Nieuwe boekrecensies

Onrustig hart
Gerda van Wageningen


Vroeger, toen lang niet iedereen het financieel ruim genoeg had om boeken te kopen en haast niemand zich thuis een goed gevulde boekenkast kon permitteren, haalden mensen voornamelijk hun boeken uit de bibliotheek.  Wij ook, we waren zelfs veel in de bibliotheek te vinden. We mochten drie boeken per persoon per week meenemen en dat was erg weinig voor een leesfanaat als ik. Omdat het een katholieke bibliotheek was werden de boeken daar ook op geselecteerd. Streekromans mochten wel. Mijn vader kwam ook vaak thuis met streekromans, die, omdat mijn drie boeken veel te snel uit waren, ook door mij ook gretig gelezen werden. Een boek is een boek nietwaar?
Wat ik me nog wist te herinneren, is dat die streekromans zich op het platteland afspeelden, bijna allemaal over arm versus rijk gingen en dat er vaak over streng gelovige mensen geschreven werd. Sommige streekromans waren erg mooi, sommige waren niets. Op gegeven moment kwamen er meer boeken op de markt omdat mensen meer te besteden kregen en werd er in de bibliotheken niet meer zo streng geselecteerd. De streekromans raakten daardoor bij mij uit het zicht want er was een nieuwe boekenwereld te ontdekken.


En toen kwam er bericht dat streekromanschrijfster Gerda van Wageningen haar honderdste boek geschreven had. - Ze schrijft al vanaf 1979 elk jaar zo'n drie boeken. - Ik kon een recensie-exemplaar aanvragen. Alle nostalgische sluizen gingen open en ja, het honderdste boek getiteld Onrustig hart wilde ik wel lezen. Toen het binnenkwam ben ik er gelijk in begonnen, nieuwsgierig als ik was of ik streekromans nog steeds prettig vond om te lezen en of de inhoud wellicht wat moderner was geworden.


Het verhaal speelt zich af rond 1900. Wanneer een suikerfabriek zich vestigt in Oud Beijerland, is dat een grote verandering voor het dorp. De meeste inwoners zijn daar blij mee, want de fabriek levert veel werkgelegenheid op.
De tweeëntwintigjarige protestantse Metje Huisman krijgt een baantje als dienstmeisje in het huis van De Beijer, de katholieke directeur van de fabriek. Ze heeft het daar goed, ze krijgt daar uitstekend te eten en dat scheelt haar moeder weer een extra mond om te voeden. Vader heeft ook werk voor de wintermaanden in de fabriek, wat een zegen is. Echt breed hebben ze het thuis niet en voorgaande winters, als er op het land niets te doen viel, was het vaak sappelen om rond te komen.
Metje woont nog bij haar ouders evenals haar oudere broer Huib en jongere broer Izak en zus Hilly. Er zijn enkele katholieke arbeiders meeverhuisd naar Oud-Bijerland, zij zijn in de nieuwe Roomse wijk komen wonen. Als broer Huib verliefd wordt op een katholiek meisje en met haar verder wil, is het huis te klein. Vader Huisman wil er niets van horen. Huib moet maar een meisje van zijn eigen geloof zoeken. En dat is precies wat Huib niet wil. Het is Inge of anders niemand. Ook de ouders van Inge zijn er niet blij mee maar stellen zich wat soepeler op dan vader Huisman. Toch is de sfeer in huis te snijden en wordt het uiteindelijk een onhoudbare toestand.
Metje heeft het er moeilijk mee want de katholieke Jan Huijbers laat duidelijk merken dat hij haar leuk vindt. Dat kan ze vader niet aandoen! Maar ook Meeuwis Tol de protestante postbode loopt achter Metje aan. Bovendien is de getrouwde schoonzoon van de fabrieksdirecteur ook niet vies van het jonge meisje...  De onrust slaat toe en de problemen rond Metje stapelen zich op...


Het boek viel mee en tegen.  Wat me opviel, is dat er zo enorm veel uitgelegd wordt. Was dat vroeger ook zo? Ik weet het niet meer.
De hele gang van zaken in de suikerfabriek wordt uit de doeken gedaan, van aanvoer van de suikerbieten tot de verwerking er van, wat overigens totaal niet relevant is voor het verhaal.  Ook andere dingen worden uitvoerig toegelicht.
Het verhaal rond Metje komt pas vrij laat op gang. Een duidelijk verschil met vroeger is dat Huib en zijn vriendin overwegen om ervoor zorgen dat er getrouwd móet worden omdat zij zwanger is geraakt én dat daar ook met de ouders over gesproken wordt. Dat onderwerp zou vroeger ondenkbaar zijn geweest in een streekroman.
Voor de rest wordt er inderdaad veel over het geloof gepraat en de zuiverheid en ongereptheid van een meisje. Dat is nog niet veranderd. Ook arm versus rijk komt weer voor in het verhaal zoals bijvoorbeeld de dienstbodes die hard moeten werken van mevrouw die er bovendien weinig begrip voor heeft dat deze mensen ook een eigen leven hebben. Gelukkig is er ook de aardige rijke directeur die wel oog heeft voor de arbeiders.
Ook het geklets in het dorp en je netjes en eerbaar moeten gedragen is iets wat je altijd in een streekroman aantreft.


Al met al toch weer prettig om weer eens zo'n verhaal te lezen. Gerda van Wageningen kan schrijven. Het verhaal leest lekker weg maar persoonlijk vind ik dit niet haar sterkste boek, dit vooral door het vele uitleggen en toelichten en ook wel enkele herhalingen bijvoorbeeld over hoe goed en lief Metje is. Ik meen me te herinneren dat ik betere verhalen van Gerda van Wageningen heb gelezen.  Jammer, ik vind het honderdste boek dus niet helemaal geweldig, maar wie weet is nummer honderdeneen wel weer een uitstekend boek!


ISBN 9789059772076 Hardcover 216 pagina's VCL-serie Media 10 januari 2012

© Dettie, 28 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
De clandestienen
Youssouf Amine Elalamy


Twaalf mannen en een vrouw uit Marokko verdrinken tijdens hun vluchtpoging naar Spanje. Ze spoelen aan op het strand vanwaar ze vertrokken. Ze worden gevonden door de dromerige Omar, die elke dag naar het strand gaat om de golven te zien sterven aan zijn voeten. Wat volgt zijn de verhalen van deze mannen en vrouw, hun verlangens, hun dromen. En ook de verhalen van hun moeders.
De moeder van Louafi, die steeds langzamer gaat lopen, naarmate ze dichter bij het strand komt, om haar zoon nog eventjes langer te laten leven.
De moeder van Salah, die elke dag uit de zee dronk, opdat die op een dag leeg zou zijn.
De mannen die weg wilden omdat ze geen werk hadden, want als je geen werk had was je geen man.
De man die nooit sprak, omdat je in je leven maar een bepaald aantal woorden ter beschikking hebt en als ze op zijn, ga je dood. Hij had op de vraag of hij mee ging "Ja" gezegd. Dat was één woord teveel geweest.
Het bootje, dat zich hevig verzette toen het in het water werd geduwd "als een dier dat wegvluchtte voor de hand van de slager". Ze hadden het dus kunnen weten, maar ze wilden zó graag weg.
Aangrijpend is vooral ook het verhaal van de vrouw, die in verwachting is en zich vastklampt aan een plank. Terwijl de kou in haar lichaam bijt en ze haar krachten weg voelt vloeien blijft ze zingen voor haar ongeboren kind:

"....Ik weet dat hij mijn stem hoort, nog harder dan het lied van de oceaan, de wanhoop van de mensen en de woede van het lot; ik zing, zing, zing voor hem, want als je sterft temidden van muziek, ga je volgens mij een beetje minder dood....."

Schrijnend is ook de humor. Er is een man die drijvend in het water maar blijft roepen: "Moeder, moeder, moeder, moeder..." De andere drenkelingen worden er gek van: "Kan iemand zijn moeder even gaan halen?" "Als ze al overleden is, kan ze niet ver weg zijn."
Het zijn stuk voor stuk verhalen waarbij je haren overeind gaan staan. Niet in de laatste plaats door de manier waarop het geschreven is. Poëtisch, overrompelend, indrukwekkend, krachtig proza. Een subliem boek dat onder je huid kruipt.

"Konden we maar.
Konden we het allemaal maar zien.
Misschien zouden we dan kunnen begrijpen dat we de foto's wel bekeken hebben, maar nog niets hebben gezien".


ISBN 978 90 3889317 4, paperback, 126 pagina's / Nijgh en Van Ditmar, Amsterdam / 2010

Berdine, 28 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
 

altEngeland, Engeland
Julian Barnes


Martha is hoofdpersoon in deel een. Zij had als kind een puzzel, dat bestond uit stukjes Engeland. Ze legde deze puzzel graag en vond het leuk als haar vader dan altijd het stukje te voorschijn wist te toveren dat net bleek te ontbreken.
Maar het huwelijk van haar ouders liep stuk, vader verdween, met waarschijnlijk een stukje Nottinghamshire in zijn zak. Als ze hem jaren later weer ziet, zal ze het hem kwalijk nemen dat hij haar herinnering aan de puzzel niet (meer) delen kan.


In deel twee gaat het verhaal ineens heel ergens anders over.
Sir Jack Pitman, die alles al gedaan heeft in zijn leven, bedenkt een nieuw groots project: een enorm pretpark: alles waar toeristen in Engeland op af komen zal hij bijeenbrengen op het eiland Wight.
Hij wil er onder meer replica’s van historische gebouwen neerzetten, acteurs laten spelen dat ze de koning en koningin zijn, ‘echte’ Beefeaters rond laten lopen, en in het bos een clan met Robin Hood de rijken laten bestelen.
Een van zijn personeelsleden is Martha, nu een harde zakenvrouw, die handig gebruik weet te maken van een zwakke kant van haar werkgeefster.


Mijn probleem met dit boek is dat ik geen Engelse ben. Ik denk dat ik een heleboel verwijzingen naar bekende gebeurtenissen en personen mis. Het moet een satire zijn, maar ik pik het niet echt op.
Dat Julian Barnes kan schrijven kan ik vaststellen, maar de waarde van dit speciale boek niet.
Bovendien is er in het eerste deel een bepaalde filosofische toon, die ik verder ik het boek niet terugvind. In dat eerste deel gaat het over Martha’s jeugd: hoe zuiver zijn je herinneringen? Is wat je ziet als je vroegste herinnering niet iets heel anders dan dat?
Zelfs de scènes over het leren op school zijn interessanter dan alles wat daarna volgt.

ISBN 9789045003450 | paperback | 302 pagina's | Atlas, Uitgeverij | oktober 1999
Vertaald uit het Engels door Marijke Versluys

© Marjo, 25 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een kwestie van hoffelijkheid
Amor Towles

Het is Amor Towles gelukt om een heerlijk debuut te schrijven. Het smaakt naar meer, veel meer. Zwijmel weg, reis terug naar de jaren dertig van de vorige eeuw en begeef je tussen de crème de la crème van chique New York. Maar wees op je hoede, het is niet alles goud wat er blinkt.

Katey Kontent en haar vriendin Eve Ross behoren niet tot de chique kringen van New York. Ze komen beiden uit de provincie en hebben elkaar leren kennen in een pension. In het pension delen ze een kamer om de kosten te drukken want erg veel verdienen ze niet met hun bescheiden kantoorbaantjes. Katey komt uit een arbeidersgezin terwijl Eve uit een welgestelde familie komt. Eve wil het echter op eigen kracht redden en weigert geld van haar vader aan te nemen.

Het verhaal begint op oudejaarsavond 1937. De twee vriendinnen brengen deze feestelijke avond door in The Hotspot, een stoffige nachtclub, waar ze luisteren naar jazzmuziek. Hier ontmoeten ze de aantrekkelijke en welgestelde Tinker Grey. Het drietal brengt een gezellige avond in elkaars gezelschap door en meer ontmoetingen volgen. Er wordt over en weer flink geflirt en Katey probeert maar niet te veel over de gevolgen van deze ontmoetingen na te denken. Ze heeft het idee dat het wel klikt tussen haar en Tinker. Soms zoekt hij haar alleen op en dan hebben ze fijne gesprekken. Maar Eve is er natuurlijk ook nog. Ze is een echte schoonheid en gewend te krijgen wat ze wil.

Na weer een aangename avond gaat het mis. Een melkwagen ziet de auto die door Tinker bestuurd wordt over het hoofd en het drietal wordt aangereden. Eve is zwaar gewond en Tinker ontfermd zich met verve over haar. Hij voelt zich verantwoordelijk voor het ongeluk en neemt Eve, na haar ontslag uit het ziekenhuis, zelfs in huis. Eve ontpopt zich tot een verwende vrouw die schaamteloos gebruik maakt van Tinkers bezwaarde gemoed. Met het grootste gemak wordt Katey op een zijspoor gezet. Tijdens de spaarzame keren dat ze nog welkom is in het appartement van Tinker ziet ze met lede ogen toe hoe het tweetal steeds meer naar elkaar toe groeit. Ze weet dat de strijd gestreden is maar Tinker blijft in haar gedachten.

Door de omgang met de succesvolle Tinker heeft Katey een aantal mensen uit de chique kringen leren kennen. Deze introduceren haar op hun beurt weer bij anderen. De luxe etentjes en elegante feestjes die ze nu geregeld met haar nieuwe vrienden bijwoont, staan in schril contrast tot het bescheiden leven dat ze normaliter leidt. Rijkdom en status blijken echter geen garantie voor een gelukkig leven. Katey komt er al snel achter dat er bij haar nieuwbakken vrienden heel wat rommelt onder de oppervlakte. Ook mensen met geld moeten hun draai zien te vinden het in het leven. Geld blijkt niet zaligmakend en de rijkelui in New York hebben te kampen met problemen als bedrog manipulatie en schone schijn. Nu Katey zich ophoudt in deze kringen wordt ze genadeloos meegesleept in tal van verwarrende en spectaculaire ontwikkelingen.

Het is smullen van alle intriges in dit verrukkelijke en stijlvolle boek, nergens wordt het plat of smakeloos. Het  verhaal is uitstekend onderbouwd met mooi uitgediepte personages. De liefde van Amor Towles voor de periode die het verhaal beslaat, uit zich in de verfijndheid waarmee dit verhaal uitgewerkt is. Deze roman getuigt van klasse.

ISBN 9789022959893| Paperback|386 pagina's| Orlando  | januari 2012
Vertaald door René van Veen

© Annemarie, 19 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEen vriend van de familie
Lindsay Clarke


Als Martin, jongen van eenvoudige komaf, in contact komt met de familie Brigshaw, is hij overweldigd: zo wil hij ook zijn. Martins vader is een arbeider, zijn moeder verdient bij als werkster. Ze wonen in een bedompt souterrain. Adam daarentegen woont op High Sugden, een eeuwenoud landhuis. Zijn vader is schrijver en politiek activist. Op het moment dat Martin de familie leert kennen, is Hal betrokken bij de herinrichting van een Afrikaanse staat, Equatoria, dat nu geen kolonie meer is.
De actualiteit, de hectiek rondom al die politieke verwikkelingen overvalt de dromerige Martin, die gedacht had zijn leven in te richten als dichter. En dan is er nog de zus van Adam: Marina. Tot over zijn oren verliefd is hij, maar zij ontwijkt hem. Ze heeft zo haar eigen problemen. Toch ontdekt ze dat Martin een goede luisteraar is. Hal die teleurgesteld is in zijn eigen zoon, ziet kans de naïeve Martin voor zich te winnen. Later zal Adam zeggen: ‘jij hebt mijn leven geleid.’ Of dat zo is, moet blijken.
En Grace, de vrouw des huizes? Ook met haar raakt Adam verwikkeld. Het beïnvloedt zijn latere keuzes.
Het verhaal begint als de bijna zeventigjarige Hal na enkele beroertes aan Martin vraagt of hij wil bemiddelen: nu hij niet lang meer te leven heeft wil hij graag zijn zoon en dochter nog een keer zien. Ze hebben al jaren geen contact meer, en wonen in Umbrië.
Martin is intussen een geslaagd oorlogscorrespondent, mede te danken aan Hal. Op het persoonlijke vlak is het niet zo best gesteld, zijn vriendin maakt een eind aan hun relatie als hij tegen zijn zin toch naar Italië reist. Ook hij heeft al heel lang geen contact meer gehad met zijn vriend en de vrouw van zijn dromen. Terwijl hij in Italië aankomt, en hij er langzaam achter komt waar Adam en Marina zich nu mee bezig houden, overdenkt hij het verleden. Hoe kan hij hen overhalen hun vader nog een keer te bezoeken? Hij zal dingen moeten vertellen die hij liever ongezegd liet…


Dit is een veelomvattend boek, een boek dat je geboeid weet te houden tot op het laatst, zelfs als de ontknoping misschien niet gaat zoals je na al de eerdere pagina’s verwacht. Waar eerder veel aandacht was voor politieke ideologieën, voor oorlogen en ellende, eindigt het boek als in een goddelijk visioen. Maar Lindsay Clarke blijkt een uitstekend verteller: je slikt het. Vooral omdat het niet zweverig wordt, Martin, de spil waar alles om draait, blijft immers met beide benen aan de grond.
Dit boek is vooral ‘veel’, behalve genoemde ideologieën ook klassieke legendes, de verschillende milieus die na de tweede wereldoorlog hun strikte scheiding zouden verliezen, liefde en verraad, en mystiek.
Dat maakt het de moeite waard om nog eens aandachtig te lezen. Lindsay Clarke blijkt in Engeland al lang bekend te zijn, dit is zijn achtste roman. De vraag is dan ook: wanneer worden de andere boeken van deze schrijver vertaald?


ISBN 9789046811917 | paperback | 490 pagina's | Nieuw Amsterdam | nov  2011
vertaald door Jan Fastenau

© Marjo, 16 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altVossenblond
Rascha Peper


Ordelijke types, die graag alles opgeruimd hebben in kasten en laden, alles ingedeeld in vakjes en schuifjes, die moet dit boek maar niet lezen. Rascha Peper stelt veel vragen, maar beantwoordt nog geen derde er van.
Haar hoofdpersoon, Walter Tervoort, is archeoloog, archeozoöloog om precies te zijn. Bij zo’n beroep ben je gewend vragen te stellen en op zoek te gaan naar antwoorden. Die je ook nauwelijks vindt. Je kan veronderstellen.
Voor zijn broodwinning graaft hij eeuwenoude skeletten op in een kerk in Alkmaar, maar leuker vindt hij een ander karwei: een Karolingisch paardengraf ergens in Limburg.
Ook in zijn privéleven vraagt Walter zich van alles af, geeft veronderstellingen, verandert van gedachten, en ook daar zal hij niet vaak een duidelijk antwoord op zijn vragen vinden. Soms klopt de realiteit met zijn ideeën, vaak ook niet. Wat betekent bijvoorbeeld dat telefoontje, dat hij op pagina 15 krijgt? Als lezer verwacht je dat daar nog wel iets mee zal gebeuren, en dat is ook wel zo, maar… En die poster over een vakantie in de Algarve, waarop hij zichzelf meent te herkennen? Hij is daar nooit geweest en rijdt geen paard.


Vragen…
Sinds zijn scheiding woont hij alleen en heeft af en toe damesbezoek, tegen betaling, om zijn lusten te bevredigen. Want hij wil geen droge oude knar worden. Maar als zijn ‘vaste dame’ niet meer wil komen voor deze doorsmeersessies, moet hij op zoek naar een ander. Zo leert hij de bijna dertig jaar jongere vossenblonde Vera kennen, die hem zeer bevalt. Hij wordt verliefd. Dat heeft consequenties: hij raakt meer bij haar betrokken dan goed voor hem is, hij zorgt zelfs voor haar hond als ze naar Schotland gaat. Tot zijn schrik ontdekt hij dat ze niet helemaal de vreemde is die hij dacht dat ze was. Maar weet zij dat ook? Hoe komt ze aan die gebroken vingers en die blauwe plekken? Waarom belt ze niet om te vragen hoe het met haar hond gaat?


Vragen…
En dan is er nog de hond, die ook zijn zegje mag doen. In korte cursiefjes lezen we hoe het dier denkt over zijn bazen. Het is wel grappig hoe hij soms via een hele andere redenering tot de juiste conclusie komt.
Het is een boek dat je dichtslaat zonder antwoorden. Maar Rascha Peper is een rasverteller, en ze heeft dit vast niet zo gedaan, omdat zij geen antwoorden zou weten te verzinnen. Ik denk dat het gaan om de analogieën en de tegenstellingen: het opgraven van dode dingen versus de liefde, dat de kern van het leven is. Niet alles is te kennen, niet alle theorieën zijn bewijsbaar.
Zoals we van haar gewend zijn s het boek gebaseerd op een feit: de opgraving in de Alkmaarse kerk is echt.


Het laatste woord is aan de hond:


‘het blijft toch behelpen met de mensen. Echte trouw lijken ze niet te kennen, ook onderling niet. Soms zijn ze heel innig en dan zien ze elkaar weer een tijd lang niet. Of nooit meer, en zijn ze weer alleen. Of ze elkaar missen, zoals wij honden onze baas of vrouw missen, daar kom je meestal niet achter. Maar heel zelden kun je als het ware ruiken dat ze met hun gedachten bij degene zijn die er niet is.‘


ISBN 9789021440156 | hardcover |255 pagina's | Em. Querido's Uitgeverij | september 2011

© Marjo, 7 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altOnder de meidoorn
Ai Mi

Sommige verhalen steken met kop en schouders boven andere uit. Dit is zo’n verhaal. Het speelt zich af begin jaren zeventig tijdens de Culturele Revolutie in China en is, deels, waargebeurd. Wie het leest zal het nooit meer vergeten.

De ouders van middelbare scholiere Jing Qui zijn in ongenade gevallen en publiekelijk aangeklaagd. Vader moest vertrekken naar het platteland. Moeder mocht blijven om, in grote armoede, voor haar kinderen te zorgen. Volgens de partij (van Mao Zedong) is er nog hoop voor de jonge Jing Qui. Zij is nog “hervormbaar”. Als ze voldoet aan de verwachtingen zal ze een mooi voorbeeld zijn van het principe dat ook mensen van twijfelachtige afkomst zich tot goede, wenselijke burgers kunnen ontwikkelen. Een zege voor het systeem.

Jing Qui is intelligent en haalt goede resultaten op school. Ze mag meewerken aan een project waarbij ze zal gaan schrijven aan nieuw lesmateriaal. De inhoud van de schoolboeken moet aangepast worden en aansluiten bij de huidige denkwijze. Samen met een aantal andere scholieren vertrekt ze naar het platteland om de geschiedenis van het gebied opnieuw op te tekenen. In het dorp Xicunping woont ze, voor de duur van het project, in bij een boerenfamilie. Jing Qui geniet van haar tijd bij deze familie. Niemand weet van haar twijfelachtige afkomst en ze wordt met respect behandeld. De moeder van het gezin ziet in de immer ijverige en nederige Jing Qui een uitstekende huwelijkspartner voor haar zoon. Jing Qui koestert echter geen gevoelens voor deze jongeman en moet zich in allerlei bochten wringen om beleefd te blijven maar zich niet tot een huwelijk over te laten halen. Een andere gast in het dorp is Lao San. Hij wordt geregeld uitgenodigd in het huis van Jing Qui’s gastgezin. De ontmoeting tussen Lao San en Jing Qui zal het begin zijn van een prachtige maar ook schrijnende liefdesgeschiedenis.

Jing Qui en Lao San kunnen niet openlijk toegeven aan hun liefde. Dat is niet toegestaan en kan hen in grote problemen brengen. Bovendien komt Lao San uit een zeer hooggeplaatste familie en is Jing Qui, door haar achtergrond, geen geschikte partij. Niemand mag ook maar vermoeden dat ze met elkaar omgaan. De onwetendheid van Jing Qui maakt het allemaal nog moeilijker. Ze weet letterlijk niks over liefde en seks. Er wordt over seks slechts mondjesmaat en in bedekte termen gesproken. Jing Qui begrijpt het niet en vat alles letterlijk op. Zo denkt ze dat een gewone aanraking een meisje al in de problemen kan brengen. Bovendien prent haar moeder haar met regelmaat in dat mannen alleen maar slechte bedoelingen hebben. Het is voor Lao San een hele klus om Jing Qui, die ook nog eens ontzettend koppig is, van zijn liefde en goede bedoelingen te overtuigen.

Voor ons westerlingen is het moeilijk te begrijpen hoe het leven in China in die tijd geweest moet zijn. Dit verhaal gaat niet te diep in op alle politieke aspecten maar toont het leven van de eenvoudige burger en hoe deze zich staande moest zien te houden te midden van alle wetten en regels. Het is heel beklemmend om te lezen over de aanhoudende angst iets verkeerd te doen en de ijver waarmee men elkaar in de gaten hield. Het verhaal blijft trouw aan zijn romanvorm en vervalt op geen enkel moment tot een geschiedenisles. Binnen de kortste keren was ik uitermate geboeid en wilde ik niet meer stoppen met lezen.

Over dit boek kan ik nog uren uitweiden. Dat zal ik niet doen want zo mooi als Ai Mi schrijft kan ik het niet navertellen. Het verhaal is boeiend, hartverscheurend, aangrijpend, romantisch en ontroerend. Zonder twijfel een aanrader.

ISBN 9789022959916| Paperback |400 pagina's | Orlando | oktober 2011
Vertaald door Iege van Walle en Katrien Coupez

© Annemarie, 5 januari 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe redding
Anita Shreve


'Zover zal het met Rowan niet komen. Daar zal hij voor zorgen.'


Peter Webster, een jongeman van net 21, heeft er voor gekozen niet in zijn vaders voetsporen te treden, maar ambulancebroeder te worden. Geen doe-het-zelfzaak voor hem, maar een enerverend bestaan met wisselende diensten en het steeds opnieuw geconfronteerd worden met de meest akelige ongelukken. Een van de eerste waar hij met zijn collega naar toe moet, is een eenzijdig ongeluk waar een jonge vrouw bij betrokken is, ze is dronken…
Sheila is een paar jaar ouder dan Webster, maar dat weerhoudt hem niet. De eerste keer heeft hij een voorwendsel: ze heeft haar sleutels verloren bij het ongeluk, en hij brengt ze haar na, maar daarna blijft hij haar opzoeken. Nazorg zegt hij. Het leidt tot een nazorg van ruim twee jaar. Een stormachtige relatie, een dochter, en dan: het einde. Sheila blijkt niet van de drank af te kunnen blijven en Webster stuurt haar weg, als ze hun dochtertje Rowan in gevaar brengt.


Dit verhaal, tot aan Rowans achttiende verjaardag wordt verteld in retrospectief, waarbij in het laatste deel het verleden samenvalt met het heden en de tekst weer in de tegenwoordige tijd staat.
Het is het verhaal van een man die zijn verantwoordelijkheid kent en neemt, maar die geen raad weet met een tiener die haar eigen conclusies trekt uit wat ze hier en daar opgevangen heeft over het verleden. Een verhaal over geheimen, over liefde. Over wat drank kapot maakt, over wat familie betekent.
Het verhaal wordt doorspekt met allerlei ‘gevallen’ waar Webster in zijn werk mee te maken krijgt. Ze bepalen mede de sfeer van het verhaal. Het is niet alleen maar een romantisch verhaal; de kern ervan is een man die zijn leven probeert te leiden op een manier die hem het best lijkt, maar die daarbij rekening moet leren houden met anderen. Hij zal moeten leren dat hij het alleen niet kan.
Mooi verhaal, met achterin een interview met de schrijfster en leesclubvragen.


ISBN 9789022960516| 325 pagina's | Orlando | november 2011
Vertaald uit het Engels door Erica Feberwee

© Marjo, 3 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet graf van Bach
Bob den Uyl


Ik heb een novelle gelezen, waarin een voorwoord staat van de biograaf van de schrijver. Als iemand een biograaf heeft, moet het toch een schrijver zijn die bekend is.
Bob den Uyl… ik heb nooit van hem gehoord. Is dat een lacune? Even gegoogled, en de man, in 1992 overleden, blijkt 27 werken op zijn naam te hebben staan, waarvan er drie bekroond zijn. Ik ken er niet één van.
Ik moet ook zeggen dat ik het boekje niet utgelezen zou hebben, als ik niet van tevoren had geweten, door het voorwoord, hoe ik bepaalde dingen moest plaatsen.


Het is het verhaal van de wereld na de Apocalyps: in de westerse landen, Europa, Azië en Amerika, is geen levende ziel meer te bekennen, als een stam Bantoes door het onherbergzame land trekt. Zij zien een skelet, maar gaan er zonder meer aan voorbij. Dan volgt het verhaal van een overlevende: in de dorre lege wereld dwaalt nog één man rond. Een man die niet weet hoe hij heet, maar waarom zou hij dat ook nog willen weten? Hij is ‘gered’ doordat hij een schuilplaats zocht in een hoek van muren, waarin een loden kist stond, ‘het graf van Bach’. Af en toe komen er herinneringen boven, aan de tijd dat er nog wel mensen waren, maar steden bestookt werden door raketten en bommen, overal vandaan. Iedereen ging eraan, het zou ongetwijfeld ook zijn lot zijn. In een wereld waar de moraal al ver te zoeken was - het was ieder voor zich - ontmoette hij een meisje, dat de mannen van zich af hield met een pistool. Het meisje doet nog één keer oude gevoelens vlammen. Nog even herleeft de menselijkheid, en dooft dan onherroepelijk.


Het is een vreemd verhaal, ook stilistisch. Het begint met de Bantoes, in een 3e persoon, de alwetende verteller is aan het woord. Dan komt de eenzame overlevende in beeld, en is er sprake van wij en van ik. Is dan de man aan het woord? Het blijft enigszins onduidelijk. Tot hij zegt tegen zichzelf te spreken. Maar dan nog is de wij-vorm niet geheel duidelijk.
Ook zijn de overgangen tussen heden en herinneringen niet altijd duidelijk. In het voorwoord staat dat het verhaal, vermoedelijk geschreven rond 1964, oorspronkelijk getikt was op 25 velletjes zonder duidelijke indeling. Nu zijn er wat witregels aan toegevoegd, maar het is grotendeels in de originele vorm. We kunnen autobiografische elementen terugvinden: het bombardement van Rotterdam,  een ontsnapping aan een raketaanval, en het meisje in het verhaal vertelt over haar moeder, die volgens de biograaf duidelijk de moeder is van Bob den Uyl.
Waarom zou je willen leven? As je toch dood gaat, wat maakt het dan uit? Maar, zegt den Uyl, als een individu zijn leven richt op iets speciaals, al is het een postzegelverzameling, hoe kun je dan zeggen dat het een waardeloos leven was?
Deze overlevende richt zich op het voortbewegen van zijn benen, terwijl hij denkt aan het meisje, aan de liefde, te midden van een vernietigde wereld.

ISBN 97889074113182| Paperback | 56 pagina's | Reservaat | 2007

© Marjo, 30 december 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De wereld volgens Filo
Kattenkrabbels
Marylka Bender


Filo heeft een geheim, in zijn vorig leven was hij een mens, een mens met een kat. Als mens was hij een denker en had bedacht dat hij in zijn volgende leven als kat terug wilde komen. 'Vergeleken met het altijd onrustige bestaan van een mens, had mijn kater het duidelijk beter voor elkaar.'
Zijn wens komt uit. Zijn nieuwe naam is Filo.


Ik geloof dat ik een deftige kater ben geworden, met een zijdeachtige zwart-witte vacht, grote, goudbruine ogen, een imposante snor in een vriendelijk, rond gezicht en met indrukwekkende stem met veel variatiemogelijkheden, waarmee ik luid - en volgens mij heel mooi - kan zingen.


Filo heeft geluk, hij komt bij een goed baasje terecht, ze heet Clara. Meestal begrijpen ze elkaar maar soms niet. Waarom hij bijvoorbeeld 's nachts niet op haar bed mag liggen en overdag wel is hem een raadsel. Maar ja, voor de rest is ze heel aardig, ook al kan ze niet koken en moet hij zich behelpen met blikvoer.  Natuurlijk gaan ook de hormonen opspelen en Filo hoopt dat kattendames niet zo bekrompen zijn als mensendames. Die konden zo zeuren als je een andere dame ook leuk vond. Filo heeft Minette op het oog, een charmante kattendame. Maar er zijn kapers op de kust.
Ook sluit Filo vriendschap met Muck een zwerfkat en ze beleven samen enkele avonturen.

De avonturen van Filo worden vanuit de kat zelf verteld. Hij vertelt ook 'Hoe de kat op aarde kwam' en over zijn soms vreemde dromen. Filo beziet de mens als zijnde een aardig maar toch wel vreemd wezen. Filo is, net als toen hij mens was, ook een denker en zijn overpeinzingen staan achterin het boekje genoteerd, zoals deze:


'Met veel moeite probeert de mens zijn hersens te temmen, zijn spieren te ontspannen en te mediteren. Vaak heeft hij daar jaren voor nodig - of leert hij het nooit. Wij katten hoeven wat dat betreft niets te leren - wij kunnen dat uit onszelf.'


Het is een aardig boekje, leuk voor kattenliefhebbers, persoonlijk had het van mij wat meer katachtig mogen zijn. Het is allemaal toch nog erg menselijk wat de kat te vertellen heeft.  Niet echt verrassend geschreven maar ook niet vervelend. Doorheen het boekje staan kleine zwart-wit tekeningen van een katje. Geen aanrader, geen afrader, wel een prettig tussendoorboekje.


(De Duitse schrijfster en tekenares Marylka Bender is een aanhangster van het zenboeddhisme. Dat komt tot uiting in zowel de tekst als in de illustraties van dit kleine boekje over de gereïncarneerde kater Filo.  Opmerkelijk is wel dat de in 1909 geboren schrijfster/tekenares pas op 88-jarige leeftijd haar eerste boek schreef en dat ze 'Kattenkrabbels' schreef en tekende toen ze 101 jaar oud was.
Bron: Biblion)


ISBN 9789052108421 Hardcover 62 pagina's  Tirion natuur oktober 2011
Vertaald door Sylvia Wevers

© Dettie, 28 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEen kwestie van hoffelijkheid
Amor Towles



‘Wees geen pronker die voortdurend in de gaten houdt of hij wel juist uitgedost is, of zijn schoenen wel passen, zijn kousen netjes opgetrokken zijn en zijn kleding goed zit’.


New York, de jaren zestig. Ik-persoon, Kate, bezoekt met Val, waarschijnlijk haar partner, een fototentoonstelling en ziet daar een bekende hangen: Tinker Grey. Hij is geportretteerd in twee hoedanigheden: in goede doen, en als enigszins verlopen figuur. Het zien van die foto’s brengt Kate terug in de tijd.


New York, laat jaren dertig. Men probeert de slechte crisisjaren te vergeten, nu de economie  - door toedoen van de oorlogsdreiging in Europa – weer wat aantrekt. Kate Kontent is de dochter van een Russische immigrant, uit New York. Zij woont in een pension voor nette meisjes, waar ze Eve Ross leert kennen, een meisje dat uit het Midwesten naar New York is gekomen om een eigen leven te leiden, los van haar rijke en bezorgde ouders.


‘Ik wil overal onder, zegt ze, ‘behalve onder iemands duim.’


Met een beperkt budget gaan ze Oudejaarsavond 1937 in. Ze gaan naar een nachtclub in Greenwich Village om naar muziek te luisteren en te drinken. Later willen ze ergens een hapje eten, en dan weer naar huis. Maar als er een jongeman - die er niet alleen knap uitziet, maar ook rijk - de bar inkomt, en ook nog zonder gezelschap, gooit Eve alle remmen los. ‘Die is voor mij’, zegt ze.
Zo komt Tinker Grey in hun leven, en in de volgende weken zullen de meisjes hem leren hoe je zo goedkoop mogelijk aan je vertier komt, terwijl hij hen meeneemt naar dure gelegenheden. Tot die fatale avond waarop ze een auto-ongeluk krijgen, en Eve getekend zal zijn voor het leven. Tinker voelt zich duidelijk schuldig, hij kiest nu voor Eve, terwijl hij anders misschien wel eerder Kate gekozen had.
Tinker en Eve verdwijnen naar de achtergrond maar blijven een rol spelen in het leven van Kate. Zij weet zich door steeds de juiste keuzes te maken op te werken. Ze heeft diverse relaties, en veel vrienden, blijft een beetje in dezelfde kringen ronddolen, maar of dat haar gelukkig maakt?
Zijn de geruchten over Eve en Tinker waar? Wat is de rol van Anne Grandyn?


‘Een kwestie van hoffelijkheid’ slaat op meerdere situaties, maar vooral, denk ik, op het feit dat Tinker bij Eve blijft, maar het verwijst zeker ook naar dat boekje van George Washington, dat hij schreef  onder de titel ‘de regels voor beschaafd gedrag in gezelschap en tijdens conversaties’. Dit boekje blijkt Tinkers leidraad in het leven, waaruit Kate de conclusie trekt dat hij nep is. Maar of ze daar gelijk in heeft? Overigens staat dit boekje afgedrukt achter het verhaal. Leuk! En helemaal niet zo gek om deze 110 regels als leidraad te gebruiken!
‘Draai anderen de rug niet toe, vooral niet als u spreekt. Breng geen tafel in beweging, waaraan een ander leest of schrijft. Leun er evenmin op.’
Die George Washington was zo gek nog niet.


Terug naar de roman. Die schetst het leven in de jaren voor de tweede wereldoorlog losbarstte, maar dan eigenlijk alleen de 'valse' zijde: de verkwisting, de leegheid, het losbollenbestaan. Kate blijkt zich er enigszins aan te kunnen onttrekken, en biedt samen met een enkele vriend wat weerstand. Maar ook in haar vriendenkring (hm, zijn dat vrienden?) wordt behoorlijk gedronken en met geld gesmeten.
Het is wel duidelijk dat Katey geen leeghoofd is, maar echt duidelijk komt ze niet uit de verf. Geen enkel personage eigenlijk.
De stijl is meeslepend, en je leest het boek vlot uit, ondanks de kleine eigenaardigheden die een redacteur weg had moeten werken.
Het kan volgens mij niet dat je eerst iemand omschrijft als een vrouw van begin vijftig, terwijl je enkele alinea’s later zegt dat je haar haar leeftijd nauwelijks kunt aflezen.
En dat je eerst zegt dat er in de relatie met iemand geen ongemakkelijke stiltes zijn, terwijl je even later zegt dat je met dezelfde persoon een ongemakkelijke stilte deelt.
Maar de droge humor, de veelheid van belevenissen in zo’n korte tijd laten je die foutjes snel vergeten. Een lekker wegleesboek.
Leuk accentje: ieder deel begint met een foto, uit bovengenoemde tentoonstelling neem ik aan.


Achterin dus die regels van Washington, en een lijst met bijpassende muziek. Ook nog een interview met de schrijver en leesclubvragen.


ISBN 9789022959893 | Paperback | 386 pagina's| Orlando  | januari 2012
Vertaald uit het Engels door René van Veen

© Marjo, 27 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

1984
George Orwell


Het verhaal is waarschijnlijk wel bekend. Het jaar is dus 1984, het land is Oceanië.
Er is een nieuw politiek systeem opgezet, waarbij de maatschappij in drie lagen uiteenvalt. De leider is Big Brother, Grote Broer. Het is niet helemaal duidelijk wie dit is, bestaat de man wel? Of is het een clan van machtswellustelingen? Zij vormen de Partij. Onderaan de ladder is er het volk, dat dom gehouden wordt met muziek uit machines, en voor wie eenzelfde soort machine zwijmelromannetjes verzint. Zij, de proles,  zijn onnozel genoeg om geen gevaar te vormen voor het totalitaire systeem. Tussen deze twee lagen bevinden zich de werknemers, die ervoor zorgen dat het systeem blijft bestaan. Als mensen zelf beginnen te denken of anderszins in opstand komen, worden zij geëlimineerd (gevaporiseerd) en moeten zij uit de geschiedenis geschreven worden. Kranten en boeken worden continu herschreven, zodat men nauwelijks meer weet wat de waarheid is/was. ‘Big brother is watching you”: iedereen wordt constant in de gaten gehouden via teleschermen en opnameapparatuur, en degene die zich niet conform de regels gedraagt wordt onmiddellijk tot de orde geroepen.
Winston Smith, de hoofdpersoon, behoort tot deze groep. Hij gedraagt zich heel lang, maar blijkt te intelligent om slaafs te doen wat hem opgedragen wordt. Het begint met zijn ontdekkingstocht in de wijk waar de proles wonen. Hij vindt een winkeltje waar ‘oude’ voorwerpen liggen, en koopt er een dagboek. Dat is de eerste rebellie.
Dan is daar Julia, met wie hij een relatie krijgt. Verboden natuurlijk (seks is niet voor de lol, maar alleen voor de voortplanting) dus  Winston huurt clandestien een kamer boven het winkeltje. Op het ministerie waar hij werkt loopt een zekere O’Brien rond, en Winston begrijpt uit zijn gedrag dat hij een  lid is van het Verzet. Er wordt contact gelegd.


Orwell schreef in de jaren vijftig van de vorige eeuw zijn angst voor het communisme van zich af: een totalitaire staat waarin voor individuele ontplooiing geen ruimte is. De afloop van het boek is niet positief, Grote Broer wint. Dat kan niet anders.
Ik ben niet van een lichting die de angst voor de communisten heeft gekend. Vertrouwen is een woord dat in Orwells boek niet kan bestaan. Is het daarom dat de schrijver zijn hoofdpersoon eerst toestaat een gelukkige relatie te hebben met Julia? Ik heb daar zo mijn vraagtekens bij: waarom is Winston niet meteen opgepakt? En als hersenspoeling het doel van de marteling is, waarom dan eerst al die doelloze verhoren?
Zou ik bang geworden zijn als ik in die periode dit boek gelezen had? Geen idee. Nu vind ik het helemaal niet geloofwaardig. Zelfs niet als je bedenkt dat men tegenwoordig aardig het doen en laten van mensen kan controleren, via een nummerbordherkenning, via een gps-systeem, versus internet en nog meer van die moderne apparatuur.


ISBN 9789025363697 | hardcover |308 pagina's | Athenaeum-Polak & Van Gennep | mei 2008
Vertaald uit het Engels door Tinke Davids Nawoord: Kees Fens

© Marjo, 20 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
Alleen in Berlijn
Hans Fallada


Hans Fallada (1893-1947) is een pseudoniem voor Rudolf Ditzen. Op zijn achttiende werd hij voor het eerst in de psychiatrie opgenomen. Ondanks zijn latere verslaving aan morfine en alcohol was hij een zeer productief auteur. Hij werd in 1932 wereldberoemd met de roman “Wat nu, kleine man?”. Hij stierf kort na het inleveren van het manuscript voor “Alleen in Berlijn”.

Dit boek brengt ons een verslag van de laatste jaren uit het leven van Otto en Elise Hampel (in het boek Otto en Anna Quangel). Dank zij de bezetenheid van de nazi’s om alles te noteren, of in statistieken te gieten, beschikte de auteur over een gedetailleerd verslag van de verhoren. Hun beider leven eindigde onder de galg in 1943, veroordeeld wegens land- en hoogverraad. Gedurende twee jaren (sinds het sneuvelen van Elise’s broer in Frankrijk) hadden zij het namelijk aangedurfd, om, met regelmatige tussenpozen, her en der in Berlijn briefkaarten achter te laten, die opriepen tot verzet tegen het nazi-regime. Een arbeidersechtpaar in gevecht met Goliath. Zij waren er van overtuigd, dat hun daden anderen er ook van zouden overtuigen, dat een wereld zonder Hitler een betere wereld was. Maar de meeste kaarten worden onmiddellijk bij de Gestapo ingeleverd. Pas wanneer Otto op een ongelukkige manier een kaart verliest op het werk, en hij dit probeert op te vangen door iemand anders te verplichten, deze op te rapen en naar het partijlid op het werk te brengen (eigenlijk maakt hij zich hier niet verdachter door dan zijn collega’s), loopt het grondig mis. Voor het eerst ervaart hij hoe anderen tegenover deze kaarten staan. Overal heerst angst.

Het verhaal van Anna en Otto wordt op meesterlijke wijze in de globale context van angst en terreur, die het Derde Rijk kenmerkt, ingevoegd. Het is het eerste Duitse boek ooit geweest die de interne weerstand aangekaart heeft. Een een ogenschijnlijk "fait divers", in dit geval het sneuvelen van de zoon, maakt van twee oudere, niet direct fanatieke meelopers van het regime, fervente tegenstanders. Mijns inziens wordt er ook heden ten dage nog veel te weinig aandacht besteed aan de interne tegenstand in Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Enerzijds is dit het verhaal van een koppel dat geweldloos verzet biedt tegen een onmenselijk regime, anderzijds is dit een spannende detective, die afwisselend verhaalt vanuit het standpunt van de "daders", anderzijds uit het standpunt van de "speurders" (Gestapo). Of een verhaal van jagers en wild (dat slecht afloopt voor het (in dit geval) goede wild).

Het verhaal besluit met het proces en de terechtstelling van Otto. Niet alleen ondervragingen van verdachten, maar ook de processen in Nazi-Duitsland zijn een aanfluiting van wat wij tegenwoordig als democratie ervaren. Fallada beschrijft dit op een sarcastische manier.

Als nawoord toch nog een positieve noot. Een van de nevenfiguren in het verhaal, eerst een fervent aanhanger (hij behoorde tot de Hitlerjugend), vindt op het einde van het verhaal de goede weg terug.

Deze uitgave is gebaseerd op de oorspronkelijke tekst, die onlangs werd teruggevonden. Deze bevat, in tegenstelling tot de in 1947 gepubliceerde versie, meer politieke nuances, en is rauwer en explicieter.
Het boek sluit met een tekst van Fallada over “Duitsers in verzet tegen de Hitlerterreur”, waarin we ook meer vernemen over het ontstaan van het boek.

ISBN 9789059363335 Paperback 528 pagina's| Cossee, Uitgeverij |november 2011
Vertaald door A.Th. Mooij

© Lezer100, 18 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altNacht over Westwoud
Wanda Reisel

Vervangend huisarts Levi Levi strijkt voor zijn werk neer in Westwoud, een klein dorpje op het platteland. Hij neemt zijn intrek in het huis, en tevens de praktijk, van huisarts Simons. Zijn vrouw Lea en puberdochter Dylan zijn niet meegekomen. Huisgenoot Flip, de kat van dokter Simons, stelt zijn aanwezigheid duidelijk niet op prijs dus Levi moet het zonder gezelschap stellen. Het huwelijk van Levi loopt al een tijdje stroef en Levi hoopt dat deze tijdelijke verhuizing hem en zijn vrouw weer dichter bij elkaar zal brengen. Dat ze elkaar zullen missen en de liefde opnieuw op zal bloeien. Dokter Simons blijkt een niet al te fraai figuur. Hij bespiedt de dorpelingen met een verrekijker op zolder en legt ongebruikelijke dossiers over hen aan.

Westwoud is een klein, hecht dorp en de inwoners zijn vriendelijk tegen hun nieuwe huisarts. Vooral met dierenarts Lidie kan Levi goed overweg. Ze heeft iets stugs over zich wat hij op de een of andere manier aantrekkelijk vindt. De eerste dagen is het nog wat rustig in de praktijk maar al snel komen de eerste patiënten opdagen. Levi behandelt veelal alledaagse kwaaltjes en leert de dorpsbewoners beter kennen. Sommigen durven beter hun verhaal te doen tegen deze tijdelijke arts dan tegen dokter Simons. Levi wordt regelmatig her en der op de borrel gevraagd en begint zijn draai te vinden.

Helaas heeft Westwoud ook zijn minder mooie kanten en het is deze keerzijde die een steeds dreigender vorm aan zal nemen. Er wordt namelijk druk vergaderd over het op komst zijnde Offerfeest. Een lokale schapenboer, de vader van dierenarts Lidie, richt zijn bedrijf rond dit feest in als rituele schapenslachterij. De eerste jaren kwam er hooguit een twintigtal kopers op af maar de afgelopen jaren kuierden er meer dan honderd kopers met hun gezinnen door het dorp. In het begin maakte niemand zich druk om de schapenslacht maar nu de bewoners steeds meer moslims door hun dorp zien dwalen is het ineens een heikel punt geworden. Er is sprake van overlast en bovendien wordt nu ook het welzijn van de schapen betwist.

De sfeer in het dorp wordt met de dag grimmiger. Steeds meer mensen laten zich openlijk negatief uit over moslims. Ze vinden dat deze buitenlanders hun mooie dorpje “besmetten”. Van dokter Levi wordt een duidelijk standpunt verwacht. Levi heeft geen problemen met moslims en vindt de inwoners van het dorp bekrompen. Er zitten een paar onruststokers tussen en Levi weet niet of het wel verstandig is om zijn mening aan de grote klok te hangen. Dan gebeurt er iets schokkends en wordt een moslimjongen als schuldige aangewezen. Haat laait in alle hevigheid op. Wanneer Levi niet reageert zoals men van hem wenst keert deze haat zich ook tegen hem.

Een boek over racisme en de vergaande gevolgen ervan. Over de lelijkheid van haat en hoe onwetendheid en onbegrip deze hekel groter en groter laten groeien. De bekrompenheid van de mensen achter de keurig geschilderde voordeuren. Een mooie, goed aansluitende, tweede verhaallijn in het boek is het privéleven van Levi waarbij zijn huwelijk maar vooral zijn jeugd aan bod komt. Zijn moeder is kort geleden overleden en ze laat Levi een brief na waarin ze onthullingen doet over het oorlogsverleden van haar man, de vader van Levi.

Nacht over Westwoud is een ware pageturner. Hoe verder het verhaal vordert, hoe meer het in een stroomversnelling raakt. Het is een goed en toegankelijk geschreven vertelling met een mooie dosis spanning. Een boek met een boodschap.

ISBN 9789025437510| Paperback| 320 pagina’s| uitgeverij Contact | oktober 2011

© Annemarie, 15 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altPost voor Mevrouw Bromley
Stefan Brijs


"Het eerste slachtoffer van de oorlog is de waarheid"


Als in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbreekt - die dan natuurlijk niet zo heet – begint het bij de jonge mannen in Engeland te kriebelen: ze willen meedoen, vechten.
'Wees een man en vecht!'  wordt hen toegeroepen door posters overal in de stad. Jonge jongens melden zich en masse aan, maar John Patterson, net beginnend aan een studie Engelse Literatuur,  is dat niet van plan en begrijpt ook niet goed hoe de jongens er toe komen.


’Het zijn lemmingen,’ zegt  een studiegenoot van hem. ‘Ze willen meelopen in de massa. Daar wanen ze zich veilig. Ze hoeven niet na te denken. Niet te kiezen. In een blinde drift met de stroom mee, waarheen die ook leidt. Opgehitst door de adem van de anderen om hen heen. Steeds verder en verder. ‘


Later legt een officier, botanicus in het gewone leven, aan John uit dat lemmingen alleen maar willen overleven. Ze willen de overkant bereiken. Het maakt niet uit,  John is dan ook beland aan het Britse front. Want natuurlijk komt het zover. Na een lange inleiding waarin het leven in Londen ten tijde van dat eerste nog optimistische jaar geschetst wordt, zal John op zijn beurt inschepen, met vooral een zoektocht in zijn hoofd.
Zijn vriend Martin Bromley had namelijk geen geduld: hij was pas zestien, veel te jong en werd afgewezen. Maar als John hoort dat zijn moeder haar zoon al enkele dagen niet meer gezien heeft, snapt hij dat het Martin gelukt is. Hoe dat hoort hij al snel. Dat vertelt hij niet tegen Mrs. Bromley, om haar te sparen. Zij, die hem gezoogd heeft na de dood van haar eigen zoon, en daarna mede opgevoed heeft omdat Johns moeder vroegtijdig stierf, heeft een man die niet van de fles af kan blijven, en kan maar amper de eindjes aan elkaar knopen.
John blijft studeren, maar wordt vooral door amoureuze perikelen en zijn vriend afgeleid: hij haalt het eerste jaar niet, maar durft het zijn vader die er zijn kostbare boeken voor moet verkopen niet te vertellen. En intussen wordt Londen gebombardeerd.
Als hij ontdekt dat zijn vader, die postbode is en aldus bezorger van al die onheilsbrieven, ook een brief heeft voor Mrs. Bromley, geeft hij die niet af, maar vertrekt naar het front. Hij zal Martin wel vinden…


Dan begint het tweede deel dat zich afspeelt in Noord-Frankrijk en West-Vlaanderen. John wordt bediende van bovengenoemde luitenant, een man die meer plichtsgetrouw is dan vechtlustig. Door hem leert John naast alle oorlogsellende ook de steeds minder wordende schoonheid om zich heen zien.
Het laatste teken van leven van Martin kwam uit Poperinge, dus als John verlof krijgt grijpt hij zijn kans. Zal hij Martin inderdaad terugvinden?
John censureert en schrijft brieven. Ook naar Mevrouw Bromley, aan wie hij vertelt dat hij iemand gesproken heeft die Martin gezien heeft. Leugens gevolgd door meer. Want als hij ontdekt wat er precies gebeurd is met Martin, weet hij dat hij haar dat nooit zal vertellen.


Trouw en verraad, vriendschap, liefde, moed en lafheid, een psychologische roman over jonge mensen die zich geen raad weten met de gebeurtenissen in de wereld.
Een mooie roman ook, maar toch mis ik iets. Na ‘De engelenmaker’ en ‘Arend’ waren de verwachtingen misschien te hoog gespannen? Bij die boeken heb ik mooie zinnen gelezen, in dit verhaal vind ik ze niet. Het verhaal is prima van opzet, en geeft een goed beeld van die tijd, maar dit is al vaker verteld. Zoals ook het thema, over het verzwijgen van de waarheid als leugentje voor bestwil, en het feit dat een soldaat niet terugkomt als degene die vertrokken is: allemaal al eerder beschreven.
Niet dat ik het vervelend vond om dit boek te lezen, integendeel, maar toch, ik had meer verwacht.


ISBN 9789045019840| paperback  |512 pagina's | Atlas-Contact | oktober 2011

© Marjo, 5 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altBlue Bay Palace
Natacha Appanah


‘Hier ben ik geboren, negentien jaar geleden. Precies op deze plek. Tussen de droomvakantie voor zesduizend euro, de onbetaalbare verlatenheid van een strand op weekdagen, en de kilo zwarte linzen voor drie eurocent waar je de hele week mee moet doen.’


Na de beschrijving van het eiland Mauritius, waar we op het zuidoostelijke puntje het dorp Blue Bay vinden, geeft de ik-verteller dit statement. Ik vind het een meesterlijk stukje tekst! Meteen zijn de verhoudingen neergezet in de sfeer waarvan dit verhaal past:
Een jong meisje, Hindoestaan, wordt verliefd op de hotelmanager van het hotel waar ze na de eerste ontmoeting gauw is gaan werken. Ze heet Maya en dat betekent illusie, ‘degene van wie men denkt dat ze is en die toch niet is’. Hoe waar.
Er volgt een onstuimige romance met David, in het geheim, want ja, die jongen is wel van een hogere kaste en zijn ouders zouden dit niet goedkeuren. Of haar eigen ouders het wel goed zouden vinden? Ook niet. Het kastenstelsel weegt zwaar.
Liefde maakt blind, Maya zag het niet aankomen, maar op een dag is David getrouwd… met een ander. Haar verdriet slaat om in woede, hoewel hun verhouding ‘gewoon’ doorgaat. Maar het is niet meer hetzelfde, en David plant onwetend het zaad voor haar wraak.


‘Sinds die vervloekte decembermaand is het langzaam maar zeker erger geworden. In het begin klonk dat getik af en toe in mijn hoofd. Nu raak ik het niet meer kwijt. ’s Nachts verandert het in getrommel, geschreeuw, gelach en getoeter.’


Dit eerdere werk haalt het niet bij ‘De laatste broer’.
Het waarom daarvan ligt hem denk ik in de achtergrond van het verhaal, ik houd van historische verhalen en deze is dat dus niet. Er is wel sprake van een traditionele achtergrond, maar dat is anders.
Maar: de taal en de stijl zijn helemaal in orde, en alleen al daarom is dit ook een aanrader. Een mooie kleine roman tegen een traditionele achtergrond, op het eiland Mauritius, waar toeristen geen idee hebben van de realiteit om hen heen.


ISBN 9789028420885| paperback | 112 pagina's | Wereldbibliotheek | juli 2005

© Marjo, 4 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHitte van het bloed
Irène Némirovsky

Een oudere man is de verteller, hij is moe van het reizen en vestigt zich nu in zijn oude woonplaats, waar zijn nicht nog woont met haar man en dochter. De dochter en haar nicht gaan een verbintenis aan, maar hebben samen ook iets met die ene man. De echtgenoten sterven, waarvan eentje onder verdachte omstandigheden. Er wordt opnieuw getrouwd. Door deze gebeurtenissen komt ook het verleden van de verteller weer naar boven.
Het verhaal lijkt dat van een romance met wel wat verwikkelingen, toch niet veel bijzonders, denk je. Maar Irène Némirovsky heeft nog wat achtergehouden en daardoor staat als je het boekje uit hebt alles weer even op losse schroeven. Het laat je toch achter met een ander gevoel als wanneer het gebleven was bij dat veredelde romannetje.
Het is de tijd dat er nog verstandshuwelijken gesloten werden, maar ook de tijd waarin vaker gekozen werd voor de Liefde. Al doende ontstaan veel geheimzinnigheden, waar iedere dorpeling het zijne van af weet of denkt te weten. 

‘Keurige types die alles verzwijgen, zoals je die alleen op het Franse platteland kunt aantreffen. –Ieder leeft hier op zichzelf, op zijn eigen boerderij, koestert wantrouwen jegens de buren, haalt zijn koren binnen, telt zijn centen en bemoeit zich verder nergens mee.’

Zo’n sfeertje hangt er in dit boek, dat vooral opvalt door de mooie beschrijvingen van de omgeving en karakters. Naturalistisch noemen ze dat.

‘Ik wou terug naar huis. Het is daar behaaglijk. Het vuur smeult. Als het niet meer oplaait en danst, als de stralende vlammen en de duizenden vonken niet meer alle kanten opschieten, maar doven zonder licht of warmte af te geven zodat niemand er meer iets aan heeft, als het vuur alleen nog de pan zachtjes aan de kook houdt, dan is het pas echt behaaglijk.’


Achteraf gezien zou je dit mooie stukje proza ook figuurlijk op kunnen vatten…
als het vuur gewoon blijft smeulen, en er geen vlammengeweld uit voortkomt, dan is het leven rustig. Maar het is onze hoofdpersoon niet gegund: de vlammen zullen oplaaien.

ISBN 9789044511994| 121 pagina's | Geus | april 2009

Vertaald uit het Frans door Pauline Sarkar

© Marjo, 2 januari 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe oogst en het gisten
Jeremy Chambers

Smithy is al een oude man. Een harde werker en ondanks zijn leeftijd werkt hij in een wijngaard. Het is flink ploeteren onder een brandende Australische zon maar de taaie Smithy is gehard door zijn jarenlange werk als schaapsscheerder. Het werken als seizoenarbeider heeft echter zijn tol geëist. Het is met zijn ingewanden niet best gesteld. Hoe dat zo gekomen is? Smithy heeft te veel gedronken. Jaren- en jarenlang te veel gedronken. Seizoenarbeiders zitten een groot deel van het jaar bij huis en Smithy sleet deze periodes in de kroeg. Dag in dag uit. En nu is van binnen alles kapot. Van de dokter mag hij geen druppel alcohol meer drinken en ook eten kan de oude Smithy maar nauwelijks verdragen. Bij het idee alleen al krimpt zijn binnenste ineen.

Nu hij zijn einde voelt naderen wordt Smithy regelmatig overvallen door allerlei overpeinzingen. Steeds vaker betrapt hij zichzelf in gedachten verzonken. Hij denkt aan zijn huwelijk met Florrie, hun zoon Spit en zijn eigen jeugd. Ook denkt hij steeds vaker aan het moment dat hij dacht dat hij de dood in levende lijve zag. In werkelijkheid trof hij een jonge vrouw onder het bloed. Charlotte. Mishandeld door haar man die na dat afschuwelijke incident de bak indraaide.

Wanneer de man van Charlotte uit de gevangenis komt verlaat Charlotte haar huis en klopt aan bij Smithy. Hij neemt haar op in zijn huis want Smithy neemt de dingen zoals ze zijn. Hij denkt er niet teveel over na. Bovendien is alles een beetje wazig de laatste tijd. Of het zo verstandig is, is maar de vraag want Charlotte is niet bepaald populair in het dorp en haar man is ronduit gevaarlijk.

Dit bijzondere boek dat zich afspeelt in Australië heeft een geheel eigen stijl. Smithy is een eenvoudige man en de schrijfstijl is aan hem aangepast. Het verhaal is vanuit Smithy geschreven waarbij gekozen is voor een simpel taalgebruik. Maar vergis je niet: Ondanks de ongekunstelde stijl is het verhaal heel diepgaand en veelzeggend. Simpel maar allesbehalve simpel. Een paradox. Smithy doet geen vlieg kwaad, iedereen mag hem, al bakt hij er niet veel van als opa en als vader. En als echtgenoot blonk hij ook al niet uit, hij zat immers altijd in de kroeg. Zijn leven was karig, zijn jeugd bracht hij door in een armoedig weeshuis onder erbarmelijke omstandigheden. Maar Smithy is niet het type voor zelfmedelijden, hij neemt het leven zoals het is. Dat heeft hij altijd gedaan. Al heeft hij er niet altijd het beste van gemaakt beseft hij zich nu.

Charlotte is een heel ander verhaal. Ze is een verwende en egocentrische vrouw die schaamteloos gebruik maakt van de goeiige Smithy. De lange monoloog die ze voert in het verhaal, ze kan eindeloos over zichzelf praten, ging me op een gegeven moment een beetje vervelen. Ik was haar al snel zat. Gelukkig keerde het verhaal daarna weer terug naar “good old” Smithy. Ach, die Smithy, ik ging van hem houden.

Het is een klein en puur verhaal dat ondanks al zijn eenvoud een diepe indruk maakt.

ISBN 9789059363298 |Paperback | 304 pagina's | uitgeverij Cossee | oktober 2011
Vertaald door Kitty Pouwels

© Annemarie, 30-12-2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER