http://www.stefanboonen.be
Zie ook de recensies op Leestafel over boeken van Stefan Boonen voor jongeren van 4-5 jaar
Zie ook de recensies op Leestafel over boeken van Stefan Boonen voor jongeren van 6-9 jaar
Elvis de Draak en het ei van Zirkoel
Stefan Boonen
Het boek begint al goed namelijk met een recept voor Krimpsel (goed voor 112 dosissen) 'Enkel te gebruiken in geval van grote nood en bloedstollend gevaar' staat er nog bij.
Maar wat is Krimpsel? Dat weet Elvis in ieder geval nog niet. Hij moet die dag gewoon naar school en wil dat liever niet. Het is namelijk gedichtendag en nu moet hij samen met Bonita, het nieuwe meisje in de klas, een gedicht voordragen. Een stom saai gedicht getiteld De dansschool. Over een meisje dat op dansles wil en een jongen die van zijn moeder dansen moest. Op school laat Bonita ook nog eens een paar hoge hakken zien, die zal ze aantrekken dan is hij net als in het gedicht kleiner als haar. Maar als ze met zijn tweeën voor de klas staan wordt Elvis misselijk. Hij heeft heel erge kramp. Hij rent naar het toilet. En dan gebeurt het. Een man draait de deur aan de buitenkant open en bedwelmt Elvis... Hij wordt ontvoerd!
Elvis weet nauwelijks wat hem overkomt, hij wordt naar een leegstaande fabriek gebracht door Freddy Viervingers.
Daar ontmoet hij dokter Wankel die Zirzoel, een grote schaduwvogel, op zijn schouder heeft. Dokter Wankel vertelt dat Elvis een uitstekend proefkonijn is. Hij pakt een spuitje met Krimpsel en dan gebeurt het... Elvis, wordt piepklein. Dokter Wankel is blij, het is gelukt!
Elvis is minder blij, hij wil gewoon weer groot zijn maar dat lukt natuurlijk niet. Elvis komt er achter dat Zirzoel en zijn jongen heel belangrijk zijn. Hun eieren vormen een belangrijk ingrediënt voor het Krimpsel. Maar er zijn niet meer zoveel schaduwvogels vandaar dat dokter Wankel ze gevangen houdt.
Via allerlei omwegen weet Elvis toch te ontsnappen maar Freddy Viervingers en dokter Wankel gaan natuurlijk op zoek naar hem. En dan volgt een spannend verhaal waarbij Elvis steeds maar op de vlucht moet want nu hij zo klein is lijkt hij wel op een lekker hapje voor vogels of voor Zorro de kat. Ook denken mensen dat hij een heel knap in elkaar gezet robotje is en willen ze hem wel even openschroeven om te kijken hoe hij gemaakt is... Elvis heeft het er maar druk mee en ondertussen moet hij ook proberen die rare dokter tegen te houden want die heeft heel enge plannen.
Het grappige is dat dat rare nieuwe meisje van zijn klas, Bonita, nog een grote rol speelt bij zijn bevrijding.
Het is een enorm humoristisch en fantasievol verhaal, ik heb het met veel plezier gelezen.
De zwart-wit afbeeldingen, gemaakt door cartoonist Bart Schoofs, die her en der in het boek geplaatst zijn vind ik persoonlijk nogal stijf en een beetje fantasieloos, dat kan hij wel beter denk ik. Maar dat is natuurlijk mijn mening, niemand hoeft het daar mee eens te zijn.
Enkele gebeurtenissen in het boek zijn af en toe wel heel erg toevallig of een beetje ongeloofwaardig. Maar ja, Krimpsel bestaat ook niet en het is wel een enorm leuk verhaal geworden dat vol vaart gebracht wordt. Kinderen zullen erg genieten van alle dolle en dwaze avonturen en het is nog lekker spannend ook.
Zie ook http://www.elvisdedraak.net
ISBN 9789044816075 Hardcover 158 pagina's Clavis oktober 2011
Leefrijd 10+
© Dettie, 31 oktober 2011
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Elvis de Draak en de voorlaatste dronzel
Stefan Boonen
Al op de eerste pagina wordt duidelijk dat Elvis geen brave jongeman is: hij spijbelt!
Zijn ouders bekommeren zich niet zoveel om hem, en waarom zou hij er niet van profiteren? Hij heeft een hekel aan gym.
En juist op die dag dat hj alleen thuis is, wordt er een envelop bezorgd: post voor hem! Van wie is dat? Maar voor hij kan kijken gaat de telefoon, en een onbekende vraagt of ‘hij er zin in heeft’.
Tja, Elvis heeft de envelop nog niet goed bekeken, en de beller hangt meteen weer op.
In de envelop zit een cd-rom, waarin hem verteld wordt dat hij een oom heeft: Oom Hendrik die op het eiland Mabazo woont. En die oom vraagt hem of hij wil komen logeren in de herfstvakantie! Dat wil Elvis wel, een avontuur! Hij zal daar nee zeggen! Maar zijn ouders doen dat in eerste instantie wel, zijn moeder weet niet eens van het bestaan van haar mans broer. Maar als het doordingt geven ze al snel permissie: misschien is die oom wel rijk, en s Elvis de enige erfgenaam. En zo stapt een tienjarige jongen in z’n eentje op het vliegtuig. Naar Miami. Al onderweg gebeuren er vreemde dingen. Iemand wil weten of hij soms Elvis is. Een andere onbekende duwt hem een doosje in zijn handen. En in dat doosje, want Elvis kan het niet laten om te kijken, zit een vreemd klein wezentje. Het kan praten ook! Het is Wub, de voorlaatste Dronzel. En omdat er mensen zijn die Wub willen hebben, zal Elvis heel wat meemaken voor hij eindelijk zijn oom Hendrik zal leren kennen.
Het is het eerste boek over Elvis. In de andere delen gaat het verhaal verder, maar gebeuren er ook op zichzelf staande avonturen. Zullen we in die nieuwe avonturen Harry, de piloot ook nog tegenkomen? Dat Elvis van Dr Wankel nog niet af is, dat lijkt wel duidelijk. En wat voor iemand is zijn oom Hendrik? En misschien zal Wub een vast vriendje blijven… of heeft die meer belangstelling voor de laatste Dronzel?
Een spannend verhaal, dat met veel humor en vooral veel fantasie verteld wordt.
ISBN 9789044809367| hardcover | 150 pagina's | Clavis Uitgeverij | juni 2010
Leeftijd: 10-12 jaar
Illustraties van Bart Schoofs
© Marjo, 30 oktober 2011
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Elvis de Draak en het geheim van Grimp
‘Een speciaal bericht voor pipo’s
Er zijn er die denken dat de verhalen van Elvis de Draak over een draak gaan.
Dat is niet zo!
Elvis is een jongen.
Bijna een doodgewone jongen.
De Draak is zijn achternaam.
Simpel & Niks aan te doen.
Snappie?’
Gelukkig maar dat Stefan Boonen zijn boek zo begint, want ik was ook zo’n pipo.
Maar ook al is dat misverstand snel uit de wereld, het blijkt toch wel prettig te zijn als je de serie over Elvis begint met deel een. Dit is boek twee, en ik weet niets van het voorafgaande. Ik heb geen idee wie of wat een dronzel is. Nu kun je dit boek als zelfstandig verhaal lezen, maar toch, je mist iets.
Elvis logeerde bij zijn oom op een eiland: Mabazo, bij Barbados. Nu gaat hij naar huis. Als hij afscheid neemt van zijn oom zit die in een boek te lezen over de grotten van Grimp. Een legende zegt hij. Maar Elvis zal ontdekken dat dat niet helemaal klopt.
Op de overtocht naar Barbados ontmoet hij een stel meiden die zich zo aanstellerig gedragen dat Elvis het niet laten kan. Hij vraagt of ze misschien Mirabella gezien hebben. Dat is mijn spin, zegt hij, ‘zo groot’ en hij doet zijn handen ver uit elkaar. Natuurlijk laten de meisjes hem daarna met rust. Ze rennen echter wel naar de kapitein.
Maar ja, nu hij zoiets verteld heeft, gelooft de kapitein hem niet als hij waarschuwt dat er piraten aankomen. Weer zo’n stomme grap, denkt de kapitein.
En niets is minder waar. Het is het begin van een avontuur, waarin een lokhoorn, vreemde figuren en gevaarlijke grotten voorkomen. Ook leert Elvis Angela kennen, een vrouw die niet opkijkt van vreemde gebeurtenissen, en die haar mannetje staat.
Het is duidelijk dat het geen straf zal zijn om ook deel een eens te lezen, want dat is vast net als dit verhaal een spannend avontuur, met soms Vlaamse humor, en leuke vondsten. Soms is het verhaal wel wat ongeloofwaardig, maar dat mag gerust in een kinderboek vind ik. Je weet immers dat het geen realistisch verhaal is, dat is al wel duidelijk uit de eerste regels.
ISBN 9789044811186| hardcover | 142 pagina's | Clavis | juli 2009
Leeftijd : 10-12 jaar Illustraties door Bart Schoofs
© Marjo, 24 oktober
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Mooi niet
Over hedendaagse kunst
Tekst: Stefan Boonen
Illustraties en vormgeving: Willo Gonnissen
In dit boek krijg je een rondleiding door een oude fabriek waar vroeger kaas, yoghurt en room werd gemaakt. Nu hebben een aantal kunstenaars hun atelier, hun werkplaats, in 'De Fabriek'. Sommigen slapen er ook.
De Fabriek wordt gehuurd door een jonge kunstenaar, die de loper wordt genoemd omdat hij vaak door het park rent. Hij verhuurt op zijn beurt de ateliers aan de anderen zoals beeldhouwers, schilders, videokunstenaars en glasbewerkers en...
Sinds een poos woont er ook een jongen in het gebouw. De Melkjongen noemen ze hem en hij is de gids, hij geeft je de rondleiding door De Fabriek.
De Melkjongen praat graag en veel en vertelt je alles over de mensen die in De Fabriek werken en wonen. Maar dat niet alleen, hij vertelt ook hoe ze hun kunstwerken maken, hoe ze op het idee zijn gekomen, welke materialen ze gebruiken en waarom ze juist dát kunstwerk gemaakt hebben.
De Melkjongen bezorgt niet alleen melk, koffie en chocolademelk, hij houdt de boel in de gaten en bewaart verhalen...
De rondleiding begint bij Ewald, die doet dingen met bloemen en glas. Van de lege melkflessen maakt hij kunstwerken. Hij slaat de flessen kapot en maakt van de scherven vazen in allerlei vormen en soms verwerkt hij stukjes van een bloem in de vaas. Hij snijdt zich wel twaalf keer per dag aan die scherven. De broer van de Melkjongen vindt de vazen wel knap gemaakt, maar niet mooi.
Een andere kunstenaar doet iets met oud glas vertelt De Melkjongen, en Marlies maakt dieren in glas, niet van die kleine glazen beeldjes maar heel grote dieren van drie of vier meter groot. Ze heeft een tentoonstelling in het bos gehouden. Dat was heel maf. Tussen de bomen stonden reuzegrote glazen beelden, allemaal belicht met spots in een of andere kleur en daarbij werd keiharde muziek gespeeld.
Je mag in alle ateliers kijken van de Melkjongen en hij vertelt steeds wat de kunstenaars doen. Zoals Louise die steeds schilderijen maakt van mensen die weggaan. Dit doet ze omdat er al vaak mensen van haar zijn weggegaan, haar achterlieten.
Ook vertelt de Melkjongen dat hij niet precies weet wat kunst is. Moet je iets mooi vinden omdat het kunst genoemd wordt? Nee, dat hoeft niet, zegt hij, je kan gewoon iets mooi of lelijk vinden.
Hij vertelt je van alles over allerlei soorten kunstenaars. Je hebt kunstenaars die dingen ontwerpen die je thuis gebruikt zoals een zoutvaatje of een koffiezetapparaat, een bank of een koelkast.
Ook zijn er kunstenaars die expres 'rare' dingen maken omdat ze willen dat mensen er over praten. Of kunstenaars die heel gewone dingen anders laten zien, zoals bijvoorbeeld een krat met lege melkflessen dat tegen de muur gehangen wordt met een knalrood vlak eronder. Er zijn ook mensen die verhalen vertellen of schrijven, dat is ook kunst.
In het boek staat op bijna elke bladzijde een afbeelding. Daar kun je naar kijken en over nadenken, vind je het mooi, lelijk, gek of stom. Wordt het mooier of lelijker als je er langer naar naar kijkt. Daarnaast zijn er bladzijden waarboven staat 'Doe het zelf'. Op die bladzijden worden bijvoorbeeld dingen verteld wat je kunt doen als je op een tentoonstelling bent en naar een kunstwerk kijkt. Of hoe je een regenboog kunt vangen. Ook wordt gevraagd eens heel goed te kijken naar een gewoon ding, een vork of een paperclip, een pen, een schoen. Je krijgt allemaal ideeën over wat je er mee kunt doen.
Het is een heel apart en goed boek, echt een aanrader als je meer over moderne kunst wil weten. Je wordt rechtstreeks aangesproken door de Melkjongen, alsof je echt in gesprek bent met hem, en dat geeft het iets heel bijzonders.
Het boek laat allerlei dingen van een andere kant zien en vooral zorgt het ervoor dat je beter en op een andere manier kijkt, voelt, proeft, hoort en ruikt. Want dat is wat een kunstenaar doet!
ISBN 9789044810233 paperback 87 pagina's | Clavis B.V.B.A., Uitgeverij | september 2008
© Dettie, november 2008
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
100 procent Lena
Stefan Boonen
Dat heb je nou als je tevoren geen flapteksten leest. Bovendien had ik de boekjes van een andere 100 % serie in mijn hoofd, toen ik dit boek van Stefan Boonen begon te lezen. En dus kreeg ik een klap in mijn gezicht toen op pagina zeventien gebeurde waar een ander al zou wachten.
Bas, een jongen van twaalf vertelt het verhaal. Het begint allemaal heel blij, hij komt net kijken op het pad van de ontluikende puber, en kijkt op tegen zijn oudere zus Lena. Het is het verhaal van een gewoon doorsnee gezin, totdat Lena zomaar, zonder aankondiging in wat voor vorm ook, een einde aan haar leven maakt.
Het begint er al mee dat Bas uit de klas wordt gehaald door de directeur, en natuurlijk dat eerst op zichzelf betrekt. Wat heeft hij gedaan? Waarvoor krijgt hij op zijn donder? Maar als tot hem doordringt wat er gebeurd is, staat zijn wereld op zijn kop. Lena? Dat kan niet! Zijn zus had hem ’s morgens nog gevraagd ‘Speel straks een liedje voor me, Bas.’
Dan volgt het verhaal van de verwerking. Gewoon doen kan niet meer. Het is alsof er een stempel op hem gedrukt is. Iedereen is gespitst op zijn reacties. Als hij lacht, voelt hij dat men naar hem kijkt. En toch moet het allemaal doorgaan: school, gitaarlessen, zwemmen, spelen met zijn vrienden. Bas heeft het met zichzelf al moeilijk, en dan komt er ook nog het verdriet van zijn ouders bij. Thuis is de sfeer om te snijden. Moeder huilt, vader zegt niets, en Bas houdt ook zijn mond. Ze zijn de familie Zielig.
Gelukkig is er de hond Mozart. De buurman vraagt hem met de hond te wandelen, en dat doet Bas steeds vaker. Met Mozart kan hij ellenlange gesprekken voeren. En onverwacht krijgt hij steun van Kirstin, die haar vader verloren is. Aan haar vraagt hij: ‘hoe lang duurt verdriet?’
Lena sterft op 25 april, het boek eindigt 4 augustus. Het verdriet is nog lang niet over, zoals Kirstin al zei. Maar ze moeten een weg vinden.
Het is een ontroerend boek, een zwaar verhaal ook. Kun je vertellen hoe je moet omgaan met verdriet? Stefan Boonen doet een poging in een fraaie stijl, met treffende zinnetjes, zonder aanstellerij, zonder opsmuk. Gewoon eenvoudig en mooi. Ook de veelvuldige witregels, de korte hoofdstukken werken daar aan mee. Je kan steeds op adem komen.
Het is waarschijnlijk voor kinderen die een geliefd persoon verloren hebben erg indringend en aangrijpend, want dat is het ook als je niets van dat hebt meegemaakt. Er staan dus adressen waar je terecht kunt, voor vragen of als je hulp wilt, achter in het boek, maar Stefan Boonen is een Vlaming, dus die adressen zijn allemaal in België.
‘Midden in de nacht. Tien over drie. Ik lig klaarwakker in mijn bed. Als ik mocht kiezen, zou ik nu baantjes trekken in het zwembad. Heen en weer, heen en weer.
Waarom huil ik niet?
Beneden hoor ik pa stommelen. Ma slaapt, dankzij de slaappillen die de dokter haar gegeven heeft. Als ik wil, mag ik bij haar in bed gaan liggen. Ik wil niet.
De komende dagen hoef ik niet naar school.
Lena is dood,‘ fluister ik tegen het donker. Wel tien of twintig keer. Speel straks een liedje voor me. Het laatste wat ze tegen me zei. Wist ze toen al wat ze zou gaan doen? Voor een trein springen. Hoe kon ze zo idioot zijn?
Ik knip mijn leeslamp aan en staar naar mijn prikbord. Daar hangt een groenblauw kaartje. Op Lena’s kamer hangt er ook zo een. We mochten samen naar een concert van The Chiefs, een groep waarvan ik maar één liedje ken. Lena heeft er twee cd’s van. De kaartjes waren een cadeautje van pa. Lena was pa om de hals gevlogen en had mij een flinke por gegeven. ‘Dat wordt een superavond, broertje.’
ISBN 9789044806366 Hardcover | 128 pagina's | Clavis | januari 2007
De illustraties, in de vorm van een soort collages, zwart-wit, zijn van Greet Bosschaert
Leeftijd: Vanaf 10 jaar
© Marjo, 18 april 2011
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De race van de rat
Stefan Boonen
Jacks vader is er een tijdje tussenuit, hij zwerft ergens in Zuid-Amerika of zo. Jack wacht op zijn thuiskomst. Met zijn moeder, hoewel hij wel voelt dat tussen zijn ouders iets wringt.
Mama staat met een ijscokar in het park, en doet heel goede zaken. Jack helpt er als hij kan. Ze redden het wel samen. Moeders ijs is beroemd. Het is dan ook een heel oud familierecept. Op de achtergrond is er Koning opa, van wie mama de kar heeft overgenomen nadat hij een lichte hartaanval had gehad.
Opa mag zich niet opwinden, zegt de familie, en ze kijken dan ook met scheve ogen als opa Jack helpt met zijn zeepkist voor de jaarlijkse race: de race van de Rat. Want bij zo’n kist bouwen hoort natuurlijk ook het uitproberen. Niet dat opa er nog in gaat zitten, maar het is wel spannend...
Veel spannender blijkt evenwel de komst van meneer Hoflak, een concurrent. De eerste kennismaking loopt al fout, maar dat is niet zo gek. Hij laat duidelijk blijken dat hij aast op het plekje waar Jacks moeder staat. Natuurlijk wil zij daar niet op in gaan. Maar Hoflak houdt aan, en schuwt geen enkele methode.
Dan blijkt dat die Hoflak ook al betrokken is bij de zeepkistrace, doordat zijn akelige neven daar aan meedoen. Die neven doen nog meer wat Jack niet zint. Gelukkig is Jack niet alleen: Opa helpt hem, en Mattias, zijn vriend ook. Mattias heeft een leuk nichtje te logeren, die Jacks hart steelt en goede ideeën heeft. Zal het Hoflak lukken om het plekje te krijgen? En komt Jacks vader nog thuis?
Een spannend verhaal, over de dingen waar je als enige zoon met een enkele ouder tegen aan kunt lopen. Het legt een verantwoordelijkheid op de schouders van een kind, die daar maar mee om moet zien te gaan. Het is een vlot lopend, en spannend verhaal met genoeg humor om het allemaal niet te zwaar te maken. Vooral de streken die de twee vrienden elkaar leveren. Brr! Moet er niet aan denken dat ik daar het slachtoffer van zou zijn!
ISBN 9789044802412 | Hardcover | 170 pagina's | Clavis | juni 2004
Leeftijd vanaf 10 jaar Illustraties van Jan de Kinder
© Marjo, 13 mei 2011
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER