Jane Urquhart - The stone carvers
Geplaatst: 17 sep 2007, 22:36
In het negentiende eeuwse Beieren in Zuid-Duitsland droomt een priester van een nieuw begin. Deze father Gstir komt op het lumineuze idee om zijn parochie in het vertrouwde Beieren in de steek te laten en een geheel nieuwe gemeenschap te stichten in het verre, woeste Canada. Het duurt even maar na 1,5 jaar vertrekt hij richting Canada. Met het grenzeloze optimisme, katholieke priesters eigen begint een nieuwe kerk in zijn hoofd te rijpen. Hij verzamelt mannen op hem heen die kunnen bouwen en weet niemand minder dan gekke Ludwig II garant te laten staan voor de kosten van dit project. Het boek opent echter met een kort doorkijkje in een modderbad van ploeterende mannen bij een gigantisch monument.
Dit is een voorproefje van de gebeurtenissen die richting einde van het verhaal zich afspelen.
Na de introductie van Father Gstir springen we in de tijd en belanden verderop in de 19de eeuw waar een zekere Klara, een oude vrijster wordt gevolgd. We leren haar kennen via haar jeugd die beinvloed wordt door haar grootvaders kunnen op het gebied van houtbewerking. Maar tegelijkertijd is er de bewondering van een schooljongen, een Ier die met de naam Eamon door het leven gaat. Klara stelt hem danig op de proef door niks aan hem te laten blijken, dat ze ook iets voor deze jongen voelt. Ze verjaagt hem met haar zwijgzaamheid. Als hij later toch in haar leven wordt toegelaten staat de oorlog voor de deur en Eamon droomt ervan om in vliegtuig op te stijgen. Hij stijgt inderdaad op om nooit meer terug te keren. Klara hoopt op de terugkeer van haar man, maar tevergeefs en hij verdwijnt in de mist van de vermisten. Deze schok sluit haar opnieuw af van de wereld en brengt haar terug bij haar vroeger kuise leven. Dan is er haar broer Tilman, die als een beest opgesloten wordt, omdat hij iedere wegloopt. Als Tilman in de kettingen wordt geslagen, springen bij Klara de stoppen en bevrijdt ze haar broer. Die neemt de benen, zwerft lange tijd rond en bedelt zijn kostje bij elkaar. Hij komt terug, maar binnen een jaar gaat hij opnieuw zwerven. Ditmaal bijna voorgoed. We volgen hem op zijn omzwervingen en maken kennis met de mensen waar hij kennis meemaakt. Tilman is een uitstekend tekenaar, maar hij blinkt ook uit in het bewerken van steen. Klara ziet Tilman 15 jaar lang niet en als hij opeens weer voor haar neus staat, herkent ze hem niet meer; de jongen die toendertijd, toen hij wegliep nog een 12 jarige was, is nu een man geworden. Hij komt bij haar met een plan. Dat plan is een krankzinnige onderneming. Het behelst het meegestalte geven van een megalomaan monument voor de slachtoffers van de loopgraven van de WO I. Klara zet het in haar hoofd dat zij daar ook bij wil zijn. Tilman praat als brugman maar krijgt het niet uit haar hoofd. Uiteindelijk gaan ze met z’n tweeën op weg, hij als man en zij verkleed als man. Zal de werkelijke identiteit van Klara ontdekt worden daar in het koude regenachtige Frankrijk? Zal het monument ooit afkomen? Hoe loopt het met Father Gstir vele jaren eerder af. Dat zijn vragen die op het einde van boek beantwoord worden.
Urquhart heeft veel onderzoek verricht om dit boek te kunnen schrijven. Ze leeft zich moeiteloos in, in de levens van deze mensen; levens die niet bepaald over rozen gaan, die bont en blauw geslagen worden door de realiteit, maar die niet van opgeven weten. Er komt nog veel meer aan bod in dit rijke boek, dan mijn korte recensie openbaart. Het zijn prachtige portretten die Urquhart van deze mensen maakt. Zij verbindt de complexiteit van de geest met de heftige gevoelens van het hart op een dusdanige wijze dat het bij de lezer een brok in de keel veroorzaakt. Een verbluffende roman.
Dit is een voorproefje van de gebeurtenissen die richting einde van het verhaal zich afspelen.
Na de introductie van Father Gstir springen we in de tijd en belanden verderop in de 19de eeuw waar een zekere Klara, een oude vrijster wordt gevolgd. We leren haar kennen via haar jeugd die beinvloed wordt door haar grootvaders kunnen op het gebied van houtbewerking. Maar tegelijkertijd is er de bewondering van een schooljongen, een Ier die met de naam Eamon door het leven gaat. Klara stelt hem danig op de proef door niks aan hem te laten blijken, dat ze ook iets voor deze jongen voelt. Ze verjaagt hem met haar zwijgzaamheid. Als hij later toch in haar leven wordt toegelaten staat de oorlog voor de deur en Eamon droomt ervan om in vliegtuig op te stijgen. Hij stijgt inderdaad op om nooit meer terug te keren. Klara hoopt op de terugkeer van haar man, maar tevergeefs en hij verdwijnt in de mist van de vermisten. Deze schok sluit haar opnieuw af van de wereld en brengt haar terug bij haar vroeger kuise leven. Dan is er haar broer Tilman, die als een beest opgesloten wordt, omdat hij iedere wegloopt. Als Tilman in de kettingen wordt geslagen, springen bij Klara de stoppen en bevrijdt ze haar broer. Die neemt de benen, zwerft lange tijd rond en bedelt zijn kostje bij elkaar. Hij komt terug, maar binnen een jaar gaat hij opnieuw zwerven. Ditmaal bijna voorgoed. We volgen hem op zijn omzwervingen en maken kennis met de mensen waar hij kennis meemaakt. Tilman is een uitstekend tekenaar, maar hij blinkt ook uit in het bewerken van steen. Klara ziet Tilman 15 jaar lang niet en als hij opeens weer voor haar neus staat, herkent ze hem niet meer; de jongen die toendertijd, toen hij wegliep nog een 12 jarige was, is nu een man geworden. Hij komt bij haar met een plan. Dat plan is een krankzinnige onderneming. Het behelst het meegestalte geven van een megalomaan monument voor de slachtoffers van de loopgraven van de WO I. Klara zet het in haar hoofd dat zij daar ook bij wil zijn. Tilman praat als brugman maar krijgt het niet uit haar hoofd. Uiteindelijk gaan ze met z’n tweeën op weg, hij als man en zij verkleed als man. Zal de werkelijke identiteit van Klara ontdekt worden daar in het koude regenachtige Frankrijk? Zal het monument ooit afkomen? Hoe loopt het met Father Gstir vele jaren eerder af. Dat zijn vragen die op het einde van boek beantwoord worden.
Urquhart heeft veel onderzoek verricht om dit boek te kunnen schrijven. Ze leeft zich moeiteloos in, in de levens van deze mensen; levens die niet bepaald over rozen gaan, die bont en blauw geslagen worden door de realiteit, maar die niet van opgeven weten. Er komt nog veel meer aan bod in dit rijke boek, dan mijn korte recensie openbaart. Het zijn prachtige portretten die Urquhart van deze mensen maakt. Zij verbindt de complexiteit van de geest met de heftige gevoelens van het hart op een dusdanige wijze dat het bij de lezer een brok in de keel veroorzaakt. Een verbluffende roman.