jeugd 10-12 jaar

altZestig spiegels
Harm de Jonge


Als je verderop het woordje ‘ik’ leest, dan ben ik dat niet, maar is het Jurre’ zegt Harm de Jonge in zijn - korte - voorwoord.


Ik las ooit dat er veel kinderen zijn die niet graag een boek lezen waarin er een ik-verteller is. Het komt dan te dichtbij, en als het verhaal niet overeenkomt met hun eigen leven, dan voelt het alsof het niet klopt. Voor een jong kind is dat verwarrend, hij/zij kan geen afstand nemen. Het is dus goed dat de Jonge dit even zegt, maar waarschijnlijk zijn er heel veel kinderen die volledig begrijpen hoe het voelt om verlegen te zijn, om doodsbenauwd te zijn voor die spreekbeurt die je moet gaan houden voor de klas. Al die ogen die je aankijken, doodeng! En altijd zijn er pestkoppen in de klas die proberen je van de wijs te brengen. Ik denk dat jonge lezers dat helemaal zullen begrijpen.


Of ze ook mee kunnen gaan in de fantasieën die Harm de Jonge verzint voor Jurre, zijn ik-verteller, dat weet ik niet. Hopelijk wel, want er zitten veel nuttige tips in:


Als je iets wil bereiken, zul je moeten praten. Oefenen van te voren is ook heel handig.
Een verhaal kun je op allerlei manieren veranderen.
Als iets misgaat, kan het ook juist gelukt zijn.
Praat met een zachte stem, dan luistert men wel.
Leid je gehoor af met zaken die er niet toe doen, dan letten ze niet zo op wat je eigenlijk zegt.
Droom iets mooier dan het is, stel je bijvoorbeeld met al die paren ogen voor dat het de mooie ogen van een geliefd persoon zijn.


Jurre leert deze lesjes terwijl hij met prinses Sippora van Singapoor door een verlaten en vervallen gebouw zwerft. Dat gebouw is het thuis van bijzondere personen, aan wie Sip hem voorstelt. Het zijn straatartiesten en kermisklanten, die hem het gevoel geven dat het zo moeilijk allemaal niet kan zijn. En als er dan ook nog zestig spiegels aan te pas komen, kan het toch niet meer mis gaan?


Dit kinderboekenweekgeschenk, met zijn prachtige kleurtekeningen, is wel een van de beste van de laatste jaren, vind ik, maar ik ben niet de doelgroep. Ik hoop maar dat een kind ook zal genieten van de wonderschone prinses Sippora, die Jurre in haar turboklotser langs al die bijzondere mensen voert, die het allemaal zo mooi kunnen vertellen. Mooi vind ik ook de rol van Jurres vader. Als de wonderlijke figuren vertrekken, is hij er altijd nog, op de achtergrond, maar ook heel belangrijk in zijn nuchterheid. Want zijn moeder:


‘Ze denkt dat het niet gebeurd is. En dat zou ze blijven denken. Maar ze heeft het mis. Je kunt toch niet zomaar iemand verzinnen die helemaal niet bestaat. Een gezicht, heel precies met de moedervlek vijf millimeter van de linker neusvleugel. Het oor met een gouden ringetje: de slang die in zijn eigen staart bijt. Zo klein dat je het eigenlijk niet eens kunt zien. De kraaltjes in haar vlecht. En ook al die anderen, de torenmensen met hun vreemde kleren, hun gewoontes. Elk rimpeltje in hun gezicht had ik gezien. Als je dat kunt verzinnen, dan moet er toch iets van waar zijn.’


Zoals zijn vader zegt: ‘Schrijf het op knul! Schrijvers hebben fantasie! Tsjonge jonge, wie heeft er nu een schrijver als zoon!’


ISBN 9789059652538 | paperback | 93 pagina’s | Uitgeverij CNPB| 2014
Tekeningen van Martijn van der Linden

© Marjo, 22 oktober 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER