Boekenarchief H

Matt Haig

http://www.matthaig.com

 

Het eeuwige leven
Matt Haig

‘Regel één is dat je niet verliefd wordt,’ zei hij. ‘Er zijn ook andere regels, maar dit is de belangrijkste. Niet verliefd worden. Niet verliefd blijven. Niet dagdromen over liefde. Als je je daar maar aan houdt, komt het wel goed met je.’


Hier spreekt Hendrich, de oprichter van het genootschap van de Alba’s, oftewel Albatrossen. In tegenstelling tot de gewone mens, die ze ‘eendagsvliegen’ noemen, verloopt het verouderingsproces bij de Albatrossen heel langzaam.
Er bestaat in werkelijkheid een ziekte die progeria heet: lijders worden vroeg oud en sterven jong, maar lijders aan de fictieve ziekte anageria doen precies het tegenovergestelde. Ze worden ook nauwelijks door ziekte getroffen. Ze kunnen wel ruim 700 jaar oud worden, maar omdat geen mens dat gelooft, weet ook niemand dat zij bestaan. Daar komt nog bij dat als het toch uit dreigt te komen, een ‘ongeluk’ in een klein hoekje blijkt te zitten, want dat regelt Hendrich dan.


‘Leven is het ultieme voorrecht, dus ik verkeer tussen de bevoorrechte personen op deze planeet. Jij zou ook dankbaar moeten zijn. Tot ver in het volgende millennium zul je hier zijn. Langer dan ik. Je bent een god, Tom. Een god op aarde. Wij zijn goden en zij zijn eendagsvliegen. Je moet van je goddelijke bestaan leren genieten.’


Ook Tom Hazard is een Alba. Hij is in 1581 geboren in Frankrijk, als Estienne Thomas Ambroise Christophe Hazard. Hij had al vele levens geleefd voor hij opgenomen werd in het Genootschap als ook nadat hij Alba werd. Nu heeft hij er genoeg van. Hij wil een gewoon leven. Hij is Tom Hazard, ongeveer veertig jaar, geschiedenisleraar op een school in Londen.  En dat wil hij blijven.


Maar Hendrich zit hem achter zijn vodden. Als lid van het Genootschap heb je namelijk verplichtingen, waar je aan moet voldoen in ruil voor bescherming, en hulp bij het verkrijgen van weer een andere identiteit. En hij heeft een troefkaart: Tom is namelijk in zijn eerste leven verliefd geweest op Rose, een eendagsvlieg, met wie hij een dochter kreeg. Marion. Tom liet vrouw en dochter in de steek, omdat hij vreesde voor hun leven. Had hij immers al niet de dood van zijn moeder veroorzaakt? 
Als hij jaren later terugkomt, heeft Rose de pest en zal spoedig sterven. Maar eerst laat ze hem beloven dat hij Marion zal zoeken. En vinden, want zijn dochter is net als hij, ze veroudert nauwelijks. Hendrich belooft Tom dat hij haar zal vinden, zoals hij vele anderen al gevonden heeft.


Tom zit klem: hij moet Marion vinden, dat heeft hij beloofd, en als hij Hendrichs hulp wil, moet hij opdrachten vervullen. En niet verliefd worden, regel nummer één? Hoe kun je zoiets voorkomen? Op zijn school leert hij namelijk Camille kennen…
Een onmogelijke opdracht en de liefde, zullen ze Tom de das omdoen?


Het eeuwige leven is een ontroerende roman met fantasy-elementen. Want anageria, zoals in dit boek beschreven bestaat niet. Het zou wel kunnen dat Matt Haig zich gebaseerd heeft op een soort wel bestaande ziektes waarbij kinderen niet oud worden vanwege een grove fout in de genen, maar dan heeft hij de verschijnselen zo aangepast dat er een vrij romantisch beeld ontstaat. Want eeuwenlang leven, in staat zijn je daadwerkelijk te herinneren hoe het leven was drie- , vier- of vijfhonderd jaar geleden? Zou je dat niet willen, als tegelijkertijd je lichaam niet noemenswaardig veroudert?


Matt Haig schetst de romantiek die met anageria verbonden is, maar laat ook de negatieve kanten zien: Hendrich heeft het Genootschap opgericht om zo de mensen te kunnen beschermen tegen wetenschappers die zouden willen weten hoe de verschijnselen ontstaan en zich ontwikkelen. Niet altijd voor de juiste doeleinden. Dat is een goed uitgangspunt, alleen blijkt Hendrich door te schieten in zijn opzet.
Tom wil een gewoon leven leiden, maar dat lijkt onmogelijk. Of kan het misschien toch?


‘Andere dieren kennen geen vooruitgang, wordt gezegd. De menselijke geest zelf gaat niet vooruit. We blijven dezelfde opgehemelde chimpansees, alleen met steeds grotere wapens. We beseffen dat we net als al het andere alleen maar een massa kwanta en deeltjes zijn, en toch blijven we onszelf onderscheiden van het heelal waar we deel van uitmaken, blijven we onszelf een betekenis geven die uitstijgt boven die van een boom, een rots, een kat of een schildpad.’


Behalve een prachtig verhaal, dat gaat over liefde en verbondenheid, de kracht van intermenselijke relaties, is het een roman met een boodschap. Hoogmoed kenschetst de mens. Kom maar eens van je voetstuk af, lijkt Haig te willen zeggen. Het leven door de eeuwen heen is een herhaling van zetten en we beseffen het niet en leren er dus ook niet van. Deze boodschap brengt hij op een heel prettige manier: we gaan in het verhaal van de ene tijd in de andere over, hij heeft meer een kleine gebeurtenis of een woord nodig om ons weer mee te nemen in de tijd, met sympathieke personages en biedt dan misschien toch nog hoop:


‘Het is duidelijk. In de ogenblikken die barsten van het leven, duurt het heden eeuwig en ik weet dat er nog veel meer hedens zijn om te leven. Dat snap ik. Ik snap dat je vrij kunt zijn. Ik snap dat je de tijd kunt stilzetten als je je er niet langer door laat leven. Ik verdrink niet meer in mijn verleden en ik ben niet meer bang voor de toekomst.’

Matt Haig (1975) is de auteur van vijf romans, waaronder de bestseller De Wezens. Zijn werk wordt gepubliceerd in meer dan dertig landen en de filmrechten van zijn debuut The Last Family in England (2004) zijn gekocht door de productiemaatschappij van Brad Pitt.
Een Jongen Met De naam Kerstmis veroverde al menig kinderhart. Het eeuwig leven zal dat bij de volwassenen doen.


ISBN 9789048840168 | paperback | 352 pagina's | Lebowski | april 2018
Vertaald uit het Engels door Monique ter Berg

© Marjo,  21 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe wezens
Matt Haig


De verteller van dit bijzondere verhaal is geen mens zoals jij en ik. Hij (niet zeker dat het een mannelijk specimen is) is een aliën. Een buitenaards wezen van ergens heel ver weg uit een ver sterrenstelsel, uit Vonnadorië. Hij is op aarde verschenen met een opdracht: een op aarde bekende wiskundige heeft de Riemann-hypothese bewezen, en dat belooft een ongewenste toekomst.

NB: het doet er niet zo veel toe wat die hypothese precies inhoudt maar voor de nieuwsgierigen onder ons:

In de getaltheorie, een deelgebied van de wiskunde, impliceert de Riemann-hypothese (RH) of het Riemann-vermoeden resultaten over de verdeling van de priemgetallen. Het vermoeden werd in 1859 door Bernhard Riemann geformuleerd.
Bron: Wikipedia


De oplossing zou wiskundig onderzoek radicaal veranderen, en de Hosts, de soortgenoten van de verteller hebben hem naar de aarde gestuurd om alle bewijzen te vernietigen. Ook de mensen die er kennis van hebben.


Het lichaam van Professor Andrew Martin, de wiskundige wordt overgenomen door de aliën, die vanaf nu Andrew zal heten. Door schade en schande zal hij moeten leren hoe het er op aarde aan toe gaat, want al heeft hij theoretische kennis - door midden van een capsule geleerd - de praktijk blijkt lastig. Mensen zijn eigenaardig. ‘Op aarde zijn, is bang zijn.’ Gevoelens bestaan niet waar de aliens vandaan komen, er bestaat geen dood, dus ook geen angst. 


‘Waar wij vandaan komen, bestaan geen namen, geen gezinnen die bij elkaar wonen, geen paren van mannen en vrouwen, geen chagrijnige tieners, geen gekte.’


Terwijl Andrew op zoek gaat naar de bewijzen die hij moet vernietigen, woont hij bij ‘zijn’ gezin, bij Isobel en hun zoon Gulliver, de weerbarstige tiener. En niet te vergeten de hond Newton! En het mens-zijn begint zijn lijf, zijn geest binnen te sijpelen. Dat maakt het lastig voor hem om bepaalde onderdelen van zijn opdracht te vervullen, en tenslotte stellen de Hosts hem voor een keuze. De gevolgen daarvan heeft hij helaas onderschat…


Een wonderlijke roman, waarin de schrijver het menselijk ras van buiten probeert te beoordelen. Hij waagt zich zelfs aan een soort godsbewijs.
De toon die Haig hanteert is vaak ironisch, soms licht sarcastisch, maar als je er bij stil staat, zijn wij mensen inderdaad rare Wezens. We moeten het er helaas mee doen. En het is grappig, die confrontatie met onszelf.


Over de vertaalster ben ik niet zo te spreken, ik weet wel dat het gebruik van ‘ze’ en ‘hen’ niet meer zo strikt is in de spreektaal, maar in schrijftaal zie ik graag de grammaticale regels zoals wij die op school leren, gehandhaafd. Laat het evenwel niemand weerhouden dit controversiële boek te lezen.


ISBN 9789048838042 | paperback | 320 pagina's | Lebowski | mei 2017
Vertaald uit het Engels door Monique ter Berg

© Marjo, 1 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER