Boekenarchief T-U-V

Marten Toonder

altZaken zijn zaken
Maarten Toonder


Deze bundel bevat de verhalen: De Doffe Doffer (1954), De Zwelbast (1957), De Slijtmijt (1970).


‘Ik kom tot niets,’prevelde hij. ‘Iedereen wil mij tegenhouden als ik grote daden wil doen. Niemand gelooft, dat ik het kan en daarom kom ik tot niets, als iemand begrijpt, wat ik bedoel. Ach, als men eens wist wat er allemaal in mij leeft en bruist zou men staan te kijken! Maar ik ben omgeven door allerlei kleine figuren, die niet van mijn groot formaat houden!’


Dit is Olie B. Bommel ten voeten uit, een heer van stand, die het allemaal zo goed bedoelt, maar zich vaak erg onbegrepen voelt. Zelfs zijn kleine vriend Tom Poes werkt hem soms tegen. De arme heer ziet nooit in hoe Tom Poes hem vaak redt van onverstandige daden of hem leidt tot de juiste daad.
In het eerste verhaal gaat het om de liefde: Olie B. Bommel valt voor het nogal onbenullige nichtje van markies Cantecleer. Maar het domme wicht ziet hem niet staan als hij een mededinger krijgt in de gedaante van de grote en sterke aap Doffer. Zijn brute kracht maakt meer indruk dan de fraaie poëzie van een heer van stand.
Het tweede verhaal kende ik van de film: Bommel wordt uitgedaagd als hij in de Kleine Club praat wat neerbuigend praat over Tom Poes. Hij, Bommel dus, moet maar eens in zijn eentje naar de Zwarte Heuvels gaan en er de Zwelbasten (draken) bezoeken! Dat durft hij vast niet! Het is geen moed maar toeval dat Bommel in contact brengt met een draak, op dat moment een klein draakje, Zwelgje. Omdat hij verdwaald is, voelt hij zich nietig en krimpt. Maar zelfs Bommel schrikt er van als blijkt dat emoties hem kunnen doen groeien tot enorme afmetingen. De bewoners van Rommeldam zijn bepaald niet blij met Bommel.
Het derde verhaal is eigenlijk nog steeds actueel: het gaat over de zakenwereld. Terwijl onze vriend (‘een blok aan het been van de vooruitgang’) dol is op duurzame producten en zelfs zijn vreselijk oude autootje laat reparen in plaats van een nieuwe aan te schaffen, zijn reeds rijke zakenlui druk bezig om nog rijker te worden: er moet meer sleet in de wereld komen, dan worden er tenminste meer producten gekocht en bloeit de economie.


‘Wilt u dit wrak opknappen?’ vroeg deze schamper. ‘Denkt u er niet aan dat u consumptiebewust moet zijn en dat u uw behoeftenpakket moet vergroten om de conjunctuur omhoog te helpen?’


Cementmagnaat Steinhacker is daarom heel blij als blijkt dat zijn beton ineens erg snel slijt: dat geheim wil hij hebben. Maar Ollie B. Bommel is niet bereid tot vreemde zaken als zijn vrienden bedreigd worden. Hij heeft ze nog maar net gevonden, die vrienden: het zijn betonkevers, beestjes die cement en plastic eten en niet tegen een groene wereld kunnen.
Behalve de zakenlui hebben dan ook de ecologen het gemunt op de beestjes: die willen de insecten uitroeien natuurlijk: er moet meer groen komen.
In alle drie de avonturen speelt Tom Poes op zijn eigen bescheiden manier een rol, en natuurlijk komen we ook bediende Joost tegen. En zoals alle Ollie B. Bommelverhalen zijn ook deze deels getekend: boven aan de pagina’s staat steeds drie tekeningen in zwart-wit.
Het zijn maatschappijkritische verhalen, die eigenlijk nauwelijks aan betekenis ingeboet hebben. Nog steeds kunnen lezers er een blik werpen in de spiegel en er hun lering uit trekken.


ISBN 9789023406006|paperback | 204 pagina's |Bezige Bij | juni 1987

© Marjo, 31 december 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER