Warhorse
Michael Morpurgo
Dit verhaal gaat over een paard. Een bijzonder paard uit de Eerste Wereldoorlog. In de oorlog werden paarden nog volop ingezet, bij de cavalerie – de basisfunctie -, bij de infirmerie – de gewonden achter het front brengen -, en ook bij de artillerie,- kanonnen en munitiekarren trekken.
In een oude school in Engeland hangt een schilderij van een paard, Joey. ‘geschilderd door Kapitein James Nicholls, najaar 1914.’ staat erop. Michael Morpurgo vertelt het verhaal van dat paard zoals het geweest zou kunnen zijn.
Als veulen komt het paard terecht bij Albert. Eigenlijk bij diens vader, die al spijt heeft van de opwelling het beest te kopen. Maar Albert is gelukkig: hij heeft een eigen paard! Joey krijgt de ideale verzorging: voldoende eten, goede verzorging, en vriendschap. Er ontstaat ene speciale band tussen het paard en de jongen. Maar dan breekt de oorlog uit. Weer is zijn vader aan zet: hij verkoopt Joey aan het leger. Albert is pas vijftien, er is geen sprake van dat hij mee mag om zijn paard te verzorgen.
Daar gaat Joey: de oorlog in, Kapitein Nicholls is zijn berijder, hij krijgt een kameraad, Topthorn.
Tijdens een gevecht belandt hij in het niemandsland, en in paniek neemt hij een sprong over het prikkeldraad: hij is aan de Duitse kant. Ook daar ondervindt hij slechte, maar ook goede dingen, en vindt er een nieuwe verzorgster: Emilie.
Maar zijn avonturen zijn nog niet ten einde, opnieuw geraakt hij in de Engelse linies, en vindt daar tot beider grote geluk Albert terug.
‘Ik zeg niet dat die mannen wreed waren, maar het leek wel of ze in de greep van hun angst waren en niet anders konden, of er geen plaats meer was in hun leven voor een vriendelijk woord of medeleven – niet voor elkaar en niet voor ons.’
Het verhaal wordt verteld door het paard Joey, hetgeen een apart tintje aan het verhaal geeft. Hij krijgt een menselijke stem en reageert op wat er gebeurt deels als paard, maar natuurlijk voor het verhaal ook met menselijke trekjes. Het stoort niet, het maakt het verhaal des te tragischer, en emotioneler.
De lezer leeft mee met alles wat Joey overkomt, overziet de ellende van de loopgravenoorlog, het verdriet om de gesneuvelden, hoort de twijfel van de soldaten aan beide kanten, maar ondergaat vooral de verbondenheid tussen mens en dier. Het sentiment druipt er van af, en dat zal in de verfilming die er dit jaar aankomt nog sterker het geval zijn, vooral in de scene als Albert en Joey elkaar weer ontmoeten en Albert dat niet door heeft - maar soms is er niets tegen een beetje emotie.
Dit boek is eerder verschenen in 1993 onder de titel 'Oorlogspaard' bij uitgeverij Ploegsma. Dit is een hernieuwde filmeditie, met op de omslag de filmposter.
ISBN 9789078345336 | hardcover| 146 pagina's | Baeckens Books | februari 2011
Vertaald uit het Engels door Henriëtte Gorthuis. Vanaf 10 jaar
© Marjo 11 september 2011
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Alleen op zee
Michael Morpurgo
Dit boek wordt geschaard onder de kinderboeken maar menig boek voor volwassenen kan niet tippen aan dit boek. Het is eerder een leefijdloos boek, geschikt van 10 tot 100 jaar.
De zesjarige Arthur Hobhouse is een weeskind en wordt, zoals zoveel Britse weeskinderen, na de Tweede Wereldoorlog op een boot naar Australië gezet. Het enige wat Arthur zich herinnert is dat hij waarschijnlijk uit Bermondsey, Londen komt. Om zijn nek hangt een touwtje met een sleuteltje. Vaag weet hij dat hij die van zijn zus Kitty heeft gehad, het sleuteltje is heilig voor hem, het is zijn gelukssleuteltje. Het is ook het enige wat hij nog heeft van zijn familie.
Op de boot ontmoet hij de oudere Marty, die zijn grote vriend wordt. De jongens zijn onafscheidelijk. Ook in Australië zorgt Marty er voor dat ze bij elkaar blijven. Samen met een stel andere kinderen worden zij gedropt in the middle of nowhere bij een geloofsfanaat Mr. Bacon (Piggy Bacon) die hen hel en verdoemenis toezegt bij elke ongehoorzaamheid. De kinderen worden onmenselijk behandeld, alleen Ida, de vrouw van de Mr Bacon, is hen behulpzaam voor zover zij kan. Ook zij wordt gestraft voor elke 'misdaad' die zij begaat.
Na jaren ellende weten Arthur en Marty daar weg te komen en dan breken er gelukkiger tijden aan bij een bijzondere vrouw, Megs, die de twee jongens als haar kinderen behandelt. Het is alsof ze in het paradijs zijn aangekomen. Dankzij Megs ontdekt Arthur zijn talent voor boten bouwen en zijn liefde voor zeilen. Maar kinderen worden volwassen en zullen hun eigen weg moeten zien te vinden.
Arthur gaat naar zee en later bij de marine maar na allerlei gebeurtenissen (Vietnam) stopt hij daarmee. Hij vindt het moeilijk de juiste draai te vinden. Na veel vallen en opstaan vindt hij uiteindelijk rust. Het sleuteltje heeft hij nog, weliswaar niet meer om zij nek maar wel zorgvuldig weggeborgen. Het betekent nog steeds veel voor hem. Al die tijd heeft hij ook het voornemen om naar Engeland te gaan om zijn zus te zoeken maar dat stelt hij maar uit. Totdat zijn dochter Allie samen met hem naar Engeland wil zeilen om daar te gaan zoeken naar Kitty.
Dit schitterende verhaal is opgedeeld in twee delen. Aanvankelijk wordt het verteld door Arthur en later door Allie.
Allie gebruikt allerlei huidige communicatiemiddelen om haar verhaal te vertellen, zoals satellietverbinding, automatische piloot, e-mail etc. Ook haar verhaal is schitterend, ontroerend en aangrijpend. Toch is het geen sentimenteel boek geworden. Dingen gebeurden en iedereen moest doorgaan.
Michael Morpurgo heeft zich goed weten in te leven een Arthur, een kind dat alles kwijt is en zich moet zien te redden in een nieuw land. In zijn nawoord schrijft Morpurgo, die gesprekken heeft gevoerd met mensen die als kind op de boot werden gezet naar Canada, Nieuw Zeeland of Australië o.a. het volgende:
"De vraag die de meeste voormalig jonge migranten zich het meest stellen is: "Wie ben ik?" De meesten van ons zijn op de Britse eilanden uit Britse ouders geboren. [...] Door deze ene verordening werden we beroofd van onze ouders en onze broertjes en zusjes. We werden beroofd van grootouders en verdere familieleden. We werden beroofd van onze nationaliteit, onze cultuur en ons geboorterecht. Velen van ons werden beroofd van hun familienaam en zelfs van hun geboortedatum. [...] we werden migrantenjongen nummer 'zo en zo' genoemd, of migrantenmeisje nummer 'zo en zo'.
Hartverscheurende verhalen als deze hebben mij ertoe aangezet mijn verhaal te schrijven.
Michael Morpurgo."
De oorspronkelijk titel Alone on a Wide Wide Sea is een regel uit het gedicht The Rime of The Ancient Mariner van Taylor Coleridge. Het gedicht heeft grote betekenis voor zowel Arthur als Allie.
Al met al is het een prachtig boek dat ik iedereen kan aanbevelen.
ISBN 978-90-501-6505-1 Paperback 239 pagina's | Clavis | juli 2008
Leeftijd vanaf 12 jaar Vertaald door Margot van Hummel
© Dettie, 12 september 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Alleen op zee
Michael Morpurgo
De ballade van de oude zeeman ( Coleridge) vormt een rode draad door het hele boek, en is ook de bron voor de titel: Het is de versregel die Marty het mooist vond van de hele ballade, die vierentwintig strofes kent. 'alleen op een wijde, wijde zee'
Het is een boek waarin veel verdriet zit, maar gelukkig ook geluk. Het is een boek in twee delen, verteld door verschillende personen. Het een volgt op het andere, het is redelijk chronologisch.
In het nawoord lezen we dat het verhaal gebaseerd is op een historisch feit: na de tweede wereldoorlog werden veel wezen vanuit Engeland weggebracht naar Canada, Australië of Nieuw-Zeeland. Dit was op zich goed bedoeld, ze zouden opgevangen worden door mensen die het goed met hen voor hadden, maar ook die kinderen die goed verzorgd werden, bleven met de vragen zitten: wie ben ik eigenlijk? Waar is mijn familie?
Dit is het fictieve verhaal over de jongen Arthur Hobhouse. Waar hij precies vandaan komt weet hij niet, hij heeft vage herinneringen aan een Kitty. Was ze zijn zus? Waar is ze dan nu? En waarom zijn ze uit elkaar gehaald? Later, als de herinneringen nog meer vervagen, gaat hij twijfelen. Het enige dat hij heeft is een sleuteltje, dat hij om zijn nek draagt en nooit af zal doen. Hij wordt met een aantal andere jongens op een boerderij te werk gesteld, waar de eigenaar hen onder het mom van christelijke naastenliefde de hele dag hard laat werken. Eén uur per dag zijn ze vrij, maar dat kon je ook afgenomen worden als je straf kreeg. En straf was nogal eens aan de orde: stokslagen of vrijheidsberoving...
Arthur raakt bevriend met Marty, een oudere jongen, en met een paard. Samen ontsnappen ze aan de wrede boer, en vele avonturen, goede en slechte, zullen volgen.
Het tweede verhaal is dat van de Kitty Vier, een zeilboot waarmee Allie de wereld rond vaart. Zij heeft een missie, waarbij ze net als Arthur goede avonturen beleeft, maar waarmee ook veel dingen fout gaan.
Ik vind het jammer dat Michael Morpurgo steeds weer spanning wegneemt door regelmatig een voorschotje te nemen op de afloop. Zo lees je op de eerste bladzijde al dat Arthur 65 is als hij zijn leven gaat beschrijven. Nu is dit niet zo erg, je weet hier nog steeds niet wat er verteld gaat worden, maar even vaak verklapt hij de clou al wel. Jammer. Nu denk ik dat het hem dan ook niet te doen is om het spannende avontuur, maar om de ontdekking op zich: de ontdekking van je levensdoel. Maar dan zou je dit boek vaker moeten lezen, om de finesses door te laten dringen!
ISBN 978-90-501-6505-1 Paperback 239 pagina's | Clavis | juli 2008
Leeftijd vanaf 12 jaar
© Marjo, november 2009
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER