Boekenarchief H

De oorlogsbrieven van Unteroffizier Carl Heller


Een meneer Andriessen kreeg in 1985 een manuscript in handen van een voormalig Duits militair, Unteroffzier Carl Heller. Hij was soldaat geweest in de Eerste Wereldoorlog en had een dagboek bijgehouden. Hij vocht aan de Somme, bij Verdun en bij Ieper.
Andriessen:


"Tijdens het lezen van het manuscript, dat in eenvoudige maar heldere taal was geschreven, raakte ik gefascineerd door de uiterst persoonlijke wijze waarop situatie en toestanden werden weergegeven. Heller is deelnemer, toeschouwer en slachtoffer tegelijk. Niets menselijk is hem vreemd. Hij verhult niets en als in een film ontrollen zich de beelden van die vreselijke, mensonterende strijd, waarbij men elkaar als beesten afslachtte.
Tegelijk zien we ook ontroerende staaltjes van mensenliefde, van kameraadschap en van nietsontziende moed en opofferingsgezindheid. Heller toont ons de oorlog in zijn meest demonische en wreedste gedaante. Zijn soms haast klinische beschrijvingen van dood en verderf gaan tot op het bot, maar steeds blijft de mens, het menszijn, bij hem voorop staan."


Heb ik hier iets aan toe te voegen? Eigenlijk niet. Het is een boek dat opnieuw schokt, al heb ik al zoveel over die vreselijke oorlog gelezen. Het was evenwel de eerste keer dat het een verslag van de 'andere kant' betrof, en het enige wat ik kan constateren is dat een soldaat een soldaat is, welke nationaliteit hij ook heeft, aan welke kant hij ook vecht.
In zijn voorwoord vergelijkt Andriessen de reactie van deze Duitse soldaat met die van een Franse 'chroniqueur' Louis Barras.
"Beiden opgeroepen hun plicht te doen voor Volk en Vaderland. De toekomstige 'Unteroffizier' opgegroeid in een conservatief Duits gezin, plichtsgetrouw, en met respect voor en gehoorzaam aan zijn meerderen; de begrippen plicht, eer, keizer en vaderland praktisch in de genen ingebed. De ander, de 'poilu', kind van een nieuw stroming, een socialist, een rebel. Wars van autoriteit, zijn meerderen vervloekend. Beide mannen leefden en vochten in dezelfde hel, beiden overleefden het. En toch, wat een wereld van verschil in karakter, opvatting en beleving. De een vocht voor keizer en vaderland, voor een ideaal, maar vervloekte de oorlog waaraan hij zich door gevoelens van plicht en trouw verbonden achtte deel te nemen. De ander vocht om te overleven, vervloekte de oorlog eveneens, een oorlog waaraan hij gedwongen was deel te nemen, doch die werd gevoerd door en in het belang van 'kapitalisten'
"Een mens kan veel doorstaan," zegt Heller, "veel meer dan hij zelf gelooft. Hij went overal aan en past zich vaak aan de meest onaangename situaties al gauw weer aan."(...)


Heller verzucht aan het einde van de oorlog:
"Geen uitbundige vreugde, zoals iedereen zich bij deze gelegenheid had voorgesteld, geen vlagvertoon of klokgelui! Smart! Diepe smart en rouw drukken ons volk te neer, het volk, dat alles had opgeofferd en dat nu ook zijn laatste hoop op een gelukkig einde vernietigd en in rook op zag gaan.'
En Barras:
"en ik, die het overleefd heb, ik weet zeker dat het de wens van mijn gesneuvelde kameraden is dat ik zonder ophouden en genadeloos tot mijn laatste ademtocht zal vechten voor de vrede en de verbroedering van de mensheid."


"Wat kon het de gewone soldaat schelen of hij een stuk loopgraaf veroverde, of de overwinning behaalde? Voor hem was het belangrijk om te overleven en weer naar huis en familie terug te keren."


En dat gold voor alle soldaten... Duits, Brits, Frans, van welke nationaliteit ook.
Het is een indringend boek, door alle gruwelijkheden niet in één ruk te lezen.


Paperback | 234 Pagina's | Uitgeverij Aspekt B.V. | 2003 ISBN: 9059111974

Marjo, juni 2006

Reageren? Klik hier!