Boekenarchief R-S

A. de Saint-Exupéry

http://www.antoinedesaintexupery.com

 

De kleine prins
Antoine de Saint-Exupéry
vertaald door Erik van Muiswinkel


Kun je dit boek ooit vaak genoeg lezen? Elke keer opnieuw grijpt dit ontroerende verhaal je beet en sleept je mee naar de bijzondere ontmoeting die de gestrande piloot en de kleine goudblonde prins met elkaar hadden. Het verhaal is inmiddels in 400 talen vertaald. Ook in het Nederlands zijn diverse vertalingen verschenen te weten van Catalina Steenkoop, Ernst van Altena, Laetitia de Beaufort-van Hamel, Martine France Delfos en Tiny Fisscher waarvan ik er twee gelezen heb. Het eerste boek bestond uit korte, zeer poëtische zinnetjes en het boek van Tiny Fischer is 'vertaald' naar een boek geschikt voor kinderen vanaf 7 jaar. 
En nu is er de vertaling van Erik van Muiswinkel en opnieuw is het weer heel anders dan de eerdere versies. Deze keer is het menselijker, warmer, inlevender, gevoelvoller dan de vorige versies. Waar je eerder je bewust was van het gegeven dat het een wijs sprookje is, geloof je nu onmiddellijk dat de piloot het kleine jongetje écht gezien en gesproken heeft. Het is net de andere toonzetting van de vertaling die daarvoor zorgt.


Het verhaal is vermoedelijk bekend maar voor wie het niet kent... Het verhaalt over de goudblonde kleine prins die op een piepkleine planeet met drie vulkanen woont. Daar zorgt hij met veel liefde voor zijn enige, unieke bloem. Op een dag trekt hij weg en bezoekt vele planeten.


Daar ontmoet hij allerlei volwassenen die zich met onzinnige zaken bezighouden, zoals de koning die wil heersen maar niemand heeft om over te heersen, hij woont namelijk alleen op zijn planeet. Of de dronkenlap die drink omdat hij zich zo schaamt dat hij zoveel drinkt. Of de aardrijkskundige die niet weet of er oceanen zijn of steden, rivieren of woestijnen, want hij is aardrijkskundige, geen ontdekkingsreiziger. De ontdekkingsreiziger vertelt over de wereld die hij ziet en de aardrijkskundige noteert dat.


Ik heb ook een bloem
Bloemen noteren wij niet, zei de aardrijkskundige.
Waarom niet? Die zijn juist het leukst!


De aardrijkskundige adviseert de kleine prins naar de aarde te gaan en zo belandt deze op de zevende dag (!) in Afrika, in de woestijn, op onze planeet. Als eerste ontmoet hij de slang, die vertelt dat hij degene die hij aanraakt teruggeeft aan de aarde waaruit hij geboren is. Hij kan de kleine prins wel een keer helpen als hij erg naar zijn planeet verlangt...
De prins onderzoekt zijn omgeving, ziet het landschap in al zijn variëteiten en ontmoet de vos, die tam wil worden want dan wordt hij voor de prins uniek en andersom. Dan hebben ze elkaar nodig.
Ook ontmoet hij mensen die de waanzin laten zien van al het gehaast van en naar dingen, zonder iets te zien of uitvindingen doen die nergens voor nodig zijn.
En dan is het voor de kleine prins tijd om terug te gaan, de geliefde bloem is alleen, de bloem heeft hem nodig.

Voor het eerst bij het lezen van de kleine prins zat ik met een brok in mijn keel het eind te lezen. De symboliek van het verhaal kwam deze keer veel meer en begrijpelijker naar voren dan in de andere versies.  De ontmoetingen die de kleine prins had voordat hij op aarde belandde zijn veelzeggend en tonen de gedragingen van de mensheid in al zijn gedaantes. Het zijn gedragingen zonder hart. Zowel de kleine prins als Eric van Muiswinkel tonen wél een hart, en dát maakt deze vertaling van het boek zo mooi en zo ontroerend.


Voor De kleine prins liefhebbers, zie de website https://petit-prince-collection.com


ISBN 9789061007470 | paperback | 119 pagina's | NUR 302 | Uitgeverij Donker | november 2020
Met tekeningen van Antoine de Saint-Exupéry | vertaling Erik van Muiswinkel

© Dettie, 27 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De kleine prins


Eindelijk gelezen, dit boekje dat voor iedereen een must is. En de dikte kan je niet tegenhouden, het boek is net zo klein als de prins is, en tegelijk net zo groot...


Het verhaal van een vliegenier die een noodlanding in een woestijn heeft moeten maken. Op een dag staat er een klein mannetje voor zijn neus, die vertelt dat hij van een andere planeet komt. En hij vertelt over zijn avonturen, over zijn bezoekjes aan nog meer planeten en de rare volwassenen die hij daar ontmoet: Ieder maakt zichzelf belachelijk.


De Koning die wil heersen en bevelen, maar toch wel zo uitgekookt is dat hij zijn bevelen op het juiste moment doet, namelijk als het toch al gaat gebeuren.
De IJdeltuit die graag aanbeden wil worden, maar door wie? Hij is alleen.
De Dronkenlap die drinkt om te vergeten dat hij zich schaamt voor het feit dat hij drinkt.
De Zakenman die alleen maar tijd heeft om te tellen en zijn gezondheid verwaarloost.
De Lantaarnopsteker die 's nachts de lamp aan moet steken en hem 's morgens weer moet doven. Maar de planeet begon steeds sneller te draaien en nu ontsteekt en dooft hij iedere minuut, en krijgt hij geen rust meer.
De Geograaf die al zijn tijd besteedt aan het maken van kaarten, maar nooit zijn bureau verlaat om op ontdekking te gaan.
Maar het mooiste verhaal vind ik dat van de vos, die tam gemaakt wil worden, "Als je me tam maakt, zullen we elkaar nodig hebben. Dan ben je voor mij enig op de wereld en ben ik voor jou enig op de wereld."

Paperback | 95 Pagina's | Donker | 2005 ISBN: 9061005434
Vertaald door H. de Beaufort-Van Hamel.

© Marjo, juni 2006

Reageren? Klik hier!