jeugd 10-12 jaar

Berti Persoons

altOorlog in een koffer
Berti Persoons


​Benyamin Jacoby overlijdt op woensdag 10 mei 2017. Zijn koffertje, dat geheimzinnige oude bruine ding, laat hij achter voor zijn kleinzoon Pieter.  Wat zit er in? Opa heeft het nooit willen vertellen. Hij is de enige van zijn familie die de oorlog overleefd heeft. ’Geluk gehad’, zegt hij. Vlak voor zijn dood vertelt hij het hele verhaal, zoals we het nu gaan lezen.


Het gezin Jacoby woont in Mechelen. Zij zijn joden, maar doen niets aan hun geloof. Ze betwijfelen of iemand weet wat hun afkomst is, zo Mechels zijn ze immers. Vader en moeder werken hard in hun goedlopende kruidenierswinkel. Simon, de oudste van 20 jaar, werkt bij de spoorwegen. Zus Sabrina, 18 jaar, en de dertienjarige Benyamin zitten op school.


Op 10 mei 1940 bombarderen de Duitsers Mechelen en niet veel later trekken de tanks binnen. In het begin is de oorlog nog iets abstracts, iets spannends, en men denkt dat het wel mee zal vallen. Maar dat weten we: meevallen is er niet bij. Simon is de eerste die dat onder ogen ziet, en hij doet mee aan het verzet. Als de maatregelen tegen de Joden hebben bewerkstelligd dat Benyamin niet meer naar school kan, en er in de winkel ook steeds minder te doen is, gaat Benyamin zijn broer helpen. Bij die groots geplande aanslag komt Simon om het leven. Niet veel later wordt het gezin opgepakt. Natuurlijk staat er geregistreerd in de gemeentelijke archieven dat ze joods zijn.


Dan volgt het verhaal dat iedereen zou moeten kennen: de Endlösung, Joden, zigeuners, homoseksuelen, al die mensen werden opgepakt en naar concentratiekampen vervoerd, waar een deel onmiddellijk gedood werd.
Benyamin is jong en sterk, en overleeft de verschrikkingen van Auschwitz en Bergen-Belsen. Als op het laatst de poorten opengaan en de overlevenden naar huis kunnen - naar wat daar nog van over is!- pakt Benyamin een koffertje. Wat er in zit, dat ontdekken we pas als Pieter het jaren later openmaakt.

Zoals ik al zei: iedereen zou dit verhaal moeten kennen, om tenminste te begrijpen hoe het komt dat mensen elkaar de vreselijkste dingen aandoen. Zodat het voorkomen kan worden. Een utopie, dat blijkt iedere dag weer, maar als je niets doet, gebeurt er ook niets.


Berti Persoons doet met dit nogal lijvige boek een poging om jongeren de ogen te openen. Het is een vlot verteld en spannend verhaal, waarin details niet geschuwd worden. De vreselijke dingen die de nazi’s deden met mensen die zij Untermenschen noemden, het is niet voor tere zieltjes, maar aan de andere kant: je moet absoluut niet gaan zeggen dat het ‘allemaal wel mee viel.’
Het verhaal is fictief, in de zin dat de familie Jacoby niet gebaseerd is op een familie die werkelijk geleefd heeft. Maar er zijn zeker zulke gezinnen geweest, en wat zij en later de enige overlevende zoon mee hebben moeten maken, dat is allemaal echt!


In zijn slotwoord stelt Persoons: ’ Uiteindelijk blijkt de werkelijkheid nog afschuwelijker dat wat ik vertel in Oorlog in een koffer. Het valt eigenlijk niet te bevatten.’


Berti Persoons (1953, Maaseik) is van oorsprong onderwijzer. In 2012 schrijft hij zijn eerste fictieboek voor jongeren.

ISBN 9789044830545| Hardcover | 456 pagina's | Uitgeverij Clavis | juli 2017
Leeftijd vanaf 12 jaar

© Marjo, 30 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER