Klamme handen, Thierry Deleu’s vierde roman, hoort bij het epische genre waarbij de auteur meer nadruk legt op de psychische
toestand van zijn personages, in het bijzonder de hoofdpersoon, - hier dr. Dirk Wolf van Leeuwen, - dan op de gebeurtenissen.
Dokter Dirk Wolf van Leeuwen is een innemende persoonlijkheid. Hij gaat zo op in zijn werk, is gedreven en haast onevenaarbaar.
De man die veel pijlen op zijn boog heeft is niet hoogmoedig maar gedreven. Dokter Van Leeuwen is gehuwd met Edith, een hoofdverpleegster
op de geriatrie. Zij blijven bij elkaar, toch stelt hun huwelijk weinig voor.
Wanneer er een stagiair dr. Paul Demeester zijn opwachting maakt op de Spoed, wordt zij smoorverliefd op hem en volgt zij
hem naar Brussel. Edith is verliefd op Paul omdat hij aan haar meer emoties toont dan Dirk ooit heeft gedaan.
Dirk en zij leefden de laatste jaren als broer en zus, zij hielden wel van elkaar, maar er was van seks weinig sprake. Edith
heeft een nauwe band met haar grootmoeder, die haar begrijpt en steunt.
Nadat zij dokter Demeester naar Brussel is gevolgd gaat zij werken in een centrum voor leerlingenbegeleiding van de Brusselse
schoolgemeenschappen.
Dokter Dirk Van Leeuwen is zeer gepassioneerd door zijn vak, hij heeft een heel andere kijk op schizofrene patiënten
dan
zijn collega’s. Hij is koppig en drijft zijn wil door, met resultaat. Hij komt tot de ontdekking dat veel van zijn patiënten
opgescheept zitten met schuldgevoelens aangewreven door de tijd, deze schuldgevoelens zijn dan vastgeankerd in het latere
leven . En drukken als een rem op het huidige bestaan.
Daardoor zijn velen ziek en is een gewoon leven voor hen niet weggelegd.
Zo is er Karel, de eenzaat die reeds vanaf zijn jeugd verwend werd door zijn moeder, zij zocht zelf liefde maar werd afgewezen
door haar man. Hij was een harde man zonder gevoelens.
Karel is een introverte man, een angstige en onzekere haas die graag in een hoekje wegkruipt. Veel heldere momenten telt hij
niet, deze worden overstelpt door doodsgedachten, alles lijkt hem zwart. Hij kent geen gevoelens, geen liefde, geen haat,
geen vuur, geen seksualiteit, niets. Zijn apathisch gedrag leidt tot afhankelijkheid. Dokter van Leeuwen heeft een andere
aanpak om met schizofrene patiënten om te gaan: hij laat ze actief deelnemen aan alles, hij vindt dat mobilisatie meer
dan
nodig is.
De verpleegsters van Villa B. uit het psychiatrische centrum Helderlicht wachten af. Zij denken dat de patiënten de verantwoordelijkheid
niet aan kunnen, zij twijfelen of de meer betrokkenheid, grotere een soort zelfstandigheid, goed is voor hen.
‘Klamme handen ’ is een roman waar heel wat opzoekingwerk aan vooraf is gegaan. Hij is goed gestoffeerd en leest
zeer vlot.
Het is een psychologische roman waarin de schrijver wat hij te zeggen heeft belichaamt in de persoonlijkheid van zijn ‘hoofdpersonage’.
Deze persoonlijkheid is het materiaal waarmee de auteur zijn geestelijk gedachtegoed vorm wil geven.
De compositie van de roman is omheen het hoofdpersonage gecentraliseerd. De wereld, waarin de roman zich beweegt, is als
't ware de werkelijkheid waarin de hoofdpersoon leeft, de materie waarmee hij ons het geheim van zijn hart openbaart. En daar
was het ook Thierry Deleu om te doen: de persoonlijkheid van zijn hoofdpersonage concrete vorm geven.
Met deze roman is Deleu aan zijn 24ste uitgave toe, een knappe prestatie.
uitg. Razor’s Edge Editions 2006
© Joris Dewolf