Boekenarchief B

Niek Bremen

Bang voor de liefde
Niek Bremen

‘Ik vraag mij af,’ zei ik, ‘waarom ik de plank missla in de ogen van mijn ouders. Waarom treitert en pest mijn vader mij voortdurend zonder enige aanleiding?’


Andreas van Hechtel, de zevenenveertigjarige ik-verteller van dit boek, is naar Texel gegaan om op advies van een psychiater op papier te zetten wat hem dwars zit. ‘vertrouw de narigheid aan papier toe en steek het in de fik.’ zei die.


Andreas' jeugd heeft hem opgezadeld met het onvermogen zich te uiten, iets waar zijn vriendinnen op afknappen. Dit is waar de titel vandaan komt natuurlijk, maar dat is enigszins misleidend. Als Andreas zijn ‘memoires’ op gaat schrijven, wordt het verhaal veel meer om een zoektocht naar identiteit. Een deel van wie je bent is natuurlijk wel bepalend voor de mate waarin je kunt liefhebben, of aanvaarden dat men je liefheeft, maar het is niet alles. Dus ook niet in deze roman.


Andreas groeide op als zoon van een Duits echtpaar. Dat dacht hij tenminste. Bij hen opgroeien deed hij wel, maar hun zoon was hij niet, ontdekte hij toen zijn ouders overleden waren. Zijn vader was een sadist, en zijn moeder, die als een huisslaaf behandeld werd door haar man, reageerde zich af op de jongen. Ook de huishoudster was niet aardig tegen hem.
Als het hem eenmaal gelukt is uit de invloedssfeer van zijn ouders weg te komen, probeert hij zijn eigen leven op te bouwen. Maar waarom lukt het hem niet, een leven te leiden zoals de meeste mensen dat lijken te doen?


Andreas wil weten wie hij is, nadat hij de ontdekking heeft gedaan dat zijn jeugd een leugen was. Iemand die niet goed met zijn ouders overweg kan, wil graag denken dat hij een koekoekskind is. Als blijkt dat Andreas dat ook echt is, staat hij voor de keuze: de schier onmogelijke zoektocht naar wat zijn echte wortels dan zijn, of zich erbij neerleggen, accepteren dat hij ‘gewoon’ Andreas is, gevormd door zijn jeugd. Daar heeft hij hulp bij nodig. Hij begeeft zich naar het FIOM (instelling die zich bezig houdt met afstammingsvragen).


‘Theehuis rook naar sigaretten.
In de spreekkamer trok hij een elastiekje van mijn verborgen verleden. Met zijn dikke vingers testte hij de trekkracht van de gummi.
‘Heeft u nog informatie kunnen achterhalen?’
>‘Neen, ik ben onterfd en mijn tante is in een verpleeghuis opgenomen.’
Het elastiekje knapte.
‘Het onderzoek heeft geen nieuwe gegevens aan het licht gebracht. Waarschijnlijk een illegale adoptie. Het is afschuwelijk om niet te weten waar je vandaan komt en bij wie je hoort. Wilt u psychische hulp?’
Ik heb mijn streepjespak al uitgetrokken,’ zei ik, ‘en dat voelde als een bevrijding.’


Wat misschien beter werkt dan het opschrijven van zijn herinneringen, is het leven dat hem op Texel wacht. Zijn huisbaas en diens broer, met ieder een absurde levensstijl, de uitbaatsters van het plaatselijk café, Andreas ondergaat het allemaal, zoals hij altijd alles onderging. Als dan ook nog Maurits, zijn jeugdvriend, naar Texel komt met zijn eigen sores, en het leven een andere wending neemt, moet Andreas een besluit nemen.
En hij schrijft het allemaal op.


Het is wat wij lezen. Absoluut geen zware kost, Bremen schrijft in een frisse stijl met lichte ironie. Er is een afwisseling van heden en verleden, flashbacks en het enigszins bizarre leven op Texel door elkaar, met humor op zijn tijd en een vraag voor wie dat wil. Want wie zijn wij nu eigenlijk?


Niek Bremen (1947) publiceerde in meerdere verhalenbundels, zoals 24 verhalen (2013), Onveranderd Anders (2015), Wilde flora (2016), Uit & Thuis In Sittard (2018) en in het literair tijdschrift Extaze (2018).
Bang voor de liefde is zijn veelbelovende debuutroman.


ISBN 9789062657490 | Paperback | 264 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | april 2019

© Marjo, 29 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER