 |
|
|
|
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
|
Dief van de duivel
Het verhaal gaat over Steppo (eigenlijk Stefan) die pas zijn vader verloren
is. Zijn moeder zit nog diep in haar verdriet, maar Steppo doet wat hij kan
om haar te helpen. Dat valt niet mee.
Op school wordt hij in de gaten gehouden, men verwacht problemen. Dat die er
komen ligt evenwel niet aan het overlijden van zijn vader. De jongens met
wie Steppo optrekt zijn Hagan en Dick. Hagan is twee jaar ouder dan de rest
van de klas, is meer geïnteresseerd in het non-fictieboek over oorlog dan in
de leerstof, en hij doet zijn best om meer met zijn foute broer en diens
foute vrienden op te trekken. Hij heeft racistische neigingen, die hij
rustig hardop ventileert in de klas waar ook kinderen van allochtone afkomst
zitten. Steppos andere vriend is Dick, die geobsedeerd is door seks, drugs
en muziek. Om met die ene gitaar mee te mogen spelen in een band doet hij
alles, helaas.
In de klas zitten enkele populaire meiden, die buiten school meer
geïnteresseerd zijn in oudere jongens, en die hun leeftijdsgenootjes maar
broekkies vinden. En er is Eva, die al vanaf de eerste dag dat ze op school
kwam het pispaaltje is van iedereen, en dat stilzwijgend over zich heen laat
komen.
Terwijl het schoolleven saai en in de ogen van de jongeren zinloos
voortgaat, wordt de stad beheerst door een potloodventer, die het vooral op
kleine meisjes gemunt heeft en daarbij maskers draagt. Bijvoorbeeld een
duivelsmasker.
Steppo stuit op een keer op een klein meisje dat huilend vertelt over die
griezel, en hij gaat naar het politiebureau om aangifte te doen.
Zo leert hij inspecteur Stal kennen. Dat blijkt later zijn redding, want
door Hakans avonturen en zijn eigen lafheid raakt Steppo betrokken bij
louche zaakjes.
Het is een flitsend geschreven boek, actief en snel lees je over Steppos
avonturen. Het gaat over pubers en de gevaren die op hun loeren in de Grote
Boze wereld, over hun eerste kennismaking met de liefde.
De achtergrond is een Zweedse voorstad, met troosteloze gebouwen. De
jongeren lijken aan zichzelf overgelaten, normaal voor Zweden, begrijp ik.
Gelukkig voor de jonge lezer komt Steppo op tijd tot inkeer..toch een
geheven vingertje, en eigenlijk past dat niet bij het voorafgaande verhaal. Hardcover | 272 Pagina's | Unieboek BV | 2006
ISBN: 9000036852 Vertaler: Bernadette Custers vanaf ca. 12 jaar.
© Marjo Voor meer informatie over de schrijver, klik op de afbeelding
|
|
|
 |
 |
 |
 |
|
|
|
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |
|
Tobbe
Tobbe is een knul van een jaar of elf (als ik er van uit ga dat je ook in
Zweden op je twaalfde naar de middelbare school gaat).
Het is zomervakantie, en hij zwerft met vriend Lars door hun wijk. Beide
jongens hebben thuis niet veel te zoeken. Tobbes vader draait films in een
bioscoop, is laat thuis en slaapt lang. De moeder is dood. De vader van Lars
drinkt, en als hij flink aangeschoten is wil hij de haren van Lars
knippen... maar ook al is hij kapper, als je dronken bent gaat dat niet goed.
Lars loopt dus met een muts op, ook al is het hoog zomer. Reden tot
pesterijen door de bende van de Bosjesweg. Tobbe was toch al het mikpunt,
want hij had zomaar durven scoren in de voetbalwedstrijd tegen de
Bosjesweg... de keeper had hem de oorlog verklaard.
Ook al is het zomervakantie, echt leuke tijden zijn het niet voor de twee
jongens. Thuis niets te zoeken, op straat steeds uitkijken voor de
Bosjeswegbende... maar gelukkig vinden ze een schuilplek op de schroothoop.
Natuurlijk mogen ze daar niet komen, en er loopt ook een gevaarlijke hond
die dat terrein bewaakt, maar als Ola, nog een verschoppelingetje, zich bij
hen aansluit, blijkt die hond zo mak als een lam. Ola is maar een vreemd
joch... hij weet van tevoren wanneer iets gevaarlijk is. Niet dat Lars en
Tobbe hem geloven, maar achteraf beseffen ze steeds dat Ola het al gezegd
had.
Zo liep hij al over sinaasappels te praten voordat dat ongeluk gebeurde.
Voordat de vrachtauto zijn lading sinaasappels over straat liet rollen. Het
ongeluk waarbij Lars en Tobbe de chauffeur uit de al brandende cabine
trokken. De man werd in de ziekenauto getild en de jongens liepen weg, ze
hadden gedaan wat moest gebeuren, en die man zijn benen waren toch kapot,
die man ging vast dood. Ze dachten er niet eens meer aan.
Dat die twee agenten hen steeds maar wilden spreken, daar snapten ze niet
veel van, maar het had vast te maken met de bende-oorlog , dus maakten ze
dat ze wegkwamen.
"De chauffeur keek hen aan "bedankt" zei hij en toen viel zijn hoofd opzij.
"Is hij nu dood?" vroeg Tobbe.
"Nogal wiedes is hij dood," schreeuwde Lars, "het is een en al bloedbrij!"
Eerst kwam de ambulance. Tobbe rende er naar toe en wees de chauffeur waar
hij achteruit moest rijden.
"Is hij helemaal hierheen gevlogen?"
Vroeg de ene ambulanceman.
"nee, we hebben hem eruit getrokken."
"mooi."
"maar hij is dood", zei Lars"
Dit is weer echt genieten. Het is wat je een 'beter boek' noemt.
Engstrom vertelt een spannend verhaal, waarbij zijn hoofdfiguur Tobbe niet
alleen maar een straatschoffie is. Tobbe is een denkertje, en 's nachts als
hij niet slapen kan, praat hij met zijn overleden moeder. Hij vertelt haar
de gecensureerde versie van wat er allemaal gebeurt, zodat ze zich geen
zorgen maakt over hem.
Verder geeft het boek een beeld van een achterstandwijk. Hij laat de jongens
een uitstapje maken naar een betere wijk, waar vrouwen in hun tuintjes
rommelen en de mannen hun auto's wassen. De jongens kijken hun ogen uit,
maar voelen zich helemaal niet op hun gemak en gaan snel weer weg.
Engstrom komt zelf uit zo'n wijk, en heeft veel autobiografische elementen
in dit boek verwerkt. Dit is zijn debuut, en ik weet al dat de opvolger
"dief van de duivel" ook een mooi boek is. Paperback | 260 Pagina's | Unieboek BV | 2004
ISBN: 900003552X vanaf 12 jaar.
© Marjo december 2006 Voor meer informatie over Mikael Engström, klik op de afbeelding van het boek.
|
|
|
 |
 |
 |
 |
|
|
|
|