jeugd 15+

Adam Silvera

Vroeger is alles wat ik van je heb
Adam Silvera

‘In een parallel universum leef je nog, Theo, maar ik woon in de echte wereld, waar jij deze morgen in een open kist ligt opgebaard.’


Het is november 2016 als het verhaal begint. De zeventienjarige Griffin verliest de jongen waar hij tot voor kort een relatie mee had door een ongeluk. Toen zij ontdekten dat ze verliefd op elkaar waren, anderhalf jaar eerder, beloofden ze elkaar dat ze nooit dood zouden gaan. Een onmogelijk belofte, dat weet Grif wel, maar een andere belofte was dat ze altijd vrienden zouden blijven en ook dat kan nu niet meer. Die laatste belofte deden ze elkaar op de dag dat Griffin het uitmaakte. Dat deed hij om Theo zijn vrijheid te gunnen, nu die op het punt stond in Californië aan de universiteit te gaan studeren terwijl Grif achterbleef in New York.


Ook al is Theo er niet meer, Grif praat nog met hem, en haalt herinneringen op. Aan hun hobby’s: voor Theo was dat Star Wars, voor Griffin Harry Potter. Hij vertelt hoe dat hun vriendschap beïnvloedde en hoe de eerste kus er kwam. Aan de vriendschap met Wade ‘vijfde wiel aan de wagen’, en aan de pogingen om contact met elkaar te houden, nadat Theo vertrokken was. De schrik van de nieuwe relatie. Daar wist Griffin van, maar hij vertelde Theo niet dat hij zelf ook een ander had. En dat terwijl hij nog steeds de hoop had dat het ooit weer goed zou komen met Theo.
Nu zit hij behalve met enorm verdriet ook met een schuldgevoel. Hij was niet eerlijk.
Dan leert hij Jackson kennen, de nieuwe vriend, die ook met een schuldgevoel kampt.


Je zou kunnen zeggen dat de hoofdpersoon een puinzooi maakt van zijn leven – hoewel het niet alleen zijn schuld is, maar dat is het nooit – en hij nog moet zien hoe hij daar uit komt.


‘Er bestaat een parallel universum waarin we een clubje van drie zijn dat zo hecht en onverwoestbaar is dat we geen vierde lid nodig hebben om alles even te maken. Een clubje waarin een vierde lid alleen maar voor problemen zou zorgen. Jackson rijdt, jij zit naast hem, ik schreeuw dat jullie de radio harder moeten zetten als ons lijflied gedraaid wordt en we zingen alle drie zo hard mee dat de radio niet meer boven het lichtjes valse, ongedwongen koor van onze stemmen uit komt. Alleen jammer dat niemand van ons in dat universum leeft.’


In twee verhaallijnen, die van het heden en die van vroeger vertelt Griffin over zijn gevoelens. Over die Grote Eerste Liefde die zo belangrijk is in een mensenleven.


Een ontroerende roman over de liefde, en over schuldgevoelens die je nu eenmaal hebt als je geliefde op een dergelijke manier komt te overlijden. Is dit anders omdat het alleen maar over jongens gaat en dus over homoseksualiteit? Eigenlijk niet.
Het feit dat de hoofdpersoon last heeft van een lichte dwangneurose ‘dwangdingetjes’ - zoals het in het citaat voorkomende probleem van onevenheid - hetgeen verergert na het overlijden, lijkt ook niet veel uit te maken voor het verhaal. Maar het is een element dat de schrijver er in heeft gebracht om deel uit te maken van de relatie die de jongens hadden als ook van de rouw.


Adam Silvera werd geboren in de Bronx, was werkzaam bij een uitgeverij onder andere als recensent van jeugd- en jongerenboeken. Net als het eerder vertaalde boek is het thema rouw en vriendschap.


ISBN 9789044831733  | hardcover | 348 pagina's | Uitgeverij Clavis | augustus 2018
Vertaald uit het Engels door Lies Lavrijsen en Tine Poesen | Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 12 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Op het einde gaan ze allebei dood
Adam Silvera


En dan is er Death-Cast, een organisatie die mensen belt dat ze binnen 24 uur zullen sterven, met als achterliggend idee dat zij hun geliefden kunnen voorbereiden. Hun dood zou zonder waarschuwing onvoorzien zijn.


Vanaf het moment dat ze aan het begin van de dag - midden in de nacht dus - gebeld worden zijn deze mensen Doodlopers, en beginnen ze aan hun Laatste Dag. De organisatie heeft allerlei dingen bedacht om hen daarbij te helpen: ze kunnen berichten plaatsen op een speciale Facebookpagina. Ze kunnen een maatje zoeken via de Last-Friend-app. Ze kunnen op een virtuele manier avonturen beleven, zoals parachutespringen of met haaien zwemmen. Ze kunnen naar de Travel Arena om de wereld rond te reizen.
Maar één ding staat vast: ze gaan binnen 24 uur dood. Hoeveel tijd ze nog hebben, op welke manier het zal gebeuren, dat is niet bekend en dat maakt het lastig om te bepalen wat je gaat doen. Kun je nog naar buiten of word je dan overreden door een wegpiraat? Kun je de lift nemen, of stort die dan naar beneden? Kun je naar een plek waar veel mensen zijn, of is er dan net iemand die een bom af laat gaan?


Nadat ze allebei een telefoontje gehad hebben. besluiten Mateo Torrez en Rufus Emeterio, 18 en 17 jaar oud, elkaars Laatste Vriend te worden. Het klikt wonderwel tussen hen, ook al zijn ze elkaars tegenpolen. Ze vullen elkaar aan: Rufus daagt Mateo uit, Mateo tempert Rufus indien nodig.


‘Waar gaan we heen?’ vraag ik terwijl ik verder bij de deur vandaan schuifel. ‘We moeten een aanvalsplan hebben.’
‘Een aanvalsplan dat lijkt me te bloederig,’ zegt Rufus. ‘Ik hou meer van het woord ‘strategie’. Hij duwt zijn fiets in de richting van de straathoek. ‘Een bucketlist is zinloos. Je kunt toch niet alles doen. We kunnen maar beter gewoon met de stroom meedrijven.’


‘We zullen geen natuurlijke dood sterven. Hoe kunnen we nou proberen te leven als de eerste de beste vrachtwagen ons omver kan rijden wanneer we de straat oversteken?’
‘Dan kijken we toch gewoon goed naar links en rechts, zoals we in de kleuterschool geleerd hebben.‘


Er moet afscheid genomen worden van hun geliefden, maar dat zijn er niet zo veel. Mateo is een gevoelige jongeman die tot dan toe in zijn eigen kleine wereldje leefde. Hij heeft alleen nog een vader, en die ligt comateus in het ziekenhuis. En er is een vriendin, Lidia, alleenstaande moeder.
Rufus is een wees, hij heeft alleen de Pluto’s, andere weesjongeren met wie hij in een vervangend gezin woont. Als hij zijn telefoontje krijgt, heeft hij net het vriendje van zijn ex in elkaar geslagen, die op dat moment verhaal komt halen met in zijn kielzog de politie. Rufus vlucht maar dan worden zijn vrienden gearresteerd. En Rufus begrijpt maar niet waarom de jongens hun telefoon niet opnemen…


Mateo en Rufus hebben nog niet eens verwerkt hoe Death-Cast al eerder in hun leven ingreep  - zo voelt het voor hen, als een ingreep, hoewel de organisatie natuurlijk niet zelf de dood veroorzaakt - door familieleden weg te nemen. En ze zijn jong, zij waren in de veronderstelling dat hun leven nog moest beginnen.
Nu dat niet het geval is, vinden ze steun in elkaar. Het is maar een enkele dag, maar de vriendschap groeit snel.


We volgen de jongens, terwijl ook andere personages voorbij komen. De hoofdstukken beginnen veelal met de opmerking of de betreffende persoon wel of niet een telefoontje heeft gehad. Dat heeft invloed op de beslissingen de zij nemen, en zo krijgen de terloopse ontmoetingen die zij onwetend met elkaar hebben voor de lezer meer betekenis.


Je zou denken dat het een somber boek is, de dood is immers onontkoombaar, en nee, er wordt geen enkele hoop geboden, maar Adam Silvera slaagt erin het verhaal van begin tot eind te laten boeien. Dat komt doordat de jongens elkaar hun verhalen vertellen en hun gevoelens uiten, doordat ze samen dingen beleven die ze anders niet gedaan zouden hebben. Zo ontstaat er toch een compleet verhaal, over een hechte vriendschap. Vanzelfsprekend is het ontroerend, maar er is ook humor, en wonderlijk genoeg blijft er een spanning tot het einde...


Het is een intrigerend gegeven: Wat doe je als je weet dat dit je laatste dag is? Kruip je met de mensen die je liefhebt op de bank om een potje te huilen en wacht je af? Of ga je net als deze twee jongens de confrontatie aan en wil je nog van alles meemaken?


Adam Silvera werd geboren in de Bronx, was werkzaam bij een uitgeverij onder andere als recensent van jeugd- en jongerenboeken. Dit boek is niet zijn debuut maar wel het eerste dat in het Nederlands vertaald is. In Amerika was het een groot succes.


ISBN 9789044831740 | Hardcover | 336 pagina's | Uitgeverij Clavis | april 2018 | Vanaf 15 jaar.
Vertaald uit het Engels door Tine Poesen

© Marjo, 14 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER