Boekenarchief T-U-V

De 10 minuten van Stanislao Olo


Het titelverhaal gaat over een man die zicht terugtrekt op een eiland, om tot rust te komen. Waarom, dat weten we niet. Nog maar net aan land, ontmoet hij er een man, die hem vriendelijk groet.
"Hij kon een goede vijftig jaar oud zijn, een stevige, muisgrijze man, gekleed in een verkleurde blue-jeans, blootsvoets in open sandalen, een geruit, aan de hals openstaand hemd. Het was eigenlijk heel vreemd, een voorteken, maar hij lachte me onmiddellijk toe met zijn open, eerlijk gezicht. Het was meer een grijns denk ik, geen echte glimlach. Hij stak vrolijk zijn hand op en riep een groet, alsof hij toch op mij had staan wachten en nu heel blij was me te zien."
De echte betekenis van deze alinea is pas duidelijk aan het eind van het verhaal. De verteller is dan op de eerste dag van zijn verblijf uitgenodigd door onbekende om mee te gaan op een begrafenis, van iemand die hij, denkt hij, niet kan kennen. Hij is immers toerist op dit onbekende eiland? Als tot hem doordringt wie de dode is, neemt het verhaal een bizarre wending.


In het tweede verhaal kruisen twee levens elkaar met grote gevolgen. De gastarbeider uit Afrika, die vol verwondering over de overdaad van het 'nieuwe' land zijn weg zoekt, en het eenzame meisje Nicole dat in haar thuisland genegenheid en geborgenheid denkt te vinden in de armen van de donkere man. Op de dag dat hij, verzadigd van alle indrukken weer huiswaarts keert, bevalt zij van zijn kind.


Verhaal drie gaat over een man die langs de snelweg een voorhistorisch monster ziet. Als hij er over vertelt lacht iedereen hem uit, en tenslotte gaat hij op zoek langs die weg. Hij moet wel tot de conclusie komen dat hij het gedroomd zal hebben, als een onverwachte gebeurtenis alles weer op losse schroeven zet.


Het laatste verhaal, een televisiespel, en ook geschreven als een toneelstuk, met toneelaanwijzingen. Het gaat over een stel mannen die een bouwterrein bewaken. Er spelen allerlei dingen op de achtergrond die wij niet weten, maar slechts vermoeden.
Dit laatste verhaal is het vreemdst. Er zijn wendingen in het verhaal waardoor we een vermoeden hebben van een relatie tussen de mannen die niet echt soepel is, maar het waarom, daar moeten we naar raden. Dit stuk is als eenakter op de televisie te zien geweest.


Het zijn alle vier magisch-realistische verhalen met een bizar tintje. Er is een situatie waarin iets gebeurt, dat eigenlijk alledaags is -een begrafenis, een geboorte- maar de gevolgen zijn niet gewoon. Vandeloo vertelt eigenlijk heel droog, zonder grote woorden of overdreven taalgebruik, maar hij weet dat te doen op zo'n manier dat je wel geraakt wordt. Even dan, want eigenlijk vind ik de verhalen te kort. Zit je er net een beetje in, is het al afgelopen...


ISBN 90 223 0904 5 Drie verhalen. Uitgegeven door Manteau, 1991 Maar geschreven in 1969 begrijp ik.

© Marjo, februari 2008

Reageren? Klik hier!