Boekenarchief M

Het mysterie
Titus Müller


München, 1356. Matilde Neuhauser is  de dochter van een welvarende koopman. Ze is dol op haar vader en helpt hem zoveel mogelijk.  Op een dag is haar vader buiten de stad in de haven bezig, en zij is in het magazijn om de ijkmeester te ontvangen. Dan staat er ineens een vreemdeling voor haar, een oude man met lang wit haar. ‘Ik zoek Nemo’ zegt hij. De man gaat weer weg, en Matilde besluit om meteen haar vader te gaan waarschuwen. Dit is niet pluis. Wie is die man? Waarom zoekt hij haar vader? De reactie van haar vader bevestigt haar gevoel. Hij stuurt haar naar huis, om met haar moeder de boel te bewaken. Ze ziet nog hoe haar vader opgepakt wordt door gewapende ruiters als ze zich naar huis haast. Daar wacht een nieuwe verrassing: haar moeder gaat ook weg!  Zij is bang voor wat ze zou vertellen als de Inquisitie, want die is het die haar vader nu heeft opgepakt, haar zou ondervragen.
Matilde werkt alle administratieve zaken af, en blijft alleen achter. Als ze haar vader gaat bezoeken in de gevangenis, vertelt hij haar het verhaal, dat zich twintig jaar eerder afspeelde. Hoe hij als wees opgegroeid is bij de franciscanen in München, door hen Nemo werd genoemd, wat ‘niemand’ betekent. Hoe hij,  als de broederschap uitgeroeid wordt door de Dominicanen onder leiding van de Wijze Witte, heeft weten te ontkomen en nu onder allerlei verschillende vermommingen zijn brood - en meer - probeerde te verdienen in de stad. Daar wordt hij door Amiel van Ax, een Perfectus (een hoge functie van de Katharen) ‘gevonden’. Deze man wilde iets van hem. Iets wat hij als kind van vier gezien heeft: waar zijn vader iets begraven heeft.
Nemo is wantrouwend, en meer geneigd zich onder de hoede te stellen van William van Ockham, een geleerde uit Engeland, die de Perfectus bestrijdt, zoals ook de inquisitie. Maar Amiel van Ax kent zijn ouders. Zo raakt hij betrokken bij de strijd tussen twee geloven, die verweven is met wereldse machten. En dan is er ook nog Adeline, het kamermeisje van de gravin, waar hij verliefd op is.
Matilde hoort het verhaal aan, terwijl er nog meer ontwikkelingen zijn. Kan ze haar vader ooit nog vertrouwen?


Het is een vrij ingewikkeld verhaal, dat nogal wat inspanning (en helaas ook terugbladeren) vereist voor alles duidelijk wordt. Maar dan ben je al wel zo ver dat je ook wil weten hoe het verder gaat. Bovendien krijg je een aardig beeld mee van de achtergrond van de stad in de veertiende eeuw. En van de stand van zaken rondom geloofskwesties in die eeuw. Het hoogtepunt van dit boek ligt dan ook in de confrontatie tussen de Kathaar en de geleerde, ieder op een boerenkar, op de markt in München, waarbij de burgers kiezen voor de Kathaarse ideeën. Je ziet het voor je.
Pas op het einde ontdek je ook nog dat het verhaal voor een deel op feiten berust. William van Ockham heeft inderdaad in München gewoond; ook de onenigheid tussen de franciscaner orde en de paus berust op waarheid, evenals het feit dat de pauselijke kerk meer wereldse problemen had, bijvoorbeeld met Lodewijk IV, die in het boek ook voorkomt.


ISBN  9789026158070| paperback | 398 pagina's | De Fontein | maart 2011
vertaald uit het Duits door Ewoud van Hecke

© Marjo, 7 april  2011

Lees de reacties op het forum en of reageer, klik HIER