Dit boek is gebaseerd op de opera ‘Die Zauberflöte’ van W.A. Mozart, een opera met dialogen. Het is een verkorte
versie maar alle belangrijke elementen zitten er wel in. Bij het boek zit een
CD waarop het verhaal gezongen en verteld wordt.
Oorspronkelijk is de tekst
van Emmanuel Schikaneder en het zit vol met geheime vrijmetselaartekens, Mozart schreef de muziek erbij.
De operatekst
is bewerkt door Frank Groothof, de liedteksten zijn van Harrie Geelen.
Het verhaal:
Papageno is vogelvanger en woont helemaal alleen in het bos. Hij moet de hele dag vogeltjes vangen voor mevrouw Nacht. Hij
vertelt het verhaal over prins Tamino die op een dag het bos in kwam hollen omdat hij achterna werd gezeten door een heel
enge draak.
De drie hofdames van mevrouw Nacht helpen de prins. Ze zorgen ervoor dat de gemene draak én de prins in slaap vallen.
Papageno
gaat verder met vogeltjes vangen, hij vindt het heel jammer dat er nooit een vrouw in zijn net komt. Want ook al is hij lui
en niet mooi hij zou heel graag een leuke vrouw willen hebben én kinderen.
gezongen
"Maar alle meisjes die ik ken
Zien dat ik een sijsjeslijmer ben
Een losbol en een windjewaai
Een dronken man met een papegaai
Zet elke dag m'n netten uit
De sijzen komen als ik fluit
Ik span m'n touw voor dag en dauw
Maar in m'n net zit nooit een vrouw"
Ondertussen is de prins wakker geworden en Papageno doet tegenover hem net alsof hij de draak neergemept heeft. De hofdames
horen dit en waarschuwen hem dat hij niet mag liegen anders krijgt hij een slotje op zijn mond.
Aan de prins laten ze een
zwarte steen zien waar het portret van prinses Pamina op staat, de dochter van mevrouw Nacht.
De prins is op slag verliefd maar helaas prinses Pamina wordt gevangen gehouden door Sarastro, een boze tovenaar.
Mevrouw
Nacht, die koningin is, vertelt huilend hoe de gemene Sarasto haar dochter ontvoerd heeft en vasthoudt in een ivoren toren.
Ze smeekt de prins haar dochter te bevrijden en terug te brengen. Ze geeft hem een appel die Pamina moet eten, dan zal ze
heel veel kracht krijgen en zal samen met de prins kunnen ontsnappen.
Papageno wil wel even wat meer weten over Sarastro
maar opeens heeft hij een slotje op zijn mond en kan dan niets meer zeggen.. De De koningin belooft de prins dat als hij Pamina
redt, hij met haar mag trouwen. De prins vindt dat geweldig natuurlijk en wil haar graag redden. En... Papageno moet mee!
Daar heeft hij helemaal geen zin in maar moet wel. Het slotje wordt van zijn mond gehaald en Papageno houdt verder wijselijk
zijn mond.
De koningin geeft de prins een toverfluit mee, die zal angst en pijn overwinnen. Papageno krijgt een kleine zilveren toverbel
mee.
Mopperend gaat Papageno mee met de prins, hij mag natuurlijk alles sjouwen, een prins hoeft dat niet.
Papageno vertelt
"Heb je dat wel eens gedaan met zo'n fluit door een bos gelopen? Ja, ik moest 'm steeds rechtop
houden, zat ie weer vast tussen
de takken, een takkenwerk! [...]
En toen ik eenklein stukje van de appel vroeg.
omdat ik zowat stierf van de dorst, ging ie me
toch tekeer dat het een wonderappel was,
die prinses Pamina de kracht zou geven
om aan die Sarastro te ontvluchte.
Ja, alsof ik niet een klein beetje kracht
kon gebruiken met die malle orgelpijp!"
Bovendien is hij best wel bang voor Sarastro maar ja, nu kan hij niet meer terug. Ze komen aan bij de toren en ontmoeten twee
priesters, maar zij vertellen een heel ander verhaal. Sarastro is helemaal niet zo slecht, hij is de koning van de Zon en
Pamina's vader! De koningin is juist slecht, zij is jaloers op Pamina omdat ze zo mooi is en zo prachtig kan zingen, veel
beter dan haar moeder. Sarastro heeft de prinses naar zijn huis gebracht om haar te beschermen tegen haar boosaardige moeder!
Papageno
en de prins weten niet meer wat ze geloven moeten...
Er volgt nog een leuk en spannend verhaal en zoals in alle sprookjes leefden ze nog lang en gelukkig, ook Papageno!
Erg
plezierig verteld door Frank Groothof. Heel knap zijn ook de liederen (liedjes) in het Nederlands omgezet. De taal is helder
en
modern en goed verstaanbaar. De hele tekst staat in het boek, dus al luisterend kan je meelezen en naar de enorm mooie en
grappige tekeningen kijken. Voor een kind is het een mooie en speelse manier om kennis te maken met klassieke muziek.
Een aanrader!
leeftijd vanaf 9 jaar
gebonden met cd 80 blz. illustraties Karst-Janneke Rogaar
ISBN 90 468 0070 9
augustus 2006. uitgeverij Nieuw Amsterdam
© Dettie
Voor meer informatie over het boek en de schrijver, klik op
de afbeelding