Een groots en indrukwekkend verhaal in een boekje van 11 bij 16 cm.,
slechts 154 pagina's dik.
Het is een oermythe uit de Caribische wereld. Een oude slaaf woont al
jaren op een plantage. Hij is zo oud dat niemand zijn voorgeschiedenis
meer kent. Zelf kent hij die ook niet, want hij heeft geleerd zijn
verleden te vergeten en zich volkomen af te sluiten van iedereen, zelfs
van zichzelf. Hij kent geen emoties meer, geen gedachten. Hij reageert
stoïcijns op alles om hem heen. De aankomst van een nieuwe slavenboot, vol
uitgeputte slaven - zijn eigen volk - doet hem niets meer; de dansen en de
muziek van de slaven op de plantage dringen niet tot hem door; de verhalen
van de Vertel-Papa bereiken hem niet. Des te vreemder is het dat hij op
een dag vertrekt. Niet op de manier waarop de anderen vluchten. Zij
krijgen last van een "ontlading", een plotselinge aanval van wanhoop,
angst of paniek en plegen spontaan zelfmoord of gaan er in een opwelling
vandoor. De oude slaaf heeft zijn ontladingen al lang geleden onder
controle weten te krijgen. De verandering wordt veroorzaakt door de komst
van een vervaarlijke bloedhond op de plantage. Iedereen is doodsbang van
het beest. De oude man heeft de hond steeds genegeerd, is zonder hem aan
te kijken langs zijn hok gelopen. Maar in de hond heeft hij zichzelf
herkent. Ook de hond is met een slavenboot aangekomen en heeft aan boord
dezelfde behandeling gekregen. Geslagen en uitgehongerd heeft de hond
leren haten.
Op een nacht vertrekt de oude slaaf. Hij holt het Grote Bos in. Blind door
het duister en geplaagd door hallucinaties die hem beangstigen, voelt hij
niets van takken die hem striemen en doorns die hem verwonden. Gejaagd
rent hij maar door en gaandeweg wordt hij zich weer bewust van zijn
lichaam. Zijn lichaam wordt weer van hem. Langzaam vermengen de
waanbeelden zich met herinneringen, waarvan hij niet meer wist dat hij ze
had. Hij raakt gewend aan het duister. Het licht van de ochtend is zo fel,
dat hij een blinddoek voor moet doen. In de verte hoort hij de hond die
zijn spoor volgt. Hij rent en rent. Zijn visioenen voeren hem terug naar
zijn jeugd, hij ziet flarden van oude rituelen, maskers en weefsels, hoort
eeuwenoude gezangen, de taal en de mythen van het oude land. Als hij even
de hond niet meer hoort, rust hij een tijdje en doet zijn blinddoek af.
Dan slaat de paniek opnieuw toe en begint hij weer te hollen. Hij valt in
een moerassige bron, zakt helemaal tot op de bodem, maar weet zich daar
uit te redden en holt weer verder. De bron is een soort doop geweest, hij
wordt rustiger, de chaos en het tumult in zijn geest verdwijnen. De "oude
slaaf", die in de loop van het verhaal verandert in "de oude man, die eens
slaaf was", evolueert nu naar "ik". Hij besluit om het gevecht met de hond
aan te gaan, hem op te wachten en met een stok de schedel te verbrijzelen.
Dit mislukt, maar de hond raakt danig in de war. Uiteindelijk komt het tot
een confrontatie bij een eeuwenoude steen die in een ravijn ligt en er de
doorgang blokkeert. Deze steen is volgekrast met tekens en symbolen van de
vroegere bewoners van het land en verhaalt van hun levens en hun dromen.
Hier krijgt hij een kosmische ervaring, een besef van het wezenlijke van
het bestaan, een begrijpen van de eeuwigheid, de zin van leven en sterven.
Ook de hond en de meester ondergaan een loutering op hun tocht door het
bos. De meester, die zijn hond al snel heeft moeten laten gaan en
doodsbang en eenzaam het spoor probeert te volgen, zal als een ander mens
op zijn plantage terugkeren.
Het verhaal is een allegorie van het leven van de mens, die, blind
voortgejaagd door onbenoembare angsten tot de bodem van de put zinkt, daar
uit klautert, langzaamaan rust vindt en uiteindelijk tot inzicht komt. Het
is geschreven in een zeer bloemrijke taal en er komen veel ongebruikelijke
en zelfbedachte woorden, maar ook spreektaal- en inlandse woorden in voor.
En hele mooie vergelijkingen: "het oceane oksel van een kloof", "het
plantaardig gewelf dat boogde op de aarde", "(de hond) gromde iets
ammoniakaals.... vals en bijtend". Het moet een hele klus geweest zijn, om
dit te vertalen, maar Eveline van Hemert is hier mijns inziens goed in
geslaagd. Ondanks de moeilijke taal is het een heel spannend verhaal. De
oude man sleurt je mee op zijn vlucht, je wordt meegezogen in zijn
waanbeelden. Het bezorgde mij op bepaalde momenten kippenvel.
Een fragment: "Het licht was verwonding. Een ijzer. Het duister dat in hem
huisde fladderde op de rand van uiteenvallen. Radeloos. De oude man lag in
de humus. Zijn pupillen waren gloeiende kooltjes. Ze schroeiden zijn
schedel; hij probeerde ze uit te rukken. Het duister in hem wilde behouden
blijven. Het kwam aanrollen als een zevende golf in een onstuimige rede en
ebde toen weg met een troebel borrelen."
Uitgeverij De Geus, 2001, 154 pagina's, ISBN 90-5226-624-7
© berdine
november 2006