jeugd 6-9 jaar

Brenda Heijnis

https://www.facebook.com/brenda.heijnis 

http://www.brendaschrijftboeken.nl 

http://www.estherleeuwrik.nl

 

Olle en de boekenvloek
Brenda Heijnis


Olle Piekema probeert zich niets aan te trekken van zijn klasgenootje Aurora, maar ze is een ontzettende pestkop. Hij is haar doelwit: ze sluit hem op als ze de kans krijgt of steekt zijn banden lek. Maar ze moet van zijn zusje Jet afblijven, vindt Olle, dus hij verdraagt het lijdzaam. Hij heeft zijn verzameling jojo’s om hem af te leiden. Een jojo in zijn broekzak, om vast te houden, of een trucje mee te doen, dat maakt hem rustig.


Het valt hem meteen op als Aurora er op een dag niet is als hij naar school fietst. En ze komt die dag ook niet naar school. Nou ja, ze kunnen heel goed zonder haar. Maar de moeder van Aurora haalt er natuurlijk de politie bij, Olle en zijn maatje Bibi zien de agenten op straat. Ze lijken niet veel te doen behalve wat rondkijken op straat. Zo zullen ze Aurora vast niet vinden, en de twee kinderen besluiten zelf wat te gaan ondernemen. Ze maken posters om op te hangen bijvoorbeeld.
Maar Aurora was slechts de eerste! Puck is de tweede die verdwijnt…
En daar blijft het niet bij. Ook Jet verdwijnt! Het hele dorp staat op zijn kop.
Er komen agenten op school:


‘Zoals gezegd, heeft deze zaak onze hoogste prioriteit,’ baste hij.
‘Hebben ze andere prioriteiten dan?’ fluisterde Bibi. Ze trok haar wenkbrauw op.
‘Tot die tijd zorgen jullie ervoor dat jullie nooit alleen buiten zijn. De straten en de school worden scherp bewaakt. Na de lessen gaan jullie direct naar huis.’


Natuurlijk zijn Olle en Bibi dat niet van plan. Zij willen weten wat er aan de hand is. Ze hebben al iets vreemds gezien in de dorpsbibliotheek. De man die de boel bestiert laat duidelijk merken dat hij een hekel heeft aan kinderen, en dat in een bibliotheek! En daar zien ze iets zeer eigenaardigs op het moment dat er weer een kind verdwijnt. Ze hebben een volwassene nodig: opa Bram.-  De andere volwassenen komen er niet zo best vanaf in dit verhaal. Ze zijn een beetje stereotype zoals dat vaak het geval is in kinderboeken. -


Een lekker fantasievol verhaal, spannend en een grote dosis magie. De lezer weet een klein beetje van wat er met de kinderen gebeurt, doordat er in een ander lettertype verteld wordt over de verdwenen kinderen. Hun situatie lijkt onoplosbaar, dus de lezer is zeer nieuwsgierig naar hoe Olle dit probleem op gaat lossen! Met de hulp van Bibi en opa natuurlijk.


Boeken, de verhalen daarin eigenlijk, spelen een grote rol. Grappig is het als zo’n beschreven wereld gaat leven! Bibi maakt graag lijstjes en de hoofdrolspelers zijn kinderen die de boosdoener te slim af zijn. De zwart-wit tekeningen van Esther Leeuwrik zijn grappig, en passen goed bij het verhaal.


Brenda Heijnse
(1985, De Rijp) is art-director, heeft voor de klas gestaan en richtte toen een eigen bedrijf op: Brenda Heijnis Creatieve Communicatie. Olle en de boekenvloek is niet haar eerste boek. Eerder verscheen een gedichtenbundel met de titel Waar de wind waait.


ISBN 9789044832082| hardcover |185 pagina's | Uitgeverij Clavis| juni 2018 | Leeftijd vanaf 8 jaar
Tekeningen van Esther Leeuwrik

© Marjo, 25 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Waar de wind waait
illustraties: Esther Leeuwrik
tekst: Brenda Heijnis


Een boek vol gedichten voor kinderen vanaf acht jaar. De gedichten behandelen allemaal onderwerpen waar kinderen tegenaan lopen, dat kunnen verschillende gevoelens zijn zoals niet weten wat te doen in vakantietijd, als alle vriendjes en vriendinnen op vakantie zijn.


[...] Nu lig ik languit op de bank
en staar naar het plafond
Wat zou jij allemaal gaan doen
als je vakantie net begon?


Of hoe vertel je als kind over dat vreemde gevoel dat er niemand anders is dan jij?  Nou, misschien wel zo...


Vandaag voel ik mij heel alleen
want van mij is er maar één
Eén keer ik om mee te spelen
en te rennen op het plein
Soms zou ik wel willen
dat er meerdere ikken zijn

Je kunt ook heel nieuwsgierig zijn naar wat een ander denkt en voelt en dan vraag je gewoon...


Mag ik een keer
in jouw hoofd?


Dan mag jij
in het mijne


En allerlei opmerkingen over en van familieleden kunnen een kind ook flink bezighouden. Het is tenminste knap verwarrend als mensen die op bezoek zijn tegen je zeggen...


Je hebt de ogen van je vader
en die mond is van je moeder
De handen van je oma
en de neus van opa Klaas


Ook broertjes of zusjes en opa's en oma's zijn vaak in een kinderhoofd aanwezig. Want die stoere broer is helemaal niet leuk en oma... oma heeft een wiebelnek en een wiebelvel onder haar kin... er zitten zelfs geulen in! Maar er wordt ook heel lief gepraat over grootouders bijvoorbeeld in het heel mooie gedicht over opa. Daarin vertelt een kind over zijn stoere opa, die van die mooie wolken kon blazen met de rook uit zijn pijp. Opa is nu zelf een wolkenman en is nu voor altijd bij het kind, kijk maar naar die wolken... het kind praat nog steeds met zijn opa en als opa daarboven in de lucht moet huilen dan troost het kind hem. Het is hartverwarmend en ontroerend om te lezen.

Het gedicht over het bejaardenhuis waar sommige bewoners 'heel raar' doen is echter precies het tegenovergestelde, het is hilarisch!
Want voor een kind is het natuurlijk heel vreemd als een bejaarde 'stoute' dingen doet en dan geen standje krijgt...


Kijk nou toch eens, zie je dat?
Ik had als tien keer straf gehad


Om even verderop te verzuchten


[...] Ik wou dat ik gewoon
alweer een oude opa was.


Natuurlijk zijn er ook gedichten over wat een kind allemaal leert en kan en doet. Het ene gedichtje gaat over een wriemelaar zijn, het andere over alles wat je met je lijf kunt doen zoals:


met mijn tong
mijn neus aanraken
en van mijn wangen
ballonnen maken.

maar het aller- aller- allerleukste gedicht vind ik het gedicht over de buurvrouw dat zo begint:


Mijn buurvrouw is een beetje raar
ze loopt op klompen en rookt sigaar
Ze voert de eenden koekjes
voor haar katten breit ze broekjes [...]


Bij dit gedicht zie je een afbeelding van een Ma Flodder-achtige vrouw met dikke sigaar in haar mond. Op haar schoot ligt de poes die natuurlijk een zelfgebreid broekje aan heeft. (Aan de waslijn hangen ook allemaal kattenbroekjes) Om haar heen is het een bende, je ziet schapen, kippen, konijnen, een hond met een ei in zijn bek en kippenkeutels... heel veel kippenkeutels...

Alle afbeeldingen in het boek zijn overigens zeer de moeite van het bekijken waard maar dat kan ook haast niet anders met deze illustratrice die ook de mooie illustraties verzorgde voor o.a. de door mij gelezen boeken Ergens, Schaap 507, Beroemd, De kleine grote kameleon enz.  Ook nu  weet Esther Leeuwriks precies de sfeer van de tekst weer te geven in de fraaie, subtiel gekleurde, afbeeldingen.

Een prachtig verzorgd boek, waarmee een kind op een heel prettige manier kennis kan maken met - in verschillende rijmsoorten geschreven - gedichten. Zeer de moeite van het aanschaffen waard!


ISBN 9789044828627 | Hardcover | 43 pagina's | Uitgeverij Clavis | mei 2017
Afmeting 298 x 216 x 9 mm | Leeftijd 8 +

© Dettie, 20 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER