Boekenarchief W-X-Y-Z

Olivier Willemsen

altMorgen komt Liesbeth
Olivier Willemsen


‘Vader had ons ooit twee foto’s van een boot laten zien. Een van de witte zijkant met kleine ronde ramen onderin, en aan van de achterkant met daarop een mooie vlag. Hij had geen foto’s van de voorkant gemaakt, want de zon stond die dag verkeerd. De foto’s van de boot bewaarde hij, net als al zijn andere beelden, in zijn fotomappen. Hij bladerde vaak met ons door die albums. Zo liet hij ons de wereld zien. ‘Wie wil er vandaag de wereld zien?’ riep hij dan en voor we het wisten zaten we bij hem op schoot. Bij elke foto vertelde vader een kort verhaal.’


Een romantisch liefdevol verhaaltje. Want straalt er geen liefde uit? Van de vader naar de zoons? Een liefde die beantwoord werd, een gelukkig gezin dus. Niets is minder waar.  Het gaat verder:


‘We mochten zijn mappen nooit alleen doorbladeren. Behalve het album met de dieren. Dat album, ons lievelingsalbum, mochten we zonder hem inkijken, en dat deden we elke dag. Vader heeft ze allemaal meegenomen. De fotomappen zijn samen met hem de wereld in verdwenen.’


Er waren beperkingen aan de liefde. En nu is alles weg. Vader is weg. De foto’s zijn weg.
En eigenlijk weet de lezer helemaal niets van de situatie. ‘Wij’ is de verteller, er is sprake van een meervoud, maar nooit wordt verteld wie die wij dan zijn. Het is niet eens bekend of het jongens zijn. Alleen maar ‘wij’.  Zij zien de buitenwereld alleen door het raam. Ze kunnen niet naar buiten? Of willen ze niet naar buiten? De telefoon mogen ze niet opnemen, dus  buiten’ zal ook wel verboden zijn. Maar waarom dan?


Buiten is waar de Gürtel is, waar sneeuw ligt en de tram rijdt. En waar Liesbeth aan zal komen, want die komt morgen. Misschien eerder, maar reken er maar niet op, heeft ze gezegd. Maar als ze er is, zullen ze zuurkool krijgen en verdwijnen die spijkers uit hun maag. Want ze hebben niets te eten, nog twee pepermuntjes hebben ze. ‘ honger met een frisse adem.’ En beneden op straat draait dat spit rond, met vier kippen erin. Als ze er is, dan zullen ze foto’s van haar maken en overal ophangen. Morgen komt Liesbeth.


De jongens verheugen zich, maar ze hadden haar beter niet binnen kunnen laten, want ze brengt onheil met zich mee. Het verhaal dat volgt speelt zich af in de jaren vijftig van de vorige eeuw, in Wenen en Boedapest.Veel meer feiten zijn er niet, althans niets waar de lezer zich aan vast kan houden. Hoe oud zijn de jongens die vertellen? Aan de ene kant lijken ze naïef, wereldvreemd - niet gek als je nooit buiten komt - maar aan de andere kant zijn ze zo wijs, hanteren ze een volwassen taal. Begrijpen wat er gebeurt, dat doen ze niet. Zodat het voor de lezer ook gissen blijft, hoe het precies zit, maar we hebben wel meer kennis van de boze wereld.
Het verhaal heeft een boosaardig sfeertje, als ‘de grimmige sprookjes waar ze zo van hielden’.


Het is een debuut dat je niet zomaar vergeet, al is het maar om de vreemde strekking van het verhaal. Olivier Willemsen heeft een bizarre fantasie, en houdt er van zijn lezers in het diepe te gooien. Maar schrijven kan hij zeker!


Olivier Willemsen (1980) groeide op aan een sloot in het dorpje Haps nabij de grens met Duitsland. Hij woont in Amsterdam, schrijft verhalen en artikelen, en werkte in het verleden o.a. als tekstschrijver & columnist voor kunst- en debatcentrum De Balie, en voor de Tolhuistuin.


ISBN  9789076174419 | Paperback | 117 pagina's | Uitgeverij Harmonie| september 2014

© Marjo, 11 april 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER