Geert v.d. Kolk

Website Geert van der Kolk

 

altDe waterverkoper
Geert van der Kolk

Zaël Eugène Calixíe – door iedereen Nodieu genoemd – is tot zijn negende jaar een tevreden kind. Hij woont op Île à Vache, een klein eiland voor de zuidwestkust van Haïti. Hij heeft een broer en een zus maar die hebben elk een andere vader. Volgens Nodieu is zijn leven normaal tot hij als negenjarig jongetje getuige is van een moord.

Bij toeval ziet Nodieu hoe Tibidín, - een vriend van zijn moeder Valmá -  een andere man drie keer in de borst schiet en daarna twee keer in het hoofd. Wanneer Tibidín ontdekt dat de kleine jongen de moordpartij heeft gezien ontsteekt hij in woede. Hij sleurt hem mee naar het huis van Valmá en nadat hij met haar gesproken heeft neemt hij Nodieu met zich mee. Ze reizen over zee en over land naar een ander deel van Haïti.

Ik was bang, want ik wist dat hij nog steeds zijn pistool bij zich had. Ik zie dat ik naar huis wilde. “Jij hebt geen huis meer”, zei hij. “Jij gaat naar een nieuw huis”

Nodieu wordt verkocht als restavec aan een vrouw met de naam Jesulá. Een restavec is een kind dat door zijn ouders verkocht is als slaaf. Nodieu wordt aan het werk gezet als waterverkoper. Hij loopt met een emmer op zijn hoofd langs auto’s, busjes en tap-taps om zijn zakjes met water aan de man te brengen. Jesulá probeert het kind wijs te maken dat Tibidín hem weer op komt halen en dat hij bovendien binnenkort naar school zal gaan. Nodieu gelooft haar niet en loopt weg.

Negen jaar later zit de inmiddels achttienjarige Nodieu in een gevangenis in Miami. Hij is opgepakt nadat hij met een zelfgebouwde zeilboot naar Florida is gezeild. Omdat bij zijn boot het ontzielde lichaam van een man is gevonden hangt hem een zware gevangenisstraf boven het hoofd. Misschien zelfs de doodstraf. Op advies van zijn advocaat Malcolm schrijft hij voor de rechter zijn levensverhaal op. Na welke omzwervingen is hij uiteindelijk in de zeilboot beland en wat heeft hij te maken met de dode man?

Het verhaal van Nodieu is schrijnend maar het is ook een verhaal dat respect afdwingt. Haïti is arm en misdaad ligt op de loer. Ook Nodieu heeft dingen gedaan die het daglicht niet kunnen verdragen. Hij vertelt open en eerlijk hoe dat zo is gekomen en wekt hiermee de sympathie op van de lezer. Een kind dat zo jong al op zichzelf is aangewezen maakt fouten maar Nodieu is boven alles een dappere knul. Hij weet wat hij wil en hij beschikt over een krachtige geest en doorzettingsvermogen. In een land waar het leven hard is gelden andere regels. Andere waarden en normen. Niet iedereen leeft in welvaart en geborgenheid. Niet alles is wat het lijkt.

De zeiltocht van Haïti naar Florida heeft auteur Geert van der Kolk zelf ook gemaakt. Net als Nodieu heeft hij zelf een houten zeilboot gebouwd en is hiermee vanaf Île à Vache naar Florida gezeild. Het reisverslag van deze tocht, met mooie foto’s, staat HIER.

De waterverkoper is een mooi en toegankelijk geschreven verhaal. Wie erin begint leest het in één keer uit.

ISBN 9789046812143 | Paperback | 159 pagina’s| Nieuw Amsterdam | maart 2012

© Annemarie, 25 april 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Noordtij


In mei van het jaar 1882 ligt in de haven van St. John’s (Newfoundland) het poolschip Gerrit de Veer aan de kade. Het zeilschip (dat ook op stoom kan varen) is oorspronkelijk gebouwd voor de robbenjacht. Het is berekend op het varen door het ijsrijke wateren van de Noordelijke IJszee. Maar deze zomer krijgt het schip een bijzondere taak: het zal gebruikt gaan worden voor een wetenschappelijke expeditie. De bemanning bestaat uit een schipper, een stuurman, een machinist, een kok, twee matrozen, een stoker en een scheepsjongen. Sommigen komen van de koopvaardijvaart, anderen hebben al eens meegevaren met walvisvaarders. De Nederlandse poolexpeditie staat onder leiding van een geograaf en meteoroloog: Rutgers Matthes. Tot zijn team behoren verder: een natuurhistoricus, een cartograaf, een arts, een fotograaf, een kwartiermeester en een timmerman.
1882 is uitgeroepen tot het Internationale Pooljaar. De Nederlandse expeditieleden zullen een kleine nederzetting bouwen op Ellesmere (een onherbergzaam gebied tussen Groenland en de Noordpool) en hier hun proeven doen, waarnemingen vastleggen en landkaarten tekenen van nog onbeschreven delen van het Noordpoolgebied. Het schip zal hen er heen brengen, met de nodige proviand, bouwmaterialen en brandstof en hen na een jaar weer ophalen. Het gebied is slechts een paar maanden per jaar bereikbaar door de extreme koude, de duisternis en de ijsgang. Het wachten is nog op een ijsmeester die het schip veilig tussen de ijsbergen door kan loodsen en de weg moet wijzen door de ijsvrije geulen. Alle ijsmeesters zijn echter al onderweg met de lucratieve walvisvaart en robbenjacht. Uiteindelijk wordt er toch nog iemand gevonden: een norse, halfbloed indiaan, die met tegenzin aanmonstert.
De expeditie kan beginnen. De Nederlandse expeditieleden zijn goed voorbereid en de bemanning van het schip heeft de benodigde ervaring voor deze gevaarlijke reis. Onderweg worden nog 3 eskimo’s met twee sleeën en aantal sledehonden aan boord genomen. Niets lijkt een voorspoedige tocht meer in de weg te kunnen staan. Maar dat zal heel anders uitpakken.
Niet alleen het onverbiddelijke klimaat en de wildernis spelen hun parten: stormen op zee, ijsbergen, ijsberen, aanstromende kudden kariboes, verblindende sneeuwjachten, duisternis, kruiend ijs, dichtvriezende geulen. Stomme ongelukken en pech, ziektes waar onder deze omstandigheden geen remedies voor zijn en onderling onbegrip eisen ook hun tol. Wanneer de Gerrit de Veer uiteindelijk vast dreigt te vriezen in het pakijs ontstaan er conflicten tussen de leden van de expeditie en de zeelui en dan wordt duidelijk dat het grootste gevaar niet schuilt in de natuur, maar in hun eigen menselijke tekortkomingen en drijfveren. Als de poolnacht invalt, leiden wantrouwen, demoralisatie en tragische fouten tot een schokkende ontknoping.


De gebruikte wisseling van vertelperspectief is functioneel. Een klein deel van het verhaal wordt ons verteld via de brieven die de scheepsdokter aan een vriend schrijft (maar die eigenlijk meer een dagboek zijn, omdat ze niet verstuurd kunnen worden). Het zijn de enige momenten waarop we iets vernemen over de twijfels, gedachten en gevoelens van een der opvarenden. In de rest van het boek krijgen we een vrijwel feitelijk verslag van de gebeurtenissen en de onderlinge gesprekken. De spanning die daar echter onder ligt, wordt op een bewonderenswaardige wijze voelbaar gemaakt en steeds verder opgebouwd. Je wordt gegrepen door het verhaal en er in meegezogen. De lezer leert de opvarenden niet beter kennen dan zij elkaar in het verhaal kennen. Dat is echter geen tekortkoming: zo raak je vanzelf ongemerkt betrokken bij het onderlinge wantrouwen. De sfeerbeschrijvingen zijn beeldend: het is knap een wereld die de meesten van ons toch niet van dichtbij kennen zo levensecht op te roepen. Heel wat wetenswaardigheden passeren de revue, zonder de vaart uit het verhaal te halen.
Samengevat: een spannend en ijzingwekkend verhaal over een expeditie naar de Noordpool met een huiveringwekkende afloop. Geert van der Kolk is een schrijver om te ontdekken. Zijn roman Noordtij leent zich daar prima voor!


Uitgeverij Nieuw-Amsterdam, 2005. Paperback, 304 p., krt. ISBN: 90-468-0030-X

© Librije, september 2007.

Reageren? Klik hier!