jeugd 10-12 jaar

Vogelmeisje
illustraties: Greet Bosschaert


Eeltje is op het eerste gezicht een gewoon meisje. Ze woont met haar moeder in een bergachtige streek. Ze heeft vrienden, ze gaat naar school, en doet goed haar best. Ze heeft ook een vriendje, dat onzichtbaar is voor anderen, Yuki heet hij. Maar die is op een gegeven moment zomaar weggebleven.
Dat is niet hetgeen haar anders maakt: onder haar schouderbladen groeien twee knobbeltjes. Zolang dat beginnende knobbels zijn kan Eeltje ze verbergen, maar als ze ouder wordt en groeit, groeien de vleugels – want dat zijn het – mee. Tegelijk met die gebeurtenis zijn er andere dingen in haar leven die veranderen. Haar moeder moet naar het ziekenhuis in de stad voor een operatie, en tante Wies komt op Eeltje passen. Maar die tante is geen  echte tante en bovendien meer geïnteresseerd in haar vriend. Tante wordt het al snel beu om steeds naar het ziekenhuis heen en weer te rijden, de bezoekjes worden schaarser. En tenslotte zegt tante Wies dat ze teruggaat naar haar eigen huis, en haar vriend. Met andere worden: Eeltje moet het maar uitzoeken. Nu heeft Eeltje er helemaal geen moeite mee dat die tante vertrekt, want het kost haar steeds meer moeite om de vleugels te verbergen. Als tante weg is, gaat ze ook niet meer naar school en gaat ze oefenen: vliegen! Dan kan ze zelf naar het ziekenhuis toe.
Ze heeft sinds kort een bondgenoot: Arne is een jongen die pas in de buurt is komen wonen, bij zijn grootvader. Eeltje heeft al snel ontdekt dat deze Arne dezelfde is als Yuki. Ook hij heeft een obsessie met vliegen, maar hij heeft een vliegmachine nodig. Eeltje helpt hem, voor zover ze dat mag, met bouwen, en bij zijn eerste pogingen om van de grond te komen en blijven.
Hun vliegpogingen lopen parallel, en het is ook al snel duidelijk dat hun wegen zich weer zullen scheiden.


‘Het is er stil. Eeltje gaat onder een boom zitten aan de overkant van de weg. Er gebeurt niks. Ze geeuwt. Dan rilt de boom. Boven haar hoofd hangt een  schoen met een been erin. Eeltje krabbelt overeind.
‘Waarom zit jij in een boom?’
‘Waarom zit jij eronder?’
Onder een boom zitten is normaal’
‘ Erin ook. Voor een jongen.’
‘Kom je eruit?’
‘Waarom?’
‘Ik wil je zien.’
‘Dat kan later. Nu wil ik nog liever wachten.’
‘Waarop?’
‘Vogels.’
‘Vogels?’
‘Die wonen in bomen. Wist je dat niet?’
‘Ik ben niet stom. Maar waarom?’
‘Ik wil zien hoe ze vliegen. Dat interesseert me. En wil je nu weggaan? Ze komen niet als jij maar blijft toeteren.’
‘ Waarom..?’
‘Heet je misschien zo? Ben je misschien meisje Waarom?’
‘En jij? Heet jij misschien Yuki?’
De boom kraakt. Takken worden uiteengeduwd en tussen de massa groene bladeren verschijnt het gezicht van een jongen.
‘Hoe weet jij dat?’


Waar gaat het om in dit boek, dat een sprookjesverhaal vertelt. Twee kinderen, op weg naar de volwassenheid. Ze moeten het alleen doen, hun omgeving helpt nauwelijks mee. Ze zijn allebei sterk, ze weten wat ze willen en gaan er voor. Meer is er niet in dit boek. Ik vind de uitwerking heel geslaagd. Het prikkelt de fantasie, en zegt tussen de regels door dat je echt wel kunt wat je wil, als je maar er helemaal voor gaat.
Maar het zal niet alle kinderen aanspreken.


ISBN 9789044809282, Hardcover, 91 pagina's, uitgeverij Clavis september 2008
vanaf 10 jaar  Illustraties Greet Bosschaert

© Marjo, 30 januari 2011

Lees de reacties op het forum, klik HIER