 |
|
|
|
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
| De rode prinses
De rode prinses woont samen met haar vader en moeder en oma ergens in een koninkrijk Ze wordt opgevoed op het paleis door
haar 2 hofdames: Laula en Paula.
Niemand van het koninkrijk heeft de rode prinses ooit gezien maar op haar twaalfde verjaardag gaat ze voor het eerst buiten
de kasteelpoorten. Het volk is komen kijken om haar eindelijk eens te zien. Maar als de prinses in een rode koets uit de poort
komt springen er 3 rovers tevoorschijn en ontvoeren de prinses.
Holz, Bolz en Schwanzenstolz nemen haar mee naar een huis ver weg van het kasteel. De prinses vindt de rit prachtig! "Wij
zijn nog nooit buiten de poort geweest" zegt zij. "Wij vinden dit erg leuk". Maar eenmaal in het huis roept ze "wij willen
eten, waar is ons porcelein, en gouden bestek". Natuurlijk hebben de rovers dat niet en dan vindt de prinses het minder leuk.
Eigenlijk vindt ze een rover wel aardig, Schwanenstolz. Op een dag weet ze te ontsnappen en ze zwerft rond. Ze ontmoet
allemaal mensen en een echte reus.Ondertussen gelooft het volk niet dat de prinses ontvoerd is. Ze hebben haar nog nooit
gezien, het is vast een trucje van de koning en koningin om zo geld te krijgen. De koning en koningin zeggen dat de rovers
tien kilo goud en tien kilo zilver willen en zamelen dat in bij het volk. Opa Tannebaum verzint een list... Of dat allemaal
goed afloopt...
Gelukkig is daar nog de koningin-grootmoeder die vol met ideeën zit om de prinses toch weer terug te vinden.... Zilveren
griffel 1988
Zilveren penseel 1988
Heel leuk boekje met mooie tekeningen. Vooral grappig is dat de prinses altijd in de wij vorm praat, ja daaraan herken je
een echte prinses! Het lijkt me ook een goed boek om voor te lezen mede door de illustraties van Fiel van der Veen.
Leeftijd: 9-12
Uitgever: Holland
Verschenen: 1987
ISBN: 9025105777
© Bernadet
Meer over Paul Biegel, klik op de afbeelding |
|
|
 |
 |
 |
 |
|
|
|
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |
|
Wegloop
Wat een titel "Wegloop", nog erger: het is de naam van een jongetje. Hij
heet eigenlijk Niek, maar niemand noemt hem zo. Dat komt omdat hij altijd
wegloopt. Hij wordt op de vreemdste plaatsen teruggevonden en al belooft hij
dat hij het nooit meer zal doen, hij kan het niet laten. Hij Moet weglopen.
Een paragnoste zegt dat hij 'sterke tover" heeft, ze kan hem niet helpen.
De psychiater vraagt hem: loop je ergens van weg, of loop je ergens naar
toe? Maar Wegloop weet het niet. Hij weet niet meer dat hij een sterke drang
voelt en dan gaat hij gewoon. Hij belandt in een internaat, en nadat hij
daar weer weg is gelopen op een schip dat de wereld rondreist. Op dat schip
heeft hij nergens last van, tot hij ergens in Zuid-Amerika komt.
Daar voelt hij de drang weer en hup, daar gaat hij weer.
Tussen dit verhaal zitten hoofdstukken die zich afspelen in1532. Ook daar
een jongetje van elf. Hij loopt zo hard dat hij iedereen verslaat. Daarom
wordt hij op een dag uitgekozen om als boodschapper, 'renner' naar de stad
Cuzco te gaan, met een boodschap voor de allerhoogste priester. Het is de
tijd dat de Spanjaarden het rijk van de Inca's binnenvallen.
Aan het eind van het boek komen de verhalen samen, en dan houdt het verhaal
op.
Naar mijn idee had Biegel wel wat meer mogen uitleggen over de Inca's. Nu is
het verhaal in de moderne tijd langer dan dat van 1532. Had best andersom
gemogen. Maar het is een leuk verhaaltje uit de serie Kidsbibliotheek, een
boek dat je gratis krijgt bij de Lemniscaatkrant, maar ook gewoon in de boekwinkels te koop is.. Vanaf 8 jaar Paperback
| 86 Pagina's
| Uitgeverij Lemniscaat | 2005 ISBN: 9056377582
© Marjo
|
|
|
 |
 |
 |
 |
|
|
|
|