Tea-Bag
Een jong zwart meisje, vluchtelinge, komt terecht op een Spaans strand nadat de boot die volgepropt was met soortgenoten gezonken is. Velen vonden de dood, zij overleeft maar dat is dan ook alles. Ze wordt in een kamp ondergebracht dat bestaat uit barakken en tenten, lekkende douchecabines en smerige toiletten. Aan de andere kant van het hek zag ze de zee die haar had laten gaan, maar verder was er niets, niets van al die dingen waar ze van gedroomd had. Een ding had ze gemeen met de anderen : ze hadden niets om naar uit te kijken.
Pienter als ze is, komt ze er al vlug achter dat je best de nationaliteit aanneemtdie een bepaald land op zijn grondgebied wil toelaten. Ze slaagt erin een vals paspoort te stelen en via het water en de weg, te voet ofmet een gestolen fiets uiteindelijk Zweden te bereiken. Daar ontmoet ze Jesper Humlin, een interresant personage. Ik heb eigenlijk medelijden met die man, hij is een echte 'underdog'. Overal krijgt ie op zijn kop. Zijn vriendin, Andrea, met wie hij niet eens samenwoont zeurt hem constant aan het hoofd dat ze kinderen wil, véél en meteen. Als hij niet wil dreigt ze ermee een boek te gaan schrijven. Dat wil hij niet want zelf is hij een niet erg succesvolle dichter en hij weet van Andrea dat ze meer talent in huis heeft dan hijzelf. Maar kinderen wil hij ook (nog) niet en zeker al niet met haar, dat weet hij wel maar hij durft het haar niet te zeggen. Dan zijn uitgever en agent, Olof Lundin, die wil uiteraard meer verdienen aan de schrijfsels van Jesper en eist dat deze een goedverkopende misdaadroman gaat schrijven. Dat wil Jesper ook niet. Hij wil alleen maar gedichten schrijven en reist het hele land rond om lezingen te geven. Andrea gelooft er niks van en beschuldigt hem ervan dat hij haar ontrouw is.
Dan is er ook nog zijn moeder die van hem verlangt dat hij 24u per dag beschikbaar is voor haar, ze belt hem zelf 's nachts uit bed omdat ze voor hem gekookt heeft. Oesters dan nog wel, en die lust hij niet. Bovendien komt hij te weten dat zijn hoogbejaarde moeder, 87 is ze, iets bijverdient door ....jawel...telefoonseks te verkopen!
De dialogen in 'Tea Bag' zitten vol fijne humor, niet hilarisch, maar het tovert een brede glimlach op je gezicht. Tenminste dit geldt voor het eerste deel van het boek. Tot wanneer Jesper de vluchtelinge, Tea Bag en haar vriendinnen op één van zijn lezingen ontmoet. Hij raakt zo in de ban van de meisjes en de verhalen van hun vlucht dat hij er een boek wil over schrijven.
Hier verandert de sfeer in het boek helemaal, het wordt diep ernstig, schrijnend zelfs. Het is een verhaal over mensenhandel en al wat dit met zich meebrengt : prostitutie, drugsverslaving, stelen om te overleven. Mankell heeft de mensen uit alle continenten die in Europa illegaal leven een stem willen geven. Hij is daarin op zijn geëngageerde, pakkende manier in geslaagd.
ISBN : 9044502344 Ingenaaid, 317 pagina's Verschenen: februari 2005 Uitgeverij : De Geus
Oorspronkelijke titel: Tea-Bag Vertaler: Clementine Luijten
© Christine, maart 2006
Reageren? Klik hier!
Comedia infantil
De Achterflap:
Tien jaar is Nelio als de bakker José hem aantreft op de toneelvloer van een theater in een Afrikaanse stad, badend in zijn eigen bloed. In de negen slopende nachten voor zijn dood vertelt de jongen aan José zijn schokkende levensgeschiedenis. Hoe hij tijdens de burgeroorlog gedwongen werd te doden om zelf aan de dood te ontsnappen. En hoe hij zich vervolgens in de grote stad staande houdt. Nelio, die in een standbeeld woont, wordt tot leider van de straatkinderen gebombardeerd en bouwt samen met zijn lotgenoten een eigen manier van leven op.
Einde achterflap
Dit is het verhaal van Nelio, een straatkind. Maar het is ook het verhaal van José Antonio Maria Vaz, een bakker.
Het is hij die Nelio vindt, neergeschoten, met twee kogels in de borst. Het is ook hij die dit verhaal vertelt, dat van Nelio en dat van zichzelf.
De kleine Nelio vlucht voor de burgeroorlog die woedt in zijn Afrikaans dorp. De rebellen hebben zijn vader, moeder en pasgeboren zusje op onvoorstelbaar wrede wijze vermoord. Zijn vlucht brengt hem naar een grote stad waar hij zich aansluit bij een groep straatkinderen. De ironie van het lot wil dat niettegenstaande hij een bloedige burgeroorlog ontvlucht en zich weet staan te houden in het harde straatleven, op een domme manier neergeschoten wordt.
Mankell, die ik tot nu toe alleen kende van zijn thriller-reeks met inspecteur Kurt Wallander in de hoofdrol, heeft hier weer een meesterwerk neergezet. Uit dit boek blijkt zijn liefde voor de straatkinderen van Maputo (Mozambique). Op ontroerende wijze schetst hij de laatste negen levensdagen en nachten van de bijzondere jongen, Nelio.
Ik heb met een krop in de keel de laatste bladzijde omgedraaid.
In 1996 werd deze roman genomineerd voor de Literatuurprijs van de Noordse Raad, de belangrijkste literaire onderscheiding van Scaninavië.
ISBN 9052266913 Gebonden, 250 pagina's Verschenen: september 1999 Uitgeverij De Geus
oorspr. titel: Comédia infantil oorspr. taal: Zweeds vertaler: Cora Polet
© Christine
Reageren? Klik hier!
Daniël, zoon van de Wind
Toen hij naar de jongen in de kist keek was het alsof hij zichzelf zag. Waarom wist hij niet. Toch wist hij het zeker. De jongen die daar lag was hijzelf. Bengler keek vragend naar Andersson, die Heijer instrueerde hoe hij de zoutzakken moest opstapelen om het vocht weg te houden dat merkwaardigerwijs zelfs deze afgelegen buitenpost in de woestijn wist te bereiken. 'Wat is dit?' vroeg hij.
'Ik heb hem gekregen in ruil voor een zak meel.'
'Waarom ligt hij hier?'
'Ik zou het niet weten. Hij moet toch ergens blijven'
Bengler voelde de verontwaardiging opborrelen. Andersson en zijn vervloekte zout.
Terwijl er een jongen op de bodem van een smerige kist lag.
'Wie ruilt er nu een levend mens voor een zak dood meel?'
Net als in 'Comédia Infantil' laat Mankell het levensverhaal van twee totaal verschillende mensen in elkaar vloeien. Dat van Hans Bengler, een mislukte student medicijnen, die in een Afrikaanse woestijn een uniek insect hoopt te vinden om in zijn vaderland, Zweden, roem mee te oogsten. En dat van Molo, een klein Afrikaans jongetje wiens hele stam afgeslacht wordt.
Bengler adopteert Molo, neemt hem mee naar Zweden, leert hem de taal en geeft hem de naam Daniël.
Maar Bengler is niet de weldoener voor wie hij zich uitgeeft. Teruggekeerd in Zweden gebruikt hij Daniël als kermisattractie en hoopt zich zo rijk te maken. Hij schrikt niet terug voor leugens, bedrog en zelfs verkrachting.
Op schitterende wijze schildert Mankell de tegenstelling tussen deze twee mensen. Aan de ene kant de blanke die zich ondanks het gebruik van leugens en geweld toch superieur voelt aan het zwarte ras, en aan de andere kant de puurheid van de kleine Afrikaan die het begrip 'liegen' niet eens kent. Die maar niet kan begrijpen dat de man die zich zijn vader noemt hem zo maar in de steek kan laten in een land waar hij wegkwijnt van verdriet, eenzaamheid en verlangen. Een verlangen om te leren over het water te lopen en terug te keren naar 'zijn' woestijn.
ISBN 9044504533 Ingenaaid, 317 pagina's Verschenen: december 2003 Uitgeverij De Geus
Oorspronkelijke titel: Vindens son Vertaler: Clementine Luijten
© Christine, februari 2006
Reageren? Klik hier!