Mare en de dingen
Tine Mortier en Kaatje Vermeire
Mare werd geboren in een rieten stoel onder een kersenboom.
Ze groeit razendsnel op, met zes maanden draafde ze al door de tuin, en een paar weken later sprak ze al haar eerste woorden. Niet mamma, niet papa, maar “koek”.
Mare had altijd honger.
“Koek “zei ze. “Nu”
En ze vrat de hele koektrommel leeg.
Grootmoe is Mare’s beste vriendin. Ze is net zo ongeduldig als haar kleinkind, en net zo gulzig.
Samen draafden ze door de tuin bij de kersenboom, samen vraten ze alle koekjes op.
Maar op een dag ligt grootmoeder op de grond. Ze is gestruikeld zegt grootvader. Grootmoe is in een diepe slaap gevallen, en toen ze wakker werd wist ze alle woorden niet meer goed. Niemand begreep goed wat ze zei. Behalve Mare. Die begreep haar wel. Ze vond alleen dat grootmoeder wel heel stil zat, zo voor de televisie. En dus stampt ze op de grond en trapt ook nog een keer hard tegen een wiel van het bed.
Dan doet het maar pijn. Alsof dat haar wat kan schelen.
Maar het helpt niet, grootmoeder blijft stil en dus maakt ze maar tekeningen voor de kale muren, en scheve dingen voor het nachtkastje en een schaaltje voor de koek.
Kort daarna gaat ook nog grootva dood. Uit het niets. Hij zat in een stoel en is zomaar opgehouden met leven.
Grootmoe huilt haar wangen en haar jurk nat. Mare heeft geen handen genoeg om al dat water tegen te houden.
Als de tranen opgedroogd zijn wil grootmoe naar grootva... De verpleegsters willen haar tegen houden maar samen met Mare gaat ze toch, en samen nemen ze afscheid van grootva. En zo eindigt het verhaal.
Wat zou dit een prachtig, bijna monumentaal boek geweest zijn als de schrijfster zich bij één thema had gehouden. Het verhaal is prachtig; de dwarse Mare en de dwarse grootmoe die samen avonturen beleven, tot de grootmoeder haar taal verliest. Op ontroerende wijze beschrijft dTine Mortier de onmacht van een kind die ziet dat haar grootmoeder niet meer kan wat ze altijd deed. Ze stampt op de grond en trapt tegen het bed, en als dat niet helpt gaat ze vormen zoeken die wel lukken... tekeningen maken, en scheve dingen voor op het nachtkastje en een schaaltje voor de koek.
Ieder kind van vijf begrijpt dat, en ieder kind van vijf begrijpt denk ik ook dat je kunt communiceren zonder taal, en dat je iemand kunt begrijpen zonder dat je precies verstaat wat hij zegt. De tekeningen zijn ook nog eens prachtig, en lekker groot van formaat.
Wat zou je dit boek goed hebben kunnen gebruiken bij afasie of hersenbloedingen bij Opa’s en Oma’s. Wat zou je het goed kunnen gebruiken op de koffietafel van verpleegtehuizen waar de kleinkinderen van die Opa’s en Oma’s rondscharrelen.
Maar dan gaat ineens ook nog grootvader dood. En dan wordt teveel voor een kind van vijf. Sterker nog, dat werd mij ook teveel. Grootvader had een eigen boek verdiend. Net zo mooi en net zo bruikbaar. Maar door ze samen in één boek te stoppen schiet dit prachtige boek in mijn ogen alsnog zijn doel voorbij. Wat een gemiste kans.
ISBN 9789058386243 Hardcover, 32 pagina's Uitgeverij De Eenhoorn augustus 2010
© Willeke, 1 september 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Het poepkasteel en andere voorleesverhalen over De bende van vier
Sunna Borghuis
Flaptekst:
Tien grappige voorleesverhalen over een modern gezin met drie kinderen, een moeder die veel en hard werkt en een prettig gestoorde vader, boordevol ideeën. De tweeling Mies en Jet, hun jongere broertje Kees en hun vader maken er voortdurend een rommeltje van als mama naar kantoor is of weer eens een vergadering heeft die uitloopt. Papa draait zijn hand niet om voor een ballenbak in de kamer of een matrassenglijbaan van de trap. En als mama doodmoe thuiskomt van een dinertje met klanten en snakt naar een warm bad, blijkt de badkamer veranderd in een surfparadijs, met een echte surfplank en golven die over de rand van het bad heen klotsen. Geen wonder dat ze begint te zuchten als papa weer eens enthousiast roept: ‘Ik heb een idee!’
--
Een erg leuke verhalenbundel over drie kinderen Mies, Jet en Kees en hun vader, die eigenlijk ook een groot kind is maar dan op een leuke manier.
Mama werkt op een kantoor en papa is kunstenaar en zorgt voor de kinderen.
Het eerste verhaal 'Ballenbak' dat zoals bijna alle verhalen vijf pagina's beslaat, is al heel bijzonder...
Het regent en de kinderen vervelen zich en vragen 'Wat gaan we doen vandaag pap?' Maar pap weet het ook nog niet. De speeltuin is te nat. McDonalds is te ongezond. Wat moeten ze nou? De kinderen moeten zich alvast maar aankleden, ze mogen zelf weten wat ze aantrekken. Kees trekt lekker zijn Spiderman-pak aan en zet zijn capuchon op, dat vindt mama altijd zo naar. Mies kiest een zomerjurk die haar eigenlijk niet meer past en Jet doet haar balletrok aan, die mama liever schoon houdt voor als ze naar ballet moet.
Papa haalt ondertussen de matrassen van alle bedden en neemt ze mee naar beneden. Papa haalt een plank uit de schuur en legt die schuin tegen de bank aan, alsog het een glijbaan is. Daarna mogen ze alle ballen uit de schuur halen.
Als ze terugkomen staat er een enorme zak naast papa. Als hij die omkiept komen er wel duizend ballen uit! (Hij had die ballen nodig voor een opdracht) Ze hebben nu een binnenspeeltuin met een ballenbak!
Ze spelen en spelen en vinden het prachtig en dan komt mama thuis. Mama is niet zo blij met al die rommel. Gelukkig heeft papa weer een idee...
Er staan tien verhalen in het boek die allemaal lekker gek en vrolijk zijn. Het verhaal over het poepkasteel is heel grappig. Maar dat zijn alle verhalen. Zoals bijvoorbeeld het verhaal over 'de bende van vier' die als verrassing voor mama's verjaardag het huis gaan opruimen... Jet lapt de ramen met shampoo want dat schuimt zo lekker en Kees schildert met vingerverf de muur, dan zie je de vieze vlekken niet meer.
Ook de verhalen over het eigen circus, kamperen in de tuin, moederdag of Het leukste restaurant van de wereld, zijn heerlijk om te lezen.
Mama is altijd weg, alleen op het eind van het verhaal als ze thuiskomt van haar werk of een vergadering of van een weekend met een vriendin zie je haar verschijnen. Vaak moppert ze dan over de troep of hoe slordig de kinderen er uit zien of over de rare ideeën van papa en dat is eigenlijk het enige, heel kleine, minpuntje van dit boek. Mama is wel steeds degene die een eind aan de pret maakt, ze lijkt een zuurpruim die alles alleen maar netjes wil hebben. Ook al moet ze soms wel lachen toch is ze vaker een beetje vervelend. Moeder steekt wel erg stijf af bij de rest van het gezin. Dat had van mij persoonlijk wel iets minder gemogen maar ik denk dat kinderen die zure moeder juist wél heel grappig vinden.
En dan de illustraties gemaakt door Harmen van Straaten (bekend van o.a. Fien en Kees en Ko) ... die zijn zoals altijd geweldig. Je zult maar debuteren en dan deze tekenaar bereid vinden om jouw verhalen uit te beelden! Bij elk verhaal staan zo'n vier afbeeldingen en die zijn allemaal even humoristisch en goed. Ik moest erg lachen om de tekening van Jet die haar neus dichtknijpt vanwege de lucht die van het poepkasteel komt maar ook de overige afbeeldingen zijn enorm leuk.
Kortom een boek dat je graag wilt voorlezen en dat kinderen die al zelf kunnen lezen vast vaker zullen oppakken om nog even lekker te lachen om die malle vader en die grappige kinderen.
Een heel leuk en goed debuut, hopelijk volgen er nog meer boeken van deze schrijfster.
ISBN 9789025748050 Hardcover 63 pagina's Uitgeverij Gottmer juni 2010 Vanaf 6 jaar
Dettie, 7 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De drie mannen van Eva
Theo Engelen
Als hij achttien is wordt er voor Leon geen feestje gegeven. De slingers hangen en er is taart maar zijn ouders zijn in het ziekenhuis. Leon haat ziekenhuizen en is thuisgebleven. Zo komt het dat hij thuis is als zijn oma van vaderskant op bezoek komt. Het is een oma die hij nauwelijks kent en
daar komt verandering in.
'Ik begrijp jou niet. Waarom ben je toch zo bitter? Wat heeft papa eigenlijk misdaan?' Ze dronk voorzichtig van haar thee, Nu keek ze me wel aan, doordringend en zonder met haar ogen te knipperen.
'Hij heeft me niets misdaan. Dat kan ook
niet, want hij heeft zijn hele leven nauwelijks iets gedaan. Waarschijnlijk is dat het.'
'Hij heeft het niet gemakkelijk,' probeerde ik. Waarom verdedigde ik mijn vader eigenlijk? De afgelopen jaren had ik me zelf vaak genoeg geërgerd aan zijn hulpeloosheid en passiviteit. Maar goed, ik was zijn zoon. Van een moeder verwachtte ik een andere houding.
Dit is de kern van het verhaal. Leons vader heeft het een en andermeegemaakt waardoor hij is zoals hij is. Leon hoort het verhaal van oma aan en gaat verder op zoek naar mensen die zijn vader gekend hebben toen hij jong was. Dat heeft de nodige gevolgen. Want ook zijn vader, Klaas, blijkt het slachtoffer van zijn vader. Het is allemaal begonnen met opa Willem, in 1941. De tijd van de Februaristaking.
Theo Engelen heeft er voor gekozen om er niet een speurtocht van te maken waarin Leon langzaam te weten komt hoe en wat. Er zijn verschillende delen, die spelen in een andere periode, waarin het verhaal van zijn opa en vader rechtstreeks verteld wordt. Willem is degene die de Eva uit de titel kende. Leon komt tussendoor nog een paar keer aan het woord. Het is een oorlogsverhaal, het gaat over een schokkend voorval dat
verstrekkende gevolgen heeft, tot in onze tijd.
Zonder de flaptekst te lezen heeft een eventuele lezer geen idee waar dit over gaat, met zo'n titel verwacht je eerder een romance. En de omslag toont een grote rode vlek, die net zo goed een bloem kan zijn als het bloed wat het blijkbaar is.
Theo Engelen schrijft goed. Kort en krachtig, geen overbodige toevoegingen, geen tranentrekkerij. Hij schat zijn lezers hoog in en dat is geen minpunt!
ISBN 9789062495122 Hardcover 160 pagina's | Sjaloom | april 2006
Vanaf 13 jaar
© Marjo, 29 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Kamp in de jungle
Joyce Pool
Dit is misschien wel het meest onbekend. Het gebeurde in Indië, en dat daar ook oorlog gevoerd werd, dat is al iets wat veel mensen, laat staan jongeren, niet weten. Maar er zaten natuurlijk Nederlanders in Nederlands-Indië, en onder die Nederlanders waren er ook mensen die lid
waren (geweest) van de NSB.
Toen de oorlog uitbrak werden zij opgepakt, samen met mensen die een Duitse achtergrond hadden, of mensen die men niet vaderlandslievend genoeg vond. Je vraagt je af hoe men aan de namen van die laatstgenoemden kwam!
Zoals ik het begrijp uit de uitleg die Joyce Pool achter in het boek geeft, werden er alleen mannen opgepakt. Toen er geprotesteerd werd door de achtergebleven familie van een vader en zijn twee zoons, die in een kamp in Java zaten werden zij en honderddrieëenveertig andere mannen naar Soerabaja gebracht en op een schip gezet. De familie wist vanaf toen niet meer waar ze gebleven waren, en of ze nog leefden.
De gevangenen werden, zo bleek later, overgebracht naar Suriname, dat ook Nederlands bezit was, en niet bedreigd werd door de Japanners.
Eerst verbleven ze in Fort Nieuw Amsterdam, later werden ze naar de Jodensavanne gebracht. Niet alle gevangenen overleefden de oorlog. Zij die dat wel deden, werden in 1946 vrijgelaten.
Dat kamp in de jungle wordt in het boek aldus beschreven:
'In de barakken konden precies vijftig gevangenen en dan bleef er tussen de bedden nog twintig centimeter over om te lopen. Een eindje verderop, buiten het prikkeldraad, stonden op een heuvel eenzelfde barak voor de mariniers en de schutters en een woning voor de kampcommandant. En een beetje achteraan op het omheinde terrein stond de ruïne van een oud gebouw, Een synagoge, zei Dieters vader. Hij had gehoord dat de Jodensavanne vroeger een plantagegebied was geweest waar Joodse mensen hun nederzetting bouwden.'
Dit kamp in de jungle is het laatste station na een aantal andere kampen waar Joyce Pool haar hoofdpersonen de oorlog laat doorbrengen. De jongens Dieter en Kuif zijn fictief, maar hun verhaal is wel gebaseerd op de verhalen die Rudolf Breier haar vertelde.
Het is bepaald geen romantisch verhaaltje dat hier verteld wordt. Het gaat over twee jongens die vrienden zijn, en al proberen zij nog wat avontuurlijks te zien in de gebeurtenissen, ze kunnen niet om ernst van de situatie heen. Ook al laat de schrijfster details achterwege, het is en
blijft een schokkend verhaal.
Isbn 978 90 258 5541 3 Hardcover 130 pagina's | J.H. Leopold | februari 2010
Uit de serie ' Vergeten oorlog' Leeftijd: Vanaf 10 jaar
© Marjo, 17 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Aida
Tekst: Rudolf Herfurtner
Illustraties: Anette Bley
Nederlandse tekst:Tjalling Bos
Vroeger had ik een vriendinnetje waarvan de ouders graag naar klassieke muziek luisterden. Ik kende dat soort muziek niet, bij ons thuis stond Hilversum 3 op en een pick-up hadden we toen nog niet. Bij dat vriendinnetje heb ik kennis gemaakt met de Notenkrakersuite. (Van het ballet de Notenkraker werd door Tjaikovski een orkestsuite gemaakt.) Haar moeder zette de LP op en vertelde het verhaal bij de muziek, ze gaf ook aan wat de muziek 'vertelde' en ik vond het prachtig... Ik luisterde ademloos naar de muziek dat door die moeder helemaal begon te leven. Het is me ook altijd bijgebleven en nu, zo'n 40 jaar later, denk ik er nog altijd graag aan terug, het was een heel mooie ervaring.
En dan ligt er ineens een mooi boek voor me met een CD. Op de kaft staat 'Aida. Een muzikaal prentenboek. Een opera van Giuseppe Verdi.'
De naam van de opera kent iedereen wel maar waar gaat de opera over? Dat wordt in dit boek verteld en bij het verhaal staat ook aangegeven welk fragment op de CD hoort bij dat deel van het verhaal. Ik begon te lezen met de muziek erbij aan en even voelde ik me ook weer dat meisje van toen...
Het boek begint met Tarik, een jongen die toeristen op zijn kameel naar de piramide van Gizeh brengt. Hij vertelt aan zijn vrienden dat hij in Caïro in het operagebouw is geweest en een opera gezien heeft over liefde en dood. Ali, de dadelverkoper, gelooft er niets van. Als hij zegt: 'Ik wed dat je het allemaal hebt verzonnen!' vertelt Tarik nog een keer zijn enorme avontuur.
'Luister goed, Ali Dadel. Onze onderkoning Ismail Pascha heeft twee jaar geleden het grote kanaal van de Middellandse Zee naar de Rode Zee laten graven. Daarna heeft hij ook het grote operagebouw van Caïro gebouwd. En de beste componist van de wereld heeft een echte Egyptische opera voor hem geschreven. Die heet 'Aida' en is gisteren voor het eerst opgevoerd in het operagebouw van Ismail Pascha. En ik, Tarik, de kameeldrijver uit Gizeh, was erbij en heb alles gezien!'
[...] Hoe ben jij dan binnengekomen in dat schitterende operagebouw, Tarik Kamelenmest? vraagt Ali hem.
De zangeres die Aida speelt baadde graag in kamelenmelk en dat leverde Tarik haar. Uit dank mocht hij achter het toneel naar de opera kijken. Tarik vertelt wat hij allemaal gezien en gehoord heeft, dat het zo'n mooi en zielig verhaal was dat iedereen zat te huilen op het laatst.
Natuurlijk willen Tariks vrienden het verhaal over Aida weer horen en hij vertelt... (op dit punt begint ook de muziek)
Radames is een Egyptische jonge veldheer. De Ethiopiërs willen weer oorlog voeren tegen de Egyptenaren en Radames hoopt dat hij gekozen wordt door de godin Isis om het leger aan te voeren, dan mag hij misschien, als beloning trouwen met Aida, waar hij erg verliefd op is en zij op hem. Maar Aida is een Ethiopische slavin (eigenlijk is ze een prinses, dochter van de Ethiopische koning Amonasro). Aida's meesteres is Amneris, de dochter van de Egyptische farao. Amneris is ook erg verliefd op Radames en wil graag zijn vrouw worden.
Aida maakt zich erg bezorgd, wat moet ze nu? Ze is gek op de Egyptische Radames maar ook houdt ze veel van haar Ethiopische vader en die gaan nu tegen elkaar vechten. "Voor wie moet ik wenen? Voor wie moet ik bidden? zingt ze."
Radames vertrekt en Aida weet niet wat ze moet doen.
"Het kan niet goed aflopen, denkt Aida bedroefd.
Ze zingt prachtig en hartverscheurend. Ze zou het liefste doodgaan. Bij die scène heeft de harem van Ismail Pascha trouwens de eerste zakdoekjes natgehuild." vertelt Tarik.
Radames wint de oorlog en Amneris is blij, hij mag nu met haar trouwen. Ze ziet dat Aida onrustig is en weet haar de bekentenis af te dwingen dat ze van Radames houdt. Amneris is woedend, zij moet en zal haar zin krijgen! Zij wil Radames als haar man.
Aida spreekt haar vader en zij moet van hem proberen er achter te komen welke weg vrij is naar Ethiopië. Zij vraagt het Radames, ze wil samen met hem vluchten. Als hij het antwoord geeft wordt hij gevangen genomen wegens landsverraad en krijgt de doodstraf. Hij wordt naar een kerker gebracht en de deur wordt dichtgemetseld. Daar zit hij dan, alleen, hij zal in eenzaamheid sterven. Maar dan komt Aida ineens tevoorschijn. Zij had zich stiekem laten opsluiten, nu zijn ze voor eeuwig bij elkaar en zingen een prachtig eindlied.
Er gebeurt natuurlijk veel meer maar dit is in het kort de strekking van het verhaal. De muziek van het Ireland National Symphony Orchestra onder leiding van Rico Saccani is schitterend erbij. Doordat bij de tekst aangegeven wordt met nummers welk deel van de CD bij die tekst hoort leeft de hele opera enorm. In de tekst staat ook welke instrumenten je hoort en hoe het er op het toneel uitzag. Natuurlijk helpen de mooie afbeeldingen ook om alles duidelijk te maken. Op de CD staat overigens niet de hele Aida maar hoogtepunten van de opera. (speelduur 67 minuten)
Het verhaal over de opera wordt erg leuk gebracht doordat gekozen is voor de jonge verteller Tarik. In eigentijdse taal en met de opmerkingen van zijn vrienden er tussendoor wordt het verhaal luchtig maar goed overgebracht.
Als je kinderen kennis wilt laten maken met klassieke muziek en met de Aida in het bijzonder dan is dit boek een erg goede keus.
ISBN 9789051161410 Hardcover 32 pagina's | De Vier Windstreken | april 2010
Leeftijd: vanaf 6 jaar
© Dettie, 17 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De bezwering
Tjibbe Veldkamp
Nog geen honderd pagina's heeft dit eerste boek voor oudere kinderen dat Tjibbe Veldkamp schreef.
Een vloek en een zucht, en het is uit. Nu zijn beide niet nodig... Het gaat over een jongen die denkt dat de hele wereld tegen hem is, en die ontdekt dat het wel eens mee zou kunnen vallen. Vooral is er de ontdekking dat hij het leven mede zelf in de hand heeft. Of hij daar die bezwering voor nodig heeft?
Enig kind is hij, en er wordt hem niets gevraagd. Een nieuwe auto? Die staat ineens voor de deur. Naar een eiland op vakantie? Zijn ouders gaan er van uit dat hij het leuk vindt.
Maar er is iets gebeurd thuis waardoor hij bang is. Bang voor andere kinderen, bang voor zichzelf. Hij haalt zich van alles in zijn hoofd, maar er over praten met zijn ouders die net doen alsof (is dat zo? Of weten ze echt niets?) ze nergens van af weten, dat doet hij niet.
'Het zou fout lopen. Alles liep fout. En dan kon ik tevoren wel weer een plan maken, maar aan die plannen van mij had je niks.'
Eenmaal op het eiland verzint hij allerlei avonturen, om aan zijn ouders te vertellen, maar intussen zwerft hij in zijn eentje rond en bespiedt hij de
andere kinderen die er zijn. Tot hij op een dag de moed verzamelt om eerlijk te zijn tegen zijn ouders...
'Ik voelde me verdrietig maar ik geloof niet dat het door Willie kwam. Die was al dood geweest en dat had ik nooit erg gevonden. En dat hij bionisch zou worden had ik toch niet geloofd. Het was hoe het ging. Zo had je met z'n vijven de slappe lach. En zo zat je met z'n tweeën, en was de hut te ruim, en werd er haast niets gezegd.'
Mooi verhaal.
ISBN 90 214 8505 2 Paperback 95 pagina's | Querido Kinderboek | augustus 1998
Vanaf ca. 12 jaar.
© Marjo, 14 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Een ijsbeer in de tropen
Tekst Burny Bos
Illustraties Hans de Beer
Als je dit boek openslaat begin je al te glimlachen. Op de prachtige lichtgroen gekleurde binnenkant zie je een ijsbeertje slingeren aan een liaan.
Op de volgende, witte, pagina zie je links het ijsbeertje verbaasd spelen met een flinke slang en rechts het verbaasde ijsbeertje dat midden in een mierenpad staat. De mieren lopen gewoon door, over het beertje heen, en vervolgen hun weg. Het bekijken van deze afbeeldingen is al puur genieten en dan moet het verhaal nog beginnen...
Lars, de kleine ijsbeer, mag voor het eerst met zijn vader mee naar de grote ijsvlakte die aan de zee grenst. Eenmaal bij zee aangekomen, duikt vader er in en vangt een grote vis. Dat is hun avondeten zegt vader ijsbeer.
Daarna gaan ze slapen en vader leert Lars hoe hij een berg van sneeuw moet maken om daarachter, beschut tegen de koude wind, te kunnen slapen. Ieder heeft zijn eigen sneeuwberg. Maar als Lars wakker word schijnt de zon en drijft Lars op een ijsschots in zee! Zijn vader is nergens te bekennen.
Het water is warm en de ijsschots wordt steeds kleiner, gelukkig drijft er een grote ton en Lars weet naar de ton te zwemmen en er op te klimmen. maar wat nu? Na heel lang dobberen op zee, ziet Lars land, maar wat ziet het er raar uit! Het is helemaal groen! En de grond, het zand, is heel heet. Hij rent gauw terug naar zee om zijn pootjes te laten afkoelen en daar komt ineens een heel groot dier uit tevoorschijn! Boe! schreeuwt het beest. Het is Hippo het nijlpaard en die vindt zo'n witte beer maar gek. Lars vertelt zijn verhaal en op het eind zegt hij. 'Ik wil zo graag weer naar huis.'
Hippo vindt het wel zielig voor Lars en weet misschien wel een oplossing, maar of dat lukt?
De combinatie Burny Bos en Hans de Beer staat garant voor een goed verhaal en prachtige afbeeldingen. Je kunt zo'n boek bijna blindelings kopen. Ook nu is het weer genieten. De taal is eenvoudig, liefdevol en prettig en de letters zijn goed leesbaar voor kinderen. De inhoud zet je aan het denken over het verschil tussen een warme en koude omgeving. Welke dieren en planten er voorkomen.
Het is erg leuk te lezen hoe vreemd zo'n gekleurde wereld vol bloemen, gras, bomen en mooie dieren voor een ijsbeertje moet zijn. Hij weet niet wat hij ziet als er een vlinder voorbij komt in de prachtigste kleuren, het enige dier dat wit wordt net als Lars is de kameleon. Het boek eindigt net zo humoristisch als het begint met een prachtige in ijstint gekleurde pagina waarop je Lars een banaan ziet eten.
De glimlach die in het begin van het boek opkwam blijft nog lange tijd na het sluiten van boek op je gezicht.
Dit is Genieten! (met een hoofdletter).
ISBN 9055791857 Hardcover 28 pagina's | De Vier Windstreken | november 1997
Vanaf ca. 4 jaar.
© Dettie, 11 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Straatkatten
Mieke van Hooft
Zoals in ieder boek kaart Mieke van Hooft ook in dit boek een probleem aan. In dit geval gaat het over daklozen.
Lizzy, dertien jaar oud, loopt weg van huis. Ze hoopt terecht te kunnen bij haar oude juf Marcella, die in de grote stad woont. Dat lukt niet, en omdat ze toch echt niet naar huis terug wil, slaapt ze in de berging van een flat. Maar natuurlijk kan ze daar niet blijven, en ze zwerft wat rond. Dan wordt ze aangesproken door een meisje.
'Geschrokken kijkt ze naar het meisje dat naast haar is komen zitten. Ze heeft een T-shirt van een onbestemde kleur aan. Het kan blauw zijn, maar ook grijs. Ze draagt een spijkerbroek met een gapende scheur op allebei de knieën. En haar haar is heel kort en ongelijkmatig geknipt.'
Het meisje, Wanja, is haar eerste kennismaking met het leven op straat. "er zijn drie dikke dossiers over mij,' zegt Wanja, 'en ik blijf weglopen. Ik wil niet in het kindertehuis wonen. Ook dat is nieuw voor Lizzy: een kindertehuis. Waarom woont Wanja niet gewoon thuis? Maar Wanja antwoordt niet op haar vragen. Wel leert ze Lizzy de kneepjes van het zwerversbestaan. Het oprapen van peuken, om daar nieuwe sigaretten mee te rollen. Die kan ze weer verkopen aan een andere zwerver. Het nalopen van de markt als ze aan het opruimen zijn: je kan dan van alles oprapen, daar valt goed van te leven. En er van profiteren als er weer eens een kledingactie is: in die zakken zitten weer 'nieuwe, schone' kleren. En vooral ook leert ze het zoeken van een plaats voor de nacht, en het beschermen van de weinige spullen die je hebt. Overdag zitten ze vaak in de bibliotheek, 's nachts in een slooppand. Er zijn nog meer mensen die schuilplaatsen zoeken.
Wanja snapt niet dat Lizzy zo spontaan en sociaal is. Je moet echt leren dat je voor je zelf op moet komen, als je op straat leeft. Je kunt niemand vertrouwen. Dromen? Die kun je wel hebben, maar het leven is geen feest. Als het gaat regenen en dagenlang blijft regenen wordt het hoesten en niezen van Wanja steeds erger. Ze kunnen zich niet meer droog houden. En dan komt de sigarettenkoper onder een auto, en gaan ze hem opzoeken in het ziekenhuis. Dat is pas een paradijs...
Ook in dit verhaal komt alles goed, hoeveel ellende de kinderen in haar boeken ook beleven, het komt in de verhalen van Mieke van Hooft altijd goed. Misschien niet voor iedereen, maar wel voor de hoofdpersoon. Kinderen maken akelige dingen mee, en moeten vaak een moeilijke keuze maken. Natuurlijk is het niet de werkelijkheid dat het altijd goed komt, maar moet je daar kinderen van 10, 11 jaar mee opzadelen?
De grote vraag: wat is beter: kinderen leren dat het lot je niet altijd goed gezind is, of proberen hen handvatten te geven om de goede keuze te maken? Dat is nooit de makkelijkste weg bij Mieke van Hooft, je moet door je knieën. Maar het resultaat mag er dan zijn.
ISBN 90 251 0742 7 Paperback 151 pagina's | Holland B.V., Uitgeversmaatschappij | juni 2006
© Marjo, 9 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Met opa naar zee
Stefan Boonen
Even dacht ik dat er een foutje stond op de voorflap... in het boekje gaat opa met zeven kinderen op stap, maar het lijkt of er maar zes voor op staan. Lijkt dus. Die ene zit verstopt achter een handdoek. Dat begint dus al goed als je dit boekje gaat voorlezen. Want tellen hoort er dan ook bij!
Opa is de generaal, die met zijn soldaten op stap gaat. Oma is nog even bezorgd, kan hij wel op zoveel kinderen letten? Maar dat lukt prima. Of toch niet?
In de trein gaat alles nog goed, en op het strand leggen ze hun spullen neer en trekken gauw hun zwembroek aan...
Het zijn alle zeven brave kindertjes, die goed luisteren. Ze spelen goed samen en opa wil wel een ijsje halen. Maar de kinderen hebben hem helemaal onder het zand verstopt! Ik vind het jammer dat opa op de volgende bladzijde er ineens uit is en alleen zand aan zijn knieën heeft. Waarom daar niet een tekening over? Dit ging heel abrupt. Het tekent het boekje: een braaf boekje, een braaf verhaaltje. Een dagje aan zee met zoveel kinderen dat zo perfect verloopt (nou ja, op dat ene na dan!), het is een wonder. Maar vooruit, dat mag wel in een prentenboekje.
Het is modern: geen ouders in de buurt, opa en oma passen op. Waarom dat zo is, wordt niet verteld. Is het gewoon vakantie of zijn ze structureel oppas? Of moet ik me als lezer dat soort dingen helemaal niet afvragen? Want kinderen doen dat ook niet. Niet de kinderen voor wie dit boekje is bedoeld. Maar het is wel zo dat ook al wordt een boekje alleen maar bekeken en voorgelezen, er altijd iets zal blijven hangen van een soort 'boodschap'.
In die zin is dit geen verantwoord verhaal. Een taak voor de voorlezer dus.
Maar het is een leuk boekje, met mooie tekeningen van Marja Meijer. Zij tekent hele verhalen, los van het woordverhaal. Heel leuk!
ISBN 978- 904480230 Hardcover 32 pagina's | Clavis B.V.B.A., Uitgeverij | februari 2008 formaat 219x9x298 mm
Vanaf 4 jaar
© Marjo , 8 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Torenroosje
Nederlandse tekst en illustraties: Erna Kuik
Mos loopt langs de rivier met zijn broer Pam. Maar als hij praat tegen Pam krijgt hij geen antwoord, hij hoort alleen geruis van riet... Pam is weg! Hij rent terug over het paadje en komt Pip en Bastiaan tegen. Zij gaan Mos helpen met zoeken. Ze besluiten naar Roos te gaan, die woont in een vuurtoren. Vanaf de toren kunnen ze vast zien waar Pam is. Maar helaas, Roos is niet thuis. Roos is bij de rivier, ze heeft haar tas meegenomen. Daar kan ze alle dingen die ze vindt in doen. Er spoelen heel veell mooie dingen aan, haar tas is al bijna vol. Opeens hoort ze iemand roepen: 'Ik heb een ster!'. Het is Pam, hij zoekt sterretjes en Mos... want Mos is weggelopen. Samen gaan ze verder zoeken naar vinddingetjes, dan vinden ze Mos vast ook.
Het is een beetje vreemd boek. Mos, Pam, Bastiaan en Pip zijn witte konijnen of hazen. Ze hebben heel lange oren en vrij grote ´voeten´. Roos, Mos en Pip hebben jurken aan maar Mos en Pip blijken toch manlijk te zijn. Er wordt tenminste gesproken over hij en hem als het over Mos of Pip gaat. Dat komt vrij verwarrend over, gezien die jurken. Ook het sterretje dat Pam gevonden heeft ziet er niet uit als een ster. Eerder lijkt het een gloeilamp. Later in het boek zie je alle vijf de hazen/konijnen sterren knippen uit goudpapier, dat zijn wél sterren.
Op gegeven moment zwaait Roos op de afbeelding in het boek met een grote doek uit het vuurtorenraam om de aandacht van Pip, Mos en Bastiaan te trekken. En wat staat er in de tekst?
Pip kijkt naar de toren van Roos.
"Wat is dat? Het lijkt wel feest met al die knipperlichtjes!"
Vreemd als iemand met een doek zwaait dat de rest dat als knipperlichtjes ziet!
De tekst en afbeeldingen kloppen dus soms niet helemaal.
Het verhaal zelf is aardig maar omdat je al gelijk weet waar Pam is, is het niet spannend meer. De naam Torenroosje wordt ook nog eens verklaard wat mijns inziens niet had gehoeven. Roos die in een toren woont was mij al genoeg verklaring maar in de tekst staat:
"Wat is het hier mooi! zegt Pam. "Het lijkt wel een sprookje!"
"Daarom noemen ze me ook wel eens Torenroosje," lacht Roos.
Maar gezegd moet worden dat de afbeelding erg leuk zijn. Vooral de vuurtoren van Roos is bijzonder. Roos hangt alles wat ze vindt in en aan de toren en slaapt in een boot die ze opgehangen heeft aan het plafond. Overal zie je rommeltjes en frutsels. Ook buiten hangen aan de takken in de bomen de gekste dingen, een koffiepot, een flesje, een lepel, een visdobber en nog veel meer. De tekeningen zijn met verschillende technieken gemaakt, erg bijzonder en leuk gedaan. Jammer dat de tekst minder interessant is.
ISBN 9789051160840 Hardcover 26 pagina's | De Vier Windstreken | juni 2009
Vanaf ca. 4 jaar
© Dettie, 8 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Met oma en opa aan zee
Kathleen Amant
De schrijfster heeft al veel boekjes over Anna geschreven zoals Anna bij de kapper, Anna in de klas, Anna gooit haar tutjes/speentjes weg enz. Ondertussen zijn er al 14 Anna-avonturen verschenen.
Deze keer mag Anna met opa en oma mee naar zee. Ze blijft een paar daagjes bij ze logeren in hun vakantiehuisje.
Eerst moeten ze met de auto een heel eind rijden maar dan zijn ze er.
Voor ze naar binnen gaan, laden ze de koffers uit.
Anna wil haar eigen koffertje dragen
Oma laat de kamer zien waar Anna zal slapen.
Er staat een groot bed in.
Anna stopt Konijn onder de deken.
'Lig je zo lekker, Konijn?' vraagt Anna.
Oma legt de kleren van Anna in de kast
En dan gaan ze naar het strand, Anna mag in de bolderkar. Eén, twee, drie, trekken maar, opa!
Op het strand trekt oma Anna's kleren uit, nu heeft ze alleen nog maar een bikini aan. Oma smeert haar goed in met zonnecrème en dan kan Anna gaan spelen. Wat is er een hoop te zien op het strand! Anna bakt zandtaartjes, zoekt schelpjes, gaat pootjebaden. Kortom, Anna verveelt zich geen minuut. En dan moeten ze alweer naar huis.
Gelukkig kunnen ze morgen weer naar het strand!
Het is een fijn, warm verhaaltje dat in korte zinnen geschreven is zodat het voor heel jonge kinderen goed te volgen is als het voorgelezen wordt.
De afbeeldingen zijn eenvoudig gehouden en heel vrolijk en fleurig. Er zijn geen drukke details maar alles wat er op moet staan, staat er op. Je ziet de zee, het zand, de schelpen, het emmertje, de zandtaartjes, en toch is het vrij rustig om te zien. Erg knap gedaan.
De letters zijn vrij groot en duidelijk en alles is afgedrukt op stevig papier. Kinderhandjes kunnen het niet gelijk kapotscheuren.
Een mooi verzorgd boekje met een goed, vlot verhaaltje om voor te lezen. Aanrader.
ISBN 978-9044812589 Hardcover 32 pagina's | Clavis | juli 2010 Vanaf 24 maanden
Dettie, 7 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Voetballen of vechten?
Herman van Campenhout
Dit boek vertelt een waar gebeurd feit uit de Eerste wereldoorlog.
1914, Kerstnacht: Duitse soldaten waren al een paar dagen bezig kerstbomen neer te zetten, en lampionnen. En als ze beginnen te zingen, herkennen de Engelse soldaten kerstliedjes. En ze zingen mee. Het duurt niet lang of aan beide zijden klimmen de mannen uit de loopgraven en vieren gezamenlijk Kerst.
Herman van Campenhout laat zijn hoofdpersoon 'natuurlijk' een Britse soldaat zijn. Frank is een jonge man, die vrijwillig de oorlog in gegaan is, omdat hij net als de anderen dacht dat het maar een paar maanden zou duren. En hier zitten ze. En ze slagen er niet in de Duitsers te verjagen. In die wonderlijke kerstnacht beseft Frank - net als de anderen - pas echt dat die Duitsers ook jonge mannen zijn.
'Frank wist niet goed wat hij er van moest denken. Hij had mee gevoetbald, hij had een druppel van hun schnaps gedronken, hij had naast de grijzejongens gezeten en gelachen om de grappen die ze in gebroken Engels vertelden. Ze hadden zich samen vrolijk gemaakt om hun officieren enonderofficieren. Enkelen hadden zich al gespecialiseerd in het imiteren van hun overste en lieten de geschreeuwde bevelen overgaan in hondengeblaf. Soldatentoneel werd aangemoedigd achter het front, maar Frank wist zeker dat dit soort satire nooit de censuur van de officieren zou overleven. De Duitsers met wie hij gesproken had, waren doodgewone jongens en niet de Barbaarse geweldenaars die de Europese beschaving wilden vernietigen. '
Hij heeft er Johannes ontmoet, een Duitse jongen, waar het wonderwel mee klikte. Maar als hij op een moment dat de officieren hun soldaten weer in de hand beginnen te krijgen -zij veroordelen deze verbroedering natuurlijk! - weer met Johannes staat te kletsen, is er ineens die kogel. Johannes valt neer, Frank wordt teruggetrokken in de loopgraven, en de oorlog begint weer. Frank ziet steeds het lichaam van de Duitser liggen, en hij wil weg. Hij moet het verhaal van de kerstnacht gaan vertellen in Londen, hij moet een eind maken aan deze oorlog.
Maar op het moment dat hij weet weg te sluipen, tekent hij zijn eigen doodvonnis. Deserteurs werden gefusilleerd. Door hun eigen kameraden.
Zo vertelt van Campenhout over nog een gewoonte binnen het Britse leger.
De naam Hitler komt voor, en hier vind je citaten van soldaten die gevoetbald hebben met de vijand.
Het is geen dik boek, en ook de manier van vertellen is niet ingewikkeld. Een prima boek voor de jeugd om kennis op te doen over de eerste
wereldoorlog.
ISBN 90 5908 199 4 Hardcover 80 pagina's | Davidsfonds | oktober 2006 Vanaf 12 jaar
© Marjo, 4 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Werken voor de vijand
Arend van Dam
Zoals de titel al aangeeft gaat dit boek over de tewerkstelling in Duitsland: de jongens en mannen tussen 17 en 45 werden in de Tweede Wereldoorlog verplicht om te gaan werken in de Duitse fabrieken en bedrijven. Dat was vooral om de oorlogsmachinerie op gang te houden.
Ook de opa van Arend van Dam kwam er niet onderuit. Hij was op zoek naar een onderduikplek, maar toen de Duitsers dreigden dan zijn vader in het
'Oranjehotel' (gevangenis in Scheveningen) op te sluiten, vertrok hij maar. Hij kwam in een autofabriek terecht, waar het accent nu lag op vliegtuigonderdelen. Toen hij dat ontdekte heeft hij nog gedacht aan ontsnappen of saboteren, maar dat kwam er niet van. Hij stond er alleen voor en wat moest hij dan verder? En wat zou er gebeuren met zijn vader? Dus deed hij tenslotte braaf zijn werk, dat bestond uit het rijden door Duitsland, met een Opel Blitz. Hij was vrachtwagenchauffeur geworden. Dat was een jongensdroom, maar hij had zich actief gezien in het bedrijf van zijn vader. Niet zoals nu, op hout rijdend onderdelen vervoeren, en bloot staan aan gevaren. Want intussen waren de geallieerden transporten en fabriekshallen aan het bombarderen.
Omdat het verhaal verteld wordt door Arends opa, weet de lezer al dat hij de oorlog zal overleven. Het is de liefde voor een meisje voor wie hij zich niet eens heeft uitgesproken die hem ervan weerhoudt om net als de andere 'arbeiter' de bloemetjes buiten te zetten. Hij vertelt het verhaal aan Jori, alterego van de schrijver, als die oud genoeg is en nieuwsgierig wordt. Opa heeft Jori ook een bouwpakket gegeven waarmee hij een Opel Blitz nabouwt. Toegevoegd aan het verhaal zijn foto's van die auto, van de Opelfabriek en van de papieren die opa nog altijd bewaard had. Ook is er een kaart voorin waarop we de reizen van Albert kunnen volgen.
Het is een goed geschreven verhaal dat zeker wat toe voegt aan een eventueel gebrek aan kennis van de jeugd van tegenwoordig. Het is ook een verhaal dat na de oorlog geen mens interesseerde. Wat kon je nou aan erge dingen meegemaakt hebben in Duitsland? In Nederland was het pas erg geweest! Maar gelukkig zijn kleinkinderen vaak heel nieuwsgierig...
ISBN 978 90 258 5539 0 Hardcover 144 pagina's | Leopold B.V. | november 2009 Leeftijd 12+
Uit de serie ' vergeten oorlog' Bestemd voor leerlingen van groep 8 en brugklas VO
© Marjo, 30 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Tien dagen in een gestolen auto
Anna Woltz
Bij zo'n titel verwachtte ik eigenlijk een lekker spannend verhaal zoals dat van Bonny en Clyde. Anna Woltz heeft er veel meer van gemaakt. Het gaat over liefde en kameraadschap, en is ook nog een Bildungsverhaal. Zeker is het ook spannend en gebeuren er dingen waarvan je niet verwacht dat het kan, maar ach, de werkelijkheid is soms vreemder dan een verzonnen verhaal!
We hebben een ik-persoon, Camilla heet het meisje, ze is elf jaar oud en zit -onder tijdelijke begeleiding- op een boot naar Zweden.
' Come with me, Camilla!' riep ze stralend.
En dat deed ik toen maar, want ze had mijn paspoort in haar hand en ik ben dus inderdaad Camilla.'
Ze vergelijkt haar situatie met de boeven die naar Australië gestuurd werden, bedoeld als straf, maar misschien, denkt ze, was dat helemaal niet zo erg. In haar nog maar korte leventje is duidelijk iets gebeurd waarover zij zich schuldig voelt, maar ze lijkt er niet echt rouwig om te zijn dat ze deze reis moet maken.
'Camilla!'
Dat hadden die boeven in Australië natuurlijk niet gehad; iemand die hun naam riep wanneer ze de haven binnenkwamen. Iemand met magere bruine armen die naar hen zwaaide en op hen stond te wachten. Man, wat wilde ik op dat moment graag zo'n misdadiger van vroeger zijn.'
Wat er allemaal gebeurd is, dat ontdekken we in stukjes en beetjes naarmate het verhaal vordert.
Ze laat in Nederland haar moeder achter, met een nieuwe man, die samen een kind verwachten. Ze schijnt al te weten dat het een meisje zal zijn, want ze heeft het steeds over een zusje. In Zweden moet ze naar het gezin van een goede vriendin van haar moeder. Die vriendin is al drie jaar dood, en haar man met haar twee zoons zullen Camilla voor drie weken huisvesten. Degene die haar roept is Ben, dertien jaar. Zijn broer Jonas, zestien jaar, wacht in de auto. Een felblauwe cabriolet waar Camilla meteen voor valt. Maar haar enthousiaste commentaar wordt genegeerd. Er is iets aan de hand, begrijpt ze uit het raar klinkende Nederlands dat de jongen nu met elkaar spreken omdat zij erbij is. En in de auto wacht een verrassing op haar: er ligt een baby in een verhuisdoos!
' Ik leunde tegen de cabrio en streek met mijn wijsvinger zachtjes over de blauwe lak. Ik kon n iet geloven dat ik een uur geleden nog had gedacht aan moordenaars en boeven van lang geleden. Wat nu gebeurde was veel beter. De vader van Ben en Jonas was weg. En in zijn schildersatelier hadden de kinderen een baby gevonden. Prima begin van een vakantie.'
En meer ga ik niet verklappen. Het is inderdaad een prima begin van een haast ongelooflijk avontuur. De laconieke toon - waarin humor niet ontbreekt - die Anna Woltz haar hoofdpersoon laat hanteren maakt het geheel nog smeuïger. Je hoort echt een meisje van elf. Hoe ze de wereld bekijkt en haar ideeën steeds bijstelt. Het is een ontzettend leuk verhaal!
' Ik zuchtte. Tien minuten onderweg en we waren al getrouwd. Want dat ben je dus, wanneer je ruziemaakt over de kaart. Fedde snauwt echt nooit naar mijn moeder, behalve in de auto. Dan doet ze opeens alles fout. En nu was ik dus de vrouw met de kaart die altijd de schuld krijgt'
ISBN 978 90 258 5223 8 Hardcover 169 pagina's | Leopold B.V. | mei 2008
leeftijd 10+
© Marjo, 30 augustus 2010
Lees de reacties op het forum, klik HIER
Mare en de dingen
Tine Mortier en Kaatje Vermeire
Flaptekst:
Mare is een kleine, ongeduldige dondersteen. Alles wat ze bedenkt, moet meteen gebeuren. Haar oma is net als zij en de twee begrijpen elkaar volkomen. Op een dag wordt oma ziek en ze verliest haar woorden. De volwassenen zoeken naar manieren om met oma te praten, maar Mare begrijpt oma nog steeds als geen ander.
Een bijzonder verhaal over hoe sterk de band tussen een oma en een kleinkind kan zijn.
----
Het boek is voor kinderen vanaf 5 jaar. Deze flaptekst geeft deels weer waar het verhaal over gaat. Je verwacht een verhaal over een oma die een hersenbloeding heeft gehad. Je kunt je er iets bij voorstellen hoe een kind daarop zal reageren en wellicht, juist door de onbevangenheid, de juiste toon weet te vinden om in contact met oma te komen. Door de flaptekst trok het boek me erg aan.
Toch is het wel een beetje vreemd en erg heftig boek. Het verhaal begint wel grappig.
Mare werd geboren in een rieten stoel onder de kersenboom.
Haar moeder zat te lezen. Het was een spannend boek. Zo spannend dat ze niet meteen merkte dat de baby eraan kwam. Zoals wanneer je moet plassen en je denkt: ik hou het nog wel even op.
Nog even ophouden? Dat had je gedacht!
Mare had geen greintje geduld.
Laat me eruit! Nu meteen!
Ze drukte en duwde en stampte tot ze er was.
Maar dan... Mare groeit als kool en na 6 maanden(?) rent ze door de tuin, een paar maanden later zegt ze haar eerste woordjes. Is ook apart, en het is een verhaal, en in een verhaal kan alles natuurlijk. Dat moet echter wel goed voelen, dan moet het hele verhaal afwijkend en speels zijn en dat is het niet. De rest van het boek is bloedserieus.
Mare is gek op haar grootmoe (oma). Met haar speelt ze en zit ze op de schommel. Grootmoe en Mare begrijpen elkaar volkomen. Maar dan valt grootmoe en slaapt ze heel lang. Mare kan haast niet wachten tot ze weer wakker wordt. Maar als dat eindelijk gebeurt kan oma haast niet praten en als ze wat zegt dan begrijpt niemand haar. Mare maakt allemaal tekeningen voor oma, de verpleegsters vinden het maar een troep. Ze tekent een boot en oma zegt soot. Ze tekent een kip en oma zegt Fiep. Maar Mare weet van alles wat oma zegt precies wat haar oma bedoelt. Erg ontroerend allemaal en vrij heftig, mede door de illustraties die behoorlijk realistisch zijn. Je ziet bijvoorbeeld een droevige oma in een soort bak met ijzeren tralies zitten. En dan, alsof dit bovenstaande voor een kind van vijf nog niet genoeg is, gaat opa ook nog eens dood. Mare begrijpt dat grootmoe van opa afscheid wil nemen en brengt oma in de ijskoude ruimte waar opa ligt opgebaard. Einde verhaal.
Ik was op zijn zachts gezegd nogal verbijsterd. Waarom twee zulke heftige onderwerpen in één boek? Waarom op deze manier gebracht? Opa die geen wolkjes meer blaast in die koude ruimte. Opa in zijn kist afgebeeld met allemaal koukristallen om zich heen. Ik vind het erg heftig.
Het verhaal van oma is al pittig. De illustraties van Kaatje Vermeie zijn prachtig gemaakt maar erg aangrijpend.
Ik houd van droeve dingen en thema’s die kinderen niet altijd begrijpen zegt de illustratrice. Dat kan zijn maar ik vraag me wel af of ze nagedacht heeft over het kind dat haar illustraties te zien krijgt. Aanvankelijk zijn de prenten erg vrolijk, het zijn kleine kunstwerken, maar als oma gevallen is zien we een bijna zwarte pagina en een erg droevige Mare met haar opa. Ook de tekst is zodanig dat je denkt dat oma haar val niet overleeft heeft en dood is. Dat was gelukkig niet zo. Daardoor is de schrik eigenlijk des te groter dat opa ineens dood is. De dood van opa wordt weergegeven in heel donkere kleuren. Je ziet de achterkant van een stoel met een in scherven gevallen kopje daarnaast. Mare begrijpt dat oma opa nog wil zien. Daarna zie je op een afbeelding opa nog in zijn kist liggen en na deze afbeelding is het verhaal afgelopen, er volgt geen tekst meer.
Als dit boek bedoeld is om kinderen te leren omgaan met bepaalde situaties dan is het op zich een goed streven. Je kunt vertellen dat oma's of opa's zoiets kunnen krijgen of wie weet is het een grootouder van een kind overkomen. Dan vormt dit boek een mooie opening. Een oma of opa die zo erg veranderd is, of erg veranderen kan, lijkt me al vrij pittig om te verwerken voor een kind. Maar dan ineens... opa dood! Een kind krijgt er nóg een schrik bij... dat kan ook nog gebeuren. Opa of oma kunnen ook nog dood gaan!
Het is eveneens goed dat zo'n onderwerp besproken wordt maar om dit in één boek van 32 pagina's te stoppen vind ik teveel van het goede.
De illustraties zijn wel schitterend gemaakt. Er is zelfs een erg mooie gratis poster bij van een vrolijke Mare in de tuin. Ik vroeg me wel af wie zo'n boek zou kopen. Zullen ouders dit boek kopen om hun kinderen voor te bereiden op de eventuele mogelijkheden? Zullen scholen dit kopen om een uitgangspunt te hebben als er een kind met een verhaal over opa of oma komt die haast niet meer kan praten? Maar waarom dan die dood van opa er ook nog eens bij? Waarom zijn er geen twee boeken met elk één onderwerp gemaakt?
Het kan ook zijn dat ik me te druk maak om het tere kinderzieltje, geen idee, maar dit bovenstaande is mijn persoonlijke mening.
Het is een heel mooi boek, met prachtige illustraties en inhoudelijk ook goed, maar naar mijn gevoel is het dus teveel, te heftig voor een kind van vijf.
ISBN 9789058386243 Hardcover, 32 pagina's Uitgeverij De Eenhoorn augustus 2010
© Dettie, 26 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Gek van een eiland
Koen D'Haene
Wout gaat met zijn moeder een weekje op vakantie naar Terschelling. Het is een zwaar jaar geweest. Vlak voor Kerstmis verdween zijn vader plotseling naar Rio de Janeiro. Hij had een vriendin en ging bij haar wonen. Wout heeft daarna niets meer van zijn vader gehoord.
Aanvankelijk waren zijn moeder en hij kapot van verdriet maar op een dag gooide zijn moeder het roer om. Pa was een egoïst, nu zijn zij aan de beurt. Ze ging samen met vriendinnen of met Wout naar de film of naar het theater en daarna lekker wat drinken ergens. Wout kan goed met zijn moeder opschieten, ze plagen elkaar veel en kunnen ook erg lachen met zijn tweeën. En nu gaan ze naar Terschelling. Wout heeft het verdiend vindt zijn moeder.
Als ze aankomen doet de eigenaresse van het vakantiehuisje, Martje, heel raar en stug tegen hun tweeën. Gelukkig is haar dochter Johanna veel leuker, Wout vindt haar zelfs érg leuk. Maar Johanna en Martje zijn tegen elkaar helemaal niet aardig, sterker nog, zij hebben constant ruzie.
Maar Wout en Johanna kunnen prima met elkaar opschieten. Tijdens een wandeling vertelt Johanna aan Wout hoe het komt dat zij zulke problemen met Martje heeft en Wout vertelt Johanna over zijn vader. Hoe moeilijk hij het er mee heeft dat z'n vader weg is en gek genoeg denkt hij op het eiland veel meer aan hem dan thuis. Johanna vindt het idioot dat zijn vader niets meer van zich laat horen.
Ondertussen is Wout stapelverliefd op Johanna en wil hij steeds bij haar zijn, tot teleurstelling van zijn moeder die had verwacht dat ze alles samen zouden doen. Wout neemt voor haar een beetje de plaats van haar man in en Wout wil meer vrijheid, wat losser met zijn moeder omgaan, hoe leuk en hip ze ook is.
Na die week is er veel veranderd voor de vier mensen. De ontspannen leuke vakantie pakte heel anders uit maar heeft wel dingen open gegooid en bespreekbaar gemaakt.
Het is een verhaal dat je af en toe verrast. Je verwacht bepaalde reacties van de personages en die zijn juist net anders dan je denkt. Koen D'Haene beschrijft het eiland zelf ook op een mooie manier, je zou er zo naar toe willen.
Achterin het boek staan verwijzingen naar boeken waar personages in voorkomen die D'Haene ook gebruikt heeft voor dit boek. Ook gebruikt hij enkele legendes over de Friese Waddeneilanden in zijn verhaal en natuurlijk komt de Terschellingse zanger Hessel in het boek voor.
Er gebeurt erg veel, er worden diverse thema's aangesneden, in mijn ogen een beetje te veel. Hoofdthema's waren afscheid nemen, aanvaarden, loslaten maar ook verliefdheid en' houden van' en de natuur speelden een belangrijke rol.
Al met al wel een mooi verhaal.
ISBN 9789058386175 Paperback 150 pagina's Uitgeverij De Eenhoorn, maart 2010
Leeftijd: Vanaf 12 jaar
Dettie, 18 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Veel gedoe om niks
William Shakespeare
Naverteld door Barabara Kindermann
met illustraties van Almud Kunert
Nederlandse tekst Tjalling Bos
Het is lang geleden. In de Italiaanse stad Messina regeert de wijze gouverneur Leonato. Hij is heel trots op zijn lieve, mooie dochter Hero. Maar hij houdt ook erg veel van haar leuke, felle nicht Beatrice, die bij hen in huis woont.
Op een dag ontstaat er grote opwinding in Leonato's huis. Ze hebben gehoord dat de ruiters die een paar dagen eerder onder leiding van prins Don Pedro ten strijde zijn getrokken, nu terugkomen. Iedereen loopt snel naar buiten. De mooie Hero is zo opgewonden dat ze bijna niet stil kan staan. Ongeduldig kijkt ze in de verte of de prins met zijn troepen er al aankomt. Maar het is niet Don pedro naar wie ze zo verlangt. Ze is dolgelukkig als graaf Claudio op haar af galoppeert. Verlegen slaat ze haar ogen neer.
Haar kattige nicht Beatrice kijkt een andere edelman uit het gevolg van Don Pedro vol minachting aan. Ze heeft al heel lang een hekel aan heer Benedick, en hij ook aan haar. Als ze elkaar tegenkomen krijgen ze altijd ruzie en gaan elkaar bijna te lijf. Er is maar één ding waarover ze het eens zijn: liefde is belachelijk!
Hiermee is de toon gezet voor de hervertelling van het beroemde, vrolijke toneelstuk 'Much Ado Abouth Nothing' dat William Shakespeare rond het jaar 1600 schreef. In moderne, eenvoudige taal wordt het verhaal verteld over de verliefde Hero en Claudio die heel graag met elkaar willen trouwen. Daarnaast speelt het verhaal over de eeuwig ruzie makende Beatrice en Benedick. Door een list van Leonato worden zij toch heel verliefd op elkaar en willen ze ook trouwen, tegelijk met Hero en Claudio.
Maar door een valse streek van de jaloerse Don John (de halfbroer van Don Pedro) gaat het huwelijk van hero en Claudio niet door. Claudio krijgt namelijk te horen dat Hero hem ontrouw is. Hij krijgt zelfs het bewijs geleverd... Claudio wil daarna Hero niet meer als vrouw. Natuurlijk is het lieve meisje helemaal niet ontrouw geweest en als ze door haar grote liefde beschuldigd wordt, valt ze in katzwijm. Maar hoe kan bewezen worden dat ze niet liegt en eerbaar is? Gelukkig horen de wachten een gesprek waaruit blijkt dat Don John die praatjes over Hero de wereld in gebracht heeft. Hij liet een dienstmeisje verkleed als Hero zeggen tegen iemand anders dat ze diegene lief had. Maar dat verhaal wordt nu de wereld uit geholpen en Hero en Claudio vallen elkaar weer in de armen.
Eind goed al goed, en ze leefden nog lang en gelukkig.
Dit bovenstaande is in het kort de strekking van het verhaal. Het zit veel ingenieuzer in elkaar natuurlijk, dat was Shakespeare wel toevertrouwd. Het is ook nog eens een erg leuk, doldwaas verhaal, dat op een vlotte manier verteld wordt zodat kinderen er ook plezier aan kunnen beleven.
De heftige relatie tussen Beatrice en Bendick zijn verreweg het populairst geworden staat achterin het boek. Lange tijd werd het toneelstuk bij opvoering zelfs hiertoe beperkt.
Maar wat ook geweldig is, zijn de afbeedlingen. Hero is bijvoorbeeld een mooi popje dat op een soort karretje staat waaraan ze voortgetrokken wordt. Aanvankelijk heeft haar vader constant het touwtje van het karretje in zijn hand. Ook zie je haar bij een gemaskerd bal als een koe verkleed mét koeienbel. Claudio is dan als schaap verkleed. Beatrice en Benedick zijn beiden leeuwen!
De stekelige Beatrice heeft een balkonnetje dat vol staat met cactussen, die ze aanvankelijk heel venijnig naar Benedick gooit. Later als ze verliefd zijn zie je deze cactussen vol bloemknoppen zitten! Bij alle intriges zie je ook de 'hond/wolf' van Don John steeds verkleed als schaap rondlopen. De bekende wolf in schaapskleren dus. Later als alles leugens uitgekomen zijn zie je een klein hondje de wolf helpen die schaapskleren uit te trekken. Ondanks het huwelijk van Hero zie je haar vader Leonato nog steeds het touwtje van het karretje in handen houden. Claudio is afgebeeld als marionet waar Leonato én Hero mee spelen. Persoonlijk denk ik dat alle grapjes en toespelingen die in de tekeningen verborgen zitten een kind zullen ontgaan maar ik heb er erg van genoten.
Achterin het boek staat nog een heel korte biografie over William Shaekspeare en de belangrijkste personages in het toneelstuk worden nog eens genoemd. Aanrader dit boek!
ISBN 9789051161397 Hardcover 44 pagina's | De Vier Windstreken | mei 2010
formaat: 29,4 cm x 21,5 cm Leeftijd: vanaf 6 jaar
© Dettie, 16 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Popje in de kunst
Marjolein Bastin
Marjolein Bastin is vooral bekend om haar natuurtekeningen en de verhaaltjes en tekeningen over Vera de Muis. Al als heel jong kind was ze gefascineerd door alles wat groeit en bloeit. Ze bekeek alles wat rondliep en tevoorschijn kwam in de tuin. Aan haar tekeningen is dat te merken. Alles is heel gedetailleerd weergegeven maar ze weet fictie en werkelijkheid op een leuke manier te combineren in haar illustraties. Dit boek is daar ook weer een goed voorbeeld van.
In dit boekje is Popje heel erg verdrietig. Ze mist Meneer Mol zo, ze heeft hem al zo lang niet gezien. Vera belooft Popje dat ze hem morgen zullen bezoeken. Popje maakt een mooie tekening van Dagpauwogen voor hem.
Als Fritsje, Vera, mevrouw Hommel, Lieveheerbeest, Saar en Popje de volgende dag bij Meneer Mol komen, ligt hij te slapen. Popje maakt hem wakker maar oh wat is meneer Mol aan het mopperen. Niets is goed. Ze hebben een bosje klaver meegenomen maar Meneer Mol is boos dat er geen klavertje vier bij zit, en waarom hebben ze geen bloemen meegebracht? Meneer Mol moppert zo hard dat Vera besluit weer weg te gaan.
Gelukkig vindt Meneer Mol zichzelf ook wel heel boos doen en roept gauw dat ze moeten blijven.
'Jullie hebben gelijk! roept hij, 'ik ben een vervelende oude mopperkont! Ik ben een eigenweijze, slordige, akelige mol! En ik jok ook soms! En ik denk altijd aan mezelf! Ik ben een mispunt, een niksnut, een blaaskaas, een... een...' 'Ga door!' roept het Lieveheerbeest opgewonden.'
Popjes mooie tekening komt in het museum van Mol te hangen. Iedereen vertelt het aan elkaar door, het is ook een mooi nieuwtje, zo klein en dan al in een museum! Iedereen komt kijken, Meneer Mol heeft het er maar druk mee. Frits, Saar, Kipje, Vera, Lieveheerbeest , Popje en de stadse muis Bianca, die het nieuws ook gehoord heeft, gaan de volgende dag allemaal schilderen, dan kan er een tentoonstelling komen in het museum van Mol. Bianca kan prachtige zonsondergangen maken. Meneer Mol weet nog van niets en als ze de schiiderijen gaan brengen vindt hij ze helemaal niet mooi. Er staan geen regenwormen op of slakken... Nee, hij wil al deze schilderijen niet in zijn museum hebben. Teleurgesteld gaat iedereen weer weg en Meneer Mol haalt opgelucht adem. Daar is hij mooi onderuit gekomen, hij moet er niet aan denken, al die mensen die op zo'n opening van de expositie af zouden komen... Veel te druk en ze maken alleen maar troep. Arme meneer Mol, hij moest eens weten. Die expositie komt er!
De overgangen in het verhaal zijn af en toe een beetje haperend, soms twijfelde ik of het nu losse verhalen waren of één verhaal. Naar het eind toe vloeit alles beter in elkaar over. Maar in zijn totaliteit is het een erg leuk boek. De afbeeldingen zijn, zoals we gewend zijn van Marjolein Bastin, weer kleurrijk en vol humor.
De dieren in het verhaal zijn naar waarheid afgebeeld maar hebben wel kleren aan, op Saar de hond na. Mevrouw Hommel bijvoorbeeld heeft een zonnehoed op, een roze jurk aan met daarbij bijpassende roze schoenen met hoge hakken. Schitterend! Slak heeft bij de opening een mooi geel gekleurd huisje met bloemen erop 'aangetrokken'. De fantasie van Marjolein Bastin is enorm en dat maakt dat haar tekeningen zo apart zijn.
Een leuk en vrolijk verhaal!
ISBN 9789051160949 Hardcover 32 pagina's | De Vier Windstreken | augustus 2009
Vanaf 4 jaar
© Dettie, 14 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Zaza speelt doktertje
Mylo Freeman
Zaza heeft een mooi dokterskoffertje en dat komt mooi uit want zien haar dierenknuffels er niet een beetje pips uit? Zaza onderzoekt al haar knuffels heel goed, met de orenkijker kijkt ze in de oren van Roosje. Heeft beertje Roos oorpijn? Zaza kijkt goed maar Roosjes oren zien er gelukkig goed uit. Mevrouw Bobjes hart klinkt ook uitstekend en de keel van Sjors de giraffe is mooi rose.
Pinkie krijgt een thermometer in zijn mond maar hij heeft geen koorts, alleen Mo heeft een schram op zijn hoofd. Hij krijgt een mooi pleister... Dat willen alle knuffeldieren wel!
Maar waar ze het beste van opknappen is een dikke kus van Zaza!
Lief boekje met harde kaft en afgeronde hoeken. Het verhaal is gedrukt op stevig papier/dun karton dat een klein beetje glimt.
Op de rechterpagina staan de illustraties en links staat de korte, duidelijke vierregelige tekst.
De afbeeldingen zijn in heldere kleuren gemaakt. Vooral Sjors de Giraffe is erg leuk met zijn lange lijf en slungelbenen.
Het verhaaltje nodigt uit om kinderen te vertellen wat er mogelijk gedaan wordt als ze ziek worden. Er wordt dan in hun oren en keeltje gekeken en de temperatuur wordt opgenomen. Zo kunnen ze leren dat het helemaal niet eng is. Prima boekje.
Hier staan meer boekjes over Zaza.
ISBN 9789044812602 Hardcover 18 pagina's | Clavis | juli 2010
Vanaf 2 jaar
Dettie, 10 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Tiffany Dop
Tjibbe Veldkamp
Tiffany Dop is een meisje van dertien, dat opgroeit in een nogal asociaal gezin. Haar moeder is alleenstaand, en heeft er moeite mee om haar kinderen op te voeden. De manier waarop zij haar geld verdient is nogal twijfelachtig. Naast Tiffany is er nog de tweeling Bruce en Danny, die zo jong als ze zijn al kleine crimineeltjes geworden zijn.
'Ik was niet ongelukkig. We waren wie we waren. Sheila, Bruce, Danny en ik. Zij waren vals en onbetrouwbaar, maar niet valser of onbetrouwbaarder dan ik. En ik was slimmer. Aan het vechten was ik gewend. Zelf begon ik nooit meer, maar als Bruce of Danny begonnen en ik gaf ze op hun flikker, was ik trots op mezelf. Het was ieder voor zich en ik deed het niet slecht.'
Toch ontbreekt er iets in haar leven en dat ontdekt ze op de dag dat een onbekende vrouw haar een baby in de armen duwt. 'Pas even op, wil je'. Als het kind een jankbaby geweest was, was het verhaal heel anders gelopen. Maar het meisje is een schat van een dreumes, en Tiffany wordt verliefd op het kindje, dat ze natuurlijk weer terug moet geven. Maar dan staat haar besluit vast: ze wil zelf een kind.
Ze weet als dertienjarige wel zo ongeveer wat ze dan moet doen, en geld is geen probleem. Dat heeft ze op een vreemde, maar legale manier in handen gekregen. Ze houdt het angstvallig verborgen voor haar familie.
De eerste de beste kans om een man te pakken te krijgen grijpt ze aan. Maar de man wil haar niet, en raadt haar aan om een jonger persoon te zoeken. En zo komt ze bij Olivier, een nette jongen, 'type studentje'.
En dan blijkt dat Tiffany toch niet alles weet. Olivier weet haar aan het lijntje te houden. Hij heeft andere plannen en neemt Tiffany mee naar Roos, die een baby heeft. Tiffany mag oppassen. Dat wakkert haar verlangen alleen maar aan natuurlijk, en als Olivier dan niet meewerkt, gaat ze maar terug naar huis, waar ze een van die mannen aantreft die haar moeder bezoeken. Maar voor ze die man kan aanspreken is daar de politie: haar broertjes zijn opgepakt. En helaas ontdekt haar moeder dat haar dochter meer te bieden heeft dan op het eerste gezicht lijkt.
Het is een fantasievol verhaal, wrang-komisch over een meisje dat haar eigen leven wil leiden. Goed versus kwaad in een ander jasje.
De eerste zin trekt je meteen het verhaal binnen: 'Ik was dertien en wilde een baby.'
De goede lezer ziet meteen dat het verleden tijd is, maar desalniettemin wil je weten wat dat kind gaat doen met zo'n voornemen. Een kind van dertien notabene! Tiffany is een meisje met een sterke wil, eentje die niet bij de pakken neerzit. Een prima hoofdfiguur om een verhaal rond te schrijven. En het wordt nog verfilmd ook. Dat wordt een leuke film, ondanks de onderliggende boodschap.
ISBN 978 90 477 0140 8 Hardcover 113 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | januari 2009
Vanaf 11 jaar
Marjo, 9 augustis 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Meneer Haas en mevrouw Beer krijgen bezoek
Tekst: Christa Kempter
illustraties Frauke Weldin
Meneer Haas is in de tuin aan het werken maar dan komt mevrouw Beer, die de eerste verdieping huurt bij meneer Haas, de tuin in rennen, er is post voor meneer Haas.
Beste neef,
Ben onderweg. Heb je lang niet gezien.
Ik kom maandag om twaalf uur.
Je oom Haas
'Maar dat is vandaag!' roept meneer Haas. Gauw moet het huis opgeruimd worden, vooral mevrouw Beer maakt overal een troep van vindt meneer Haas.
En ja hoor, klokslag twaalf uur komt oom Haas aan met twee enorme koffers. Oom vindt mevrouw Beer een heel leuke vrouw en geeft allemaal complimentjes aan haar. En mevrouw Beer vindt dat heel leuk, ze straalt er van.
Oom bekijkt het huis van meneer Haas en vindt het maar een ouderwetse bedoening. Hij zal wel eens eventjes de boel veranderen. Er komen nieuwe gordijnen, ander behang want wie heeft er nu nog worteltjesbehang, dat is zo ouderwets... De meubels worden verplaatst, kortom, meneer Haas kent zijn eigen huis niet meer terug. Voor mevrouw beer maakt oom een tasje voor haar honingpot, nu kan ze hem overal mee naartoe nemen. Mevrouw Beer vindt het allemaal geweldig. 'Een fantastische man, die oom van jou,' zegt ze. Maar meneer Haas is helemaal niet blij met zijn oom. Hij wordt er humeurig van. Hij wilt dat alles weer wordt zoals het was... Eigenlijk is hij ook wel wat jaloers omdat mevrouw Beer zijn oom zo leuk vindt. Natuurlijk gaat dit niet goed en oom schrikt er van als hij merkt dat zijn neef boos is en hem vertelt dat hij niet zo blij is met al die veranderingen in zijn huis. Maar oom voelt zich ook beledigd en wil gelijk naar huis.
Arme oom, hij bedoelde het zo goed, Arme meneer Haas die in een huis moet zitten waar hij zich niet thuis in voelt. Gelukkig praten ze alles uit en begrijpen ze elkaar daarna goed.
Mevrouw Beer vindt het wel jammer dat die charmante oom verdwijnt en ook dat begrijpt meneer Haas, hij geeft haar nu ook af en toe een complimentje.
Weer een prima boek van Christa Kempter. De vrolijke, zorgeloze mevrouw Beer vormt een mooi contrast met de zorgelijke, eeuwig schoonmakende meneer Haas. Zij kan zich om veel dingen niet zo druk maken en daardoor leert meneer Haas ook dat niet alles zo erg is als hij denkt. In dit boek komt afgunst ook een beetje om de hoek kijken en dat je niet zomaar dingen voor iemand moet doen zonder te vragen of diegene het wel leuk vindt. Meneer Haas was heel tevreden met zijn huis en inrichting. Oom wilde zijn eigen smaak doordrukken en dacht er helemaal niet aan dat meneer Haas wel eens een heel andere smaak kon hebben. Ook leerde meneer Haas dat af en toe een complimentje geven goed is, daar wordt iedereen vrolijk van. Het zijn onderwerpen die je met een kind kunt bespreken maar het 'lesje' ligt er niet te dik bovenop, het is niet belerend. Het is gewoon een leuk verhaal waar je ook nog iets van kunt leren en dat is mooi meegenomen.
De illustraties zijn weer erg leuk met allemaal kleine grapjes. Als je de afbeeldingen goed bekijkt dan zie je dat de postbode een slak! is, met een karretje achter zich aan waar de post in zit. Als oom een windhaantje op het dak timmert dan zie je onder een struik mevrouw Beer lekker liggen slapen, de deurklopper is een berenkopje en ga zo maar door. De afbeeldingen zijn in warme kleuren gemaakt en beslaan vaak twee pagina's waarop dan ruimte voor de tekst is vrijgelaten.
Heerlijk boek!
ISBN 9789051161618 Hardcover 32 pagina's, uitg. De Vier Windstreken augustus 2010
Vanaf ca 4 jaar
Dettie, 8 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Woedend zwart
Mieke van Hooft
'Eigenlijk kan ik het nog steeds niet begrijpen. Niemand van mijn klas begrijpt het, denk ik. Ik weet ook niet precies wanneer het is begonnen. Het is stapje voor stapje steeds een stukje verder gegaan.
Tot ik er niet meer tegen kon.
Tot ik dacht dat mijn kop barstte.
Totdat ik wist dat ik iets moest doen.'
Zo begint het boek waarin Tom, elf jaar, de hoofdpersoon is. Hij is nog niet zo lang geleden verhuisd en zit nu in groep 7 bij meester Willem. Op zijn vorige school werd hij gepest, omdat hij heeft rood haar heeft en een bril draagt. Zijn nieuwe meester zorgt er voor dat het niet opnieuw gebeurt. En de meester wil hem ook helpen met rekenen, om er voor te zorgen dat hij overgaat. Want door zijn sommen staan vaak veel rode strepen, het gaat niet zo goed.
Toms moeder heeft een theetuin. Ze bakt taarten voor de gasten die op zomerse dagen in heer tuin neerstrijken. Soms moet Tom ook helpen. En er is een oudere man die ook komt helpen, en die een goede vriend wordt van Tom.
Tom is heel goed in tekenen en hij beschildert zelfs meubels. Vooral vlinders vindt hij leuk om te gebruiken. Als de moeder van een klasgenootje, een meisje dat hij erg leuk vindt, komt te overlijden, maakt hij voor haar een tekening met mooie vlinders. Voor een oudere dame verderop in het dorp schildert hij een kastje vol. Het is deze vrouw die hem vertelt over haar overleden man die niet zo goed was met woorden. Dan schreef hij het op, zei ze, en ze had zijn brieven bewaard. Die moesten in het kastje. Door deze opmerking heeft Tom besloten zijn verhaal te vertellen in het verhaal dat wij lezen.
Want meester Willem is niet zoals Tom denkt dat hij is. De dingen die hij doet maken de jongen bang, hij kan er met niemand over praten, maar hoe kan hij dan zijn gevoelens uiten? Hij ontdekt dat Sietse ook een hekel heeft aan de meester, maar dat Marietje juist weer veel steun krijgt.
Het moge duidelijk zijn: het thema dat Mieke van Hooft in dit boek aansnijdt is pedofilie. Een zwaar onderwerp dat ze niet al te zwaar aandikt, terwijl
ze wel duidelijk uitlegt wat het is, en hoe kinderen er mee om kunnen gaan als ze er mee geconfronteerd worden.
Naast foute liefde geeft ze ook goede liefde een rol in het boek, goed voor het evenwicht.
ISBN 978 90 251 1049 9 Hardcover 126 pagina's | Holland B.V., Uitgeversmaatschappij | april 2008
Vanaf 10 jaar
© Marjo, 7 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Help, mijn zus is gek
Fabien van Kempen
Julia (12) moet morgen naar de halfjaarlijkse familiedag op Eikenstein, het huis waar haar zusje Emmy verzorgd wordt.
Emmy is verstandelijk gehandicapt, ze kan niet praten, zichzelf niet aankleden, niet tekenen... ze kan helemaal niets! volgens Julia.
Ze zegt alleen 'huuh' en speelt steeds met haar vingers, 'alsof haar duim een zilveren lepeltje is dat ze van haar strenge moeder de hele dag met haar vingers moet oppoetsen'. Julia zou graag een gewoon broertje of zusje willen om mee te spelen maar volgens mama is het al een wonder dat Julia gezond is geboren. Mama heeft een afwijking waardoor ze voor vijftig procent kans loopt om een geestelijk gehandicapt kind te krijgen.
Julia vindt de familiedagen vreselijk, ze moeten dan samen eten met de kinderen die op Eikenstein wonen en die kwijlen allemaal en Anton is gewoon eng, vindt Julia. Vorig jaar trok hij zijn broek uit en liep verder in zijn blote kont. Anton is al zestien en Julia vond het griezelig wat Anton deed, ze werd er bang van. Volgens papa heeft hij nu een omgekeerde overall aan zodat hij zich niet meer kan uitkleden.
Het ergste vindt Julia dat ze dit keer alleen naar dat etentje moet. Haar ouders moeten naar een belangrijke receptie, tenminste dat zeggen ze. Volgens Julia liegen ze want ze doen zo raar en willen nauwelijks iets vertellen over waar ze zo nodig naar toe moeten.
En dan is het zover, Julia wordt afgezet bij Eikenstein. Emmy reageert niet op Julia's komst en als Anton heel druk staat te springen en hard staat te schreeuwen houdt Julia haar adem in. Ze weet dat Emmy niet tegen veel lawaai kan. En ja hoor, Emmy begint te loeien als een sirene en veegt met haar arm over de tafel. Alle kopjes vallen op de grond. Julia schaamt zich dood maar een jongen naast haar staat te lachen.
'Zo stom dat ze hier alleen heen moest. Haar ouders behandelen haar altijd als een klein kind. En als het even niet zo goed uitkomt om een klein kind te hebben, is ze ineens groot.
Ze hoort nog steeds gegrinnik achter haar. Wat irritant. Niemand mag lachen terwijl ze zulke grote problemen op te lossen heeft. En trouwens, hoe kan iemand lachen in dit gekkenhuis? Verontwaardigd kijkt ze om. De grijnzende krullenbol staat er nog steeds. Hij is ongeveer even oud als zij.
Hij knipoogt en kijkt als een kleuter die moet lachen om het woord 'scheet'. 'Het is net een grappig toneelstuk', zegt hij.
Julia vindt het allesbehalve grappig en kijkt hem boos aan.
Het gezicht van de jongen betrekt. 'Vind je het niet leuk?
Julia fronst. 'Ik voel me altijd een beetje onrustig hier, alsof ik elk moment kan worden aangevallen of beetgepakt.'
'Ha, dat is ook zo! Ach joh, je moet ernaar kijken als naar een toneelstuk of een film. Een eventuele aanval overleef je echt wel.''
De jongen met de krullen heet Ben, zijn zusje Merel woont ook sinds kort op Eikenstein. Julia is nu best wel blij dat ze aanspraak heeft.
Merel is een mongools meisje. Ze is gek op het fietsen door het bos en als ze vogels ziet gaat ze helemaal uit haar dak vertelt Ben. Daardoor komt ook het idee op om te gaan fietsen met Merel en Emmy, buiten staan heel grote driewielers waar je met z'n tweeën op kunt. Julia mag niet met Emmy fietsen van haar moeder, maar zij is er vandaag niet...
Stiekem glippen ze weg met de twee meisjes. Maar echt slim is dat niet. Emmy poept in haar luier en Merel loopt weg. En als ze het allemaal zelf proberen op te lossen, komen ze alleen nog meer in de problemen. Het is echt één grote rampdag, of toch niet?
De schrijfster heeft in werkelijkheid ook een zus met een verstandelijke handicap maar het verhaal zelf is verzonnen.
Ondanks dat zullen Julia's gevoelens wel dicht bij de werkelijkheid komen. Julia is soms boos omdat ze geen gewone zus heeft of omdat Emmy juist dié handicap heeft. Er zijn ook 'leuke' gekken volgens haar, waar je mee kunt lachen en spelen. Waarom is Emmy autistisch en kun je helemaal geen contact met haar krijgen, het is gewoon niet leuk om zo'n zus te hebben waar je niets mee kunt... Toch leert Julia deze dag veel, o.a. van Ben, en ze ziet eveneens dat Emmy wel degelijk gevoelens heeft ook al kan ze die niet uiten.
De schrijfster wil af en toe wel een beetje teveel uitleggen. Een bepaalde functie van een rolstoel (hoe je een steuntje kan maken om je been op te leggen) wordt uitvoerig beschreven. Ook het duimenwrijven van Emmy wordt meerdere keren beschreven.
Over het einde van het verhaal twijfel ik nog, het lijkt me een beetje onwaarschijnlijk zoals Julia geholpen wordt door Merel. Maar het is een boek voor jongeren dus wellicht is dat uitleggen wel nodig en is de afloop voor kinderen juist geweldig.
Al met al is het wel een spannend verhaal geworden en krijg je een redelijk goed inzicht over hoe het voor kinderen met een gehandicapt broertje of zusje moet zijn om met deze kinderen om te gaan. Ouders besteden soms te weinig aandacht aan het geestelijk gezonde kind omdat het broertje of zusje nu eenmaal veel aandacht vraagt. Dat kan wel eens moeilijk zijn en soms moet er aan de bel getrokken worden zodat beiden, zowel kind als ouder, weer even alles opnieuw bekijken. Kinderen worden groot en kunnen meer verantwoording aan en/of meer begrijpen, dat ontdekken de ouders van Julia ook.
Dit is het eerste boek uit de Help! serie. In deze serie verschijnt binnenkort ook Help, mijn vader is een puber. Over een vader die ineens zijn haar anders laat knippen en strakke shirts gaat dragen. Ook vindt hij mama opeens saai. Zo begon het met Antons vaders ook, en zijn ouders zijn nu gescheiden...
Het derde boek in deze serie zal over een pleegbroer gaan, een veel te dikke en te eigenwijze pleegbroer. Je kunt nog meewerken aan dit boek. Heb je iets bijzonders meegemaakt met jouw pleegbroer of -zus of wil je weten hoe lastig of leuk een pleegbroer of -zus kan zijn en hoe dat voelt? Mail dan naar
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
. Misschien dat jouw ervaring de schrijfster op nieuwe verhaalideeën brengt. Als dat zo is, komt je naam in het boek te staan.
ISBN 978-9044813449 Hardcover 71 pagina's Uitgeverij Clavis juli 2010 Vanaf 11 jaar
© Dettie, 6 augustus 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER