Geheime kamers
De bijna vijftiger Jelmer van Hoff is vanwege faalangst afgekeurd als leraar geschiedenis. Hij woont op een woonboot met zijn hond en zijn vrouw Paula.
Sinds de geboorte van hun mongoloïde dochter Hanneke heeft Paula Jelmer verboden haar nog aan te raken. Ze wonen samen, maar leven niet samen. Hij denkt vaag aan een dissertatie en komt haast nooit de deur uit. Tot hij onverwacht een uitnodiging krijgt voor de inaugurale rede van zijn oude studiegenoot Nico Sibelijn, aangesteld tot professor in de archeologie.
Op de receptie ziet hij diens vrouw Daphne weer, die hij sinds zijn studietijd nooit is vergeten. Jelmer beseft dat hij niet voor Nico, maar voor Daphne is gekomen. Ze schrijven elkaar steeds intiemere brieven, gevolgd door stiekeme telefoontjes.Tot een echte verhouding komt het echter nooit. Daphne probeert Jelmer ervan te overtuigen dat angst niet bestaat. Je kunt ze immers, zo zegt ze, niet vastpakken, op een boterham smeren, op tafel zetten of aan de muur hangen.
Ze bedriegt al 25 jaar lang haar man met haar eerste liefde, maar: "wat niet bekend is, bestaat niet". En haar man komt niets tekort, zegt ze, zich veilig wanend.
Maar ze rekent buiten de nieuwsgierige roddelbladjournalist, die naar aanleiding van een verkeerd beoordeelde situatie de niet bestaande relatie met Jelmer openbaar maakt. Wat verkeerd is 'gezien', bestaat en heeft gevolgen.
Overspel en bedrog is allemaal niet zo simpel als het lijkt, zegt Brouwers. Nu denk ik dat Brouwers nog veel meer zegt, maar dat haal ik er allemaal niet uit. Veel van de symboliek zie ik niet. De vraag is of dat Brouwers zou storen? Het betekent tenslotte dat het boek meerdere keren gelezen kan worden en dat als je immers de afloop al kent, misschien meer gaat zien en begrijpen. Niets is toevallig bij Brouwers, ik weet het, maar om nu alles op een weegschaal te gaan leggen? Voor mij zou het afbreuk doen aan het leesplezier.
ISBN90 450 0203 5 uitgeverij Atlas 2000, 488 pagina's
© Marjo, december 2007
Reageren? Klik hier!

Bezonken Rood
Ann Meskens in "de morgen" over Bezonken rood:
"Een prachtig, verschrikkelijk en aangrijpend boek." Dat is voor dit roemruchte boek nog een spaarzaam uitgedrukt oordeel. Bezonken rood is voor velen een van de prachtigste, verschrikkelijkste en aangrijpendste boeken uit de Nederlandstalige literatuur.
Brouwers' dwingende en onontkoombare taal verplicht de lezer de verschrikkingen van het Japanse interneringskamp Tjideng - en van het kind Jeroen Brouwers dat daar verblijft - onder ogen te zien. Het is bij de scherpe herinneringen moeilijk de blik af te wenden, iets anders te zien of aan iets anders te denken. Ook bij de lezer moet het geheugen vooral schrijnen, slaan en treffen. De balsturige humor die Brouwers' taal eigen is, maakt het verhaal alleen maar prachtiger, verschrikkelijker en aangrijpender."
Naar aanleiding van de R.A.M-uitzending van vorige week las ik dit boekje. Ik ben nog helemaal onder de indruk. Niet alleen van de gebeurtenissen die Brouwers beschrijft, maar vooral om de manier waarop. Het is schrijnend, zeer indrukwekkend, het is helemaal waar, wat hierboven geschreven staat. En het is ook niet na te vertellen...
Hardcover | Atlas | 2005 ISBN: 904501212X
Marjo, september 2004
Reageren? Klik hier!
Bezonken rood
Dit is het eerste boek dat ik lees dat over de gevangenenkampen van de Japanners gaat. Er is zoveel geschreven over de concentratiekampen, maar dit dan? Het vloog me naar de keel.
Jeroen Brouwers beschrijft in dit boek zijn relatie tot zijn moeder, die onherroepelijk getekend is door wat hij als kind met haar heeft meegemaakt in het Tjideng-kamp. Het is een jeugd getekend door gruwel, mishandeling en pijn. De indruk die het sadisme van de kampbewakers heeft gemaakt op de kleuter die Jeroen Brouwers dan is, is enorm. Zijn moeder werd, net als alle moeders, herleid tot een uitgehongerd, uitgemergeld hoopje botten met wat vel erover. Misbruikt en geslagen voor de ogen van de kinderen.
Bezonken rood is een aangrijpende getuigenis over een stukje geschiedenis dat ik nog niet kende. De beschrijvingen zijn afstandelijk en betrokken tegelijkertijd en doen met momenten kokhalzen.
Tegelijkertijd is dit boek ook een soort hommage. Een eerbetoon aan de moeder (die in het begin van het boek sterft en bij wiens begrafenis hij niet aanwezig wenst te zijn) die hij in de meest mensonwaardige omstandigheden met de ogen van een kleuter heeft gezien. Dat, en het feit dat zij hem later op kostschool stuurde (hij voelde zich verraden, zij zouden elkaar nooit in de steek laten), heeft zijn relatie met haar voorgoed vertroebeld. En niet enkel zijn relatie met haar, maar ook die met alle moeders, alle vrouwen.
Het boek heeft een heel eigen stijl, tussen dagboek, beschrijving en stream of consciousness in. Dit zorgt voor een springerig en tegelijkertijd ook erg onrustig effect, waardoor ik dit onmogelijk traag kon lezen, het was alsof ik door de bladzijden gejaagd werd, alsof te lang stilstaan bij een bepaald beeld dodelijk kan zijn. Hoe erg ik er ook van onder de indruk was, sommige herhalingen, die ongetwijfeld bedoeld zijn, werken voor mij erg storend. Ook het steeds weer opduiken van zijn korte betrekkingen met Liza en hoe haar gezicht en lichaam zich vermengen met dat van zijn moeder, zijn voor mij niet echt aan de orde en werkten enkel als vertroebeling van het verder toch wel haarscherpe beeld dat ons wordt voorgeschoteld.
Beklijvend.
Hardcover | Atlas | 2005 ISBN: 904501212X
© Elvira