Drijfzand koloniseren
Volgens de toelichting van Van der Heijden achterin het boek is 'Drijfzand koloniseren' een vrije prozabewerking van gedeelten van drie tragedies van Sofokles, namelijk Oidipous in Kolonos, Antigone en Koning Oidipous. De tragedies zijn verplaatst naar het leven van 2024 en het verhaal maakt deel uit van de cyclus 'Homo Duplex'.
Het verhaal speelt zich af op een dag in dat jaar, en de plaats van handeling is Zora's place, een Rotterdamse kroeg waar hooligans van De Pit, een supportersvereniging, zich verzamelen. Movo, de hoofdpersoon uit De Movo Tapes, is spoorloos verdwenen. Aan het einde van de twintigste eeuw heeft hij een drieling verwekt bij zijn moeder, Zora, op een moment dat hij nog niet wist dat zij zijn moeder was. Even tevoren heeft hij zijn vader, Tonnis Mombarg, om het leven gebracht. Movo is te vondeling gelegd en geadopteerd door de Amsterdamse familie Satink.
Aan het begin van de dag, of de vorige dag, is één van Movo's zoons, Wilmer, doodgeslagen door zijn broer Rimmer. Aanleiding daarvoor is een treffen tussen hooligans van Hellevoetsluis, waarnaar Wilmer is overgelopen, en die van De Pit, de onofficiële supportersvereniging van Erdam.
Hero, zwager van Movo, broer van Zora, heeft zojuist de leiding genomen van De Pit. Hij is de nieuwe Honderdman. Zijn autoriteit is echter nog wankel, respect heeft hij nog niet afgedwongen bij de harde kern van De Pit, die bestaat uit een aantal oude mannen. Om zijn macht te verstevigen, verbiedt hij Wilmer te begraven. Dat is Wilmers straf voor zijn verraad. Het lijk, dat hij later aan de meeuwen wil voeren, heeft hij in de kelder laten leggen. Daar wordt het bewaakt door een paar hersenloze kleerkasten van De Pit. Toch treffen die het lijk een paar uur later afgelegd en wel aan, in een splinternieuwe pyama van de Hema nog wel. De schuldige wordt al snel gepakt: het is Wilmers zuster Jolente, die er niet mee kan leven dat haar broer geen fatsoenlijke begrafenis of crematie zal krijgen. Zij wordt door Hero ter dood veroordeeld. Voorzichtig proberen de oude stamgasten het tij te keren, want zij vinden dit toch te ver gaan. Maar Hero, die doodsbang is om door vrouwen op zijn kop gescheten te worden, houdt voet bij stuk. Jolente draagt haar lot waardig en scheldt Hero de huid vol. Nu zij zal sterven, zal zij niet trouwen met Raymond, de zoon van Hero en dus haar neef.
Als mooie Thierry - een ex Hell's Angel die voor het leven verminkt is nadat zijn hoofd door de brothers in een pan kokend frituurvet is gedoopt - verneemt van Hero's plan spoedt hij zich naar Zora's Place. Hij orakelt dat Hero's familie iets vreselijks zal overkomen als het vonnis daadwerkelijk wordt vertrokken. Ondertussen ligt Jolente al, nog levend misschien, in een dichtgelaste lijkwagen op het autokerkhof. Hero zegt toe dat Wilmer alsnog een fatsoenlijke begrafenis krijgt en probeert Jolente te redden. Helaas, hij is te laat, en de voorspelde rampen voltrekken zich onmiddellijk.
Ik heb genoten van dit verhaal, met al zijn gruwelijkheden. Hero maakt zich schuldig aan machtsmisbruik. Hij komt ten val omdat hij niet werkelijk gezag afdwingt. De Pit is een staat op zichzelf, met een eigen ordedienst, en kennelijk met rust gelaten door politie en andere gezagdragers buiten De Pit. Moord- en doodslag is normaal, stinkende lijken en aangebrachte verminkingen ook. De omstanders zijn het meest bezorgd om hun eigen lot, dus ze grijpen nooit in, ook niet als ze het niet eens zijn met de gang van zaken. Iedereen verliest.
Het gaat nu eens niet om de subtiele intellectuele en emotionele belevingen van de bovenlaag van de samenleving, maar om de rauwe onderkant. Dieper zinken dan de mensen rondom de Pit kan haast niet. Ze brengen hun leven vechtend en zuipend door, verder doen ze niets. Hun allerbelangrijkste doel lijkt het geaccepteerd blijven door de groep. De strijd tussen de verschillende groepen hooligans heeft allang niets meer met voetbal te maken, maar lijkt eerder op oorlog tussen primitieve stammen, die buiten de beschaving staan.
Max Pam heeft dit boek zwaar bekritiseerd in HP/De tijd. Zijn grootste bezwaar is dat het niet als een op zichzelf staand werk kan worden gelezen, maar dat je alles uit de Homo Duplex-serie moet hebben gelezen en ook onthouden om het te kunnen begrijpen. Daar zit wel iets in: Schervengericht is ook lastig te volgen als je de Movo Tapes vergeten bent. Dat laatste ligt nogal voor de hand, gezien de tijd die er tussen de verschijning van de boeken van A.F.Th. zit. Toch sluit ik me niet aan bij de mening van Max Pam: ook dit boek is weer een meesterwerk. Dat er op een zeker moment een samenvatting nodig zal zijn om de cyclus te kunnen blijven volgen, neem ik dan maar voor lief.
Paperback | 150 Pagina's | Em. Querido's Uitgeverij | 2006 ISBN: 9021467712
© PetraO.
april 2007
Het schervengericht
In de nacht van 8 op 9 augustus 1969 werden in Hollywood Sharon Tate (de vrouw van Roman Polanski) en haar gasten afgeslacht door een bende, die daartoe de opdracht had van Charles Manson, hun leider. Op het eerste oog leek het alsof de slachtoffers willekeurig waren gekozen uit de groep rijken die rondom Hollywood woonde. Charles Manson had de bizarre theorie ontwikkeld dat er een rassenoorlog zou uitbreken, waarbij alle blanken om het leven zouden komen. Behalve Charles Manson en zijn volgelingen, want die zouden zich tijdens de oorlog verborgen houden op een geheime plek in de woestijn, een soort paradijs van melk en honing. Na afloop van de oorlog zou Charles Manson te voorschijn komen om de wereldleiding op zich te nemen, want zoiets kon je niet aan zwarten overlaten. Naar Mansons zin liet de rassenoorlog te lang op zich wachten, dus hij besloot een handje te helpen. De moorden op Sharon Tate en haar gasten en een dag later op het echtpaar LaBianca zouden worden toegeschreven aan zwarten, want de moordenaars zouden racistische tekens achterlaten die in die richting zouden wijzen. Ze schreven 'Pig' met het bloed van Sharon Tate op de voordeur, en 'War' met meskerven op de buik van LaBianca.
In Schervengericht laat A.F.Th. Charles Manson en Roman Polanski elkaar ontmoeten in de gevangenis. In het boek worden schuilnamen gebruikt: Maddox en Woodehouse. Het is echter steeds duidelijk om wie het gaat, want het grootste deel van de gebeurtenissen en achtergrondverhalen is op historische feiten gebaseerd.
De ontmoeting is overigens geen toeval, maar wordt georganiseerd door de Griek, die als verteller in het boek een belangrijke plaats inneemt. Hij is geen mens, maar misschien een God. Geen Christelijke God, want alwetend en almachtig is hij niet. Hij is eerder een Griekse God, die al eeuwenlang van de Berg afdaalt om zich met de mensen en hun wereld te bemoeien. In de tijd dat het verhaal speelt (1978) woont hij in Amsterdam bij een boekhandelaar en is hij voogd over Tibbot, die moeilijke voetjes heeft. Misschien zijn het hoefjes, die aan het groeien zijn en is Tibbot een duiveltje in de groei: in ieder geval is voor Tibbot in de toekomst een grootste taak weggelegd, namelijk de Wereldstaking.
De Griek had Manson in de jaren zestig voor zijn karretje willen spannen om de wereld op zijn kop te zetten, maar Manson heeft er een zooitje van gemaakt. Daar moet hij voor boeten. Woodehouse zoekt antwoord naar de vraag op het waarom van de moord op zijn vrouw. Hij ondervraagt Maddox voortdurend. Het antwoord vindt hij niet, tenminste, niet op een bevredigende manier. In zekere zin vindt hij het wel en blijkt de werkelijkheid nog gruwelijker dan hij zich had kunnen voorstellen. De slachtoffers waren namelijk helemaal niet zo willekeurig gekozen als zich eerst liet aanzien, Maddox had persoonlijke rancune tegen het huis en zelfs tegen de inwoners. Misschien hoopt Woodehouse dat Maddox na al die jaren gevangenis tot inkeer is gekomen, dat hij inziet hoe fout en gruwelijk de moorden waren. Dat gebeurt niet. Maddox gelooft nog altijd in zijn waanzinnige theorie en acht de moorden een volkomen legitiem middel om zijn doel te bereiken. Hij zou het weer doen, als hij de kans kreeg. Geen berouw dus, integendeel.
A.F.Th. werpt met Schervengericht een licht op het proces dat leidt tot dit soort waanzinnige moorden. Het lijkt bijna een recept: je neemt een aantal jonge mensen dat niet al te stevig in de schoenen staat en is behept met een flinke dosis machteloze en giftige woede. Je isoleert ze volledig van hun vroegere sociale omgeving en tegelijkertijd indoctrineer je ze met je ideologie. Het maakt niet uit welke het is: Manson als Christus, Hitler als redder van de Duitse cultuur, Allah als wreker van de gelovigen. Als de onderworpenen, die zelf niet door hebben dat ze onderworpen zijn maar de opgedrongen ideologie geïnternaliseerd hebben, niemand meer hebben buiten de groep, kun je ze alles laten doen. Slachtingen in Hollywood, zelfmoordaanslagen in New York, Madrid of Jeruzalem, doodschieten van burgers vanaf de rand van hun zelfgegraven massagraf. Het gebeurt overal en steeds weer.
In het boek wordt de vraag opgeworpen waarom we bang zijn voor het niets na de dood en niet voor het niets van voor de geboorte. Waarom hangen we zo aan het leven, terwijl we eigenlijk niet eens bestaan omdat het 'nu' niet te vatten is? De stelling is dat het niets van voor de geboorte angstaanjagender is of zou moeten zijn. Ik ben het daarmee niet eens en het antwoord is banaal: als we niet bang waren voor de dood, zouden we al die moeite niet doen om in leven te blijven.
Schervengericht bevat zodoende veel lagen: het Mansonverhaal, het Polanskiverhaal en daaronder en daarbuiten de filosofische zijpaden naar de zin van leven en dood, van het bestaan en het niet-bestaan, van het nu, het verleden en toekomst.
De historische feiten worden verteld door middel van fictieve gedachten en gevoelens, en natuurlijk het fictieve personage van de Griek. A.F.Th. gaat virtuoos om met zijn materiaal. Elke bladzijde is intens en verrassend door zijn manier van vertellen en de gezichtspunten die hij inneemt. Het boek verdient het om meer dan eens te worden gelezen om alle lagen te doorgronden.
Paperback | 1051 Pagina's | Em. Querido's Uitgeverij | maart 2007 ISBN: 9021450224
© PetraO
maart 2007
http://www.afth.nl/boekboek