Mechtild Borrmann

altOorlogskind
Mechtild Borrmann


In 1947 is Hamburg een puinhoop, zoals heel Duitsland eigenlijk. In de winter sterven veel mensen van honger en kou, het is een strijd om te overleven.


Dat is het ook voor de vijftienjarige Hanno Dietz, die zich de man in huis voelt. Niet dat ze echt een huis hebben; Hanno, zijn zus Wiebke en moeder Agnes proberen te overleven in de enige kamer van hun huis die na de bombardementen nog enigszins bewoonbaar is. Zijn vader is sinds 1942 vermist. Terwijl hij op zoek is naar brandhout doet Hanno een gruwelijke vondst: het beeld van het lijk dat hij aantreft in de puinhopen zal hij zijn leven lang bij zich dragen. Toch legt hij niet meteen de link met de dode vrouw als zijn zusje aan komt zetten met een verdwaasd jochie van een jaar of drie. Ze nemen hem mee, zorgen voor hem en later zal Agnes Dietz hem legaliseren als Joost Dietz.


Eerder, in 1945, speelt het verhaal van Clara Anquist en haar familie, die er net niet in slagen op tijd te vluchten voor de Russen, die hun landgoed Uckermark confisqueren. Clara’s vader wordt gevangen genomen, zijn zoon is vermist en zijn schoondochter en haar kinderen vluchten met Clara en hun kokkin Wilhelmine en haar dochter. Helaas worden enkelen van hen slachtoffer van nietsontziende Russische soldaten, en zo is het een uitgedund groepje dat probeert te ontsnappen aan de Russische overheersing. Vader Heinrich heeft connecties in Spanje, daar willen ze heen.


En dan is er de verhaallijn van 1992. Anna, getrouwd met Thomas, is de dochter van Clara. Maar die vertelt niets over het verleden, ze wordt zelfs woest als Anna toch op onderzoek uit gaat. Ze was al een drinker, nu dreigt een levercirrose. En dan verbaast het Anna als haar moeder die nooit van hulp heeft willen horen, zich nu ineens op laat nemen in een kliniek! Heeft dat iets te maken met het verleden?
Tijdens haar bezoek aan het landgoed dat ooit van de familie was, komt Anna in contact met Joost Dietz.

Drie verhaallijnen die elkaar afwisselen, en een verbijsterend verhaal onthullen. Zelfs een oude (echte) moordzaak, de Trümmermörder, speelt een rol.


Een groot deel van dit meeslepende verhaal is gebaseerd op de werkelijkheid. Ook een aantal personages heeft werkelijk geleefd. Joost Dietz bijvoorbeeld, en de familie Anquist. 


Terwijl zij hun verhaal vertelt, toont Mechtild Borrmann hoe er chaos heerste aan het einde van de oorlog, die nog lang daarna voortduurde. Het was voor velen erg moeilijk om te overleven, terwijl het voor anderen een uitgelezen kans was om bepaalde dingen te verdoezelen of onder te duiken in de losgeslagen massa.
Er zijn feiten die je als lezer aan voelt komen, maar de uiteindelijke ontknoping is onverwacht.
Het is vooral de historische waarheid die dit boek heel bijzonder maakt. Het belicht net weer een andere kant van de oorlog.


Mechtild Borrmann (Keulen, 1960) begon pas na een carrière als dans- en theaterpedagoog, gestalttherapeut en personeelsmanager met het schrijven van romans. Ze ontving voor haar eerdere werk in Duitsland al de gerenommeerde Friedrich-Glauser-Preis en de Deutscher Krimi Preis. In Frankrijk ontving ze de Grand prix des lectrices van ELLE Magazine.

ISBN 9789400508651 | hardcover | 288 pagina's | A. W. Bruna| april 2018
Vertaald uit het Duits door Olga Groenewoud

© Marjo, 10 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER