Sneeuwengelen
Stewart O’Nan


De veertienjarige Arthur vindt het lichaam van een klein meisje, ze is verdronken. Het blijkt het dochtertje te zijn van zijn vroegere oppas, Annie, op wie Arthur een beetje verliefd was. Nog wat later is hij indirect getuige van de moord op Annie.
Begrijpelijk dat die gebeurtenissen het leven van de jongen tekenen, en niet vreemd dus dat hij op zoek gaat naar het hoe en waarom.
Maar al meteen zegt hij: 'en dan begrijp ik eindelijk wat er toen allemaal gebeurd is, hoewel ik weet dat het onmogelijk is."
Arthur is de ik-figuur, die vertelt over de periode waarin het allemaal gebeurd is. Hij doet dat in de verleden tijd. Die hoofdstukken worden afgewisseld met stukken in de tegenwoordige tijd, waarin een algemene verteller het verhaal van Glenn en Annie uit de doeken doet. Die wisseling van tijd is begrijpelijk, maar doet heel vreemd aan. Niet prettig.


Annie en Glenn zijn uit elkaar, maar niet officieel gescheiden. Glenn is een beetje een mislukkeling, hij heeft in de gevangenis gezeten en werk vinden is lastig. Tenslotte heeft hij toch een baan en dan doet hij zijn uiterste best om Annie terug te krijgen, deels vanwege hun dochtertje Tara. Maar Annie heeft de ene vriend na de andere, en peinst er niet over Glenn terug te nemen.
Als Tara verdrinkt, leidt dat tot een groter drama.
Ik kan niet zeggen dat ik het een mooi verhaal vind. Het is erg karig beschreven, nergens wordt er diep ingegaan op motieven. Het zijn allemaal maar zielige figuren en de karakters overtuigen me niet. Zeker niet die van Arthur, die toch de hoofdpersoon is. Zijn reactie op dit alles lijkt erg koel, terwijl er toch een heel boek aan wordt opgehangen. Ik heb geen idee wat de schrijver beoogt. En die wisseling van tijd en personen werkt ook niet mee.


ISBN 9789059362215 Hardcover 280 pagina's | Cossee, Uitgeverij | november 2008

© Marjo, maart 2009

Lees de reacties op het forum, klik HIER