Non-fictie

Reize naar Surinamen
Dagboek van John Gabriël Stedman 1772 – 1777
Michaël Ietswaart

 
Vorig jaar bezocht ik de tentoonstelling Slavernij verbeeld die van 16 juni tot en met 22 september 2013 te zien was bij de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. Bij deze tentoonstelling verscheen de publicatie Slavernij. Een geschiedenis, geschreven door Dirk J. Tang. Eveneens een boek van Walburg Pers.
In mijn kleine zwarte notitieboekje heb ik toen onder andere de naam van Stedman genoteerd om thuis verder op zoek te gaan naar informatie over hem en zijn dagboek. Dit met name omdat een aantal van de tekeningen die Stedman in zijn dagboek beschrijft in de tentoonstelling te zien waren. Die tekeningen zijn van een grote precisie en sommigen geven op onverholen en rauwe wijze weer wat de slavernij in de West-Indisch heeft betekend voor hen die dit hebben ondergaan. Een aantal van deze tekeningen zijn ook in dit boek opgenomen. Achter op de kaft staat te lezen dat naar aanleiding van dit dagboek in Engeland 1796 een boek verscheen dat van grote invloed zou zijn op de discussie over de afschaffing van de slavernij.


Ietswaart vermeldt in zijn voorwoord dat het boek slechts zijn keuze bevat, maar dat dit boek volgens hem de lezer wel een goede indruk geeft van het leven van een militair en van de toestand van de slavernij in de Surinaamse tropen tijdens de achttiende eeuw. Daarmee doet de schrijver zijn boek niets tekort. Het is dat je je bewust bent van het feit dat dit dagboek de werkelijkheid beschrijft en het niet een avonturenroman is maar de manier waarop Stedman zijn dagboek heeft geschreven leest echter wel als een avonturenroman en de hertaling van Ietswaart zal daar, met zijn liefde voor historische verhalen met een avontuurlijke inslag, verder toe hebben bijgedragen.


In het dagboek beschrijft Stedman onder andere hoe de militairen de rebellen, gevluchte negerslaven, die Stedman oproerige negers noemt, proberen te verdrijven. De rebellen richten vernielingen aan bij de diverse plantages om de boel te saboteren en in opstand te komen tegen hun onderdrukte positie. Dit bracht de veiligheid van de volksplanting Suriname in gevaar en sommige vreesden zelfs voor de ondergang. Die plantages hebben soms doodgewone, zoals Alkmaar of bijzondere namen, waarvan De Suynigheid wel de meest typisch Nederlandse is. Iets dat Stedman aan den lijve ondervond toen hij een vaartuig nodig had om de Commewijnerivier over te roeien.


"De Hollanders schreeuwden dat de kosten om me te brengen in een tentboot wel dertig shilling zouden bedragen, terwijl ik gratis van deze sloep gebruik kon maken. De Engelsen en Amerikanen antwoordden dat de Hollanders een stellige gierige vrekken waren die het niet verdienden om door de troepen van kolonel Fourgeoud verdedigd te worden."


Slaven werden ook als soldaten tegen de rebellen ingezet. De rebellen konden niet begrijpen dat zij tegen hun eigen mensen vochten, maar de slaven hadden uiteraard niet veel keus.


De hertaling van Ietswaart leest heel vlot en plezierig, terwijl de beschrijvingen van de behandeling c.q. mishandeling, van de slaven je soms je blik doet afwenden van het boek. Dat men zo ver van het vaderland zo gruwelijk en wetteloos kon handelen blijft zeer pijnlijk om te lezen. 
Zelfs als we in de inleiding lezen:

"Dat we ons in een tijdperk bevinden waarin de zorg voor het zeevarend personeel niet overdreven groot is, blijkt wanneer een van de bemanningsleden op zee overboord valt, zonder dat enige reddingspoging wordt ondernomen.” 


blijven de scenes over het martelen van de slaven je door merg en been gaan. Iets dat we niet meer af kunnen doen als horend bij de denkbeelden uit die tijd. Zelfs Stedman is zeer geschokt door wat hij ziet en het is daarom zo te bewonderen dat hij dit in zijn dagboek zo openlijk heeft beschreven in plaats van zijn mede-Europeanen te sparen. Gelukkig lezen we hier en daar ook dat sommige slavenhouders wel de waarde, ook de menselijke, van hun slaven inzagen.


Het dagboek van Stedman bestaat echter niet alleen uit dit soort beschrijvingen. Het beschrijft ook de ernstige ontberingen van Europeanen in een tropisch klimaat, de militaire handelingen tegen de rebellen, de diepe en oprechte liefde van Stedman voor de slavin Joanna en hun zoon Johnny en die van de prachtige natuur van Suriname. Dat allemaal in een prachtige hertaling van Ietswaart, die meer dan de moeite waard is om te lezen.

Michaël Ietswaart (1964) studeerde notarieel- en Nederlands recht aan de Universiteit van Amsterdam. Via Curaçao kwam hij in 1992 voor het eerst in Suriname waar hij, verdeeld over diverse periodes, vier jaar woonde. Vanuit Suriname bereisde hij grote delen van Zuid-Amerika. Als liefhebber van historische verhalen met een avontuurlijke inslag besloot hij een van de mooiste werken op dat gebied nieuw leven in te blazen.


ISBN 9789057309694 Paperback 304 pagina's Walburg Pers mei 2014

© Ria, 9 september 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER