Buiten is het maandag
Bernlef schrijft in een heel duidelijke stijl: kort maar krachtig, geen overloos gezwam om de feiten heen. Dat je daardoor wel eens wat mist is jammer, maar dan lees je het een tweede keer..
In "Buiten is het maandag" is Stijn Bekkering na een auto-ongeluk zijn vrouw Geesje verloren, en omdat hij zelf tien dagen in coma heeft gelegen is zij al begraven ook. Daardoor heeft hij voor zijn gevoel geen goed afscheid kunnen nemen, zijn werkelijkheidsbeeld is omvergeschud. Dan verdwijnt ook nog zijn zoon Harry spoorloos, met achterlating van vrouw en kind. Als hij hoort dat Harry in Canada zit, gaat hij erheen, en wisselt van plek met zijn zoon, want die vertrekt onmiddellijk naar Nederland. (beetje vreemd hoor, maar moest zeker voor het boek).
Stijn is in allerlei vormen met herinneringen bezig, smaen met Canadees-Maorische vriend Bruce. Bruce is animist: alle dingen hebben een ziel, en zo verzinnen ze verhalen voor de inboedelspullen die ze ophalen en verkopen. Dan komt de nacht dat Stijn dronken achter het stuur kruipt, en bijna een ongeluk krijgt als er ineens een eland op de weg staat: bij deze gebeurtenis krijgt zijn verdriet om Geesje vorm..
Een boek dat je met een gevoel van gemis laat zitten als je het dichtslaat. Je voelt dat er meer in zit dan je in eerste instantie meekrijgt.
© Marjo, november 2004
Voor meer informatie over Bernlef, klik op de afbeelding van het boek
Lees de reacties,klik hier!
Een jongensoorlog
In 1965 schreef Bernlef een boek dat "stukjes en beetjes" heette. Het werd in 1989 opnieuw uitgegeven onder de titel "achterhoedegevecht" en nog was Bernlef niet tevreden. Nu is het verhaal herzien en heet "een jongensoorlog". Het is het meest autobiografische boek, vandaar misschien dat de schrijver er aan blijft schaven.
Het gaat over een jongen van 12, afkomstig uit Amsterdam, die op het platteland de laatste maanden van de tweede wereldoorlog meemaakt. Omdat er in de grote stad zo'n honger heerst. Wordt hij ondergebracht bij het boerengezin Tulp: vader, moeder, Jan, de oudere zoon, Alie en Gerie de jongere zusjes.
Hij is een naïef jochie, begrijpt eigenlijk niet goed wat er allemaal om hem heen gebeurt. Als Alie hem in zijn kamer opzoekt en wil dat hij zich uitkleedt, doet hij braaf wat ze wil, maar eigenlijk begrijpt hij er niets van. Ook wat er in het dorp gebeurt..niemand legt hem iets uit, hij neemt waar, maar begrijpt niet goed. De dokter wordt beschouwd als een NSB-er, maar hoe kan het dan dat die Amerikaanse piloot bij hem in huis zit?
Wat de jongen evenwel niet snapt, weet de oudere lezer wel..de vraag is of een jongere lezer het ook allemaal begrijpt. Als op het laatst een meisje geschopt, geslagen en kaalgeschoren wordt, wordt er niets uitgelegd. Een jongere lezer zal net als Michiel niet eens begrijpen dat het 'normaal' was dat een moffenhoer zo behandeld werd. Niet eens wat een moffenhoer is overigens..
Michiel heeft heimwee, hij voelt zich verraden door zijn ouders. Net als Hagar en Ismael, zoals verteld wordt in het boek dat hij van thuis heeft meegenomen. Niet wat er in de buitenwereld gebeurt raakt hem, maar wel de pesterijen van de zusjes, als die zijn boek afpakken.
Het is het verhaal van een klein jochie dat langzaam meer gaat begrijpen van de Grote Wereld. Mooi, dat wel, maar er zijn schrijvers die eenzelfde verhaal beter vertellen. (Erwin Mortier bijvoorbeeld) Nog maar een keer herzien misschien?
Paperback | 132 Pagina's | Em. Querido's Uitgeverij | 2e Druk | 2005 ISBN: 9021452928
© Marjo, november 2006
Lees de reacties op het forum, klik
hier!
De onzichtbare jongen
Wouter van Bakel zit al in de zesde klas als plots Max Veldman opduikt, die bij hem in de klas komt te zitten. Er groeit een moeizame, maar steeds hechtere vriendschap tussen de twee jongens. Moeizaam, omdat Max anders is dan de andere kinderen. Max is gefascineerd door berekenen, door wetenschap, door proefjes, door het onzichtbare. Hij woont alleen bij zijn papa, want zijn mama heeft het gezin al lang geleden verlaten, iets wat Max niet onder ogen wil zien. Hij vindt dat zijn papa maar moet wachten tot ze weer terug komt.
Voor Wouter is Max een ontzettend vreemde jongen, maar de cijfers waar Max zo door geïntrigeerd is, zullen ook voor Wouter ontzettend belangrijk worden.
Wouter, die geen geweldige voetballer is, heeft toch zijn plaatsje in het team: hij kan ontzettend goed lopen. Gelukkig is het de tijd waarin Fanny Blankers-Koen het ontzettend goed doet op atletiekgebied en het nieuws haalt. Wouter mag van zijn ouders overschakelen naar atletiek en hij wordt er steengoed in: hij haalt ongelooflijke tijden. In het begin betrekt hij Max ook nog bij zijn nieuwe leven, maar al snel blijkt dat de elk in een ander aspect van het lopen geïnteresseerd zijn. De jongens groeien uiteen.
Het geluk van Wouter, die zo goed is dat hij ondanks zijn jonge leeftijd al mee mag doen aan de Olympische Spelen, blijft echter niet duren: op die Spelen knakt er iets in hem. Een typisch geval van hyperconcentratie, hij komt simpelweg niet uit de startblokken. Het betekent het einde van zijn carrière en hij breekt radicaal met lopen.
Vele jaren later blijkt dat lopen nog een andere weerslag op hem te hebben: van de ene dag op de andere is hij niet in staat om zich voort te bewegen. De dokters zoeken en zoeken, maar vinden niets. Hij wordt opgenomen en ondergaat geduldig de behandeling die niet onmiddellijk lijkt te helpen. Het moment dat het gevoel in zijn benen terugkeert, is de start voor een lange revalidatie. Bij een van zijn voorzichtige wandelingen buiten herkent hij opeens Max, die in een naburig instituut zit. Max blijkt zware psychologische problemen te hebben, maar omdat Max een blijk van herkenning geeft en ook daadwerkelijk tegen Wouter spreekt (met de naam Beaufort weliswaar), stelt zijn behandelende arts voor dat hij nog eens langskomt.
Met enige pijn in het hart stelt Wouter vast hoe zijn jeugdvriend zichzelf kwijt is geraakt in een wereld vol details, hoe hij het onmeetbare probeert te weten en daarbij zichzelf verliest. De dokter stuurt hem een stapel brieven toe, in de hoop dat Wouter er wijs uit geraakt. Bij het lezen ervan beseft Wouter dat hij de Max die hij kende eigenlijk voor altijd kwijt is…
Bernlef hanteert in dit boek een erg observerende stijl, die heel goed bij het karakter van het verhaal past. Mijn sympathie gaat heel hard uit naar Max, die vreemde Max die kenmerken vertoont van autisme en van hypersensitiviteit. Als op het einde duidelijk wordt hoe moeilijk Max het heeft zich te handhaven in een wereld waarin alles indrukken nalaat, indrukken die bij hem zonder onderscheid onuitwisbaar zijn en die zich opstapelen in zijn arme, overvolle hersenen, breekt je hart als lezer. Het mijne toch in elk geval. Het is ook heel mooi hoe realistisch het verhaal blijft. Wouter wordt niet opeens de reddende engel die alles weer goed maakt, er is geen plotse deus ex machina. Een warmmenselijk verhaal, waarin alledaagsheid en wonderlijkheid elkaar afwisselen…
Paperback | 188 Pagina's | Em. Querido's Uitgeverij | 2e Druk | 2005 ISBN: 9021453029
© Elvira, september 2006
Lees de reacties op het forum, klik
hier!
Achterhoede-
gevecht
Achterhoedegevecht is een herziene versie van het prozadebuut van Bernlef dat in 1965 uitkwam onder de titel Stukjes en beetjes. Na Achterhoedegevecht is het verhaal nogmaals verschenen met de titel Een jongensoorlog.
Volgens Bernlef is dit zijn meest autobiografische roman.
Michiel (12) is een jongen uit Amsterdam die door zijn ouders naar het dorpje Driewoude wordt gestuurd omdat het daar veiliger is en bovendien meer voedsel.
Jan Tulp, de zoon van het pleeggezin, haalt hem op met paard en wagen en de weg naar zijn voorlopig nieuwe thuis verloopt uiterst zwijgzaam. En ook ik het pleeggezin blijft Michiel de stille jongen.
Michiel moet zijn slaapkamer delen met Jan Tulp wat hem moeilijk valt. Verder bestaat het gezin uit oom en tante en twee dochters. De oudste dochter probeert Michiel te verleiden maar Michiel raakt alleen maar verward, wat wil ze van hem? Alles verwart Michiel trouwens. Waarom mag hij de buurman niet dagzeggen? Hoe moet hij met zijn nieuwe 'vrienden' omgaan? Waarom is de dokter slecht? Niemand vertelt hem wat, Michiel moet alles zelf uitvinden. En op zijn eigen naieve manier trekt hij conclusies. Hij verlangt erg naar zijn moeder maar verwerkt zijn heimwee door het lezen van een boek over een heel zielig, eenzaam kind. Daar kan hij lekker bij huilen.
Langzamerhand leert Michiel wat hij wel en niet kan doen, met wie hij wel of niet kan omgaan en als de bevrijding gevierd wordt voelt Michiel zich niet bevrijd, eerder triest, hij voelt dat hij iets kwijt is, namelijk zijn dromerigheid, zijn jeugd, en de realiteit voelt niet echt prettig aan!
Het boek leest makkelijk maar is toch behoorlijk afstandelijk. Op kleine details wordt enorme nadruk gelegd zoals bijv. de korstjes op de enkels van Michiel door het lopen op klompen.
Op een of andere manier loopt het verhaal niet. De kleine details overheersen zo dat het afbreuk aan het verhaal doet. Niet dat het boek niet boeit maar je blijft met een onbestemd gevoel zitten. Ik moet toch maar eens proberen 'Een jongensoorlog' te pakken zien te krijgen. Daar moeten volgens Bernlefs eigen zeggen alle beginnersfouten uitgehaald zijn.
ISBN 902149695X 124 blz Querido 1989
© Bernadet
Lees de reacties op het forum, klik hier!