Debuten 2008/2009
Op deze pagina worden boekverslagen geplaatst van
Nederlandstalige debuterende kinder- en jeugdboekenschrijvers
(deze pagina is gestart op 8 mei 2009)
Geel gras
Simon van der Geest
Fieke, een meisje van tien jaar, is met haar ouders op vakantie in Frankrijk. Ze slaapt in haar eigen tentje, naast dat van haar ouders. Tot die ene dag dat ze wakker wordt en tot de ontdekking komt dat er op de plek van de grote tent een grote lege plek is met geel gras! Geen tent! Geen auto! En... geen ouders!
Nu is ze blijkbaar wel gewend van haar ouders dat die dingen vergeten, en dat ze de afwasteil en de rode theedoeken vergeten zijn, vooruit, dat snapt ze nog wel, maar ze zullen toch wel terug komen voor haar?
Als ze in de loop van die ochtend nog niet teruggekomen zijn, wordt het wel wat eng. Ze heeft gisteren wel voor een vervelende situatie gezorgd in het kasteel vlakbij, maar zo erg was dat toch ook weer niet?
Fieke twijfelt. Of ze komen haar zo halen en het was niet erg. Of ze zijn haar expres vergeten en ze moet het nu verder maar in haar eentje uitzoeken.
Ze wil niet huilen, en besluit maar iets te ondernemen. Boven op de berg bij het kasteel hangt ze haar roze trui aan een stok. Een soort uithangvlag. Voor haar ouders, dan kunnen ze zien waar ze is.
Maar er komen geen ouders. Er komt niemand. De enige die reageert is een jongen van haar leeftijd, ook Nederlander gelukkig, die vertelt dat hij weggelopen is van zijn overbezorgde moeder, Jan Antoine heet hij. Jantwan.
Ze hebben alleen elkaar, en al houden ze zich groot, het valt niet mee om als tienjarigen in een vreemd land tussen mensen die je niet verstaat je weg te vinden! Ze beleven een paar akelige avonturen in het Franse dorpje, en beginnen steeds meer te verlangen naar hun ouders. Dan bedenkt Jantwan een goed plan...
Dit is een fris en fruitig verhaal! Jonge ( en vooruit: ook oudere) lezers kennen vast wel fantasieën over zo'n vakantieavontuur, zonder je ouders. Natuurlijk moet het dan wel goed aflopen, en dat doet het ook, dat kan ik best verklappen. Alleen zeg ik niet wat voor een leuke ontknoping het verhaal heeft.
Het is een grappig verhaal, vlot geschreven in een duidelijke taal. Fieke is een meisje dat de wereld laconiek bekijkt en zich niet zo snel uit het veld laat slaan.
'Jantwan loopt iets voor me uit. Of nou ja, hij sluipt. Hij trippelt van boom naar boom. James Bond, maar dan te klein. En te dik. Ik haal mijn neus op. 'Waarom loop jij zo debiel?' vraag ik.
'Dat is niet debiel. Dat is undercover,' zegt hij.'
ISBN 9789045109879 Hardcover 103 pagina's | Querido Kinderboek | juni 2009
Leeftijd 10+
©
Marjo, maart 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De kleine Odessa
Peter van Olmen
Een jeugdboek? Dit prachtige boek? Zeker is het een aanrader voor jongeren, maar het is een boek voor iedereen die kan lezen en interesse heeft is alles wat er met lezen te maken heeft...
Een boek om in weg te zinken, en er pas uit op te duiken als de laatste pagina bereikt is. Spanning en humor, drama en soms een romantisch vleugje, een vader-dochterrelatie, een meisje dat moet opboksen tegen een
jongenswereld, en nog veel meer! Bijna vijfhonderd bladzijdes lang ben je in een andere wereld, een heerlijke wereld, waar je zelf ook wel zou willen rondlopen.
Er zijn meer boeken waar een interactie plaatsvindt tussen personages uit een boek en de wereld die de schrijver in het boek schildert, maar Peter van Olmen gaat verder: De schrijvers- en hun muzen- zèlf leven. Shakespeare, Dostojevski, Dante, en de zusjes Brontë, zijn personages die in de stad Scribopolis wonen. Een
stad die geheim gehouden wordt voor de gewone mensen.
Odessa woont bij die gewone mensen en ze weet ook eigenlijk niet beter dan dat ze zelf ook een gewoon meisje is. Maar echt leuk vindt ze het niet. Haar moeder houdt haar thuis van school, ze ontmoet helemaal geen andere kinderen. Wie haar vader is, wil haar moeder niet vertellen. Ze heeft er zelf maar een fantasievader van gemaakt, en ze wil hem eigenlijk heel graag zoeken. Maar waar moet ze beginnen?
Zo komt het dat ze er toe over gegaan is om 's nachts over de daken van de stad te lopen en skeeleren. Wie weet gebeurt er dan iets. Dat is natuurlijk ook zo.
Als het boek begint zit ze op het dak, en is ze er getuige van hoe vreemde wezens, op twee poten lopende everzwijnen, iemand ontvoeren die verdacht veel op haar moeder lijkt. Figuren in lange pijen die geen gezicht hebben moeten hààr blijkbaar hebben en achtervolgen haar. Als ze dekking zoekt in haar moeders kamer, die er inderdaad niet is, treft ze daar een kanarie die kan praten. Dat vogeltje blijkt haar norse, maar nuttige gezel in de komende avonturen. Zoals ook Orpheus een goede vriend zal zijn.
De kleine Odessa gaat op zoek naar haar vader, van wie ze een mooi beeld in haar hoofd heeft. Maar de feiten die ze ontdekt kloppen niet met die fantasie, steeds moet ze dat bijstellen. En al doende raakt ze verwikkeld in
de aloude strijd om goed en kwaad. Kanarie Lode A, het liefst met een sigaar in zijn bek, weet de weg, kent de achterliggende geschiedenis en helpt haar in hachelijke situaties...
Natuurlijk is mijn insteek als volwassen lezer anders dan die van een twaalfjarige. Aan de ene kant denk ik dat het boek toch wel wat van de jonge lezer vergt. Kennen ze misschien een enkele naam, ze zullen zeker geen weet hebben van de inhoud van de boeken die de beroemde schrijvers gelezen hebben.
Als bijvoorbeeld Shakespeare zijn personage buiten het boek aantreft en zegt "Brutus? Jij ook?" zal dat niet begrepen worden. Aan de andere kant vraag ik me af of het nodig is dat je die kennis hebt.
Als van Olmen zijn personages fantasienamen had gegeven, die niemand iets zeggen, was er niet die extra dimensie die de ervarener lezer aanspreekt. En wie weet lokt het kinderen te zijner tijd naar de boeken van de genoemde schrijvers?
Het is een magisch boek, een fantastisch verhaal, met behalve de levende schrijvers ook mythische wezens. Orpheus en Pegasus, alleenstaande deuren, die BERTHA heten, waarachter een onvermoed landschap of een gangenstelsel in onderaardse grotten verborgen ligt. Een pen die uit een steen gehaald moet worden (Arthur), die je onzichtbaar maakt als je hem vasthoudt (Harry Potter). Er zijn figuren die zo uit Tolkiens werken gestapt kunnen zijn, maar het is toch vooral Peter van Olmen, van wie we hopelijk nog meer te lezen
krijgen, want dit dikke boek is nog lang niet genoeg... Laat dit - ook nog heel mooi vormgegeven- boek zoals de boeken in de bibliotheek in Scribopolis oplichten als er een lezer voorbij gaat!
Nog wat citaten:
'Schrijvers zijn allemaal hetzelfde!' (-) 'Ze rommelen met onze hersenen, doen ons dingen zien, schrikken, huiveren, verliefd worden, door wat woorden op papier. Ze vergiftigen de jeugd en maken onze vrouwen knettergek!'
'Alle mensen schrijven een verhaal in hun hoofd waarvan zij de held of het slachtoffer zijn. Verhalen bepalen hoe wij ons het verleden herinneren. Verhalen zijn de sleutel wat we in de toekomst zullen doen. Verhalen zijn de sleutel tot het menselijk bestaan.'
Zie ook http://www.dekleineodessa.com
ISBN 978 90 475 0805 2 Hardcover 474 pagina's | Van Goor | september 2009
© Marjo, maart 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Bloot?!
Tekst: Ellen van Liebergen
Illustraties: Dagmar Stam
Als je dit boek dichtslaat dan blijf je een tijdje met een glimlach om je mond lekker zitten nagenieten.
Want dit originele verhaal benadert de dierenwereld weer eens anders dan anders. Het begint al als je het boek openslaat. - Het is lang geleden en de dieren hadden nog geen mooie kleurtjes.-
Je ziet bij een boom allerlei dieren zitten in hun roze, blote velletje, ze kijken naar varkentje. De krokodil, de vogels, de beer, de olifant, allemaal zijn ze roze en bloot.
Maar daar komt Koe aangewandeld, zij heeft wit met zwarte vlekken op haar huid! Hoe komt ze er aan?
'O gewoon, loeide koe, gekocht in het warenhuis.' En ze gaat gauw naar huis om het aan haar man te laten zien. Zo'n mooi vel willen alle dieren wel en ze gaan gauw vragenaan Koe wat en waar dat warenhuis is. Onderweg naar de winkel fantaseren ze allemaal hoe ze er uit willen zien. Eenmaal binnen graaien ze in de bakken en rekken met vellen, haren, schubben en proberen van alles uit. Alleen Varkentje kan maar niets vinden... wat nu?
Als je het boek uit hebt weet je hoe het komt dat een varken nog steeds roze is... Zoals altijd maken de illustraties een kinderboek af. Dagmar Stam heeft erg leuke en vrolijke prenten gemaakt.
Vooral in het warenhuis heeft ze haar fantasie laten gaan. Olifant past bijvoorbeeld een gestreept bijenpakje. Slang past een soort krokodillenpak enz. Het is erg komisch om te zien. Wat ik grappig vind is dat alle dieren bloot zijn maar enkele dieren toch ook in pashokjes gaan passen. Giraffe steekt met zijn blote lijf natuurlijk een heel eind boven het hokje uit.
Het is erg leuk debuut, ik zie in gedachte de kleintjes al genieten van dit humoristische verhaal en de kleurige prenten waarvan je er twee kunt downloaden om te kleuren Zie: kleurplaat 1 | kleurplaat 2
Pimento | maart 2010 | Leeftijd: 3+ | ISBN 9789049923860
© Dettie, maart 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Broodje Koosburger
Inge de Bie
Het zijn altijd de volwassenen die beslissen dat er verhuisd gaat worden, zonder dat de kinderen iets mogen zeggen! De tweeling Wouter en Guus, en hun zussen Nina en Maartje moeten ook gewoon mee naar een nieuwe stad, die Koosburg heet. Met die naam kunnen ze allerlei grapjes maken, maar dat maakt de verhuizing niet leuker. Als hun ouders ook nog beweren dat ze het er vast hartstikke leuk gaan vinden, vormen ze een
club, de AaZetCee, (Anti-Zandstraat-Club) en zweren heel echt, met bloed en bij kaarslicht, dat ze nooit vrienden gaan maken in Koosburg; dat ze altijd alleen maar samen zullen spelen, en dat ze Koosburg nooit leuk gaan vinden...
Zusje, bijna acht, vindt het echter allemaal reuze spannend. Natuurlijk vond ze het niet leuk dat ze haar vriendin achter moest laten, maar ze is nieuwsgierig: hoe zal de nieuwe school zijn? Met wie zal ze in de klas
zitten? De tweeling en Nina zien hoe ze al snel met haar klasgenootjes over het schoolplein rent, en ze zijn boos! Ze hebben toch gezworen! Maar Zusje schreeuwt:
'Sukkels zijn jullie, alledrie. Ik mag zelf weten met wie ik speel, dat zweren was stom! Toen wist ik nog niet hoe het hier was. Het is hier leuk. En de kinderen hier zijn aardig, veel aardiger dan jullie! En ik heet geen Zus, ik heet gewoon Maartje!'
Nina, bijna twaalf, wil haar zusje een lesje leren, en de jongens doen mee, al vindt Guus dat de andere twee wel ver gaan: de tandenborstel van Maartje in de verf dopen, zodat ze de hele dag voor gek loopt! Het plan werkt averechts: de kinderen op school vinden het een reuze grap van Maartje, en ze is meteen populair. Nina bedenkt iets nieuws: ze zorgt dat een van de klasgenootjes van Maartje een zogenaamd geheim hoort over Maartje. Dat die niet goed bij haar hoofd is, en soms heel raar kan doen. Dit plan werkt wel, helaas voor Maartje, die niet weet wat er aan de hand is, maar wel aan wie het ligt. Toch verraadt ze hen niet.
Tot ook de anderen tegen wil en dank belangstelling krijgen voor de omgeving: Wouter via de hockeyclub, Guus omdat hij graag boeken leest, en Nina? Die wordt verliefd.
Maar voor ze kunnen en durven toegeven dat het in Koosburg zo slecht nog niet is, gebeurt er nog van alles: Maartje verraadt haar broers en zus niet, maar neemt wel wraak, en juffrouw Tanja wordt ziek...
Een realistisch verhaal waar veel kinderen zich in zullen herkennen. Juffrouw Inge (de Bie) heeft goed opgelet. Ze weet hoe kinderen zijn, en ze weet wat ze leuk vinden om te lezen! Ze laat in dit boek Maartje en Guus afwisselend aan het woord, met hun getekende hoofdjes boven de hoofdstukken. De tekeningetjes laten vooral de emoties van de kinderen zien: er is veel boosheid.
De lezer zit bij Maartje in haar hoofd, beleeft dan de wereld zoals een achtjarige dat doet. Bij de 'Guus-hoofdstukken' komen wat meer moeilijke woorden voor. Daar gebruikt de schrijfster een algemene verteller, waarbij Guus de hij-persoon is.
Zo verrast het verhaal, dat eigenlijk over niets bijzonders gaat, af en toe toch, vooral als er een juf ten tonele wordt gevoerd die erg lijkt op de juf van Roald Dahls 'Matilda'.
ISBN 978 90 443 2291 0 Hardcover 176 pagina's | House of Books B.V., The | april 2009
Tekeningen van Wilbert van der Steen Vanaf 9 jaar
Marjo, maart 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De vloek van pak
Robin Raven
Als meester Patrick zijn klas de opdracht geeft om met een groepje een werkstuk te maken, hebben Tom, Myrthe, en Mehmet al snel besloten dat zij samen zullen werken. Maar waarover zullen ze het doen? Een land, dat is wel leuk. Turkije, waar Mehmet vandaan komt? Of Engeland, waar Myrthe al een paar keer geweest is? Of Indonesië, dat ineens bij Tom opkomt.
Maar de manier waarop het bij hem opkomt is niet bepaald gewoon: hij ziet een kind dat niemand anders ziet. Hij ruikt een geur - kruidnagel - die geen ander ruikt op dat moment. En hij hoort een stem, die hem dingen vertelt over Indonesië die hij helemaal niet wist!
Als hij thuis vertelt wat ze gaan doen zegt zijn moeder dat hij ook maar eens met opa moet praten! Die is in Indonesië geweest na de Tweede wereldoorlog. En toevallig heeft ze afgesproken dat hij bij hen komt logeren. Ook vertelt ze dat er bij hen op zolder een kist van opa staat, die eigenlijk weggegooid had moeten zijn. Natuurlijk gaat Tom snuffelen. En dan begint het avontuur pas goed: in de kist zit behalve een kris en een tokeh (soort hagedis) ook een pop.
Maar dat is geen gewone pop, het is een tau-tau, een houten pop die de overledene afbeeldt en beschermt in de dood. De tau-tau heet Soedjorno en zegt (!) dat hij hoort bij ene Karto. De tau-tau vraagt aan Tom of hij hem kan helpen om Karto te vinden, hij hoort immers alleen bij hem.
Tom heeft geen idee hoe hij dat aan moet pakken, maar in de brievenbus vindt hij een briefje waarin hij gewezen wordt op het bestaan van een toko in de buurt. Zijn moeder vertelt hem dat er een kleine jongen was die het in de bus stopte. Bij die toko weten ze vast ook meer over Indonesië, dus de drie jongelui gaan er eens naar binnen. En ontmoeten er Pak, die hen hele verhalen vertelt over zijn verleden in Nederlands-Indië. Later vertelt ook Toms opa nog van alles, maar dat is wel een heel ander verhaal! Over oorlog en andere vreselijke dingen.
En steeds is er die stem in Toms hoofd, als hij niet meer weet hoe het verder moet. Want Karto moet gevonden worden...
Dit boek is het debuut van Robin Raven, en het maakt mij benieuwd naar zijn andere boeken.
Het is een spannend avontuur over de geschiedenis van Nederlands-Indië. De informatie daarover wordt goed gedoseerd, en is voor kinderen heel goed te begrijpen. Er wordt verteld over de cultuur van Nederlands-Indië, over de uitbuiting van de kant van Nederland en over de oorlog die geleverd werd om dat te behouden. Als je informatie die in een geschiedenisles zwaar op de maag valt en dus niet interessant wordt gevonden, verpakt in een spannend verhaal als dit, dan lusten kinderen dat wel!
Isbn 90 00 03722 0 206 pagina's | Unieboek | mei 2006
Vanaf 10 jaar
© Marjo. november 2009
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Vlucht
Tom Marien
Tom Marien is Vlaming, en dat merk je in dit boek. Wat hij ook laat zien is dat hij gevoelens van pubers aardig goed weet te verwoorden. En dat hij gedichten maakt verbaast me ook al niet. Dit boek is zijn debuut als
jeugdboekenschrijver.
Twee jongelui leren elkaar kennen en er bloeit wat moois op. Als dat alles zou zijn, dan was het niet veel bijzonders, maar dat is het dus wel. Iets bijzonders! We beginnen met de jongen, Ben.
'Ik ben Ben Arends', prevel ik en durf amper een blik in de zaal te werpen. Ik had gehoopt mijn eerste verschijning op een podium meer luister bij te zetten, maar de zenuwen beslissen daar anders over. 'Ik ben Ben, probeer ik wat luider. Enkele mensen grinniken, om het rijm vermoed ik. 'Ik ben Ben', herhaal ik nog eens. 'Ik ben mezelf dus twee keer. En... en dat is heerlijk, maar vooral vermoeiend... Als ik gelukkig ben, verkeer ik in een haast euforische toestand. Maar wanneer ik bots en struikel, zit ik twee keer in de put'.
Ben is een aparte jongeman, hij heeft een fascinatie voor vliegen in de zin van de zwaartekracht overwinnen, maar ook voor woorden. Vandaar zijn optreden op het podium. Hij is dan achttien en heeft de lezer al het een en ander over zijn intrigerende verleden verteld. Op de avond van zijn optreden ontmoet hij Annelies, degene die het tweede deel van het boek zal vertellen. Zij is gefascineerd door de tango. Dansen is haar lust en haar leven, naast Ben dus.
Er zit een flinke tijdspanne tussen de twee delen, dus ook Annelies blikt deels terug op het verleden. Dat zijn de overeenkomsten. Het verschil is de stijl. Ben en Annelies hebben ieder een eigen stijl, waarbij ik de voorkeur geef aan die van Ben. Hij is de dromer, de dichter. Hij schrijft brieven, en verstuurt flessenpost. Hij gebruikt zinnen als:
'En nu stroomt er nog steeds veel woede door mijn aders. Een soort van boosheid die diep onder de huid kruipt en die ik zelfs met een snelle motorrit niet uit het bloed kreeg verjaagd. Ik heb het gevoel dat de
gebeurtenissen van de afgelopen nacht en vanmorgen een partijtje sumo met elkaar aan het spelen zijn .'
'En terwijl het motorbeest angstig toekijkt, de zon achter een wolkenfort verdwijnt en de dichter in mij huilt om de liefde die voorgoed voorbij is, slaat een vogel vanaf de grond zijn vleugels open, omdat hij aan de
zwaartekracht ontsnappen wil'
Maar omdat Annelies terugblikt is de stijl van Ben ook in het tweede stuk aanwezig.
Een jongere lezer moet misschien even door het eerste stuk heen bijten, maar ik weet dat àls het je pakt, het je niet meer loslaat...
Ik kijk nu al uit naar meer...
ISBN 978 90 223 2185 0 Paperback 143 pagina's | Manteau Jeugd | mei 2008 Vanaf 14 jaar
© Marjo, oktober 2009
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Cowboy Casper
Christien Kaaij & Angelique Braspennincx
"Op zaterdag 27 juni is op de Creative Campus in Almere officieel het eerste exemplaar van het kinderboek'Cowboy Casper’, geschreven door Christien Kaaij, overhandigd aan de directeur van de Wereldschool. De reden dat ‘Cowboy Casper’ naar de Wereldschool is gegaan, is dat beide als doel hebben kinderen te steunen die hun vertrouwde omgeving gaan of hebben verlaten voor een leven in een ander land. Het kinderboek Cowboy Casper vertelt via een spannend verhaal wat de verhuizing naar een ander land kan doen met een kind en hoe hiermee om te gaan. De Wereldschool verzorgt het afstandsonderwijs voor Nederlandstalige kinderen die in het buitenland verblijven. Met de Wereldschool kan het onderwijs doorgang vinden, waar ook ter wereld de kinderen zich bevinden."
Christien Kaaij schreef al eerder een boek voor volwassenen 'Groeten uit Canada' waarin ze verslag doet van de beslissing en de uiteindelijke emigratie met haar gezin naar Canada. Dat boek gaat voornamelijk over haar eigen gevoelens en wat er allemaal bij komt kijken voordat je kan emigreren. Cowboy Casper is echter een boek voor jongeren die geconfronteerd worden met een verhuizing naar een voor hun vreemd land. Casper is helemaal niet blij met de beslissing van zijn ouders naar Canada te emigreren zoals blijkt uit zijn brief aan zijn beste vriend Luuk.
"Beste Luuk,
Mama en papa zijn stom.
We gaan verhuizen. Ik wil niet mee.
We gaan naar Canada. Daar praten ze anders.
Mag ik bij jou wonen?
Casper"
Natuurlijk kan Casper niet bij Luuk gaan wonen, hij moet mee met zijn ouders. Casper heeft het er flink moeilijk mee. Zijn moeder laat hem boeken over dieren in Canada zien, beren zijn wel gaaf, maar die verhuizing blijft toch stom, ook al zijn zijn klasgenoten wel een beetje jaloers op Caspers avontuur.
Eenmaal in Canada mist Casper Luuk enorm. Door het tijdverschil kan hij hem niet altijd bellen als hij dat net even heel erg hard nodig heeft.
Casper verstaat nog geen Engels, hoe zal dat op school gaan? Het is nu nog vakantie, maar straks...
Ze wonen in Canada vlak bij een bos en eigenlijk mag Casper daar niet alleen naar toe. Toch doet hij dat en daar doet hij een spannende ontdekking...
Als eerste valt de mooie vormgeving op. Een hardcover met op de eerste pagina een wereldkaart, verdeeld in tijdzones. De pagina's zelf zijn van stevig papier en om de paar bladzijden staat een illustratie (aquarel) van Angelique Braspennincx die de ervaringen van Casper weergeven.
Het verhaal zelf is in eenvoudige taal geschreven maar raakt wel de kern waar een kind tegenaan loopt bij een dergelijke ingrijpende verandering in zijn jonge leventje. Het niet willen gaan, de vriendjes niet meer zien, de boosheid uit onmacht, het wennen in een vreemd land en proberen contact te maken in een taal die je niet kent. Zeker voor kinderen die dit zelf hebben ervaren zal het verhaal veel herkenning geven en voor kinderen die gaan emigreren zal blijken dat er ook heel leuke kanten aan emigreren zitten. Want een groot, spannend avontuur is het natuurlijk wel!
ISBN 9789079287062, Hardcover 63 pagina's | Uitgeverij Personalia | juni 2009
vanaf 6 jaar
Dettie, juli 2009
Lees de reacties op het forum, klik HIER
Pension Kat
Wilbert van der Stee
In het eerste hoofdstuk stelt Lot zich voor. (in eerste persoon) Ze woont tijdelijk bij Itto, die een goede vriend is van de ouders van Lot. Haar vader en moeder zijn voor lange tijd naar het buitenland.
Itto woont in een dorpje, in het zuiden (waarvan, dat wordt niet verteld). Hij heeft een huis waarvan hij de kamers verhuurt. In de zomer moet hij in een caravan achter het huis wonen. Lot dus ook. Het huis heet Pension Kat, en ja, hoor, er lopen drie katten rond: Mik, Roet en Bel. Lot moest nu ook naar een nieuwe school en daar heeft ze al een vriendin gemaakt: Heleen. Dan begint het verhaal. (in derde persoon)
Het is zomervakantie, en de meisjes kunnen vaak hun eigen gang gaan, want Itto is druk met de gasten. Op een dag zien ze een busje met kinderen erin, en als ze een paar kinderen spreken horen ze dat zij op een archeologiekamp zijn. Ze gaan graven bij de rivier, waar een eeuwenoude kasteelruïne staat. Dat zegt Frank, een van de jongens. Maar Heleen die al lang in het dorp woont kent helemaal geen ruïne! Wel staat er een vervallen landhuis, waar ooit de familie Ce Triest de Temperdu woonde. Die zijn weggestuurd door de dorpelingen omdat het vervelende en inhalige mensen waren.
En inderdaad blijken de kinderen iets te moeten doen bij dat huis, en de barones, de laatste van de familie Ce Triest, komt logeren in Pension Kat met haar hondje. Die barones is aan nare vrouw met snode plannetjes. De appel valt niet ver van de boom, hè!
Maar gelukkig zijn Lot en Heleen er nog!
Een spannend verhaal. Het is voorspelbaar, maar dat hindert niet als het door de juiste lezer gelezen wordt. Sommige kinderen vinden spannend wel prettig, maar niet té eng. Dat is dit boek. Voorlezen lijkt me prima, voor zelf lezen moet je al wel wat beter kunnen lezen, want de langere zinnen en lastige woorden worden niet gemeden. De bladspiegel is niet erg aanlokkelijk: Pagina's vol met alleen maar woorden. Gelukkig staat er dan af en toe ook een tekening in, gemaakt door de schrijver.
Isbn 978 90 488 0059 9 2008 Moon
© Marjo, juni 2009
Lees de reacties op het forum, klik HIER
Klaasje Klungel
Thomas Rutten
Op een dag wordt Klaasje Klungel wakker, hij kijkt uit het raam...
Zo begint elk verhaal over Klaasje Klungel.
In het eerste verhaal snap je meteen waarom hij Klaasje Klungel genoemd wordt. Hij wil papa en mama verrassen met een ontbijt. Helemaal goed gaat dat niet, het gaat zelfs zo verkeerd dat de brandweer binnen komt rennen. Gelukkig loopt dat goed af. Arme Klaasje hij bedoelde het steeds zo goed, maar die dag gaat echt alles mis. 'Klaasje, wat een geklungel'roept zijn vader op het laatst, maar papa is ook een klungel en eigenlijk mama en Klaasjes zusje Catootje ook! Het is gewoon voor iedereen een klungeldag. "'s Avonds in bed leest Klaasjes moeder een verhaaltje voor en hij valt zonder ongelukken in slaap. Nou ja, hij valt die nacht alleen nog een keer uit bed. Hij droomde dat hij opzij moest duiken voor een bal. Dat is alles."
"Op een dag wordt Klaasje Klungel wakker. Klaasje kijkt uit het raam en ziet dat het waait. Het waait niet een beetje, het stormt zelfs."
Klaasje ziet dat de kar van de postbode omwaait, alle brieven vliegen door de lucht. Hij maakt gauw papa wakker want oma had gezegd dat ze een brief gestuurd had met geld erin voor Catootje's verjaardag. Samen helpen ze de postbode om alle brieven te zoeken. Ze liggen overal, in de struiken, in de modder, Zullen ze de brief van oma ook vinden?
"Op een dag wordt Klaasje Klungel wakker. Hij kijkt zoals altijd, eerst uit het raam. Hij ziet niets bijzonders, maar hoort wel iets onbekends. "BENG!" Even is het stil en dan weer "BENG!" En dat gaat maar door."
Klaasje vind het een beetje eng, het zal toch geen reus zijn die door de straten loopt? Gelukkig weet papa wel wat het is en samen gaan ze kijken. Het wordt een bijzondere dag want Klaasje is niet altijd een klungel, hij wordt die dag zelfs een held!
De 21 verhaaltjes gaan over een dag uit het leven van Klaasje, van 's ochtends vroeg tot hij 's avonds weer in zijn bed kruipt.
Klaasje beleeft van alles, hij mag met oma mee of naar oom Gijs op de boerderij, of lekker uit eten met papa en mama. Maar Klaasje is soms ook verdrietig of blij of verliefd of heel slim, hij is vaak helemaal geen klungel!
Persoonlijk vond ik de verhalen , 'Lievelingsboek' 'Afscheid van opa' en 'Ober' de mooiste. De verhalen 'Koud' en 'Kikker zijn om lekker mee te lachen.
Het zijn verhalen zoals kinderen dingen kunnen zien of voelen, zoals bijvoorbeeld in 'Juf op bezoek', Klaasje vindt het wel heel leuk dat ze komt maar als ze er eenmaal is, is het toch een beetje raar. Hij kent juf alleen maar van op school samen met de andere kinderen. En nu is het toch wel anders zo'n juf alleen.
Elk verhaal beslaat 3 pagina's en is afgedrukt in middelgote letters. Bij elk verhaal staan erg mooie zwart-wit illustraties van Bart Koelemaij. Ondanks dat het boek een slappe kaft heeft is het wel een - mooi uitgevoerd - stevig boek.
Het boek lijkt me uitstekend geschikt om 's avond voor het slapen gaan uit voor te lezen. Ik hoor de kinderen al giechelen om Klaasjes geklungel. Erg leuk debuut.
ISBN 9789490140014 Paperback, 87 pagina's, uitgeverij JipKip mei 2009
Voorleesboek voor kinderen tussen 4 en 7 jaar. Zelf lezen kan vanaf 6 jaar.
© Dettie, mei 2009
Zie ook www.klaasjeklungel.nl
(met kleurplaten, te beluisteren verhalen, informatie en achtergronden over het boek)
Lees de reacties op het forum, klik HIER
Dwaalspoor in de diepte
Tanja de Jonge
Als meneer Mees, leraar science, plots komt te overlijden, is Rowin, de ik-figuur in dit boek, daar niet rouwig om. Meneer Mees was een vreselijk ernstige man, die grapjes niet kon waarderen. In de krant staat een
rouwadvertentie, een beetje vreemd, want boven 'familie Mees' staat de naam van de lerares Nederlands en nog wat andere namen. Het is niet Rowin die dat vreemd vindt, maar zijn vriendin - in de betekenis van maatje- Caro. Zij is nieuwsgierig en wil naar de begrafenis gaan kijken. Dat moet stiekem gebeuren, want het is niet openbaar. Waarom dat zo is, dat begrijpen de twee als ze op het kerkhof zien hoe een van de aanwezigen een paars gewaad aantrekt en een soort vis in het gat bij de kist omhoog houdt. De mensen rond het graf, waaronder de lerares Nederlands, brommen er steeds harder bij, tot de vis begint te knetteren. De man laat hem vallen en ze gooien het graf dicht.
Als Caro en Rowin later samen huiswerk maken, vertelt hij haar over zijn opa. Die vertelde hem altijd het verhaal over Onderzeeland, waar de opa van zijn opa terecht kwam toen de boot waarop hij matroos was opgeblazen werd en zonk. Opa beweert dat het echt gebeurd is. Dat zijn opa echt onder de zee geweest is, en nog terug kwam ook. Hij vertelde over het volk dat daar leeft: 'de maris'. Rowin vertelt dat zijn opa zelfs gezocht heeft in de duinen, naar de ingang, die er moet zijn. Caro gelooft er natuurlijk niets van, zo'n soort mensen met zwemvliezen? Dat is maar een verzinsel, die bestaan niet.
Maar het is wel door haar nieuwsgierigheid dat de twee ontdekken dat er wel degelijk een Onderzeeland bestaat, en dat de mensen daar kwade plannen smeden. Er worden namelijk wel heel veel mensen in hun omgeving ziek, waaronder de vader van Rowin. Hij zit maar op de bank, en doet niets meer. Zijn levenslust lijkt verdwenen.
Op school houden ze de lerares Nederlands in de gaten. Met haar is het niet pluis vinden ze. Als ze haar volgen, ontdekken ze dat ze steeds naar dat hotel in de duinen gaat. Wat spookt ze daar toch uit? Rowin en Caro willen er het hunne van weten en volgen haar.
Het verhaal is hier en daar wel wat kort door de bocht, maar de spanning maakt veel goed. Je wilt als lezer weten wat de twee jongelui in Onderzeeland zullen vinden, en of ze nog terug zullen komen. Wordt de vader
van Rowin nog wel beter? En die leuke nieuwe leraar science, kan die hen helpen, als Caro slachtoffer dreigt te worden?
Tanja de Jonge heeft een levendige fantasie, waarin de geïnteresseerde lezer haar graag zal volgen. Een sprookjesachtig verhaal waarin een soort watermensen, en zeemeerminnen een rol spelen. Het heeft een verrassende ontknoping, bepaald niet een die je in jeugdboeken verwacht.
'Ik wierp een blik omhoog. Een vijftal meter boven mijn hoofd golfde een doorzichtige wand mee met de bewegingen van de zee. Daarachter werd een universum zichtbaar van vissen en zeedieren, koralen en wier. Ik zag de zee van onderen! Er waren oranje korstmossen en blauwe doorzichtige kwallen. Een inktvis had zijn nappen vastgezogen aan de vloeiende wand. Een school, zilveren vissen flitste in een cirkel omhoog. Ze leken een betoverend licht uit te stalen. Verder in de hoogte was het pikkedonker. Ik schrok van Caro's gegil.'
ISBN 978 90 251 1097 0 hardcover 158 pagina's | Holland B.V., Uitgeversmaatschappij | september 2009
Leeftijd 12+
© Marjo, maart 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De klas van Daan
René van der Velde
Daan begint aan zijn eerste dag in groep 3. Maar...daar heeft hij helemaal geen zin in. Daar moet je werken, heeft hij gehoord van zijn een jaar oudere vriendin Samira. En hij wil spelen, knippen, plakken, verven! Samira zei dat je moet lezen als je klaar bent met je werk! Maar hij kan helemaal niet lezen. Nee, hoor, Daan blijft thuis. Hij zit op de wc, en komt er niet af. Niet voor zus Charlotte, niet voor mama. Pas na lang praten doet hij de deur open. Mama glipt naar binnen en gaat ook op de wc zitten!! Er volgt een goed gesprek, en dan gaat Daan mee naar school.
Natuurlijk blijkt school heel leuk. Zijn meneer, meester Fred, is ontzettend aardig, en snapt 'zijn' kinderen heel goed. Dat doen alle volwassenen in het boek: ze begrijpen de kinderziel, en worden niet boos als die eens wat doen wat eigenlijk niet door de beugel kan.
Een extra gegeven waar de schrijver nee kan spelen is dat hij meester Fred een combinatieklas heeft gegeven. Samira zit dus bij Daan in het lokaal. Op moeilijke momenten kan ze Daan helpen. Dat is wel eens handig.
De manier waarop De meneer het heelal inzichtelijk maakt doet vermoeden dat de schrijver meer doet dan alleen maar leuk schrijven. En ja hoor: hij is zelf leraar! Hij is zelf gaan schrijven omdat hij vindt dat er te weinig
boeken zijn voor de middenbouw. Er was behoefte aan leuke boeken vooral ook om voor te lezen. En natuurlijk heeft hij de verhalen uitgeprobeerd op 'zijn' kinderen.
Hij draait er geen doekjes om dat ook een leraar wel eens domme dingen kan doen. Mooi is het verhaal waarin meneer Fred zich letterlijk voor aap zet! Het levert heel leuke verhalen op over onze Daan. En dan de tekeningen, van Mark Janssen. Heel fleurig, passend bij het verhaal, dus ook humoristisch.
Om zelf te lezen is dit boek geschikt voor kinderen uit groep 4/5. De bladspiegel is ruim. Het boek kan tegen een stootje, het is een kleurrijk geheel, volop humor, en herkenbare gebeurtenissen.
Het boek begint aan het begin van het schooljaar en loopt tot de kerst. Ruimte genoeg voor nog heel veel leuke boeken van Rene van der Velde!
Er zijn ook twee kleurplaten die jij zelf kunt inkleuren als je ze uitprint.
Dat kun je hier doen. Kleurplaat1 Kleurplaat2
ISBN 978 9021666600 Hardcover 86 pagina's | Uitgeverij Ploegsma | juni 2009
Voorlezen vanaf 5 jaar Zelf lezen 7-9 jaar
Marjo, maart 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Tanneke de heksenprinses
An Leysen
Tanneke is een echte heks met heksenkleren, heksenhaar en een heksenhoed. En ze doet alles wat heksen doen: toverspreuken opzeggen, heksendrankjes brouwen en op een bezem vliegen.
Toch wil Tanneke heel graag een prinses worden en dan zal ze een echte prinsessenjurk aan hebben en een prinsessenkroontje op haar hoofd. Op een dag zit er een dikke, vette kikker in het gras. Dit is mijn kans, denkt Tanneke en ze geeft de kikker gelijk een dikke smakkerd en ja hoor, de kikker verandert in een prins.
Maar de prins vindt heksen vreselijk, hij wil alleen met een prinses trouwen! Wat nu? Tanneke vond de prins wel heel erg knap...
Haar heksenvrienden doen vreselijk hun best maar het lukt maar niet Tanneke om te toveren in een prinses. Wat nu? ze zal naar een prinsessenschool moeten voor prinsessenles! Arme Tanneke want leren om prinses te worden is heel erg moeilijk, zal het haar lukken?
Het boek is geschreven en geillustreerd door An Leysen maar ze is daarbij geholpen door haar kleine dochtertje Louise. Dat maakt het boek heel bijzonder, de illustraties van An zijn mooi maar juist de kindertekeningetjes erbij maken het een erg grappig geheel. Zoals bijvoorbeeld Louises tekening van de poes, die heel erg geschrokken is doordat Tanneke begon te zingen. Maar de illustratie die An zelf maakte bij bijvoorbeeld de les over tafelmanieren is ook geweldig, het plezier in eten (en kliederen) spat er van af, je zou er trek van krijgen. Het verhaal zelf is ook vol grapjes waar kinderen wel om zullen lachen.
Een erg leuk debuut dat ik met veel plezier gelezen en bekeken heb.
ISBN 9789044812695 hardcover 32 pagina's Uitgeverij Clavis maart 2010 Formaat: 290 x 210 mm
Vanaf 4 jaar. An Leysen won met dit boek de Key Coloursprijs.
© Dettie, maart 2010
Lees de reacties op het forum, klik HIER
Jade, bijna elf
Ellen Stoop
Behalve af en toe wat kleine dingetjes is dit boek niet geïllustreerd, maar de omslag is wel erg leuk.
Het is meteen duidelijk dat het een meisjesboek is - jongens zullen niet snel een boek kiezen dat zo overtuigend roze is! - en het past precies bij de hoofdpersoon. Het is een beetje een verknipt figuurtje, en zo is de situatie van Jade wel: haar ouders zijn gescheiden met alle gevolgen van dien.
Jade woont grotendeels bij haar moeder, met haar oudere halfzus Maxime. Haar moeder heeft ook een vriend, maar die woont (nog) niet bij hen. Met z'n drieën hebben ze het prima, vindt Jade.
Bij haar vader, waar ze ook een groot deel van de tijd is, woont wel een nieuwe vriendin: Esther. Met een zoontje, net zo oud als Jade is. Ze vindt Jasper helemaal niet aardig, en ze hebben vaak ruzie. Maar aan de andere kant is Jasper ook wel zielig vindt ze, want zijn vader is dood.
In deze ingewikkelde wereld weet Jade aardig haar weg te vinden. Tot Maxime zodanig ruzie heeft met hun moeder over een vriendje, dat ze bij haar eigen vader gaat wonen. En mama heeft nauwelijks aandacht voor Jade, die nooit meer rustig eens iets kan vertellen. Ze voelt zich onbegrepen, en alleen.
'Vroeger zei je altijd: wij horen met z'n drieën bij elkaar, wat er ook gebeurt,' zei Jade zachtjes.
'Ja, en dan trok ik jullie dicht tegen me aan.' Mama stak haar hand uit.
Jade kroop onder haar arm.
'Maar nu is Max weg.' Jades neus prikte.
'We horen altijd bij elkaar, jij, Max en ik. Jullie komen uit mijn buik. Dat verandert nooit. Maar nu is het voor ons allemaal beter dat ze even weg is.'
'Voor ons allemaal?' Boos duwde ze mama's arm weg en rende naar haar kamer. Ze smeet haar deur dicht en plofte languit op bed. Tranen sprongen in haar ogen. Zus weg, vriendin kwijt, een irritante stiefbroer, mama leek wel niet goed bij haar hoofd, papa hield misschien wel meer van die nepzoon van 'm dan van haar... Wat een puinhoop. Ze beet in haar natte kussen. Het was helemaal zout."
Dus zegt ze er thuis niets over dat haar vriendin Floortje haar ineens niet meer ziet staan en een andere vriendin kiest. En zo weet haar moeder ook niet eens dat ze niet meer naar de naschoolse opvang gaat! Ze zou het ook niet goed vinden natuurlijk, dus Jade vertelt allerlei leugens en gaat haar eigen weg.
Toen ze een advertentie zag hangen in de supermarkt : 'krullenmodel gevraagd, vanaf twaalf jaar' is ze daar op uit gegaan.
Zo heeft ze Loes leren kennen en meneer Jansen! En Loes heeft wel aandacht voor haar, ze mag zelfs mee naar de kapperswedstrijd. Tegen die tijd is Jade al zo verstrikt geraakt in alle leugens die ze al verteld heeft, dat ze helemaal 'verknipt' is.
Het web van leugens is nu wel heel erg groot geworden! Kan ze zich daar nog uit redden?
'Jade hield haar lippen stevig op elkaar geklemd en begon langzaam te tellen.
Bij twintig zei mama ineens: 'Ik heb het gevoel dat jij liegt dat je barst. Dat moet een vreselijk gevoel zijn. Als je echt barst."
Mama had gelijk, het was vreselijk."
Ik vind dit een echt meisjesboek, niet vanwege het verhaal zelf, maar omdat de kleine dingen ( nou ja, klein?) echt meisjesachtig zijn: Maxime met haar piercing en haar vriendje; het feit dat Jade het lekker vindt dat Loes met haar haren frummelt; hoe ook bij haar de liefde om het hoekje komt kijken, en meer van die dingen. Vanuit een jongen gezien zou het toch een heel ander verhaal geweest zijn.
Een eigentijds verhaal, dat vooral meisjes zal aanspreken.
ISBN 978 90 251 1083 3 Hardcover 117 pagina's | Holland B.V., Uitgeversmaatschappij | maart 2009
Vanaf 9 jaar
© Marjo, maart 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De reis van Sjaak Lemère
Ineke Mahieu
We hebben er weer een prachtschrijfster bij! Als je eenmaal begint te lezen in dit boek wil je het niet meer wegleggen. Het verhaal sleept je mee, de hoofdpersoon is je vriend, je houdt je hart vast bij de avonturen die hij meemaakt. Prachtig debuut!
De kleurrijke omslag spreekt al meteen aan: een ouderwetse bus, een strand, en een kind dat een schelp bij zijn oor houdt. Dat het over een reis gaat zegt de titel al, maar je slaat het boek open bij een kaart, waarop je al kunt zien hoe die reis zal verlopen. En dan begin je te lezen: hé, het gaat over een circus! Leuk! Je gaat er eens goed voor zitten.
Zo leert de lezer de elfjarige Sjaak kennen, die met zijn moeder in Den Haag woont. Het is 1932, de slechte tijd voor de tweede wereldoorlog. Zij hebben het niet breed, maar Sjaaks moeder zwicht toch voor zijn smeekbede om toch eens naar de voorstelling van circus Santino te gaan. Vreemd genoeg wil ze de volgende dag weer, en dan nog een keer, Sjaak vindt het best, hij geniet van het circus. Maar als ze na afloop weer naar huis moeten, zegt zijn moeder dat ze haar tas vergeten is en ze loopt de tent weer in. Sjaak wacht en wacht. Hij snapt nog niet wat er gebeurd is: zijn moeder is verliefd geworden op een van de artiesten: de levende kanonskogel, Louis, en dat houdt weer in dat hun leven in Den Haag voorbij is.
Als het circus een jaar later terugkomt, verandert het leven helemaal. Ze gaan met het circus mee. Zal hij dan het geliefde strand bij Scheveningen nooit meer terug zien? Sjaak is er niet blij mee, Louis is helemaal niet zo
aardig. Sjaaks oom en tante vinden het ook niks, maar er valt niets aan te doen. Ze geven hem een schilderskist mee als ze afscheid nemen. Want daar is Sjaak goed in: hij kan erg goed tekenen, en dat zal hem nog van pas komen bij het avontuur dat hij tegemoet gaat.
Hij leert Leo kennen, wiens droom het is om een echte leeuwentemmer te worden. Maar er zijn geen leeuwen meer in het circus, en ook geen olifanten.
De mensen worden gelokt met het nummer van Louis: de levende kanonskogel. En nu wil Louis dat Sjaak ook een kanonskogel wordt! Aan zijn moeder heeft Sjaak niets meer: die is alleen maar verliefd. Gelukkig worden hij en Leo beste maatjes, en ze vinden warempel een manier om de circusdirecteur tevreden te stellen: een nummer met een zeehondje!
Maar Louis is er erg op gebrand om met een nieuwe act, samen met de jongen, te komen. Hij wil gevraagd worden om met een circus naar Amerika te gaan, en hij laat het zeehondje verdwijnen. Als Sjaaks moeder hem dan vertelt waarom Louis naar Amerika wil, moet de jongen een moeilijke beslissing nemen.
Dit verhaal is met vaart en humor geschreven. Het is gebaseerd op een historisch gegeven, maar tegelijk is het verhaal heel eigentijds. Het gaat over vriendschap en over het groot worden van een kleine jongen, om nu niet meteen met een groot woord als ontwikkelingsroman te komen. Maar dat is het wel natuurlijk. Het kan haast niet anders dan dat dit kinderen aan zal spreken, ik denk zomaar dat juffen en meneren dit boek graag zullen voorlezen aan hun klas!
'Toe nou, Jacques,' Zijn moeder klonk een beetje boos. 'Je bent een jongen. Je moet je toch eens als een grote vent gaan gedragen. Dat vindt Louis ook.'
Sjaak keek sip. 'Louis praat hard. Hij schreeuwt.'
'Daar moet je nog aan wennen. Louis heeft een grote mond maar een klein hartje. Hij heeft het beste met je voor. Denk je eens in, we krijgen een huis op wielen. We gaan naar Parijs. We zullen de wereld zien.'
Antwerpen is ver genoeg, denkt Sjaak.
's Avonds zat de circustent vol. Iedereen wilde zien hoe de kleinste levende kanonskogel ter wereld zou worden weggeschoten. Het duurde een eeuwigheid voordat de circusdirecteur eindelijk het laatste nummer aankondigde.
'Dames en heren, dit is nog nooit eerder vertoond! Vanavond presenteert circus Santino speciaal voor u een ongekend sensationele act. De kleinste levende kanonskogel ter wereld zal met een onmetelijke kracht worden afgevuurd!'
Achter het voordoek stond Louis al klaar, met Sjaak bibberend achter hem. Hij hoorde zijn moeder kreunen.
'Onmetelijke kracht? O, mon petit, wees voorzichtig.'
Sjaak voelde zijn buik draaien. Toen trok Louis hem de piste in. De toeschouwers rekten hun nekken om niets te hoeven missen. Was die kanonskogel werkelijk zo klein? Nauwelijks twaalf leek hij. Waarom droeg dat kind geen helm? Zou het allemaal wel goed gaan? Och, kijk toch eens hoe bang die knul is. Louis gaf Sjaak een kontje, zodat hij in de opening van de loop kon klimmen. Het kanon stond schuin omhoog gericht. Sjaak liet zich voorzichtig in het donkere gat naar beneden glijden. Hij klappertandde van angst.
'Laat zien wat je durft. Laat zien wat je durft. sprak hij zichzelf moed in. Hij hoorde het geroezemoes in de tent verstommen. De trommels roffelden. Sjaaks hart bonkte. Hij wilde eruit. Eruit kruipen nu het nog kon. Detrommels vielen stil. Er klonk alleen nog het geluid van de knetterende lont op het kanon.
'Help,' gilde Sjaak zo hard hij kon. Toen voelde hij een zware dreun door zijn hele lichaam, gevolgd door een luide knal. Hij werd met een enorme kracht het kanon uit geblazen. Daar vloog hij.
ISBN 9789047510963 Hardcover 174 pagina's | Van Holkema en Warendorf | oktober 2009
Vanaf 11 jaar
Marjo, februari 2010
Lees de reacties op het forum, klik HIER
Cowboy Casper
Christien Kaaij
Met de opdracht voor in het boek is meteen duidelijk voor wie het boek geschreven is.
Kinderen die emigreren, moeten emigreren! Zij worden door hun ouders meegenomen, zonder dat ze ook maar iets in te brengen hebbe, Dat is moeilijk natuurlijk. Ze laten hun vrindjes achter en komen in een nieuw land waar ze niemand kennen maar vaak ook de taal niet spreken. Hoe kun je dat een kind aandoen???
Caspar is zo'n kind. Als hij van de plannen hoort, - die al geen plannen meer zijn trouwens, hij vertrekt al binnen enkele dagen! - is hij boos. Ontzettend boos. Hij wil niet mee. Hij wil bij Luuk blijven, zijn vriendje.
Caspar zit niet bij de pakken neer, hij schrijft een briefje aan Luuk, hij kan vast wel bij hem blijven?
Groot is zijn teleurstelling als dat natuurlijk niet kan. Hij is machteloos, en gaat mee.
Gelukkig heeft hij een begrijpende moeder en een juf die ook mee wil helpen om Caspar te laten wennen aan het idee. Hij mag een spreekbeurt houden, en alle kinderen - die niet mee hoeven! - zijn jaloers op hem. Hij is al een beetje verzoend met het idee.
Eenmaal in Canada valt het opnieuw allemaal erg tegen. Het huis ligt afgelegen, hij verstaat de kinderen op school niet, hij voelt zich heel eenzaam en alleen. Hij wil Luuk bellen, maar dat kan ook al niet. Er is natuurlijk een tijdsverschil. Boos loopt Caspar het bos achter het huis in. Hij mag daar niet komen, maar heel vreemd: ook als hij de dagen erna iedere dag weer het bos in gaat, is er niemand die er iets van zegt. Niet dat Caspar dat opmerkt, hij is druk, hij heeft iets gevonden dat hem afleidt. En het raadsel wordt ook al snel opgelost...
Voor kinderen vanaf zes jaar staat in het boek. Dat zal inderdaad de minimum leeftijd zijn van kinderen die zich kunnen inleven in dit verhaal, maar ze zullen wel de hulp van volwassenen nodig hebben, want zelfstandig lezen kan op die leeftijd nog niet.
Natuurlijk weet een volwassene dat een kind zich aan zal passen, misschien is het voor een jong kind zelfs makkelijker, maar dat neemt het probleem voor dat betreffende kind niet weg. Een verhaal als dit kan helpen, zoals de spreekbeurt in het boek dat doet.
Het is sowieso een aardig verhaal, met leuke vondsten. Caspar die zijn ene kamer gedag zegt en de nieuwe kamer begroet. Het ongelukje in het vliegtuig, en de eekhoorn die het nieuwe vriendje wordt. Ik vind de tekeningen wat ouderwets, maar ze illustreren wel het verhaal.
ISBN 9789079287062, Hardcover 63 pagina's | Uitgeverij Personalia | juni 2009
vanaf 6 jaar
© Marjo, november 2009
Lees de reacties op het forum, klik HIER
Sammie en Beer
Beer is gevallen
Tekst en illustraties Charona van Bellen
Sammie mag een boodschap
doen voor mama.
Beer zit voorop in de mand.
Ze fietsen naar de supermarkt.
Hiermee begint het avontuur van Sammie en Beer.
Sammie gaat de supermarkt in maar als ze terugkomt ligt haar fiets en Beer op de grond!
Beer kijkt sip.
Thuis pakt Sammie haar verbanddoos en ze luistert naar Beers hart, plakt een pleister op zijn poot,
verbindt zijn oor en doet nog meer dingen. Ze zorgt heel goed voor Beer.
Door haar goede zorgen is Beer de volgende dag gelukkig weer helemaal beter!
Een lief en mooi verzorgd kinderboekje van 15 x 15 centimer. De bladzijden zijn mooi stevig en de illustraties zijn eenvoudig, helder en vrolijk maar vooral erg duidelijk. Er staat niets teveel op de afbeeldingen maar toch valt er genoeg op te zien. Op deze manier leren kinderen wat er allemaal in een verbanddoos kan zitten.
Een fijn boekje om uit voor te lezen en samen met de kinderen de leuke illustraties te bekijken.
De 20-jarige Beverwijkse Charona van Bellen heeft een start gemaakt met het realiseren van haar droom om kinderboekenschrijfster te worden. 'Sammie en Beer. Beer is gevallen', is haar debuut. Als ze zo zorgvuldig en mooi blijft werken zullen we zeker meer van haar zien en horen. Ik houd me aanbevolen voor meer delen van Sammie en Beer of andere kinderboeken van haar.
Zie ook http://www.nona-illustraties.nl
ISBN 9789090244396 paperback 12 pagina's uitgegeven in eigen beheer.
Vanaf ca. 3 jaar
Dettie, september 2009
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Jongleren
Marc van Velzen
Duco zit niet lekker in zijn vel. Hij wordt op school gepest omdat hij nogal dik is. En eigenlijk pest zijn vader hem ook. Die is zelf een supersportieve man, en hij vindt het maar niks dat zijn zoon niet op hem lijkt en er bovendien geen moeite voor doet. Hij moppert wat af, en er is vaak onenigheid tussen hem en Duco's moeder, als die haar zoon weer eens wat lekkers toestopt. Veel te vaak doet ze dat, maar Duco protesteert niet. Hij haat zijn vader en zijn overdreven gedrag:
"Wat stond die man weer overdreven te doen. Zeelucht opsnuiven? Met zijn ogen dicht nog wel, zo vlak bij de rand! Hij leek wel op een zeehond met zelfmoordneigingen. Er hoefde maar iets te gebeuren en zijn vader donderde zo naar beneden."
Maar op een dag gaan ze met z'n drieën naar het circus. Duco had er helemaal geen zin in, hij zat net zo lekker achter zijn computer aan een project te werken. Maar er is geen ontkomen aan, en die dag verandert Duco's leven. Hij kijkt zijn ogen uit, vooral als hij de jongleeract ziet.
"Ik dacht af en toe ook dat ik zelf meedeed," zei Duco. "zoals die jongleeract met die supersnelle ballen. Die jongen was net zo oud als ik."
Dat geeft de doorslag. Hij gaat oefenen, Hij moet net zo goed worden als die jongen! En dan blijkt dat hij toch een zoon van zijn vader is: hij is superfanatiek. Niets houdt hem meer tegen, ook zijn vader niet!!
Marc van Velzen is denk ik een veelbelovend schrijver. Het is toch niet niks om over een onderwerp als dit een boeiend en spannend boek te schrijven. Het is een boek met humor en spanning. Het enige minpuntje vond ik de figuur van de pester, die wel heel makkelijk een ommezwaai maakt. Maar vooruit, het boek gaat tenslotte niet over pesten. Aanrader...
Isbn 978 90 451 0616 8 Hardcover 189 pagina's | Querido Kinderboek | maart 2008
vanaf 10 jaar
© Marjo, juni 2009
Lees de reacties op het forum, klik HIER
Stikkeloers
Eric Vandermeulen
Benner is een uitvinder. Een heel bijzondere uitvinder. Hij vindt nieuwe avonturen uit. En een uitvinder die een kasteel van hout heeft met ladder en een glijbaan, die gaat via de glijbaan naar boven en via een nabij gelegen boomtak op een ingewikkelde manier weer naar beneden. Een aparte jongen, dat is duidelijk.
Benner is een dromerig joch met een aparte kijk op de wereld. Volwassenen, daar begrijpt hij niet veel van, ze bedoelen altijd wat anders dan ze zeggen, en hij interpreteert op een heel eigen manier.
Hij woont met zijn ouders in een dorp aan een rivier. Als Benner in zijn kasteel zit, kan hij heel ver kijken, over het dorp en over het water. En daar ligt Stikkeloers. Hij wil er een keertje heen, maar zijn ouders willen niet.
'Stikkeloers?'zeiden ze. 'dat is de saaiste plek die je je kunt voorstellen. Een paar heuveltjes. Hier en daar een boom. Wat struikgewas. En dan heb je het gehad. Verder is het zo kaal als een voetbalveld. Maar dan zonder witte lijnen. Er woont niemand. Stikkeloers is verlaten. Nergens een café. Of een speeltuin. Niks, Nee, werkelijk, in Stikkeloers valt niks te beleven.'
Maar Benner houdt vol, zeker als hij zijn ouders afluistert en woorden hoort als 'toverspel' en 'veer' 'donker'. Dat klinkt spannend toch? Hij moet naar Stikkeloers. En tenslotte gaan ze. Met de veerman steken ze over, picknick mee.
"De veerman woonde in een rood huisje met witte strepen. Maar het kon ook een wit huisje met rode strepen zijn. Het leek nog het meest op een verkeerskegel. Maar dan een heel grote. Of op een vuurtoren. Maar dan een heel kleine.'
Aan de overkant van de rivier beleven de drie een vreemd avontuur, dat voor Benner zijn ogen opent. Realiteit sijpelt zijn droomwereld binnen. Maar een uitvinder dat blijft hij.
Een erg mooi verhaal over de verbeelding van een kind. Ik zeg met opzet niet fantasie, want dat klinkt meteen zo Disney-achtig, en dat is dit boek absoluut niet. Het is spannend en avontuurlijk, maar ook subtiel en speels. De taal is duidelijk, de zinnen zijn makkelijk te lezen. Het verhaal van het avontuur is goed te volgen. Maar er staat niet wat er staat. Nou ja, dat staat er wel, maar achter die woorden ligt nog een wereld. Voor Benner, maar ook voor de lezer.
Ik vraag me af of kinderen dit kunnen begrijpen. Aanvoelen misschien wel. Voor mij als volwassene is het een prachtig boek.
Isbn 978 90 448 0863 6 Hardcover 64 pagina's | Uitgeverij Clavis | april 2008
Vanaf 10 jaar
© Marjo, mei 2009
Lees de reacties op het forum, klik HIER
Het Spaanse gif
Maaike van Poelje
Op de flap staat dat dit verhaal 'het Spaanse gif' het eerste verhaal is uit een serie die Melle en de zwerfhonden heet.
Tot zijn grote verbazing ontdekt Melle, een jongen van tien, als hij met ouders en zus op vakantie is in Spanje, dat hij honden kan verstaan. En niet alleen dat: ze verstaan hem ook, ze lezen zelfs zijn gedachten.
Stakker is de eerste hond die hij ontmoet als ze eenmaal aangekomen zijn op hun vakantieadres. Maar binnen de kortste keren kent hij er een heleboel meer. Als ze eenmaal doorhebben dat Melle het goed met hen voorheeft, leggen ze al gauw hun probleem voor: er is iemand op het eiland die gif neerlegt voor de honden. Er zijn er al enkele doodgegaan. Waarom doet iemand dat nou, vraagt Melle zich af. Hij hoort dat er erg veel zwerfhonden zijn, die natuurlijk honger hebben. Ze schooien bij vakantiegangers, maar ook bij de Spanjaarden zelf. En als ze niets krijgen dan stelen ze wel eens een kippetje. Het is niet gek dat de honden niet gewenst zijn, maar gif strooien is natuurlijk niet de oplossing. Samen met de honden gaat Melle op onderzoek uit.
Behalve een best wel spannend verhaal is het nog waar ook: de schrijfster woont in Spanje en is betrokken bij de Dutchypuppy Foundation, een organisatie die probeert de honden op te vangen. Een deel van de opbrengst van dit boek gaat naar hen.
De honden die voorkomen in het verhaal bestaan echt. Achteraan in het boek vind je hun foto's en levensverhaal.
Het boek leest vlot, niet moeilijk qua woordkeuze. De eerste indruk is dat jongere kinderen er ook geen moeite mee zouden hebben, maar de zinnen zijn vaak aan de lange kant, en het onderscheid tussen verhaal en dialoog is niet extra aangezet. Het lettertype is vrij klein, en er zijn niet zoveel plaatjes en/of tekeningen. De hoofdstukken zijn ook vrij lang. Daardoor oogt het boek pittiger dan het eigenlijk is. Het verhaal is aan de ene kant sprookjesachtig - praten met dieren-, maar aan de andere kant schrijnend, omdat de zwerfhonden in Spanje het echt moeilijk hebben.
Voorlezen voor jongere kinderen, die niet al te teerhartig zijn, en vanaf 9 jaar zelf lezen. Zoiets.
ISBN 978 90 499 2320 4 175 pagina's | Pimento | november 2008 Illustraties van Doesjka Bramlage
© Marjo, mei 2009
Lees de reacties op het forum, klik HIER