Hij of ik
Dirk Weber
Het zal je gebeuren, je bent verhuisd naar een andere stad, en ineens zie je op straat iemand die zo sprekend op je lijkt dat het is alsof je in een spiegel kijkt!
Het overkomt Philip. Omdat zijn oma ouder wordt en meer zorg nodig heeft, is hij met zijn ouders verhuisd. Nieuwe school, zijn vrienden ver weg, hij vindt het maar niks. En dan die ontmoeting! Wie is die jongen? Dat kan toch niet, iemand die zo helemaal hijzelf is?
Hij wil het weten natuurlijk, en zo ontmoet hij Olaf. Een jongen die alleen met zijn moeder in de arme wijk woont. Olaf is een echt straatschoffie, een durfal, en hij neemt het niet zo nauw met de regels. Philip keurt dat af, maar hij heeft natuurlijk makkelijk praten, hij heeft alles. Wat hij normaal vindt: geld op de bank hebben, is voor Olaf heel bijzonder. En Olaf deinst er ook niet voor terug om te profiteren van hun gelijkenis. Tegen de zin van Philip haalt hij allerlei trucjes uit die in zijn voordeel werken.
‘Hé jij!’ In een paar stappen zijn ze bij hem. Ze pakken hem vast en trekken hem mee naar de winkel.
‘Ik heb niks gedaan!’
’Dan vind je het zeker niet erg dat we even in je tas kijken?’
De man heeft de plastic tas op de toonbank gegooid , het meisje kijkt erin. Een mevrouw die in de winkel kleren aan het bekijken is, kijkt hem vuil aan.
Het jack komt eruit, en een bibliotheekboek.
‘Veder niks?’ vraagt de man aan het meisje.
‘Nee. Een jack en een boek.’ Ze loopt met het jack naar de poortjes. De jas piept niet. Als ze het boek tussen de poortjes houdt, gaat het alarm af. Het was het boek’, zegt ze.
De man is ineens een stuk vriendelijker.
Voor Olaf is dat genoeg. Hij hoeft het brave leventje van Philip niet, en met z’n tweeën kan alles zoveel beter worden. Tot zijn moeder vertelt dat ze er over denkt om naar Frankrijk te verhuizen. Dan is hij ineens meer geïnteresseerd in de vragen die Philip zich stelt: hoe kan het dat ze zo op elkaar lijken terwijl ze een andere vader en moeder hebben? Het wordt nog vreemder als op een foto van Philips moeder eenzelfde beeldje staat als op de foto van Olafs moeder.
Philip gaat zelfs zo ver een DNA-test te doen. Maar het antwoord maakt alles nog erger.
En dan verrast Weber de lezer. Ineens wordt een toch al spannend verhaal een thriller.
Het verhaal is vooral een schets van twee jongens die heel anders opgroeien. Dezelfde genen, maar een totaal andere achtergrond. ‘Nurture’ is voor Weber belangrijker dan ‘nature’. Hoewel de vraag blijft of de achtergrond van Philip wel zo veel beter is: hij heeft het materieel heel goed, maar heeft tegelijk ouders die geen tijd hebben voor hun zoon. Het had net zo goed Philip kunnen zijn die het niet zo nauw neemt met de wet. Maar het is Olaf, en zelfs dat schoffie is eigenlijk best braaf. Toen hij met de sleutel van Philip diens flat binnenging, had hij alles kunnen stelen. Maar deed het niet. Zijn ze dus wel zo verschillend als het lijkt?
De verrassende afloop is eigenlijk de enige oplossing voor het dilemma dat de schrijver zich zelf met zijn verhaal heeft gesteld: hoe moet de ontmoeting tussen deze twee jongens een goed einde krijgen?
Het boek is zoals we al van Weber kennen geschreven in een lekker vlotte, afgemeten stijl. Pittige dialogen. Spannende scènes. En leuke vondsten af en toe.
‘Ze kijken elkaar aan tot de deur ze losknipt.’
ISBN 9789045110905 | Hardcover | 152 pagina's | Uitgeverij Querido | 2010
Leeftijd: 12 plus
© Marjo, 23 januari 2011
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Duivendrop
"Met mijn linkerhand houd ik me vast aan mijn vader, met mijn rechterhand klem ik de doos tegen me aan. We praten niet, we zouden elkaar toch niet verstaan want er zit een scheurtje in de uitlaat."
Ik vind dit een pracht opening! Zonder dat er iets expliciet gezegd wordt, weet je precies hoe de situatie is. Er zitten meer van dit soort stukjes en zinnen in het boek, hetgeen dit tot een van de betere boeken maakt. Maar het verhaal is niet hoogdravend, of te moeilijk voor kinderen. De juiste combinatie dus!
Alexander is de hoofdpersoon. Hij is een jaar of elf, en enig kind. Zijn moeder is buitenlandse, en ze zit Alexander flink achter zijn broek dat hij goede manieren leert, en verder alles wat handig kan zijn in de wereld, om vooruit te komen. Hij leert tafelmanieren bij een chique dame in het verzorgingshuis waar zijn moeder werkt. Hij moet de buurvrouw helpen, en samen met zijn moeder leert hij dansen met behulp van dansplaten.
Zijn vader houdt duiven, hij doet ook mee aan postduifwedstrijden. Alexander heeft zijn eigen witte duif, misschien mag die ook wel eens meedoen, hoopt hij. Intussen went hij haar aan het loslaten en weer thuiskomen. Maar dat laatste gaat niet altijd goed! Alexander gaat haar achterna en leert zo een jongen kennen, die in de oude kazerne woont. Jubes wordt zijn enige vriend, verder heeft hij immers geen tijd om eens wat af te spreken met de kinderen van school. Maar Jubes is wel wat vreemd. Waarom mag hij niet naar buiten? En hij heeft nog nooit een televisie gezien! Of een computer! Maar Jubes is dan weer wel 'dropmeester', wat dat ook moge zijn. Hij mag eigenlijk helemaal niet met Alexander praten, laat staan spelen.
" waarom mag je niet met mij praten?
--Binnen is binnen , buiten is buiten.
--Wat is dat nou voor een reden?
--Dat zijn de regels. Je moet je aan de regels houden.
--Het zijn wel heel strenge regels.
--Vind jij. Jij bent van buiten. Het mag niet. Dat kan je niet uitleggen aan iemand van de andere kant."
Maar wat niet mag is erg spannend, en dus blijven ze toch met elkaar omgaan. Tot ze betrapt worden...
Dit is een erg mooi boek dat met de lezer, de jongere dus voor wie het bedoeld is, meegroeit, naarmate hij het vaker leest. Bij de eerste lezing is vast niet alles meteen duidelijk, en bepaalde symboliek zal misschien
slechts door volwassenen begrepen worden. Maar dat is juist zo mooi: het indirecte vertellen. Niet je wijsheid door de strot van de lezer duwen, maar er slechts subtiel naar verwijzen. Erg mooi gedaan.
ISBN 978 90 451 0582 6 Hardcover 128 pagina's | Querido Kinderboek | januari 2008
Vanaf 10 jaar
© Marjo, februari 2009
Lees de reacties op het forum, klik HIER
Kies mij!
Een debuut dat opgeluisterd wordt door de tekeningen van Jan Jutte! Dan zit je meteen al goed natuurlijk.
Niet dat het boek van Dirk Weber het nodig had, maar het maakt het nog mooier allemaal.
Het verhaal is dat van Fien. Ze is tien jaar en woont sinds haar oma gestorven is in het kindertehuis JIN. Haar ouders zijn dus ook al overleden, ze heeft nog maar vage herinneringen aan hen. Tja, het is niet slecht in het tehuis, maar leuk is natuurlijk anders. Als je je aan iemand hecht loop je het risico dat die persoon weer verdwijnt: terug naar haar familie of geadopteerd door iemand.
Overdag is er school, 's avonds moeten de kinderen een uur werken aan een Taak: folders vouwen of kerstpakketten inpakken of zoiets dergelijks. Verder kunnen ze lezen, of televisiekijken, spelletjes doen, of zoals Fien dat graag doet: tekenen. Dat doet ze ook als er pauze is op school, en zo heeft ze Wuf voor het eerst gesproken. Wuf blijkt een wat eigenaardige vrouw te zijn, maar het klikt meteen tussen haar en Fien. Ze zien elkaar vaker: in de drogerij van Wuf, of in het restaurant waar ze werkt. En dan vraagt Wuf de adoptie van Fien aan. Maar de inspectrice is daar niet zo enthousiast over: Wuf is niet bepaald iemand die van regels houdt en dat heeft een kind toch nodig? Ook heeft ze geen vast inkomen. Fien wil wel heel graag, maar of dat genoeg is?
De enige opmerking die ik heb is dat ik de taal niet vind passen in de mond van een tienjarig kind, en het is wel Fien die in de ik-persoon vertelt! Maar verder is het een erg leuk boek. Er zit humor in, de situaties zijn herkenbaar voor kinderen, en iedere lezer wil meteen dat Fien uit het 'kinderasiel' mag.
Tussen de hoofdstukken door staan paginagrote tekeningen van Jan Jutte, waar -misschien soms overbodig- tekst en uitleg bij gegeven wordt. Met die tekeningen is nog iets extra's aan de hand, maar dat vertel ik lekker niet.
Hardcover 155 pagina's | Querido Kinderboek | april 2005 Vanaf 10 jaar
© Marjo, februari 2009
Lees de reacties op het forum, klik Hier