw nationaliteit?" heeft hij gevraagd, want Duits was ze duidelijk niet. "Portugues", was het antwoord, en vanaf dat moment is hij van slag. Is het haar stem? Is het het woord? Hij weet het niet, maar als ze verdwenen is, probeert hij tevergeefs les te geven zoals hij dat altijd deed. En dan ineens staat hij op, pakt zijn nog natte jas, loopt het lokaal uit, loopt de school uit..
Natuurlijk is de vrouw weg, maar hij zoekt haar ook niet echt. Hij loopt door Bern, en komt als vanzelf in de boekhandel terecht, waar hij altijd zijn boeken met oude talen koopt. Nu wordt zijn aandacht getrokken door een Portugees boekje van ene Amadeu Inacio de Almeida Prado. Het heet "um ourives das palavras" (een goudsmid van woorden).
De boekhandelaar vertaalt een stuk tekst. In het boek staan Prado's gedachten, zijn overdenkingen over het leven, filosofische stukjes, die hem bezighielden en gaan bezighouden. Hij komt thuis met een woordenboek en een taalcursus, en tenslotte neemt hij de nachttrein naar Lissabon.
En dan volgt pas het eigenlijke verhaal. Pagina's lang houdt Mercier je in zijn ban...
Mundus' zoektocht naar de inmiddels overleden Prado brengt hem in contact met de mensen met wie hij te maken had: zussen, vriendinnen, vrienden. Stukje bij beetje ontrafelt Gregorius het leven van de man met wie hij zich zo verbonden voelt.


Het is een brok literatuur die je langzaam tot je moet nemen, een fantastisch avontuur ten tijde van de dictatuur van Salazar, wiens regime omver geworpen werd tijdens de anjerrevolutie. Maar vooral de vragen die Pascal Mercier opwerpt zetten je aan het denken: kunnen wij zelf ons lot in handen nemen? Waarom doe ik wat ik doe? Kunnen we een ander kennen? Kennen we onszelf wel?
Liefde, trouw, verraad, eenzaamheid... en nog veel meer. Een prachtig boek!


Paperback | 414 Pagina's | Wereldbibliotheek ISBN: 9028421017 vertaling Gerda Meijerink

© Marjo, mei 2007

Zie ook recensie Volkskrant

Lees de reacties, klik hier! 

 

Perlmann’s zwijgen


De Zwitserse schrijver Pascal Mercier (pseudoniem van de hoogleraar in de filosofie aan de universiteit van Bern, Peter Bieri) is in Nederland vooral bekend door zijn bestseller Nachttrein naar Lissabon. Ook zijn roman De Pianostemmer, die ik eerder op deze site besproken heb, is in Nederland zeer goed ontvangen.
Van een heel ander genre, maar zeker niet minder van kwaliteit en spanning is zijn allereerste roman, Perlmann’s zwijgen, al geschreven in 1995. Bij het lezen van deze vaak zeer spannende roman nam mijn bewondering voor deze schrijver steeds meer toe omdat hij zo zorgvuldig, zelfs minutieus, de gebeurtenissen maar vooral ook de gedachten van de hoofdpersoon onder woorden brengt.


De hoofdpersoon, Perlmann, is in deze roman hoogleraar taalwetenschap te Berlijn. Door een manager van Olivetti wordt hem verzocht een wetenschappelijke bijeenkomst te organiseren in een kustplaats bij Genua, waarvoor hijzelf de deelnemers mag uitnodigen. Het wordt een select en opmerkelijk gezelschap dat we gedurende de ruime maand die het seminar duurt ruimschoots leren kennen. Maar het gaat vooral om de nogal egocentrische Perlmann, een hoog aangeschreven taalwetenschapper die zowel in een persoonlijke als wetenschappelijke crisis verkeert. De persoonlijke crisis omdat hij nog geen jaar geleden zijn vrouw verloor door een verkeersongeluk, de andere omdat hij sterk is gaan twijfelen aan de waarde en zin van zijn wetenschappelijke werk. Van moment tot moment volgen we zijn daden en gedachten, zelfs zijn dromen. De crisis verhindert Perlmann zijn wetenschappelijke bijdrage aan het congres tijdig op papier te zetten. Door dit steeds voor zich uit te schuiven en zijn tijd door allerlei escapades te verspillen, psychologisch boeiend door Mercier beschreven, wordt zijn tijdnood zo groot dat hij door de toenemende spanning vreemde dingen gaat doen die hem in steeds grotere moeilijkheden brengen.
Tenslotte pleegt hij bijna plagiaat en bereidt zelfs een moord voor, die hij in zijn wanhoop als onvermijdelijk beschouwt met als motief slechts het verlies aan prestige dat hij zal lijden bij degenen die hem kennen. Door het toeval komt hij in een bijna onoplosbare situatie, maar hetzelfde toeval redt hem, in de zeer verrassende gedaante van een voetbaldoelpunt.
De plot is ongelooflijk spannend beschreven. Meer zal ik hierover niet onthullen. Toen ik dacht dat de spanning geweken was keerde deze in een verhevigde vorm weer terug. In het boek worden de relaties die Perlmann heeft met zijn dochter, een oude vriendin en de nieuwe contacten die hij tijdens het congres opdoet op intrigerende wijze beschreven. Het is geen man waar je sympathie voor krijgt maar zijn persoonlijkheid blijft boeien door zijn eerlijke gedachten en het hier tegenover staande oneerlijke optreden tegen zowat iedereen. Het boek geeft ook enig inzicht over de onderwerpen waarmee taalwetenschap zich bezig houdt zoals de herinnering en de tegenwoordigheid.
Op bladzijde 553 staat de volgende overweging van Perlmann:
“Langzamerhand begon hij te vermoeden dat hij tientallen jaren met de verkeerde voorstelling had geleefd. Het was helemaal niet waar dat afbakening betekende jezelf af te schermen en op te sluiten in een innerlijke vesting. Waar het om ging was heel iets anders: dat je, als de anderen het te weten kwamen onbevreesd en rustig stond voor wat je was, diep in jezelf. En het kwam Perlmann voor alsof dit inzicht ook de sleutel was tot de tegenwoordigheid waarnaar hij zo verlangde, maar die altijd zo ongrijpbaar en vluchtig was gebleven, als een luchtspiegeling”.
Als Perlmann, waarvan ik steeds meer denk dat hij het alter ego van Pierre Bieri is, dit zo’n dertig jaar eerder als levensmotto had aangenomen en toegepast zou dit boek nooit geschreven zijn. Ofschoon bij mij de vraag rijst of de sleutel tot de tegenwoordigheid, zeg maar tot je zelfbewustzijn en zelfkennis, zomaar voor iedereen beschikbaar is of afdoende gebruikt kan worden bij alles wat je denkt, zegt en doet.
Perlmann’s zwijgen is een boek met veel psychologische en filosofische diepgang, met meesterlijke beschrijvingen van gedachten en confrontaties en met veel spanning. Iedereen die niet te lui is voor een boek van 623 bladzijden moet dit lezen!


Paperback | 623 Pagina's | Wereldbibliotheek ISBN10: 9028421874 | ISBN13: 9789028421875 Vertaald door Gerda Meijerink

© PieterW, augustus 2008

Reageren? Klik hier!


 

De pianostemmer


Pascal Mercier heeft met zijn prachtige roman Nachttrein naar Lissabon een bestseller gescoord. Daardoor is hij in Nederland sterk in de belangstelling gekomen en is zijn roman “De pianostemmer” dit jaar in het Nederlands uitgekomen in de mooie vertaling van Gerda Meijerink.
In een interview in de Volkskrant begin dit jaar verklaarde Mercier: “Wie de pathetiek en sentimentaliteit veroordeelt is een cynicus”. In Nachttrein was vooral de pathetiek ruimschoots aanwezig maar dat bleek geen enkel bezwaar om een geweldig boek op te leveren.


Het intrigerende verhaal in “De pianostemmer” speelt zich af in de opera- en balletwereld, een omgeving die zich bij uitstek leent voor de pathetische en sentimentele overdrijving. Maar dit heeft me in deze roman nauwelijks gestoord. Vooral het begin van de roman is erg sterk.
Broer en zus Patrice en Patricia, een tweeling, besluiten op 19-jarige leeftijd uit elkaar te gaan omdat hun verhouding zo hecht is geworden dat ze vrezen nooit meer van elkaar los te zullen komen als ze niet radicaal met elkaar breken. Het is zelfs zover gekomen dat het tot de ultieme liefdesdaad is gekomen. De ouders wonen in Berlijn en Patrice en Patricia komen respectievelijk in Chili en Parijs terecht waar ze voor het eerst volkomen op zichzelf aangewezen hun weg moeten weten te vinden. Na zes jaar scheiding besluiten ze elkaar schriftelijk te vertellen hoe ze hun leven vanaf hun jeugd hebben beleefd om volkomen eerlijk tegenover elkaar te kunnen staan.
Een schitterend gegeven dat meesterlijk is uitgewerkt.


In het begin wordt de wederzijdse liefde tussen beiden door henzelf meeslepend beschreven. In deze bekentenissen komen hun ouders tenslotte als de belangrijkste hoofdpersonen naar voren. De pianostemmer blijkt een ambitieuze operacomponist die zijn composities maar niet gesleten kan krijgen en zijn vroeger zeer knappe vrouw stond voor een veelbelovende balletcarrière tot ze een ongeluk kreeg door toedoen van een operazanger, die ook een cruciale rol in het boek zal krijgen. Er zijn veel drama, sentiment en intrige in de roman te vinden en het boeit van begin tot einde. Door het verhaal van twee kanten te horen is het dramatisch effect erg sterk. Naast de ouders verschijnen veel boeiende nevenfiguren op het toneel waardoor de schrijver de gelegenheid krijgt het leven in verschillende sociale milieus te beschrijven, zonder de verhaallijn geweld aan te doen. Wel valt op dat er veel toevalligheden in het verhaal voorkomen maar iedereen die zijn eigen leven beziet kan niet ontkennen dat die in elk leven een zeer grote rol spelen.
Een roman over liefde en te hoog opgeschroefde ambities; het lukt de hoofdpersonen niet die ambities te relativeren waardoor de roman voor de ouders een tragisch einde krijgt. Gelukkig zijn broer en zus wel in staat tot die relativering waardoor hun verdere leven optimistisch tegemoet kan worden gezien.
Op dit moment heb ik een derde roman van Mercier in huis, “Perlmann’s zwijgen” en ik verheug me er weer op die te gaan lezen.


Paperback | 447 Pagina's | Wereldbibliotheek 2008 ISBN10: 9028422366 | ISBN13: 9789028422360 Vertaald door Gerda Meijerink

© PieterW, juni 2008

Reageren? Klik hier!