Nieuwe boekrecensies

Zomerland
Michael Chabon


Michael Chabon heeft al zijn fantasie losgelaten in dit boek!
Er is een boom, de boom van het leven, die gesplitst is in vier takken. Die vier hoofdtakken vormen met al hun zijtakken kleinere takjes, twijgjes en bladeren vier werelden. Een van die werelden is lang geleden al vergaan. De andere drie werelden zijn de zomerlanden, de winterlanden en de middellanden. En in een uithoek van de middellanden, het land van de mensen, ligt een stukje land, dat een vlechtstuk is. Als de takken door de wind steeds maar tegen elkaar schuren ontstaat er een wondplek, en dan groeien de takken aan elkaar. Er zijn meer vlechtplekken, waar de  werelden met elkaar verbonden zijn, maar wij gaan kennis maken met Ethan Feld die bij dat ene stukje land woont. Hij woont daar samen met zijn vader, die zich bezig houdt met aerodynamica.
Ze gaan ieder hun eigen gang, vader bezig met allerlei uitvindingen  en dan vooral met een luchtschip; Ethan op school. Maar op zaterdag is er de honkbalcompetitie. Dat is het vader-zoonmoment. Ethan vindt het dan ook vreselijk moeilijk om nu eindelijk eens te zeggen tegen zijn vader dat hij een hekel heeft aan honkbal en wil stoppen. Maar nu moet het maar eens gebeuren, hij bakt er immers niets van, ze verliezen alle wedstrijden en dat komt door hem. Maar zijn vader wil er niets van horen en Jennifer T., een meisje uit het team, al zeker niet.
Jennifer T. en haar vreemde oom en tantes hebben een Indiaanse afkomst. Op de dag dat Ethan aankondigt wat voor een hekel hij heeft aan die sport ziet hij vreemde dingen. Een soort vos, maar het is geen vos, springt voor hun auto. En bij het honkbalveld hangt een vreemde oude man met een paardenstaart rond. Hij stelt zich voor als Chiron Brown, Jennifer T. is meteen enthousiast: hij blijkt een beroemdheid in de honkbalwereld. Hij is
een scout, en niet alleen voor honkbal. Na de wedstrijd, de volgende dag, zit de vos bij Ethan. Hij stelt zich voor als Scheerbuik, en vertelt Ethan over de boom en de andere werelden. En dat die bedreigd wordt door  ene Coyote, die van plan is de boom te vernietigen.  Ethan ontmoet op Zomerland, de vlechtplek, het Kleine Volkje, de ferieken, met hun hoofdman Tormentil. Ze zijn bewoners van de zomerlanden. Coyote is al druk bezig hun wereld te vernietigen.  Er is voorspeld dat een Feld hun wereld zou kunnen redden, maar dat die Feld een jongen van elf is, dat valt vies tegen. Ethan denkt dan ook dat ze zijn vader moeten hebben, maar er gebeurt iets waardoor duidelijk is dat Ethan de Voorspelde is. Later zal Ethans vader gerekruteerd worden door Coyote.
Maar dan zijn Ethan, Jennifer T en Thor, ook een jongen met vreemde eigenschappen, al onderweg in de luchtmobiel van Ethans vader. Ze moeten de wereld redden, ze moeten voorkomen dat Coyote zijn gif kan strooien in de bron waaruit de takken groeien.


Of hen dat zal lukken vertel ik natuurlijk niet, maar dat het een avontuurlijke reis wordt, dat is zeker. Er is een zonnebril waardoor Ethan ziet wat de vijand ziet; er is een stuk wondhout, een tak van de levensboom, met wonderlijke krachten; er zijn wezens zoals we ze kennen uit sprookjes, of legendes; mythische figuren, uitgestorven dieren, verschijnselen zoals je die kunt kennen uit Tolkiens werelden, of zelfs Harry Potter.
Al die fantasieën worden overeind gehouden door de mensenkinderen, en door de rode draad die onontbeerlijk is in dit verhaal: het honkbal. Ik kan wel zeggen dat honkbal een van de hoofdrollen speelt, en zelfs wie niets om die sport geeft, vindt de beschrijvingen van de wedstrijden erg boeiend. Het verhaal is ondanks al die verschillende figuren niet overdone, het blijft consistent, en dus is het een ongelooflijk spannend boek!


ISBN  9789076341453 Paperback 422 pagina's | Anthos | januari 2003
Vertaald door Irving Pardoen

© Marjo, 26 juli 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Luchtreiziger
Geert van Maele


Als je het levensverhaal wilt schrijven van iemand die bijzonder was, maar toch niet de annalen gehaald heeft, kun je daar van alles omheen verzinnen. Een fictieroman gebaseerd op feiten. Geert van Maele doet dat wel, maar dan heel summier. Het boekje dat voor me ligt is klein, en heeft slechts 140 pagina's, waarvan dan ook nog enkele de verantwoording bevatten. Want de hoofdfiguur, Vincent de Groof heeft geleefd, en wilde beroemd worden. Dat het hem niet gelukt is, en dat er dus niet veel bekend is, daar maakt het erg lastig. Wat wilde hij?
Vliegen! De eerste ballonvluchten waren er al geweest, Daar hebben Pilatre de Roziers en markies d'Arlandes naam mee gemaakt in 1783. Vincent wil op eigen kracht vliegen. Hij berekent en doet proeven, en in mei 1867 gaat hij dan de eerste vlucht in het openbaar doen. Maar nog niet zelfstandig. Hij hangt aan een ballon. In Vlaanderen, Brugge, wordt hij verguisd, en hij wijkt uit naar Londen. Daar vliegt hij echt met een klapvliegtuig, in 1874, maar helaas vindt hij daarbij de dood.


Van Maele maakt van de man een eigenzinnig persoon, die nauwelijks oog heeft voor de wereld om hem heen, maar bezeten is van dat vliegen. Op school zit hij in de klas bij Adriaan, die journalist wordt en verslag doet van Vincents avonturen. Hij vertelt het verhaal. Op de achtergrond speelt de opkomst van het socialisme en vrouwenemancipatie, maar slechts summier. En Adriaan wordt verliefd op de vrouw van Vincent. Zij op hem, maar zij, afkomstig uit Zeeland, is gereformeerd, en peinst er niet over op zijn avances in te gaan. Zelfs niet al is haar eigen man haar ontrouw.
Het had best wat meer gekund, meer achtergrond misschien? Over dat socialisme bijvoorbeeld, Adriaan schrijft er wel over. Maar van Maele heeft daar niet voor gekozen en heeft een mager verhaal geschreven.


ISBN 978 90 76297 44 6 Paperback 140 pagina's Uitgeverij Van de Wiele 2009

© Marjo, 23 juli 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De weg
Cormac McCarthy


Een man en een jongen. Vader en zoon. Samen lopen - het is vaak meer strompelen-  ze over de Amerikaanse wegen. Op weg naar het Zuiden. Waarom? Wie zijn ze? Waar zijn ze? Waarom zijn ze daar? Wat is er gebeurd?  Zijn er nog andere mensen? Welk jaar is het? Deze en nog veel meer vragen komen in je op als je begint te lezen. Maar er zijn geen antwoorden. Zelfs de zoon, die toch door zijn vader 'genoemd' kan worden, blijft 'de jongen', ook voor hem.
De vader is gekozen als verteller, maar er is ook niemand anders die zou kunnen vertellen. Het kind? Hoe oud is hij? Hij kan een beetje lezen, hij lijkt best wijs in de gesprekjes die hij en zijn vader hebben, maar hoe kun je in deze absurde omstandigheden bepalen hoe oud een kind is? Af en toe en alleen in het begin zijn er nog herinneringen aan een vrouw, de moeder. Een vrouw die er voor koos om zelfs niet een poging te wagen om te overleven. Dus trekken de twee samen naar het Zuiden, in barre weersomstandigheden, want niet alleen de omgeving is veranderd in een dor en doods landschap. Steden zijn vervallen en verbrand, auto's zijn achtergelaten op de wegen of zijn blijven steken met de chauffeurs er nog in, verkoolde, verdroogde resten. Er is overal al geplunderd, gewassen zijn er niet meer, geen fruit aan de bomen, slechts af en toe vinden de twee nog
wat waarmee ze zich in leven kunnen houden. Schuilplaatsen zijn schaars, moderne gemakken zijn er natuurlijk helemaal niet meer.
De man heeft een pistool. Met twee kogels. Bedoeld als zelfbescherming. Zou hij het wel kunnen gebruiken? En als er later nog maar één kogel in de lader zit, wat zou hij dan moeten doen?
Soms komen ze andere mensen tegen, meestal zijn dat 'slechten' zoals de jongen ze noemt. Ze proberen hen te ontwijken. Soms komen ze ook mensen tegen die net als zijzelf proberen te overleven. De man wil ook hen ontwijken, in dit soort omstandigheden wordt iedereen een overlever, een egocentrisch iemand. Maar de jongen is zijn geweten.


Zijn wij nog steeds de goeden? zei hij.
Ja. Wij zijn nog steeds de goeden.
En dat zullen we ook blijven.
Ja. Dat zullen we ook blijven.
Oké


Een gruwelijk maar indrukwekkend verhaal. En vooral ook een menselijk verhaal. Het is de waarheid, de ultieme waarheid die overblijft als de beschaving verdwijnt.


'Toen hij opstond en zich omdraaide om terug te gaan was de jongen wakker geworden en was het dekzeil van binnen verlicht. Daar in het donker zag het fragiele blauwe vlekje er uit als het bivak van een laatste expeditie aan de rand van de wereld. Een onderneming die nauwelijks uit te leggen viel. En dat was het ook.'


ISBN 9789029572453 Paperback 176 pagina's | Arbeiderspers | Filmeditie | januari 2010
Vertaald door Vertaald door Guido Golüke

© Marjo, 23 juli 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mijn hart van hout
Sarah Stovell



In 1855 werd een slavin, Celia, veroordeeld voor de moord op haar 'Baas'. Celia was vanaf haar veertiende slavin bij Newsom, door wie ze vijf jaar lang mishandeld werd. Op Newsoms plantage had Celia een negerslaaf leren kennen, met wie ze trouwde. Ze kreeg ook een kind van Newsom. Op dit verhaal is 'hart van hout' gebaseerd. Sarah Stovell laat haar verhaal beginnen in Afrika, op het moment dat het  meisje dat later Hunny zal heten (soort afkorting van haar nummer: honderd) gevangen genomen wordt en op een schip naar Amerika getransporteerd wordt. Haar gezellin springt overboord. Een van de vele ellendige dingen die het meisje mee maakt aan boord van het schip. Later hoort ze dat de mannen en jongens het nog veel zwaarder hadden. Als ze na die lange en zware reis aankomen in Amerika worden ze verkocht.
Het meisje en een van de jongens zijn niet in trek en gaan vrij goedkoop over in de handen van De Baas. Hij wil 'fokken', en hun werk is daardoor niet al te zwaar. Hij hanteert de zweep nauwelijks, zoals vele andere planters, omdat hij in toom gehouden wordt door zijn vrouw die niet voor slavernij zegt te zijn. Toch blijkt ook zij er vreemde denkbeelden op na te houden: ook zij ziet de zwarten niet als mensen zoals ze zelf is. Daarmee  wordt aangetoond hoezeer het concept slavernij ingebakken zat bij de Amerikanen. In die tijd waren de Yanks en de Engelsen druk doende om de handel in slaven te stoppen. In 1861 zou de burgeroorlog uitbarsten. Maar voor Hunny en haar medeslaven is dat te laat.
De Baas wordt gemener als zijn vrouw overleden is, en haar dood heeft nog andere vervelende gevolgen voor Hunny. Zij is intussen de partner van  Joseph geworden en ze hebben ook al kinderen 'gefokt'.
Dit verhaal, dat Hunny, die niet kan lezen of schrijven, vertelt aan haar advocaat, terwijl ze in de gevangenis zit, wordt onderbroken door een heel
ander verhaal.


In Engeland is een handelaar in slaven veroordeeld tot zes jaar gevangenis. Zijn dochter, Rose, moet haar verloving verbreken, en ze wordt met de  nek aangekeken. Ze wordt gouvernante, en op haar beurt reist ze naar Amerika. Zij zal de kinderen van de Baas les gaan geven, twee meisjes, die tijdens hun lessen koelte toegewuifd moeten worden. Door Hunny natuurlijk. Rose heeft niet die Amerikaanse ideeën en voelt zich bovendien erg schuldig vanwege haar vaders gedrag. Ze vat genegenheid op voor het jonge meisje en probeert op haar manier de slaven te helpen. Niet helemaal zonder eigenbelang overigens. Haar verhaal wordt opgetekend in een dagboek.


Wij weten wel het een en ander over slavernij uit geschiedenisboeken, maar niettemin is dit een schokkend verhaal. Het schetst de achtergrond van de burgeroorlog. De wetenschap dat het verhaal echt gebeurd is, gedeeltelijk in ieder geval, maakt het des te schrijnender. Sarah Stovell schreef een goed verhaal over een onmogelijke vriendschap.

'Het was ook heel moeilijk om nog gelukkig te zijn, na alles wat er was gebeurd, maar er zijn veel ergere plekken om te wonen dan de Baas z'nboerderij. De blanken zijn slecht, maar de slaven zijn oké, en het is goed als we zondags allemaal samenkomen en onze levens oppakken zonder al dat gepraat over God en hoe je Jezus moet gehoorzamen. Ik dacht wel eens dat de Baas zichzelf en Jezus door elkaar haalde. Hij is er zo zeker van dat hij de aardigste man op aarde is, en hij weet alles altijd het beste, en hij bidt zoveel tegen God over goed zijn, terwijl ik dacht: hij is helemaal  vergeten dat hij mensen heeft gekocht die uit hun eigen land weg zijn geroofd en op een boor zijn gestopt waar je zelfs nog geen beesten op zou laten sterven. Hoewel hij natuurlijk dacht dat hij ons een enorme gunst had bewezen door ons uit Afrika naar hier te halen. Dat weet ik, omdat ik hem eens op een ochtend met mevrouw hoorde praten, toen zij in de eetkamer aan de thee zaten en dachten dat ik boven aan het poetsen en stoffen was.'


Isbn 978 90 325 1170 8 Hardcover 320 pagina's | Kern De | juni 2010
vertaald door Anna Livestro

© Marjo, 20 juli 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

1q84
Haruki Murakami


Ongelofelijk blij was ik met de eerste twee - prachtige verzorgde hardcovers-  in het Nederlands vertaalde delen van de nieuwe Murakami getiteld 1q84.  Selexyz Amsterdam had er zelfs, à la Harry Potter, een nachtfeest van gemaakt. Op de dag van uitgifte gingen op klokslag 24.00 uur de deuren open en konden mensen de boeken aanschaffen. Omdat het zulke dikke boeken zijn had ik er tijd voor vrijgemaakt om ze te lezen en heerlijk  in de zon genesteld in de lekkere rieten tuinstoel begon ik in 1q84.

Het begint met een moord... een kille, koele moord... door een vrouw, Aomame, gepleegd. We lopen met haar mee naar de plek waar het moet gebeuren. Ze stond in een file en had een afspraak met de later door haar omgebrachte man. Ze zat in een taxi. de chauffeur wijst haar op een trap, die kan ze aflopen en dan is ze in de buurt van een station en kan ze nog op tijd zijn voor haar afspraak.  Aomame besluit dit te doen. De taxichauffeur waarschuwt haar...
'En dan nog iets,' zei de chauffeur in het spiegeltje. 'Onthoud dit vooral goed: schijn bedriegt.'
Schijn bedriegt, herhaalde ze bij zichzelf. En toen, met een lichte frons tussen haar wenkbrauwen; 'Wat bedoelt u daarmee?'
'Ik bedoel dit.' De chauffeur koos zijn woorden zorgvuldig. 'U gaat nu iets doen dat niet egwoon is. Vindt u niet? Gewone mensen lopen niet op klaarlichte dag de noodtrap van een snelweg af. Vooral dames niet.'
'Daar hebt u waarschijnlijk gelijk in, 'beaamde ze.
'Dus als u zoiets doet, kan het gebeuren dat de dingen om u heen - hoe zal ik het zeggen?  - er een tikkeltje anders gaan uitzien dan eerst. Iets dergelijks is mij ook ooit overkomen. Maar laat u door die schijn niet bedriegen. Er is altijd maar één realiteit
.

Dit gedeelte kondigt de verdere loop van het verhaal aan. Nadat Aomame haar taak, de moord, volbracht heeft merkt ze vreemde dingen op. Ze constateert dat de politie andere uniformen dragen, ze ziet twee manen in plaats van één. Ze komt tot de ontdekking dat ze in een parallelle wereld leeft en noemt het 1q84 de q staat voor vraagteken.  In werkelijkheid is het 1984. Maar wat is de werkelijkheid?

Tengo is een wiskundeleraar en is eindeloos bezig met zijn te schrijven boek. Hij had meegedongen naar de Debutantenprijs van uitgever Komatsu's tijdschrift. Komatsu had zijn manuscript met plezier gelezen, er moest wel het een en ander aan veranderd worden maar als Tengo dat gedaan heeft dan wil Kumatsu als eerste dat manuscript weer lezen. Tengo gaat accoord en herschrijft en herschrijft en herschrijft.
Inmiddels heeft Kumatsu hem een baantje bij zijn uitgeverij bezorgd en uiteindelijk mag hij ook de inzendingen voor de Debutantenprijs lezen. En dan is daar het debuut dat opvalt. Het heet Een pop van lucht, geschreven door ene Fukaeri. De stijl is belabberd maar de inhoud origneel. Of Tengo ghostwriter wil worden? Of hij dat manuscript wil herschrijven? Met toestemming van Fukaeri natuurlijk... Komatsu wil geen nee horen en eigenlijk wil Tengo ook wel, het verhaal fascineert hem.
En hiermee begint voor Tengo een bizar avontuur. Hij bezoekt de schrijfster en alles blijkt heel anders dan hij aanvankelijk gedacht had. Zij is een zeventienjarig dyslectisch meisje die geschreven heeft over een commune waarin een meisje opgesloten wordt met een dode geit. Het was immers haar schuld dat die geit dood is. Maar 's nachts komen uit die geit 'Little people'  gekropen...
De commune blijkt echt te bestaan, en daar gebeuren heel akelige dingen met heel jonge meisjes. Ook de 'Little people' blijken echt te bestaan.


Mijn aanvankelijke vreugde over de nieuwe Murakami zakte behoorlijk in. Ligt het aan mij? Ik houd niet van verhalen over moord, dat ten eerste, maar ja het is wel een Murakami, dacht ik toen nog. Aomame leidt een erg bizar leven, de verhalen over haar staan me tegen. Ze neemt wraak op mannen die zich vergrijpen aan vrouwen. Ze vermoord deze 'heren'. Maar ja, het is een Murakami, waarschijnlijk heeft het een functie, en dat is ook zo. Tengo is nog de meest 'normale'  in het boek. De schrijfster van Een pop van lucht is ook wel erg bizar en wat moet ik met die Little people? Ik las in een recensie dat ‘Little people’ moet worden gelezen als Murakami’s tegenhanger van Big Brother uit George Orwell’s 1984. Ze zijn net zo alwetend en sturend op de achtergrond aanwezig.'
Ik houd niet van de wezens als  In de ban van de ring Tolkien, en daar lijken ze veel op las ik ook in een recensie.  Daar staat ook in dat Murakami met zijn personage Aomame verwijst naar Stieg Larsons boeken.

Ik kan me helaas niet verplaatsen in deze personages (zij wel in elkaar) en voel niets van nieuwsgierigheid over hoe het verder zal gaan.
Maar ja het is wel een Murakami fluisterde steeds dat stemmetje in mijn hoofd. In zijn vorige boeken accepteerde je ook de onwaarschijnlijk mooie oren, het verhaal over dat ene schaap enz. enz. Waarom ging dit me dan steeds meer tegen staan? Opeens wist ik het! Wat ik in dit boek mis is de speciale humor van Murakami. Alles wordt bloedserieus gebracht. Waar je bij zijn andere verhalen regelmatig kon glimlachen en kon genieten van zijn onwaarschijnlijke maar ook menselijke personages met hun bijzondere karakters ontbreekt nu die subtiele, milde ondertoon, die verfijnde stijl en respectvolle benadering van Murakami mét die humor. Aomame is een wraakmachine die alleen voor Tengo gevoelens heeft. Zij en Tengo beleefden ooit één, secondendurend, speciaal moment. Beiden leven ze in de parallele wereld 1q84.


Het verhaal is bizar, het gaat anders dan in Murakami's  andere boeken, in mijn ogen, te ver. In zijn andere boeken denk je nog, het zou zomaar eens kunnen. Murakami kon de gekste situaties, de meest vreemde mensen geloofwaardig neerzetten maar in deze twee boeken blijven het (voor mij) boekpersonages.  Natuurlijk is de fantasie van Murakami weer enorm, dat staat buiten kijf. Zijn stijl is er natuurlijk ook weer prachtig. Maar echt enthousiast ben ik dit keer niet.  Ik heb met veel pijn en moeite verder gelezen, het boeide me niet, maar dat ligt volledig aan mij, ik houd niet van dit soort verhalen.  De boeken gaan naar iemand anders die denkelijk meer geniet van deze boeken dan ik... wordt vervolgd.


ISBN 9789045023304 Hardcover deel 1 429 pagina's,  deel 2 382 pagina's Uitgeverij Atlas juni 2010
Vertaald door Jacques Westerhoven

© Dettie, 15 juli 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het ijzig hart
Almudena Grandes


Monumentaal, want het is achthonderdvijftig pagina's dik.
Monumentaal, want het omspant bijna 75 jaar geschiedenis.
Monumentaal, want het is een prachtig geschreven meeslepend verhaal, dat overeind staat zoals 'oorlog en vrede' nog steeds overeind staat.
In een nawoord legt Almudena Grandes uit waarom ze het boek wilde schrijven. Hoe de burgeroorlog die in Spanje plaatsvond nog steeds doorwerkt in het leven van de Spanjaarden. 'praat maar niet over het verleden,' zeggen de Spanjaarden. Er zouden wonden opengereten worden, zo verdeeld is Spanje geweest. Republikeinen, mensen die koningsgezind waren, falangisten, communisten en socialisten, de partijen leefden zo door elkaar dat je je leven niet zeker was. Je kon maar beter niet weten tot welke partij de buurman hoorde, en gewoon stilletjes je eigen gang gaan.
Maar dat deed niet iedereen. Er waren spionnen en verraders, er werden mensen in kampen opgesloten, of om hun overtuiging op gruwelijke wijze
vermoord. Maar de tijden zijn veranderd. De kleinkinderen en achterkleinkinderen willen weten. En Almudená Grandes heeft er vijf jaar over gedaan om alles op te schrijven, en te verwerken in een meeslepende, historische verantwoorde roman over twee families.
Als je eenmaal in het verhaal zit, wil je doorgaan met lezen, ook al is het door zijn omvang niet makkelijk hanteerbaar, ook al geeft de schrijfster ons een geschiedenisles zoals we die niet in onze boekjes op school lazen.  Oorlog is niet simpel, er zijn zoveel partijen, zoveel belangen, op grote schaal, en individueel. Het valt niet mee om dat allemaal uit elkaar te houden. Grandes probeert het te vereenvoudigen door er een meeslepend liefdesverhaal omheen te weven. Twee families staan centraal, hun verhaal wordt om en om verteld, met steeds een break naar het heden. Gelukkig bevat het boek ook de stambomen van die families, het zou haast onmogelijk zijn om het verhaal te volgen, temeer daar voor ons Nederlanders de samenstelling van namen in Spanje vreemd is. In het kort- huh, hoe vat je een boek als dit samen??


Het begint op de begrafenis van Julio Carrión González. Diens zoon ziet achteraf op het kerkhof een onbekende vrouw. Als de erfenis afgehandeld moet worden komt hij deze vrouw weer tegen. Het begin van een onmogelijke liefde.
Alvaro is getrouwd, en Raquel Fernandez Perea was de minnares van zijn vader. Ze blijken elkaar al eerder in hun leven tegen gekomen te zijn. Terwijl hun relatie zich ontwikkelt, lezen we over de achtergrond van hun families. Beginnend in 1937, tot nu. En langzaam valt alles op zijn plaats. Het is ook erg goed geschreven, het tempo versnelt of vertraagt met het verhaal mee.  Deze ellenlange zin, bijvoorbeeld werkt heel goed. Alvaro heeft de eerste ontmoeting met Raquel en is in de war.


'Ik knikte en zij pakte de telefoon, vroeg om twee koffie met melk, u wilt toch welsuiker, ja graag, en twee mineraalwater, en begon toen te  praten, ik weet dat het moeilijk is om je met zakelijke dingen bezig te moeten houden na het overlijden van een dierbaar persoon, maar uw vader was cliënt bij deze bank, en het is onze plicht om over zijn belangen te waken, zowel vroeger als nu, en ze was mooi, veel mooier dan ik had gedacht toen ik haar op het kerkhof zag, mijn neefje Guille had het wel gezien, ik niet, daarom hebben we contact met u opgenomen, in de eerste plaats om u te informeren over de stand van zaken met betrekking tot de fondsen waarop uw vader via onze bank had ingeschreven en waarvan de rentes momenteel een zodanig saldo opleveren dat het voor de erfgename interessant is om er kennis van te nemen, ze was veel knapper dan ze leek, een geheimzinnige schoonheid, raadselachtig in al haar eenvoud, want in haar gezicht was niets specifieks moois behalve het gezicht zelf, de verrassende harmonie van haar zachte maar heel gewone ogen, haar kleine maar heel gewone neus, haar mooi gevormde maar heel gewone mond, haar  regelmatige maar heel gewone kin, en haar roze, gladde huid, fluwelig als van een heel bijzondere perzik, ik neem aan dat u, dat wil zeggen uw moeder, uw broers en zussen en uzelf uw vaders erfgenamen zijn en in dat geval is het aan u om te besluiten wat er met de fondsen moet gebeuren, oké, dan moet ik u allereerst vertellen dat de investering waar wij het over hebben een fiscale voorkeursstatus heeft, waarvan de voordelen eindigen op het moment dat u ervoor kiest het kapitaal op te nemen, zij had de situatie onder controle, niet ik, en haar voordeel groeide met de seconde dankzij die geleerde uiteenzetting die ze eerder bij evenzoveel andere erfgenamen had geperfectioneerd en die, te oordelen naar het groeiende vertrouwen dat uit haar stem sprak, al eerder waren gecapituleerd, zij wist niet dat ik de verkeerde zoon was, de broer die nooit de definitieve beslissing zou nemen, maar ook niet dat ik haar enige getuige was, de enige die haar had gezien, die zich haar naderhand kon herinneren, en toen werd er op de deur geklopt en er kwam iemand binnen met de koffie en het water, hij zette het blad op de tafel en vertrok, en ik merkte dat ik hardop een grapje maakte, maar goed dat het Marivi niet was, ze glimlachte, tussen haar middelste boventanden zat een spleetje, net als bij mijn moeder, ik stond al doodsangsten uit, voegde ik er aan toe, en ze begon te lachen, als ze lachte was ze nog veel mooier, en ik voelde me bijna trots dat ik haar aan het lachen had gebracht, voordat ik me afvroeg wat ik op het spel zette, wat er met me aan de hand was, wie ben je, herinnerde ik mij, waarom heb je contact met me gezocht, waarom was je op de begrafenis van mijn vader, kortom, ging zij verder op de zachte, precieze toon van de zakenvrouw die eraan gewend is dat haar cliënten proberen haar te versieren en dat efficiënt wil afwimpelen, dat is de reden waarom ik contact met u heb gezocht, ik begrijp uiteraard dat dit een delicate kwestie is en dat u op dit moment wellicht nog niet helemaal in de stemming bent om een beslissing te neen, maar het heeft niet zoveel haast, ik zou u alleen willen vragen, in uw eigen belang, er aan te denken...'


Isbn 978 90 5672 288 3 Hardcover 854 pagina's | Signatuur | juni 2010
Vertaald door Mia Buursma en Ans van Kersbergen

© Marjo, 14 juli 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Drakenogen
Bernardo Fernández


Een apart en heerlijk boek om lekker buiten in het zonnetje te lezen. Het is een avonturenroman over... draken!
Geen science-fiction, geen non-fictie verhaal over draken maar een boeiend verhaal over deze dieren.

Het begint allemaal met Lorenzo Cassanova (niet DE Cassanova) die dieren vangt voor de 'dierentuin' van Carl Hagenbeck. - Hagenbeck was de eerste die dieren niet opsloot in kooien maar in hun 'natuurlijke' omgeving toonde. - Cassanova stuit op een dier dat hij niet kent, tot zijn verbazing blijkt het een draak te zijn. Hij zal en moet het dier hebben maar helaas het beest is ernstig ziek en Casaanova wordt eveneens erg ziek en sterft. Hagenbeck  krijgt de draak nog wel te zien maar weet niet waar Casanova het dier gevonden heeft. De draak zal nooit meer uit Hagenbecks gedachten verdwijnen.

 

De afrekening
Mart Smeets


Dit boek kreeg ik ongevraagd door de uitgever toegestuurd en omdat ik totaal niet in wielrennen geïnteresseerd ben had ik zelfs niet verwacht dat ik het zou gaan lezen. Maar als fietsers het midden in de nacht nodig vinden om op het speelplaatsje voor de deur luidbellend rondjes te fietsen en je daardoor klaarwakker bent, pak je maar een toepasselijk boek erbij. De wielerroman van Mart Smeets.


Het wordt een semi-autobiografisch boek genoemd en het gaat over de Tour de France. Niet over de ritten zelf maar over het werken als verslaggever voor dit sportevenement. Stijn Miller gaat als jongetje met zijn vader in 1954 naar de proloog van de Tour de France in Amsterdam. Dit maakt grote indruk op hem. Later maakt hij als sportjournalist ook de prologen in Scheveningen (1973), Leiden (1978) en 's-Hertogenbosch (1996) van dichtbij mee.
Stijn vertelt over de eerste keer dat hij achterop de motor zat en verslag moest leveren over de kopgroep. Dat deed hij trouw alleen was het wel erg lastig dat hij geen geluid via de speakers in zijn helm hoorde vond hij. De Fransen waren razend, die idiote Hollander deed niets! Het geluid deed het dus helemaal niet! Stijn keek toen nog op tegen alle grote buitenlandse verslagevers die hem heel neerbuigend behandelden. Hij stelde toen nog niets voor.
Maar langzamerhand raakt Stijn erg ervaren en dan komt de dag dat hij al twintig jaar de Tour verslaat. Hij krijgt een zilveren bord en het leven gaat wer door. Van de onzekere jongen is weinig meer over. Zijn thuisfront weet dat in de maand juli Stijn niet te bereiken is voor hen. In juli draait alles om de Tour.
Stijn heeft tijdens die Tourdagen zijn avontuurtjes met vrouwen en Suzanne is wel heel speciaal. Ook wordt er flink gegeten en gedronken door de mensen die betrokken zijn bij de verslaggeving. Stijn ziet ook dat enkele wielrenners de huwelijkstrouw niet zo serieus nemen, maar daarover wordt nooit gesproken is de stiilzwijgende afspraak.
Maar Stijn wordt ouder en soms vraagt hij zich af of het nog wel leuk blijft, elk jaar opnieuw die Tour de France. In de spiegel ziet hij een kalende stevige man, moet hij niet eens  stoppen? De Tour begint hem steeds meer te vermoeien, hoe lang houdt hij het nog vol?  En na een dreigend bericht over zijn houding betreffende Lance Armstrong en even later een heel bijzondere ontmoeting met iemand mondt zijn gemoedstoestand uit in een ware crisis. Maar de show must go on...


Het leest vlot weg. Natuurlijk zie je steeds Mart Smeets zelf voor je. De man is immers  inmiddels het boegbeeld wat betreft de verslaggeving over de Tour de France. Je ziet hem als jonge man achter op de motor kruipen en denken 'We zien wel waar het schip strandt'. Langzamerhand wordt hij de routinier en gaan mensen hem herkennen en soms vervelende opmerkingen maken. Ook houdt hij wel van de vrouwen en tijdens de Tour gebeurt er ook wel het een en ander wat seks betreft. Het hoort er allemaal bij. Maar het dreigende bericht dat publiekelijk is geschreven raakt een snaar. Zo goed en zo kwaad als het gaat probeert Stijn daar mee om te gaan en dan volgt die ontmoeting en dan slaat de grond onder zijn voeten weg.
Het boek is zo 'vers' dat zelfs de voorbereidingen over de Tour 2010, die startte in Rotterdam,  beschreven worden.
Het leest lekker weg en waarschijnlijk is het voor Smeets- en Tourliefhebbers een must. Ik vond het een tussendoor-boek, geen aanrader, geen afrader.


ISBN 9789046808061 Paperback 219 pagina's | Nieuw Amsterdam | juni 2010

Dettie, 25 juli 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het geheim van de Hoffmans
Alejandro Palomas


Als Constanza Hoffman overlijdt komt haar ex-man over voor de begrafenis. Hij woont al jaren 'aan de overkant', in Zuid-Amerika. De andere nazaten,
dochter Martina, en de kleinkinderen Veronica en Lucas, hebben gemengde gevoelens over zijn komst. Is hij niet degene die zijn ex-vrouw in de steek gelaten heeft na dat vreselijke ongeluk waarbij de ouders van Veronica en Lucas zijn omgekomen?
Ze weten niet beter dan dat hij ook nog indirect schuldig is aan dat ongeluk, omdat hij, zanger van beroep, zo nodig zijn zoon bij zich wilde hebben op de avond van een première in Parijs. In de wetenschap dat zijn zoon, moe na een dag met filmopnames - hij was acteur - dat hele eind naar Parijs achter het stuur zou moeten zitten zonder pauze, belde hij hem toch dat hij absoluut moest komen. De zoon verongelukte, samen met zijn vrouw.
Lucas was pas acht, zijn zus een paar jaar ouder. Zij werden weggehouden van de commotie na dat tragische ongeluk. Nu Lucas zijn oma in het graf ziet verdwijnen, tweeëntwintig jaar later, komen de vragen.
Intussen heeft ieder lid van de familie eigen problemen. Rodolfo, de opa, voelt zijn vijfentachtig jaren. Hij moet een beslissing nemen: toch nog de verdwijnende glorie najagen? Of is zijn familie belangrijker? Martina is alleen, zij heeft haar neef en nicht verzorgd toen zij wees werden, en later heeft ze haar moeder verzorgd, tot diens dood. Ze heeft geen eigen leven op kunnen bouwen, en ziet nu een lege toekomst naderen. Lucas is danser, en druk bezig met een optreden dat na de begrafenis zijn première zal beleven. Hij heeft het meeste last van al die geheimen die in de familie rondwaren. Hij wil weten.
Veronica heeft zich belast met de zorg voor een opvang van chimpansees. Maar de geldkraan is dichtgedraaid, haar leven - de apen - zal zinloos worden als er niet een oplossing gevonden wordt. In de dagen na de begrafenis van Constanza zijn deze vier mensen op elkaar aangewezen. Er wordt gewandeld, er wordt gepraat. En het geheim dat drie van de familieleden kenden blijkt een ander geheim te bedekken.


Voor me ligt een klein, mooi gebonden boekje met een leeslint, een vorm die prima past bij het bewogen, ontroerende verhaal, dat Alejandro Palomas vertelt in eenvoudige woorden.  Alle familieleden hebben een stem, zodat de lezer inzage heeft in hun gemoedstoestand. In hun eigen gedachten, in hun beoordelingen van de anderen, hun eigen reacties en wensen.

'Voor één keer allemaal samen. Dat is ook een hele verrassing; dat de achterblijvers weer samenkomen. Hier. En ik kan niet ontkennen dat ik er blij om ben, ondanks de omstandigheden. Het is de dood die ons nu verenigt, maar het gezelschap doet me goed. Wij vieren hebben elkaar zo lang niet
gezien.'


ISBN 978 90 5672 349 1 Hardcover 222 pagina's | Signatuur | juli 2010
'El secreto de los Hoffman' vertaald door Johan Rijskamp

Marjo, 23 juli 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De lijst van meneer Rosenblum
Natasha Solomons



Voor mensen die zin hebben in een heerlijk ontspannend verhaal met een serieuze ondertoon is dit boek uitstekend geschikt.


De schrijfster, Natasha Solomons, heeft dit boek  gebaseerd op de verhalen van haar joodse grootouders, die voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vanuit Duitsland naar Engeland emigreerden. Natasha woont in graafschap Dorset waar het verhaal zich ook grotendeels afspeelt.


Als de joodse Jack Rosenblum en zijn vrouw Sadie in 1937 aankomen in Engeland krijgen zij een pamflet met 'Handige informatie en wenken voor iedere vluchteling' in handen gedrukt. Regel nummer 1: start onmiddellijk met het leren van de Engelse taal. Dit pamflet wordt voor Jack de leidraad in zijn nieuwe leven. Hij zal een échte Engelsman worden en de lijst op het pamflet zal hem daarbij helpen. Hij volgt de aanwijzingen op de voet en vult de lijst zo nodig aan.
Zijn vrouw Sadie echter blijft in het verleden hangen. Zij barst van de heimwee naar Berlijn en haar familieleden. Zij koestert de enkele foto's van familieleden en het receptenboek van haar moeder.  Jack zit zo boordevol plannen dat hij nauwelijks zijn vrouws verdriet ziet. Het ergert hem zelfs dat zij Duits blijft spreken.
Jack wordt bijna Engelser dan de Engelsen. Hij schrijft zich in bij een golfclub want dat doen Engelsen maar tot zijn ontsteltenis wordt hij geweigerd. En niet alleen bij deze eerste golfclub maar bij alle clubs. Hoewel het hem niet rechtstreeks gezegd wordt blijkt dat een én Duitse én  joodse man nooit lid van een golfclub kan worden, dat is voor de Engelsen only. Jack, zoals altijd optimistisch, verkoopt zonder medeweten van Sadie het huis in Londen en koopt een bouwvallige cottage met groot stuk land in Dorset. Hij gaat zijn eigen golfbaan bouwen. Maar of de inwoners van het dorpje Pursebury Ash op de familie Roos-en-Bloem zitten te wachten is nog maar de vraag...


Het is een luchtig en humoristisch verteld verhaal, de Tweede Wereldoorlog en de gevolgen voor de Rosenblums worden summier weergegeven. Je vermoedt dat familie van de Rosenblums zijn omgekomen maar het wordt nergens specifiek genoemd.
Jack Rosenblum gaat zo op in zijn plannen voor het golfterrein dat hij zich nauwelijks het bestaan van zijn vrouw meer bewust is. In zijn enthousiasme is hij soms zelfs onbewust lomp naar Sadie toe. Af en toe denkt hij aan zijn dochter Elizabeth maar ook zij is erg op de achtergrond aanwezig.
Sadie merkt tot haar schrik dat ze zich haar familie niet meer zo goed kan herinneren, het enige dat nog herinneringen oproept zijn de geuren van de gerechten uit moeders receptenboek. Zij kookt en bakt en braadt om haar geliefden voor ogen te houden. Later komt haar dit nog goed van pas.
Toch zorgt het wonen op het platteland voor een grote wending in hun leven, na een heftige gebeurtenis zelfs voor een gelukkige wending.


De schrijfster heeft het leven van Jack en Sadie in het mooie Dorset met haar markante bewoners zoals Jack Basset en Curtus zeer prettig weergegeven. Zelf het mythische wolzwijn is prachtig verweven in het verhaal. De bouw van de golfbaan zorgt voor tragische en komische hoogtepunten. Je sluit de eeuwige optimistische Jack en eenzame maar pittige Sadie in je hart.
Het is een mooi debuut. De schrijfster had er wel goed aan gedaan wat consquenter de lijst als leidraad van het verhaal te houden. Nu strijden de lijst en de golfbaan om aandacht wat het verhaal soms wat onrustig maakt. Daardoor verliest het verhaal af en toe zijn vlotte spanningsboog maar de schrijfster weet gelukkig steeds op tijd de juiste toon, de juiste vaart, weer in het verhaal te krijgen.
Voor de rest is het een heerlijk boek, echt een aanrader.


ISBN  9789022959725 Paperback 338 pagina's | Orlando | juli 2010 Vertaald door Elvira Veenings
Achterin het boek staan een interview met de auteur, extra informatie en leesclubvragen.

© Dettie, 22 juli 2010

Lees de reactie op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De grote Joseph
Anneloes Timmerije


Taal en zintuiglijke waarneming zijn de pijlers van Timmerije's laatste boek. Terwijl ze zelf speelt met zinnen en woorden in de manier waarop ze haar verhaal vertelt, is haar hoofdpersoon een taalwetenschapper: Lila Becks. Zij doet onderzoek naar woorden 'die uit de Nederlandse taal gevallen
zijn. Woorden die ooit op ieders lippen lagen, maar in de tijd verloren zijn geraakt.' Woorden als 'hooggeel', 'krikkemik', 'schrijfjeukte', 'moesjanker'.
Lila 'ziet dingen, die anderen niet kunnen zien'. Zij verdient haar brood gedeeltelijk door op paarden te wedden en te winnen. Ze 'ziet' de winnaar.
Op de avond van haar verjaardag zit ze samen met haar stiefvader te wachten op haar moeder. Maar Carine komt niet. Nooit meer. Ze is verdwenen, samen met de hond. Als later eerst de hond - dood -, dan de auto - achtergelaten-, en tenslotte ook Carine zelf -verdronken- gevonden wordt, staat Lila's wereld op losse schroeven: Carine was niet wie ze leek. Lila gaat zoeken, praten met de mensen die haar moeder kenden. Ze bleek ook een psychiater te bezoeken. Deze spreekt van 'zondewaan', en van aan autisme verwante stoornissen. Als Lila ontdekt dat haar moeder een andere naam gebruikte, Mette, gaat zij op zoek naar het leven dat achter die naam zat. Dat loopt bijna verkeerd af.


Dan blijft alleen oom Joseph over. Ze heeft hem het laatst gezien toen ze zes jaar oud was. Hij woont in een tehuis in het midden van Frankrijk. Lila
gaat er heen, al weet ze dat Joseph 'niet goed in zijn hoofd is'. Zijn taal is weg, terwijl oom Joseph juist degene was die haar leerde hoe ze de twee talen die ze om zich heen hoorde moest scheiden tot twee aparte talen. Lila dacht dat die 'Lemmo Korret' waar hij steeds over had een persoon was.

'Joseph is niet gek. Hij begrijpt het als iemand zegt dat het onkruid uit de perken moet, hij begrijpt wanneer de aardappels in de pan moeten, en hoe lang die moeten koken. Hij begrijpt wanneer het tijd is om naar bed te gaan, hij lijkt de gesprekken aan tafel te begrijpen. Wat Joseph zegt is onbegrijpelijk. Hij steekt een verhaal af waarin het jambonachtige woord een paar keer voorkomt.'

Omdat Robert, de arts-verzorger, die het tehuis leidt waar Joseph zit, vindt dat ze het rustig aan moet doen met haar pogingen herinneringen op te roepen bij Joseph die hij ook nog duidelijk zal maken, gaat Lila ook op zoek naar anderen die haar moeder gekend hebben. Zo ontmoet ze de non, zuster Elodie.  De non, die Carine blijkt te heten, en die zo'n invloed heeft gehad op Carines leven, die dus eigenlijk als Mette geboren en getogen is in het Franse dorpje. Dat Mette dierenarts is geworden, komt door zuster Elodie. Zij zag dat er meer school in het meisje dat zij op school onder haar hoede had. Hier blijkt dat de diagnose van de psychiater nog zo gek niet was.  Maar de echte oorzaak, het echte geheim van Mette/Carine, dat komt als een schok.


Anneloes Timmerije verwijst naar de moord op John Lennon, ze laat aan medepatiënt grote Engelse dichters citeren, ze gebruikt het verhaal van 'Le Grand Meaulnes', dat speelt in de omgeving waar Joseph woont. Ze noemt hem in de titel zelfs 'de grote Joseph', ironie ten top.  Het is een zwaar verhaal, maar door de spielerische stijl van Timmerije besef je dat pas als het boek uit is. Ze werkt de dingen niet helemaal uit, maar schuift de reden daarvoor in de schoenen van haar hoofdpersoon: Lilas wereld ligt ondersteboven, en ze laat de nieuwe wereld slechts mondjesmaat toe.
Een boek om te herkauwen. Prachtig!


'Elke ochtend probeerde ik mijn oude zelf aan te trekken'


'Als het erop aan komt, heb ik niets aan mij.'


ISBN 978 90 457 0414 2 Hardcover 254 pagina's | Uitgeverij Augustus | april 2010

© Marjo, 19 juli 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Potifars vrouw
Sophie Zijlstra


Sophie Zijlstra debuteerde drie jaar geleden met 'Mevrouw Couperus'. In die biografische roman bedacht ze hoe het leven van de vrouw van schrijver Louis Couperus eruit had kunnen zien. Het boek kreeg veel mooie recensies. 'Potifars vrouw' is de langverwachte opvolger. Helaas is deze roman minder sterk dan de vorige.


In 'Potifars vrouw' draait het om Mendel Waterman. Hij zit in de trein in het noorden van het land die in 1977 wordt gekaapt door Molukse vrijheidsstrijders. Ook deze roman is dus gebaseerd op ware gebeurtenissen. In 1977 werd een trein wekenlang gekaapt door Molukkers en dit leverde veel media-aandacht op. Eigenlijk is de kaping in dit boek maar bijzaak. Het draait vooral om het levensverhaal van de hoofdpersoon.
Mendel heeft een zwaar leven achter de rug dat hij in de trein aan zich voorbij ziet trekken. Hij is van joodse komaf en werkt als restaurateur van schilderijen. De schilderkunst loopt als een rode draad door het boek. De titel verwijst ook naar een schilderij. In de jaren dertig loopt het mis. De jodenhaat laait op en in 1940 valt Duitsland Nederland binnen. Mendel is zijn leven niet meer zeker. De ellende van de concentratiekampen verwoest zijn leven. Aan het einde van de roman gaan we weer terug naar de gekaapte trein. De kaping heeft voor Mendel een wrang einde.


Het verhaal dat Sophie Zijlstra beschrijft is behoorlijk dramatisch. Er zouden heel wat tranen moeten vloeien. Toch is dat gek genoeg niet zo. Dat komt vooral doordat de gebeurtenissen snel worden afgeraffeld en het een opsomming van data is. Het boek staat boordevol data en het is geschreven in een 'verslagachtige' stijl. Mendel gaat van de ene gebeurtenis na de andere en dat is het wel zo'n beetje. Daarbij is het verhaal wel erg voorspelbaar. Als je ook maar iets van de Tweede Wereldoorlog weet zie je het allemaal wel aankomen. De personages komen nooit echt tot leven zoals bij 'Mevrouw Couperus' wel het geval was. Sophie Zijlstra beschrijft een bijzonder verhaal. Maar het blijft weinig meer dan een beschrijving en roept bij deze lezer in elk geval niets op.


ISBN 9789021437842 192 pagina's | Em. Querido's Uitgeverij | juli 2010

© Mirjam Bolt, 15 juli 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Jacoba
Dochter van Holland
Simone van der Vlucht



Geschiedenis is bij Simone van der Vlugt in goede handen. Haar gedegen jeugdromans over onder andere Jeanne d' Arc
en de stad Pompeji zijn daar al voorbeelden van. Dit boek is haar eerste historische roman voor volwassenen. Ze vertelt het verhaal van een van de beroemdste vrouwen ooit: Jacoba van Beieren.
Zij leefde in de vijftiende eeuw, in de tijd dat 'de Lage Landen' het samenraapsel vormde van diverse graafschappen. Er was vaak oorlog tussen de Franstalige  graven van Henegouwen en de Duitstalige hertogen van Beieren. In Jacoba's tijd vonden de Hoekse en Kabeljauwse twisten plaats. De Kabeljauwen zijn de gegoede burgerij: kooplui, die steeds rijker worden en meer invloed willen. Jacoba hoort tot de Hoekse partij: de adel die de oude feodale regelingen in stand wil houden.
Op haar vijftiende wordt Jacoba al weduwe: haar maatje en echtgenoot Jean, de tweede zoon van de Franse koning Charles VI sterft als gevolg van  vergiftiging. Jacoba zou koningin geworden zijn als Jean was blijven leven. Kort na Jeans dood sterft ook haar vader.


'Mijn vaders dood is onverwacht gekomen. Geen mens heeft tot nu toe veel aandacht aan mij geschonken en nu weet niemand wat hij moet verwachten. Ikzelf nog het minst.'


Als gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen moet er om haar bezit veilig te stellen opnieuw getrouwd worden.De keuze valt op de twee jaar jongere Jan van Brabant een volle neef. Daarvoor moet dispensatie verleend worden door de paus. Jacoba zelf vindt het maar niets. Jan is een onuitstaanbaar ventje. Maar ze moet. Intussen aast haar oom Johan van Beieren (in het echt ook Jan genaamd) op haar bezittingen. Jan speelt hem in de kaart door enorme schulden te maken. Hij verpandt Jacoba's bezittingen aan Johan. Jacoba is woest, en ze laat haar huwelijk alsnog nietig verklaren.
Als ze alleen blijft en geen nazaten krijgt, dan zullen haar graafschappen alsnog aan de gehate Johan vervallen, dus zoekt ze een nieuwe echtgenoot, en vindt met Humphrey van Gloucester het geluk. Helaas zal het tijdelijk zijn, als Humphrey met zijn vloot ten strijde trekt om de steden die zich hebben overgegeven aan Johan terug te veroveren, bedriegt hij Jacoba. Omstandigheden leiden er toe dat hij met zijn minnares terug naar Engeland gaat en zij in Vlaanderen moet blijven. Daar zal zij zich tenslotte overgeven aan Philips van Bourgondië, die haar in het Gravensteen te Gent gevangen zet.  In dat onderkomen laat Simone van der Vlugt haar haar levensverhaal optekenen.


Natuurlijk moet er veel informatie geven worden. Hoe die woelige tijden verliepen, kan de lezer goed volgen. Het wordt allemaal heel duidelijk uiteengezet. Maar vooral krijgen we ook een beeld van Jacoba zelf. Een moedige vrouw, met eigen ideeën die ze zomaar niet opgeeft omdat het de heren behaagt. Het is een boeiend verhaal geworden. We wisten het al... dat Simone van der Vlugt dit kon...


ISBN 978 90  414 1531 8 Paperback 317 pagina's | Anthos | oktober 2009

Marjo, 13 juli 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Philippes middagen
Robbert Welagen


Net als in zijn debuutboek 'Lipari' heb je als je dit boek uit hebt de indruk dat er eigenlijk niets gebeurd is. Dat komt niet doordat er ook werkelijk niets gebeurt in het verhaal, het ligt meer aan de stijl die Welagen hanteert. Er heerst een verstilde sfeer, De hoofdpersonen laten alles over zich heen komen en zelfs als ze actie ondernemen dan gaat dat kalm en laconiek. Geen heisa, geen drama, alsof het leven niet alleen is wat het is, maar ook niet anders kan zijn. Waarom zou je je dan druk maken? 'Er is geen verleden en geen toekomst. Je bent er gewoon.'


In 'Philippes middagen' is Robbert aan het woord (alterego, autobiografisch?). Als man van zevenentwintig heeft hij Rose-Anne leren kennen. Zij woont in een huis dat hem bekend voorkomt. Het is niet ingericht, Rose-Anne bivakkeert daar tijdelijk, zoals hij en zijn moeder ook altijd tijdelijk ergens woonden. Als hij vanuit dat huis uit het raam kijkt ziet hij in een appartement een schim, die hem doet denken aan iemand die hij  gekend heeft, Louise. Maar het appartement is niet bewoond, wat deed ze daar? Ooit was ze de verloofde van Philippe Crozat, de man  waarmee Robbert als jongen van vijftien een paar middagen doorbracht. Hij denkt terug aan die tijd, een vreemde periode in zijn leven. Met Jenny, zijn moeder, die zich Fréderique noemt bij de mannen waar ze mee om gaat, woont hij in het zoveelste tijdelijk onderkomen. Hij heeft geen vader, geen broers of zusjes, en hij heeft zich nog nooit druk gemaakt over de manier waarop ze hun leven leiden. Ze verhuizen heel vaak, vrij makkelijk als je niets hebt: ' twee koffers en een paar kartonnen dozen'. Jenny is 's avonds vrijwel altijd weg. Robbert is gewend zichzelf te vermaken. En als hij zestien wordt, laat zijn moeder hem achter in Nederland. Hij is groot genoeg, vindt ze. Hij moet zelfstandig worden. Hij ziet haar niet meer terug, weet zelfs niet zeker waar ze is.


'op een dag zal ik bericht ontvangen dat ze is overleden. Een witte envelop. Daarin een witte kaart, met in het midden haar naam, tweejaartallen en een streepje ertussen.'


Twaalf jaar later als hij onverwacht Louise terugziet, komt het verleden weer boven. En heel toevallig blijkt Rose-Anne een relatie met haar te hebben: ze is de tweede vrouw van haar vader. Het herbeleven van die paar middagen brengt hem er toe wat op onderzoek uit te gaan. Hoe zat het precies? Wie was Philippe, de man met valse visitekaartjes, die even snel uit zijn leven verdween als hij er in kwam? Hij spreekt de tuinman, die een paar antwoorden heeft op zijn vragen, maar meer door zijn kijk op het leven bepaalt hoe Robbert zijn verleden integreert in het heden.

'weet je,' zegt hij, 'elk jaar zie ik hoe bomen hun bladeren verliezen, hoe het gras bruin wordt en de bloemen slap gaan hangen. Ik zie het gebeuren en ruim het op. Daarvoor ben ik. Maar dan bloeit alles in de lente weer op. De bomen krijgen hun bloesem, het gras krijgt kleur en het water van de  vijver wordt weer fris...'

Er is veel leegte in dit verhaal: huizen zijn niet ingericht, mensen lijken eenzaam. Ze laten elkaar niet het achterste van hun tong zien, er blijft een afstand. Hun leven lijkt nietszeggend, met een laconieke houding gaan ze het leven door. In dit verhaal worden de geheimen deels  onthuld, maar toch blijven er veel vragen open. De lezer moet tussen de regels door lezen. Maar als je doet, en de sfeer proeft, dan is ook dit boekje genieten.


‘Bij een kruispunt stonden we voor een rood stoplicht. Het licht sprong op groen, maar Philippe merkte dat niet. Toen hij opkeek was het  alweer rood geworden. Pas toen het licht voor de tweede keer op groen sprong reed hij verder.’


'soms is het gewoon tijd om te gaan.'


'de echte baan (=tennisbaan) durfde ik niet op. Daar waren echte mensen.'


Isbn 978 90 388 9070 8 Hardcover 127 pagina's | Nijgh & Van Ditmar | juni 2008

© Marjo, juli 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER