Non-fictie

Zoektocht naar het paradijs
Een onderzoek naar waarheid en werkelijkheid in het hart van Centraal-Azië
Arita Baaijens


De adem van de invallende winter bijt in mijn wangen op deze late herfstmiddag.


Dit is de prachtige zin waarmee de proloog begint en deze zin is illustrerend voor het taalgebruik door het hele boek heen, waarmee Arita Baaijens haar Zoektocht naar het paradijs beschrijft. Die mooie sfeer vinden we in haar omschrijvingen van de omgeving waarin zij reist en van de mensen met wie zij in aanraking komt. Erg mooi is dat zij daarbij als bioloog oog heeft voor de kleinste details in de natuur zoals kleine bloempjes, korstmossen en dieren, maar ook in de karakters en het contact van haar medereizigers.


De zoektocht van Baaijens is er een naar het legendarische Shambala, een, zoals de auteur zelf schrijft, mythisch koninkrijk waar mensen voorbeeldig leven en oud worden. Boeddhisten stellen het vinden van dit paradijs gelijk staan aan het bereiken van de hoogste spirituele ontwikkeling. Baaijens zelf gelooft niet dat zo'n paradijs op aarde werkelijk bestaat, omdat zij, opgeleid als bioloog, alleen wat wetenschappelijk aangetoond is, als de waarheid beschouwt. Zij besluit toch op zoek te gaan daar waar volgens de overlevering de toegang van Shambala te vinden zou zijn, het Altajgebergte in Siberië. Dit omdat zij een grote leegte in zichzelf ervaart en de behoefte heeft deze leegte te vullen om weer zin in het leven te krijgen en zin aan het leven te geven.


De hele zoektocht is beschreven in 100 dagen, een totale reisduur van ongeveer vier maanden. Van al die dagen is het tijdstip, de plaats, de omgeving, de weersomstandigheden, de waargenomen kleur of kleuren en eventueel nog andere bijzonderheden vermeld, zodat de lezer zich in de omgeving en de sfeer kan verplaatsen. Daarna neemt de auteur de lezer bij de hand en beschrijft de manier waarop er op die dag wordt gereisd, hoe het onderlinge contact verloopt tussen de reisgenoten, waarbij ook haar lief, de Amerikaanse Wayne, die zij de cowboy noemt en de lokale gidsen zijn inbegrepen.


We lezen hoe ze van de ene plek vertrekken en bijna altijd gastvrij worden ontvangen op de plek van aankomst. Ze reizen door vier landen, Kazachstan, China, Mongolië en Rusland. Op de binnenkant van voorste kaft is een overzicht van de reis opgenomen en te zien welke delen per auto en welke per paard zijn afgelegd. Op de binnenkant van de achterste kaft is een afbeelding te zien van een leren Golden Circle Map van Shambala, gemaakt door Meike Ziegler. De kaart straalt vanuit het middelpunt in verschillende kleuren geluk, tragedie, ontmoeting en inzicht uit. Allemaal elementen die tijdens de zoektocht in dit gebied voorbij komen. De kaart lijkt nog het meest op de oude Portolaankaarten, de handgetekende zeekaarten uit de twaalfde eeuw, die vaak op dierenhuid werden vervaardigd.


Gaandeweg de reis, maar ook al tijdens haar vooronderzoek begint de auteur te beseffen dat niet alleen harde wetenschappelijke feiten die in statistieken kunnen worden gevat tot kennis kunnen bijdragen. Traditionele, inheemse kennis, zo leert ze uit de essays van de Canadese antropoloog Wade Davis, kan in de huidige tijd nog steeds van waarde zijn. Hij schrijft: Ieder volk formuleert, afhankelijk van de omgeving en cultuur, een uniek antwoord op de vraag wat het betekent om mens te zijn. De duizenden verschillende uitkomsten getuigen van de genialiteit van de menselijke geest. Baaijens meldt dat dit denkduwtje niet meteen haar opvattingen veranderde, maar haar wel op een frisse manier naar de Altajcultuur liet kijken.


Dat is voor mij de essentie van dit boek. Je hoeft niet altijd een fysieke reis te maken om tot dit inzicht te komen. Fysiek reizen brengt je uiteraard letterlijk in aanraking met hoe andere mensen oplossingen bedenken voor hun dagelijkse uitdagingen. Reizen in je geest of in je mens-zijn, kan je ook brengen tot inzichten en je geestelijk verder brengen, misschien zelfs uiteindelijk wel tot aan het Boeddhistische Shambala.


Prettig aan dit boek van Baaijens is dat het nergens zweverig wordt, omdat zij er zelf de persoon niet naar is om de ervaringen die ze ondergaat op een zweverige manier te interpreteren en te verwoorden. Ze spaart de lezer ook niet in het verwoorden van haar ergernissen ten opzichte van de andere reizigers in haar omgeving en vergoelijkt deze gevoelens ook niet. Daardoor is wat de auteur bedoelt te zeggen ook altijd helder, eerlijk en eenduidig opgeschreven, waardoor, naar mijn mening, iedere lezer zich kan vereenzelvigen met haar zoektocht.


Over de auteur: Arita Baaijens (1956) is ontdekkingsreiziger, bioloog, schrijfster, vrijbuiter. Zij publiceerde onder meer Een regen van eeuwig vuur en Woestijnnomanden. Zij ontving internationale erkenning en prijzen voor onderzoek naar de betekenis van landschap en is lid van de Royal Geographical Society. Zo werd zij in oktober 2014 bekroond met de 'Women of Discovery Humanity Award 2014' en in 2015 kreeg zij de 'Traveler of the Year 2014' prijs uit handen van Geografische Sociëteit in Spanje.


ISBN 9789045029771 | Paperback | 320 pagina’s | Uitgeverij Atlas Contact | januari 2016

© Ria, 21 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER